r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

‘Democratie is work in progress’. Kamerleden en Europarlementariërs werken aan beleid

maandag 20 december 2021, 13:00, analyse van dr. Mendeltje van Keulen
De Tweede Kamer zonder personen [flickr/-JvL-]

In Den Haag, Brussel en 25 andere Europese hoofdsteden wordt tegelijkertijd hetzelfde Europese beleid vormgegeven. Het coalitieakkoord voor het kabinet dat formateur Mark Rutte de komende weken samenstelt, wil die Europese richtlijnen ook echt gaan uitvoeren. Dan is de cirkel rond. Europees beleid maken is ‘polderen on steroids’. Hoe werken Kamerleden en Europarlementariërs samen in het vormen van Europees beleid?

Een gesprek tussen deze twee soorten volksvertegenwoordigers vindt minder vaak plaats dan je zou denken. Tussen droom en daad staan agenda’s in de weg. Op 30 november was er zo’n gesprek, op initiatief van het Montesquieu Instituut, uitgezonden vanuit perscentrum Nieuwspoort. PvdA-Europarlementariër Thijs Rutten, die de Tweede Kamer goed kent als beleidsmedewerker, sprak met Kathalijne Buitenweg. Als oud-Kamerlid én oud ‘MEP’ (zoals de leden van het EP in jargon heten) en schrijfster van een boek over Europese democratie kent zij beide parlementen. Welke lessen zijn te trekken?

Expertise

Het mag nieuws zijn in deze tijden: de lessen beginnen met een compliment aan ons nationale parlement. Er is inhoudelijke ondersteuning op een aantal Europese beleidsterreinen, met eigen specialisten. Alle stukken zijn openbaar. Ook stukken van het Europese Parlementaire Documentatie Centrum worden vaak gedeeld. En dat verdient ook een compliment aan de Nederlandse diplomatie. De European Coalition Explorer van de denktank ECFR telt Nederland als een van de drie invloedrijkste lidstaten. En ook de Tweede Kamer wil meer experts en misschien zelfs een eigen kenniscentrum, staat in het rapport-Van der Staaij dat op 16 december werd gepubliceerd.

Vakmensen

Nederlanders in Europese debatten zijn dus vaak vakmensen. Die komen in verschillende categorieën, naast diplomaten en beleidsmedewerkers: Eerste en Tweede Kamerleden en Europarlementariërs. Maar in het vormen van wetgeving doen die heel ander werk. Kamerleden debatteren met de regering en zijn druk met ‘vertegenwoordigen’. Voor initiatiefwetgeving is weinig tijd en ondersteuning. Europarlementariërs doen aan wetgeven, met amendementen en rapporteurs, een invloedrijke functie die bijvoorbeeld Caroline Nagtegaal (VVD) nu bekleedt voor de energietransitie. Volgens de Duitse coalitie moeten Europarlementariërs ook dat initiatiefrecht krijgen; hoewel hun rapporten in de praktijk al vaak nieuwe Europese Commissie-plannen inspireren.

Openbaarheid

Maar dat is het niet alleen in het Europees Parlement; dat wetten maken en volken vertegenwoordigen doen ze samen met de lidstaten. Dat maakt de Raad van ministers een soort Senaat, legt Kathalijne Buitenweg uit. In die zin is Brussel niet alleen qua lobbyisten vergelijkbaar met Washington, zoals spreker Peter Teffer van Follow the Money schreef in zijn boek ‘Het lijkt Washington wel’. Samen moet er worden onderhandeld voor een uitkomst. De Raad van Ministers kan, vanuit dat beeld, misschien ook wat minder makkelijk wegkomen met geheimhouding van hun werkzaamheden. Want hoewel het kabinet in Nederland in beslotenheid vergadert, maakt een minister wetten in Europa. En dat hoort in de openbaarheid. Daar mag het Europees Parlement zich ook aanrekenen, dat veel van het werk in de eindonderhandelingen van ‘trilogen’ niet openbaar is. Dat is zorgelijk nu vrijwel alle EU wetten in dit soort overleggen tussen roulerend voorzitterschap, Commissie en rapporteur plaatsvindt.

Verantwoording

Dat is ook de zwakte van het systeem: de verantwoording. Elke organisatie wil meer zeggenschap, stelt Peter Teffer nuchter vast tijdens het debat. Ook landen willen dat, en natuurlijk ook het Europees Parlement. Het klinkt mooi: samen in de EU moeten we arbeidsmigratie aanpakken. Maar op het moment dat een voorstel de eigen slagkracht vermindert, is de nationale politiek minder enthousiast. Dan is de neiging om maar niet te veel te vertellen over de punten die niet zijn binnengehaald. Dat is geen schande. Nederland is maar 4% van de bevolking, dus niet alle EU besluiten zullen ons passen. Zoals Rotterdam plus Schiedam niet samen het Nederlandse beleid bepalen.

Leren van elkaar

Maar gelukkig: er zijn ook binnen Nederland heel veel verschillende meningen over Europees beleid. Daarom is het bepalen van het Nederlands belang een heel proces. Andere landen doen dat ook en denken na hoe dat beter kan. In een recent rapport van de Directie Internationaal Onderzoek van Buitenlandse Zaken staan veel voorbeelden. Zo komen de Deense Europarlementariërs samen in het parlement in Kopenhagen. Dat doet denken aan het gesneuvelde initiatief van Wim van de Camp voor een Oranjeberaad. De Duitse Europarlementariërs krijgen alle stukken van de Bondsdag.

Tot slot

Europese wetten maken is mensenwerk. Als Kamerlid heb je weinig prikkels om je bezig te houden met Europa. Je kan wel van alles bedenken, maar invoering kost tijd en het journaal haal je er niet mee. Afstemming met het Europees Parlement loont, maar hoe dossiers daar lopen lees je weinig in nationale media. Want ook journalistieke Europese controle is een uitdaging, ziet Follow the Money die nieuws in meerdere lidstaten vergelijkt. Europa is voer voor onderzoeksjournalistiek, want een journalist volgt of Brussel of een hoofdstad, als correspondent. Of Den Haag als politiek verslaggever. En die twee vakmensen stemmen weinig af. Weinigen zullen opmerken hoe het kan dat coalitiepartij VVD als enige tegenstemde toen in Straatsburg het mandaat van rapporteur Agnes Jongerius voor een Europees minimumloon aan de orde was. Wat wil ‘het kabinet’ dan? Gepuzzel voor beleidsmakers, maar de coalitie in Den Haag zal het niet splijten.

Afsluitend met een droombeeld: als die 27 nationale parlementen onderling zouden delen wat ze horen qua positie in de Raad van Ministers, zoals diplomaten dat doen op ambassades. Dan heb je perfecte controle op het Finse, Portugese perspectief en de haalbaarheid van het Nederlandse standpunt. Tot die tijd is een Haags telefoontje naar het Europees Parlement de beste weg.

 

Mendeltje van Keulen is Lector Changing Role of Europe De Haagse Hogeschool en gastonderzoeker bij de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Terug naar boven