r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

EU krijgt gelijk van WTO in geschil over VS-heffingen op Spaanse olijven

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op vrijdag 19 november 2021.

Een panel van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) oordeelt in een vandaag bekendgemaakt verslag dat de compenserende rechten die door de VS in 2018 - onder de vorige regering - waren ingesteld op uit Spanje ingevoerde rijpe olijven, volgens de WTO-regels niet zijn toegestaan. De EU verwacht nu van de VS dat er stappen zullen worden ondernomen om de aanbevelingen van het panel na te leven.

Uitvoerend vicevoorzitter en commissaris voor Handel Valdis Dombrovskis zei het volgende: “De inspanningen van de Commissie om daadkrachtig op te komen voor de belangen en de rechten van EU-producenten, in dit geval de telers van rijpe olijven uit Spanje, zijn succesvol gebleken. De WTO is het met ons eens dat de antisubsidierechten ongerechtvaardigd zijn en de WTO-regels schenden. Deze rechten kwamen als een zware klap voor de Spaanse olijventelers, die hun uitvoer naar de VS als gevolg daarvan drastisch zagen dalen. Wij verwachten nu dat de VS de nodige stappen ondernemen om aan de WTO-uitspraak gevolg te geven, zodat rijpe olijven uit Spanje weer onder normale voorwaarden naar de VS kunnen worden uitgevoerd.”

Op 1 augustus 2018 had het Ministerie van Handel van de VS de invoer van rijpe olijven uit Spanje onderworpen aan compenserende en antidumpingrechten van 30 % tot 44 %, afhankelijk van de betrokken onderneming. De EU heeft deze rechten bij de WTO aangevochten met het argument dat zij in strijd waren met een aantal bepalingen van de GATT 1994, de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen (de SCM-Overeenkomst) en de Antidumpingovereenkomst.

Sinds de instelling van de maatregelen door de VS is de uitvoer van rijpe olijven uit Spanje naar de VS met bijna 60 % teruggelopen. Vóór de instelling van de rechten was de uitvoer van olijven uit Spanje naar de VS jaarlijks goed voor 67 miljoen euro*.

Achtergrond

Het Ministerie van Handel van de VS had in 2018 - nog onder de vorige regering - compenserende rechten op uit Spanje ingevoerde rijpe olijven ingesteld, op basis van de aanname dat de telers van ruwe olijven in Spanje sectorspecifieke subsidies hadden ontvangen en dat het voordeel van deze subsidies volledig was doorgegeven aan de Spaanse verwerkers van rijpe olijven die naar de VS exporteren. De EU had deze bewering in het kader van de procedure voor het panel weerlegd, aangezien na de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid geen productiesteun meer wordt verleend, dus ook niet specifiek voor bepaalde productsectoren (bv. olijven). Verder was het Amerikaanse Ministerie van Handel er volgens de EU ten onrechte van uitgegaan dat het voordeel van de subsidies volledig aan de verwerkers van rijpe olijven was doorgegeven.

Wat het voornaamste punt van de uitspraak betreft, was het panel het met de EU eens dat het Amerikaanse Ministerie van Handel niet op de juiste wijze had vastgesteld of de subsidies specifiek op de olijventelers gericht waren; het panel was tevens van oordeel dat de VS voor één Spaanse onderneming het subsidiepercentage onjuist hadden berekend.

Daarnaast is van belang dat het panel heeft geoordeeld dat Section 771B van de US Tariff Act van 1930, op grond waarvan het vermoeden geldt dat het volledige voordeel van een subsidie voor een onverwerkt agrarisch inputproduct overgaat op het downstream verwerkte landbouwproduct (overgang van voordeel), op zichzelf in strijd is met een aantal bepalingen van de GATT 1994 en de SCM-Overeenkomst. Het panel heeft ook vastgesteld dat het Amerikaanse Ministerie van Handel in strijd met deze bepalingen handelde toen het ten onrechte aannam dat alle aan de telers van ruwe olijven verstrekte subsidies aan de verwerkers van rijpe olijven waren doorgegeven.

Van bijzonder belang is de vaststelling dat Section 771B van de US Tariff Act van 1930 in strijd is met een aantal bepalingen van de GATT 1994 en de SCM-Overeenkomst, aangezien dit betekent dat de VS verplicht zijn hun wetgevingskader in overeenstemming te brengen met de aanbevelingen van het verslag.

Meer informatie

Website van DG Handel over het geschil

*Bijgewerkt op 19.11.2021


Terug naar boven