r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

De volgende generatie eigen middelen van de EU: vragen en antwoorden

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op woensdag 22 december 2021.

OVERZICHT

Hoe werkt het huidige stelsel van eigen middelen?

Momenteel zijn er vier categorieën eigen middelen voor de EU-begroting:

  • douanerechten, die worden geheven op de invoer, aan de buitengrenzen van de EU worden geïnd en rechtstreeks in de EU-begroting vloeien. De lidstaten houden 25 % van dat bedrag in als inningskosten;
  • de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde, die sinds 2021 vereenvoudigd zijn. Er is een uniform afdrachtpercentage van 0,3 % van toepassing op de btw-grondslag van elke lidstaat;
  • de eigen middelen op basis van niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval zijn de belangrijkste nieuwigheid van het vorige eigenmiddelenbesluit van 2020. De lidstaten dragen 0,80 EUR bij per kilogram niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval. Er geldt een correctie voor minder welvarende lidstaten;
  • de eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen (bni) blijven de belangrijkste bron voor de financiering van de EU-begroting. Alle lidstaten dragen bij volgens hun aandeel in het bni van de EU-27. Sommige lidstaten krijgen een brutovermindering. De hoogte van het afdrachtpercentage is afhankelijk van het deel van de begroting dat niet door andere inkomstenbronnen wordt gedekt en dus nog moet worden gefinancierd.

Deze vier categorieën eigen middelen zijn goed voor meer dan 90 % van de inkomsten. Andere inkomstenbronnen zijn belastingen en andere inhoudingen op de salarissen van EU-personeel, bankrente, bijdragen van niet-EU-landen aan bepaalde programma's, achterstandsrente en boeten.

Waarom stelt de Commissie nieuwe eigen middelen voor?

Naar aanleiding van de ongekende economische crisis als gevolg van de COVID-19-pandemie heeft de EU een akkoord bereikt over NextGenerationEU, het grootste stimuleringspakket dat ooit uit de EU-begroting is gefinancierd. NextGenerationEU beschikt momenteel over meer dan 800 miljard EUR (in lopende prijzen; 750 miljard EUR in constante prijzen van 2018) aan middelen die op de kapitaalmarkten worden aangetrokken, om specifieke herstelmaatregelen en maatregelen in verband met veerkracht over een beperkte periode te financieren, teneinde de economische groei te stimuleren en te investeren in een groenere en digitalere toekomst.

Op 16 december 2020 zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeengekomen om NextGenerationEU vergezeld te doen gaan van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen. De drie instellingen waren het erover eens dat “de uitgaven uit de Uniebegroting ten behoeve van de terugbetaling van het herstelinstrument voor de Europese Unie [...] niet [zouden] mogen leiden tot een onnodige vermindering van programma-uitgaven of investeringsinstrumenten uit hoofde van het MFK.” en dat “de instellingen [zullen] streven naar de invoering van voldoende nieuwe eigen middelen ter dekking van een bedrag dat overeenkomt met de verwachte uitgaven met betrekking tot de terugbetaling”.

Hoe is het eigenmiddelenpakket samengesteld?

De Europese Commissie stelt een wijziging van het eigenmiddelenbesluit voor om drie nieuwe categorieën eigen middelen in te voeren die gebaseerd zijn op:

  • het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens;
  • het herziene EU-emissiehandelssysteem (ETS), en
  • een deel van de overblijvende winsten van de grootste en meest winstgevende multinationals die aan EU-lidstaten worden toegewezen op grond van de overeenkomst van de OESO/G20 betreffende een inclusief kader inzake grondslaguitholling en winstverschuiving om de fiscale uitdagingen die voortvloeien uit de digitalisering van de economie aan te pakken (OESO/G20 IF-overeenkomst).

Hoeveel inkomsten zal het pakket opleveren?

