r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Vragen en antwoorden over de herziening van de richtlijn productaansprakelijkheid

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op woensdag 28 september 2022.
  • 1. 
    Waarom moeten de regels inzake productaansprakelijkheid worden geactualiseerd?

Al bijna 40 jaar lang biedt de richtlijn productaansprakelijkheid een wettelijk vangnet voor burgers die vergoeding willen vorderen voor schade door producten met gebreken. De richtlijn dateert echter uit 1985 en heeft geen betrekking op categorieën producten die worden voortgebracht door nieuwe digitale technologieën, zoals slimme producten en artificiële-intelligentiesystemen (AI).

Ook is op grond van de huidige regels niet duidelijk hoe moet worden bepaald wie aansprakelijk is voor fouten bij software-updates, bij algoritmen voor machinaal leren of bij digitale diensten die essentieel zijn voor de werking van een product.

De huidige regels vermelden niet wie aansprakelijk is wanneer een bedrijf een reeds in de handel gebracht product ingrijpend wijzigt of wanneer een consument een product rechtstreeks van buiten de Unie heeft ingevoerd. Hierdoor is het voor bedrijven moeilijk om de risico's van het op de markt brengen van innovatieve producten in te schatten, en bij steeds meer producten bestaat voor slachtoffers van schade geen mogelijkheid om schadevergoeding te vorderen.

De herziening van de richtlijn productaansprakelijkheid zal ervoor zorgen dat de nieuwe regels inzake productaansprakelijkheid worden aangepast aan de nieuwe soorten producten, waarbij zowel de bedrijven als de consumenten baat hebben.

  • 2. 
    Welke producten vallen onder de herziene regels?

De herziene productaansprakelijkheidsregels zullen van toepassing zijn op alle producten, variërend van tuinstoelen tot geneesmiddelen tegen kanker, van landbouwproducten tot geavanceerde machines, maar ook op software-updates. Net als andere producten kunnen software en AI-systemen die gebreken vertonen, ook schade veroorzaken, bijvoorbeeld wanneer ze zijn ingebouwd in een schoonmaakrobot of als een zelfstandig digitaal product in de handel worden gebracht, zoals een gezondheidsapp voor smartphones. In de nieuwe richtlijn productaansprakelijkheid wordt uitdrukkelijk bepaald dat personen die als gevolg van software of AI-systemen schade hebben geleden, vergoeding kunnen vorderen.

De nieuwe regels houden ook rekening met producten die afkomstig zijn van bedrijven uit de circulaire economie, namelijk van bedrijfsmodellen waarin producten gewijzigd of geüpgraded worden. Het voorstel schept de rechtszekerheid die het bedrijfsleven nodig heeft om circulaire bedrijfsmodellen te kunnen omarmen.

De regels van de richtlijn productaansprakelijkheid (met inbegrip van de mogelijke vermoedens) zouden toepassing vinden op revisiebedrijven en andere bedrijven die producten ingrijpend wijzigen, indien deze producten schade toebrengen aan een persoon, tenzij zij aantonen dat het gebrek verband houdt met een ongewijzigd onderdeel van het product.

  • 3. 
    Hoe garanderen de nieuwe regels een betere bescherming van consumenten?

De nieuwe regels bieden de mogelijkheid om vergoeding te vorderen voor schade als gevolg van producten met gebreken, met inbegrip van lichamelijk letsel, materiële schade en verlies van gegevens. Er kan ook vergoeding worden gevorderd voor materiële schade aan voorwerpen die zowel voor professionele als voor privédoeleinden worden gebruikt, zoals bakfietsen van de onderneming of kantoorapparatuur voor thuisgebruik.

Om rekening te houden met het feit dat software-updates en ‑upgrades alsmede digitale diensten van invloed op de productveiligheid kunnen zijn, zal het nu tevens mogelijk zijn schadevergoeding te vorderen wanneer deze updates, upgrades en diensten gebreken vertonen en schade veroorzaken.

De nieuwe regels dragen er ook toe bij dat personen die schadevergoeding vorderen op voet van gelijkheid met de fabrikanten komen te staan, doordat de fabrikanten worden verplicht informatie openbaar te maken en doordat de bewijslast in complexe zaken, bijvoorbeeld wanneer het om geneesmiddelen of AI draait, wordt verlicht.

  • 4. 
    Gelden er beperkingen voor het bedrag van de schadevergoeding dat op grond van de nieuwe regels kan worden gevorderd?

In het kader van de herziening komen de op basis van de bestaande regels geldende ondergrens en bovengrens waardoor volledige vergoeding van geleden schade niet mogelijk was, te vervallen.

  • 5. 
    Kan de richtlijn productaansprakelijkheid worden gebruikt om schadevergoeding te krijgen voor inbreuken op grondrechten?

Er zullen tegen de fabrikant van een product met gebreken schadevorderingen kunnen worden ingesteld wanneer het product de dood, lichamelijk letsel (met inbegrip van medisch erkende psychologische schade), materiële schade of verlies van gegevens tot gevolg heeft gehad.

De nieuwe regels staan geen schadevergoeding toe voor inbreuken op grondrechten, bijvoorbeeld als een sollicitant wegens discriminerende AI-aanwervingssoftware niet wordt aangenomen. Het ontwerp van de AI-verordening waarover momenteel wordt onderhandeld, is bedoeld om dergelijke inbreuken te voorkomen.

