r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Cessie van vorderingen: Raad keurt onderhandelings­mandaat goed

Met dank overgenomen van Raad van de Europese Unie (Raad), gepubliceerd op maandag 7 juni 2021.

De Raad heeft zijn algemene oriëntatie (standpunt) bepaald over het voorstel voor een verordening over het recht dat van toepassing is op de derden­werking van de cessie van vorderingen. De ontwerp­verordening moet bedrijven en burgers meer rechtszekerheid bieden bij de grens­overschrijdende overdracht van vorderingen. Ook moet die de toegang tot financiering vergemakkelijken en grens­overschrijdende investeringen in de EU bevorderen.

De cessie van een vordering houdt in dat een schuldeiser het recht om een schuld in te vorderen, tegen betaling overdraagt aan een andere persoon. Dit mechanisme wordt onder meer door bedrijven gebruikt om liquiditeit en toegang tot krediet te verkrijgen. Momenteel is er onvoldoende rechts­zekerheid over de vraag welk nationaal recht van toepassing is bij het bepalen van de eigenaar van een vordering nadat deze in een grens­overschrijdende zaak is gecedeerd, omdat de materiële regels van de lidstaten betreffende de derden­werking van cessies van vorderingen verschillen.

De voorgestelde verordening bevat uniforme collisieregels op EU-niveau, die de juridische risico's en mogelijke systemische gevolgen van grens­overschrijdende transacties van vorderingen wegnemen. De nieuwe regels bevorderen grens­overschrijdende investeringen, de toegang tot goedkoper krediet en verdere marktintegratie. Dit zal bijdragen tot meer rechts­zekerheid in de hele EU.

Toepasselijk recht

Volgens het Commissievoorstel zou het recht van het land waar de schuldeisers ("cedenten") hun gewone verblijfplaats hebben, van toepassing zijn, ongeacht de lidstaat waarvan de rechtbanken of autoriteiten de zaak onderzoeken. Dat zou tot een grotere voorspelbaarheid leiden voor derden. Toch concludeerde de Raad dat voor de cessie van bepaalde vorderingen, zoals vorderingen in contanten en vorderingen op financiële markten, het op de gecedeerde vordering toepasselijke recht geschikter zou zijn. In de tekst wordt de rechtskeuze tussen beide behouden voor securitisaties.

Overeenkomstig andere EU-collisieregels is de werkingssfeer van de ontwerp­verordening universeel, d.w.z. dat het bij de verordening als toepasselijk aangewezen recht het recht van een EU-lidstaat of het recht van een derde land kan zijn.

Werkingssfeer van de verordening

De ontwerp­verordening heeft betrekking op de derden­werking van de cessie van vorderingen, die immateriële activa zijn. Dit betekent dat de volgende zaken uitgesloten zijn: de overdracht van financiële instrumenten, met inbegrip van effecten en derivaten; de overdracht van cryptoactiva; en de cessie van vorderingen wanneer die vorderingen niet immaterieel zijn, maar in een certificaat zijn opgenomen of in girale vorm worden aangehouden.

Om de ontwerp­verordening toekomst­bestendig te maken vanuit technologisch oogpunt en ze af te stemmen op de toekomstige verordening betreffende markten in cryptoactiva, omvat het mandaat van de Raad ook de vorderingen die voortvloeien uit alle cryptoactiva, met uitzondering van vorderingen die voortvloeien uit cryptoactiva die als effecten, geldmarkt­instrumenten of rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging zijn aangemerkt.

Achtergrond

Dit voorstel is in maart 2018 door de Commissie gepresenteerd in het kader van de kapitaal­markten­unie, die in 2015 werd aangekondigd. Het vervangt de regels van de Rome I-verordening die betrekking hebben op het recht dat van toepassing is op de contractuele aspecten van de cessie van vorderingen.

Naar de bladzijde "Vergaderingen"


1.

Relevante EU dossiers

Terug naar boven