Volgens het voorstel van de Commissie zullen de nieuwe eigen middelen vanaf 1 januari 2023 geleidelijk worden ingevoerd. Zodra zij volledig in werking zijn getreden, zullen de inkomsten voor de EU-begroting in de periode 2026-2030 naar schatting oplopen tot gemiddeld 17 miljard EUR per jaar (in constante prijzen van 2018). Deze inkomsten zullen worden gebruikt voor zowel de terugbetaling van leningen in het kader van NextGenerationEU als de financiering van het sociaal klimaatfonds. Bij deze schattingen moet rekening worden gehouden met variatie naargelang van de marktprijs voor koolstofemissierechten in de loop van de tijd en de noodzakelijke voltooiing en daaropvolgende uitvoering van pijler 1 van het inclusief kader van de OESO/G20.

Hoe zullen de nieuwe eigen middelen bijdragen aan de terugbetaling van leningen in het kader van NextGenerationEU?

De terugbetaling van leningen in het kader van NextGenerationEU zal over meer dan drie decennia worden gespreid en moet tegen 2058 zijn afgerond. Er zijn voldoende inkomsten nodig om de terugbetalingsbehoeften van de Unie voor het niet-terugbetaalbare deel van de lening te dekken, in overeenstemming met de financieringsstructuur en het aflossingsschema van NextGenerationEU. Een bedrag van 15-16 miljard EUR in lopende prijzen komt overeen met een lineair aflossingsschema uit de begroting van de Unie voor niet-terugbetaalbare steun op basis van de uitgifteplanning voor NextGenerationEU van de Commissie, met inbegrip van de looptijdstructuur.

De drie instellingen zijn overeengekomen dat de nieuwe eigen middelen een bedrag moeten opleveren dat toereikend is om de totale verwachte uitgaven voor de terugbetaling van de hoofdsom van en de rente op de in het kader van NextGenerationEU geleende middelen te dekken. De terugbetalingen zullen echter uiteindelijk uit de algemene begroting worden gefinancierd, aangezien, in overeenstemming met het universaliteitsbeginsel van de EU-begroting, “toewijzing” van eigen middelen niet toegestaan is.

Met de nieuwe eigen middelen zouden de leningen in het kader van NextGenerationEU reeds in het huidige meerjarig financieel kader kunnen worden terugbetaald. Daartoe komt de Commissie met een voorstel voor een gerichte herziening van het huidige meerjarig financieel kader, zodat na de invoering van de nieuwe eigen middelen de leningen in het kader van NextGenerationEU zouden kunnen worden terugbetaald.

Stelt de Commissie met dit pakket EU-belastingen voor?

De Commissie stelt geen EU-belastingen voor met de wijziging van het eigenmiddelenbesluit. Het emissiehandelssysteem en het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens zijn marktconforme instrumenten. Zij creëren als neveneffect nieuwe inkomsten voor de lidstaten. In de overeenkomst van de OESO/G20 betreffende een inclusief kader wordt belastingontwijking aangepakt en wordt ervoor gezorgd dat winsten worden belast waar de economische activiteit plaatsvindt en waarde wordt gecreëerd. Een toekomstige EU-richtlijn betreffende de herverdeling van de heffingsrechten zal de uitvoering van de internationale overeenkomst in overeenstemming met de voorschriften van de interne markt van de EU ondersteunen. Deze instrumenten hebben hun eigen verdiensten. De herziening van het eigenmiddelenbesluit is erop gericht een deel van de inkomsten uit deze instrumenten toe te wijzen aan de EU-begroting.

Hoe zal de EU de eigen middelen innen?

De modaliteiten voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen, en de controle ervan en het toezicht daarop, worden in afzonderlijke rechtshandelingen vastgesteld. De Commissie zal de desbetreffende voorstellen in de eerste helft van 2022 indienen.

Hoe verhouden de voorstellen van vandaag zich tot het “Fit for 55”-pakket?

