r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

De geopolitieke nederlagenstrategie van de EU tegenover Rusland

maandag 8 februari 2021, 13:03, column van dhr Thijs Heezen
Kremlin
Bron: WikiMedia/Meghas

Josep Borrell had, op zijn zachtst gezegd, niet zijn beste weekend. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid had zaterdag een gesprek met zijn Russische ambtsgenoot Sergej Lavrov. Insteek van de EU was het openhouden van de diplomatieke kanalen tussen de Unie en het Kremlin. In datzelfde weekend gooide Rusland echter drie Europese diplomaten het land uit omdat ze in januari zouden hebben meegedaan aan een manifestatie om de vastgezette nationale oppositieleider Alexej Navalny te steunen. Van die beschuldiging ontbreekt overigens enkel bewijs. Met als beschamend gevolg dat Borrell op zondag moest concluderen dat de Russen de constructieve dialoog met de EU afwijzen. Tot zover het openhouden van de diplomatieke kanalen.

Is de EU naïef in haar Ruslandstrategie?

Men kan niet anders dan zich na deze dramatische vertoning afvragen of de EU op het vlak van de relatie met Rusland daadwerkelijk zo naïef is als zij zich voordoet. Borrell verklaarde zondag onder meer dat het erop leek dat “Rusland zich in toenemende mate verder losmaakt van Europa en democratische waarden als een reële bedreiging beschouwt." Wat een verassing. Een land waar dezelfde autocratische leider al meer dan twintig jaar aan de macht is, waar een nationale oppositieleider wordt vergiftigd en gevangen gezet en waar de verkiezingen niets meer zijn dan een toneelstukje, is geen fan van democratische waarden? Geen verrassend inzicht van de Hoge Vertegenwoordiger.

Het moge daarom duidelijk zijn dat er politieke spelletjes worden gespeeld. Een belangrijke rol is hier weggelegd voor EU-steunpilaren Duitsland en Frankrijk. Het was de gezamenlijke wens van deze twee landen om de dialoog met Rusland gaande te houden, daarmee stevig druk op de Unie en Borrell zettend om hierin mee te gaan. De EU hield uiteindelijk de mogelijke sancties tegen Rusland voor de arrestatie van Navalny op zak. De Frans-Duitse as, en daarbij nog het Verenigd Koninkrijk, overlegden precies afgelopen week tijdens het bezoek van Borrell aan Moskou echter met de VS om de trans-Atlantische banden weer verder aan te halen.1 Dit is een actie die in het Kremlin zeker tot opgetrokken wenkbrauwen zal hebben geleid en de motivatie om diplomatiek te zijn niet bepaald zal hebben versterkt. Het werd eens te meer duidelijk dat het zwaartepunt van Europees buitenlands beleid niet in Brussel ligt, maar in Parijs en Berlijn.

Rusland, nooit bekend staand om haar grote incasseringsvermogen, liet ondertussen van zich horen door minister van Buitenlandse Zaken Lavrov op vrijdag de EU ‘een onbetrouwbare partner’ te laten noemen terwijl Borrell erbij stond te kijken.2 In dezelfde week was Navalny al tot ruim drie jaar celstraf veroordeeld voor het schenden van zijn proeftijd, tijdens een rechtszaak waarin de oppositieleider pontificaal in een glazen kooi ten toon werd gesteld aan de wereld.3

De uitgangsposities

In al dit provoceren en elkaar een hak zetten over en weer is het belangrijk om terug te gaan naar de basis: wat wil iedere partij nou precies?

Rusland wil bovenal geen buitenlandse bemoeienis wat betreft de zaak Navalny. Poetin ziet dit als een binnenlandse aangelegenheid, als een bedreiging van zijn, in zijn ogen, legitieme alleenheerschappij en hij wil deze bedreiging van zijn macht kunnen elimineren zonder gezeur over mensenrechten, democratie en mogelijke sancties. Daarbij komt sinds het aantreden van Biden dat de EU weer met de VS loopt te flirten met een nieuwe Atlantische strategie. Bovendien is het nog niet zo lang geleden dat de EU de Wit-Russische oppositie steunde in de strijd tegen illegitiem leider Loekasjenko. Deze combinatie zorgt ervoor dat de aanleiding daar is voor Rusland om weer eens stevig de hakken in het zand te zetten.

Duitsland en Frankrijk hebben ondertussen stevige (economische) belangen bij een goede, of in ieder geval stabiele, relatie met Rusland en zitten midden in de strijd tegen het coronavirus niet te wachten op een dramatische verslechtering daarvan. Daarbij speelt ook het Russische vaccin Spoetnik V een rol, dat effectief lijkt te zijn en waar de EU mogelijkerwijs nog gebruik van wil maken. Tegelijkertijd kunnen de landen ook niet toestaan dat het Kremlin bepaalde grenzen overschrijdt en willen ze ook graag de banden met de VS weer aanhalen.

De EU zit hier eigenlijk tussenin. Aan de ene kant heeft ze in grote mate te luisteren naar Frankrijk en Duitsland, aan de andere kant wil ze ook voor haar democratische normen en waarden staan. Aan de ene kant wil ze vriendschap met de VS, aan de andere kant wil ze ook geen boze Russische buur. Aan de ene kant wil de Europese Commissie laten zien op eigen benen te kunnen staan door een geopolitiek beleid te voeren, aan de andere kant is de Commissie daarin afhankelijk van steun van Merkel en Macron. Dat zijn de dilemma’s waar de EU mee worstelt, resulterend in een Borrell die zonder ‘concreet plan op tafel’4 naar Moskou afreisde en daar in feite voor joker stond.

De weg vooruit blijft een krachtige Europese opstelling

In een eerdere column op deze site pleitte ik al voor een sterke Europese eenheid tegenover Rusland. Ik zie geen reden om die opinie te wijzigen. Het bewijs werd afgelopen weekend opnieuw geleverd: Poetin sloeg de zachte hand die de EU bood zonder pardon weg, iets wat hij altijd al deed en altijd zal blijven doen. Je kunt je als Europese Unie niet zo laten piepelen, bij gebrek aan een beter woord. Het staat slecht tegenover de VS, een krachtige bondgenoot die onze normen en waarden deelt, en het staat slecht tegenover de rest van de wereld, die de Unie weer als een lachertje kan beschouwen. Deze geopolitieke nederlagenstrategie kan niet voortgezet worden.

 

Thijs Heezen is bestuurskundige met als specialisatie het internationale en Europese beleid. Hij is als stagiair-redacteur verbonden aan de redactie van PDC en het Montesquieu Instituut.

 

Terug naar boven