Doen deze inbreuken zich toch voor, dan kan voor schadevergoeding een beroep op de nationale aansprakelijkheidsregels worden gedaan, en de voorgestelde richtlijn inzake aansprakelijkheid voor artificiële intelligentie kan daarbij ondersteuning bieden.

  • 6. 
    Met welke wijzigingen krijgen ondernemingen te maken?

Nu al rust op ondernemingen de verplichting tot vergoeding van de als gevolg van producten met gebreken geleden schade. De nieuwe richtlijn productaansprakelijkheid zal de ondernemingen bovendien nog verplichten het bewijsmateriaal dat degene die een vordering instelt nodig heeft om de vordering te staven, openbaar te maken. Hiermee moet de asymmetrische verdeling van informatie tussen fabrikanten en consumenten worden aangepakt: fabrikanten hebben veel meer kennis dan consumenten over hoe het product in kwestie is geproduceerd en in de handel is gebracht.

  • 7. 
    Wie is aansprakelijk voor buiten de EU vervaardigde producten met gebreken?

De bestaande richtlijn productaansprakelijkheid stelt de importeurs aansprakelijk voor buiten de Unie vervaardigde producten met gebreken. Het zou voor consumenten immers te moeilijk zou zijn om de schade te verhalen bij bedrijven buiten de Unie.

Vandaag de dag stellen de mondiale waardeketens de consumenten in staat rechtstreeks producten van buiten de Unie te kopen, zonder dat er een importeur aan te pas komt. Daarom zal de nieuwe richtlijn productaansprakelijkheid het de consumenten mogelijk maken schadevergoeding te vorderen van de vertegenwoordiger van een buiten de EU gevestigde fabrikant.

In samenhang met de verordening inzake markttoezicht en de op stapel staande herziening van de verordening inzake algemene productveiligheid betekent dit dat er een in de EU gevestigde aansprakelijke persoon zal zijn tegen wie een schadevordering kan worden ingesteld.

Ook distributeurs (offline- en onlineverkopers) kunnen aansprakelijk worden gesteld als zij de naam van de in de EU gevestigde aansprakelijke persoon niet meedelen wanneer de persoon die schade heeft geleden daarom verzoekt. Dit geldt ook voor onlinemarktplaatsen, maar alleen als zij zich bij de consument als distributeur kenbaar maken.

  • 8. 
    Hoe verhouden deze nieuwe richtlijn productaansprakelijkheid en de AI-verordening zich tot elkaar?

In april 2021 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening betreffende artificiële intelligentie (AI-verordening) gepubliceerd. De AI-verordening stelt regels vast waarmee moet worden gewaarborgd dat AI-systemen aan strenge veiligheidsvoorschriften voldoen, met inbegrip van ingebouwde logbestanden en cyberbeveiligingskenmerken. Deze regels zijn vergelijkbaar met de EU-veiligheidsvoorschriften voor andere producten, zoals machines, radioapparatuur of consumentenproducten in het algemeen.

De herziene richtlijn productaansprakelijkheid preciseert dat al deze dwingende veiligheidsvoorschriften, inclusief die van de AI-verordening, door een rechter in aanmerking moeten worden genomen bij de beoordeling of een product gebreken vertoont. En belangrijker nog, de herziene richtlijn productaansprakelijkheid verduidelijkt ook dat software, met inbegrip van AI-systemen, een product is. Als AI-systemen gebreken vertonen en de dood, lichamelijk letsel, materiële schade of verlies van gegevens tot gevolg hebben, kunnen personen die schade hebben geleden derhalve met een beroep op de richtlijn productaansprakelijkheid schadevergoeding vorderen.

De herziene richtlijn productaansprakelijkheid zal zorgen voor de rechtszekerheid en het gelijke speelveld dat bedrijven nodig hebben om in AI-technologieën te investeren, en zal consumenten de bescherming bieden die zij nodig hebben om ertoe te worden aangezet in de toekomst op AI gebaseerde producten te gaan gebruiken.

  • 9. 
    Hoe verhouden deze richtlijn en de voorgestelde richtlijn inzake aansprakelijkheid voor artificiële intelligentie zich tot elkaar?

De richtlijn productaansprakelijkheid stelt de fabrikanten risicoaansprakelijk voor schade die wordt veroorzaakt door hun producten met gebreken; dit geldt voor alle producten, met inbegrip van software en AI-systemen. De richtlijn productaansprakelijkheid staat echter niet op zich, en de personen die schade hebben geleden kunnen vaak kiezen op welke rechtsgrondslag zij een vordering willen instellen.

Alle lidstaten kennen schuldaansprakelijkheidsregelingen, op basis waarvan de personen die schade hebben geleden moeten aantonen dat degene die de door hen geleden schade heeft veroorzaakt, schuld aan de schade heeft. Wanneer een persoon die schade heeft geleden op grond van dergelijke nationale schuldaansprakelijkheidsregels schadevergoeding vordert (bv. voor schade die niet onder de richtlijn productaansprakelijkheid valt, zoals inbreuken op grondrechten of tegen de gebruikers van producten in plaats van tegen de fabrikant ingestelde vorderingen) en de vordering betrekking heeft op door een AI-systeem veroorzaakte schade, zou de voorgestelde richtlijn inzake aansprakelijkheid voor artificiële intelligentie degene die de vordering instelt, onder bepaalde voorwaarden kunnen helpen het hoofd te bieden aan de moeilijkheden waarmee hij anders wegens de ondoorzichtigheid van het betrokken AI-systeem zou kunnen worden geconfronteerd.


Delen

Terug naar boven