De voorgestelde eigen middelen zijn in overeenstemming met en vormen een aanvulling op het “Fit for 55”-pakket, een reeks wetgevingsvoorstellen om de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met minstens 55 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.

De handel in emissierechten en het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens zijn gericht op de verwezenlijking van milieudoelstellingen. Het is passend om een deel van de inkomsten van deze pan-Europese, op Europese doelstellingen en beginselen gebaseerde mechanismen aan de EU-begroting toe te wijzen.

Bovendien draagt de EU-begroting — met inbegrip van NextGenerationEU — sterk bij aan de financiering van de transitie naar een klimaatneutrale economie. Met name via een nieuw sociaal klimaatfonds zal specifieke financiering voor investeringen in renovatie, nieuwe verwarmings- en koelingssystemen en schonere mobiliteit worden verstrekt. Het sociaal klimaatfonds zal in de periode 2025-2032 worden gefinancierd uit de EU-begroting, met een financiële toewijzing van 72,2 miljard EUR in lopende prijzen (wat overeenkomt met 58,4 miljard EUR in prijzen van 2018). De totale financiële toewijzing van het fonds zou in beginsel overeenkomen met ongeveer 25 % van de verwachte inkomsten uit het nieuwe emissiehandelssysteem voor gebouwen en wegvervoer.

Wat betekent het voorstel van de Commissie voor de lidstaten?

Het voorstel van de Commissie zorgt voor een goed evenwicht tussen de verschillende behoeften en prioriteiten van de lidstaten.

Het pakket eerbiedigt enerzijds de fiscale soevereiniteit van de lidstaten. De Commissie stelt geen nieuwe belastingen voor. Integendeel, slechts een deel van de inkomsten uit deze EU-instrumenten vloeit naar de EU-begroting.

Tegelijkertijd voorziet het pakket in een solidariteitscorrectiemechanisme om billijkheid te garanderen. Voorts dragen de nieuwe eigen middelen bij aan de financiering van het sociaal klimaatfonds, dat de sociale gevolgen van de transitie naar een koolstofarme economie zal aanpakken. Nieuwe inkomstenbronnen zijn daarom onontbeerlijk voor de vaststelling van het algemene “Fit for 55”-pakket.

Tot slot zijn nieuwe eigen middelen op de lange termijn onontbeerlijk om te waarborgen dat de EU-begroting voldoende groot blijft om, naast het bestaande traditionele beleid, prioriteiten zoals onderzoek en investeringen, ruimtevaart en migratie te kunnen blijven financieren.

Eigen middelen uit het emissiehandelssysteem

Hoe zullen de voorgestelde eigen middelen uit de handel in emissierechten worden gegenereerd?

Het emissiehandelssysteem is een pan-Europees instrument dat inkomsten voor de lidstaten genereert. Het huidige mechanisme is van toepassing op de elektriciteitsopwekking, de industriële sectoren en de luchtvaart binnen Europa. Met het “Fit for 55”-pakket zal het geleidelijk worden uitgebreid tot de maritieme sector, terwijl tegen 2026 geleidelijk alle luchtvaartemissierechten zullen worden geveild. Bovendien voorziet de herziening van de richtlijn inzake de handel in emissierechten in een emissiehandelssysteem voor wegvervoer en gebouwen.

De Commissie stelt voor om een beperkt deel van de totale inkomsten uit de meeste veilingen van emissierechten en niet-geveilde emissierechten waarover de lidstaten vrij kunnen beschikken, op te nemen in EU-begroting.

De Commissie stelt ook voor om tijdelijk een solidariteitsmechanisme toe te passen waarbij correcties mogelijk zijn in het geval van een overdreven regressief effect op de bijdragen uit de handel in emissierechten voor sommige lidstaten. Dit “solidariteitscorrectiemechanisme” zal er met name voor zorgen dat koolstofintensieve lidstaten met een laag inkomen een beperkte bijdrage en lidstaten met een hoger inkomen en een lage koolstofintensiteit een billijke bijdrage betalen.

Waarom worden de inkomsten uit de handel in emissierechten een bron van eigen middelen?

Het emissiehandelssysteem is een pan-Europees klimaatinstrument dat ook inkomsten genereert. Voor installaties en luchtvaartuigen die reeds onder het systeem vallen, gelden in de hele EU dezelfde regels. In de hele EU geldt één enkele koolstofprijs voor de betrokken sectoren. Ook het nieuwe emissiehandelssysteem voor gebouwen en het wegvervoer zal in de hele EU van toepassing zijn. Daarom is het passend een beperkt deel van de inkomsten uit het emissiehandelssysteem naar de EU-begroting over te hevelen.

Hoe werkt het solidariteitscorrectiemechanisme voor de eigen middelen uit het ETS?

Het nieuwe solidariteitsmechanisme, dat wordt toegepast op de eigen middelen uit het ETS, moet ervoor zorgen dat de bijdrage van de lidstaten met een lager inkomen beperkt blijft tot anderhalf keer het aandeel ervan in het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU. Zo ook mag, om ervoor te zorgen dat alle lidstaten een billijk deel betalen, de bijdrage van de eigen middelen uit de ETS niet onevenredig zijn aan de relatieve welvaart van de lidstaten.

Eigen middelen uit het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens

Hoe zullen de eigen middelen uit het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens worden gegenereerd?

Met het oog op klimaatneutraliteit tegen 2050 en de ambitie om de Europese emissies tegen 2030 sneller terug te dringen, moet de EU de komende decennia hogere reductiedoelstellingen verwezenlijken. Om ervoor te zorgen dat de inspanningen van de EU niet worden tenietgedaan door koolstoflekkage, zal een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens worden opgezet op een wijze die verenigbaar is met de voorschriften van Wereldhandelsorganisatie (WTO). Het zal in een eerste fase van toepassing zijn op ijzer en staal, cement, aluminium, meststoffen en elektriciteit.

Het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens (CBAM) zal ervoor zorgen dat voor de CO2-emissies van producten die van buiten de EU worden ingevoerd, evenveel wordt betaald als voor de CO2-emissies van EU-producten die momenteel onder het emissiehandelssysteem vallen. Importeurs zullen voldoende certificaten moeten verwerven om de ingebedde emissies van hun ingevoerde goederen te dekken. Dit betekent dat ingevoerde goederen moeten worden beprijsd alsof ze in de EU zijn geproduceerd. Indien voor deze goederen bij de oorsprong een koolstofprijs werd betaald, wordt deze in mindering gebracht om dubbele kosten te vermijden. Een dergelijk mechanisme bevordert schonere industrieën in niet-EU-landen, moedigt derde landen aan om koolstofbeprijzingsmaatregelen in te voeren en zorgt voor billijkheid voor EU-bedrijven.

75 % van de inkomsten uit de verkoop van deze certificaten zal naar de EU-begroting worden overgeheveld. De lidstaten zullen bijgevolg 25 % van de inkomsten uit de verkoop van certificaten in het kader van het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens kunnen behouden. Het CBAM zal na een overgangsperiode (2023-2025) inkomsten beginnen te genereren.

Waarom worden de inkomsten uit het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens een bron van eigen middelen?

Met het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens wordt het risico van koolstoflekkage aangepakt en de grotere ambitie van de EU op het gebied van klimaatmitigatie ondersteund. Het is verenigbaar met de voorschriften van de WTO.

Gezien de pan-Europese aard van dit instrument is het passend dat de desbetreffende inkomsten als eigen middelen aan de EU-begroting worden toegewezen.

Eigen middelen op basis van de herverdeelde winsten van zeer grote multinationals

Hoe zullen de eigen middelen op basis van pijler 1 van het inclusief kader van de OESO/G20 worden gegenereerd?

Pijler 1 van de OESO/G20-overeenkomst voorziet in een herverdeling van winsten van multinationals uit een aantal sectoren met een wereldwijde geconsolideerde omzet van minstens 20 miljard EUR en een winstmarge vóór belasting van meer dan 10 % op basis van het concept van het rechtsgebied van de eindmarkt waar goederen of diensten worden gebruikt of verbruikt. De lidstaten zullen een bijdrage leveren die evenredig is aan de belastbare herverdeelde winsten.

Hoewel alle bijzonderheden van de uitvoering van pijler 1 van de hervorming van de internationale vennootschapsbelasting nog niet zijn vastgelegd, toont het eigenmiddelenvoorstel van 22 december 2021 aan dat de Commissie vastbesloten is ervoor te zorgen dat deze OESO/G20-overeenkomst snel en met succes wordt uitgevoerd. Het gebruik ervan als basis voor een bron van eigen middelen van de EU kan verder bijdragen aan de terugbetaling van NextGenerationEU.

De Commissie heeft zich ertoe verbonden in 2022 een richtlijn voor te stellen tot uitvoering van deze overeenkomst in overeenstemming met de voorschriften van de interne markt. De eigen middelen treden in werking zodra deze richtlijn in nationaal recht moet worden omgezet, onder voorbehoud van de bekrachtiging en daadwerkelijke toepassing van de belastinghervorming door internationale partners.

Herziening van het MFK

Waarom stelt de Commissie voor de MFK-verordening 2021-2027 te wijzigen?

De Commissie stelt een gerichte herziening voor van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot vaststelling van het MFK voor de jaren 2021-2027 voor de volgende doeleinden:

  • een verhoging van de maxima van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2025, 2026 en 2027, voor het sociaal klimaatfonds dat in juli 2021 als onderdeel van het “Fit for 55”-pakket is voorgesteld;
  • de invoering van een automatische aanpassing van de maxima van het meerjarig financieel kader op basis van nieuwe eigen middelen die daadwerkelijk aan de EU-begroting worden toegewezen, waardoor de leningen in het kader van NextGenerationEU vanaf 2024 kunnen worden terugbetaald.

Waarom stelt de Commissie voor de MFK-maxima voor het sociaal klimaatfonds te verhogen?

De Commissie heeft op 14 juli een nieuw financieringsinstrument voor de periode 2025-2032 voorgesteld: het sociaal klimaatfonds, met een totale financiële toewijzing van 72,2 miljard EUR in lopende prijzen, waarvan 23,7 miljard EUR (in lopende prijzen) voor de periode 2025-2027.

Een overeenkomstige verhoging van de desbetreffende maximumbedragen aan uitgaven zoals vastgesteld in het MFK 2021-2027 (uitgedrukt in prijzen van 2018) voor de jaren 2025, 2026 en 2027 is noodzakelijk om de betreffende uitgaven voor het nieuwe fonds te financieren. Daarom wordt voorgesteld de maxima te verhogen met 20,9 miljard EUR (prijzen van 2018), wat overeenkomt met de in juli 2021 voorgestelde toewijzing van 23,7 miljard EUR in lopende prijzen.

Overeenkomstig de doelstellingen van het fonds om de gevolgen van de nieuwe emissiehandel voor gebouwen en het wegvervoer voor kwetsbare huishoudens, micro-ondernemingen en gebruikers van vervoersdiensten te verlichten, wordt het fonds in 2025 vervroegd beschikbaar gesteld, zodat de lidstaten kunnen anticiperen op de gevolgen van de uitbreiding.

Voor de periode 2025-2032 zal het fonds worden gefinancierd uit algemene inkomsten van de begroting van de Unie, die, zoals bepaald in de wijziging van het eigenmiddelenbesluit, vanaf 2026 de inkomsten uit de handel in emissierechten voor gebouwen en wegvervoer zullen omvatten.

Meer informatie

Persbericht

Factsheets

Rechtshandelingen

Inkomsten | Europese Commissie (europa.eu)


Terug naar boven