r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Inbreukenpakket voor december: voornaamste beslissingen

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op donderdag 3 december 2020.

Overzicht per beleidsterrein

Het periodieke pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse sectoren en beleidsterreinen van de EU en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De voornaamste beslissingen van de Commissie worden hieronder weergegeven, gegroepeerd per beleidsterrein. Verder sluit de Commissie 138 zaken waarin de problemen met de betrokken lidstaten zijn opgelost, zodat de Commissie de procedure niet hoeft voort te zetten.

Zie de vragen en antwoorden (Q&A) voor nadere informatie over de EU-inbreukprocedure. Zie het register van inbreukbeslissingen voor meer details over alle beslissingen.

  • 1. 
    Milieu en visserij

(meer informatie: Vivian Loonela - tel. +32 229-66712, Daniela Stoycheva - tel. +32 229-53664)

Aanmaningsbrieven

Milieueffectbeoordeling: Commissie dringt bij BELGIË aan op verbetering van nationale regels inzake milieueffecten van openbare en particuliere projecten

De Commissie dringt bij België aan op omzetting van de richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (Richtlijn 2011/92/EU) in nationaal recht. In de Europese Green Deal wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat Europa op schema blijft om zijn milieudoelstellingen te verwezenlijken. België heeft de richtlijn niet correct in nationaal recht omgezet, noch op federaal niveau (waar het gaat om projecten in zeegebieden of projecten waarbij ioniserende straling vrijkomt) noch in zijn drie gewesten (waar het gaat om bouwprojecten die onder de bevoegdheid van de gewesten vallen). Daarom kan het gebeuren dat projecten in België waarvoor een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd, worden goedgekeurd zonder dat volledig aan de richtlijn wordt voldaan. Voorbeelden hiervan zijn onder meer onregelmatigheden op federaal niveau en in Brussel, Vlaanderen en Wallonië met betrekking tot informatiestromen: zo is het gebruik van elektronische mededelingen niet voorgeschreven en worden opdrachtgevers niet verplicht om de autoriteiten alle noodzakelijke informatie te verstrekken of worden de autoriteiten niet verplicht deze informatie met het publiek te delen. Er zijn ook tekortkomingen met betrekking tot het vaststellen van uiterste termijnen voor het leveren van input, met inbegrip van grensoverschrijdend overleg. Derhalve stuurt de Commissie België vandaag een aanmaningsbrief; het land heeft nu twee maanden de tijd om daarop te antwoorden. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Natuur: Commissie verzoekt MALTA om stopzetting van praktijken die gevolgen voor beschermde wilde vogels hebben

De Commissie verzoekt Malta om de correcte toepassing van de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG), die een algemene regeling voor de bescherming van in het wild levende vogels voorschrijft en afwijkingen slechts onder strikte voorwaarden toestaat. De Europese Green Deal en de Europese biodiversiteitsstrategie benadrukken dat het van cruciaal belang is dat de EU het biodiversiteitsverlies een halt toeroept door de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. Malta heeft sinds 2011 elk jaar afwijkingen voor de voorjaarsjacht op kwartels en sinds 2012 elk jaar afwijkingen voor het levend vangen van zanglijsters en goudpleviers tijdens de herfst toegestaan. Met deze afwijkingen wordt stelselmatig aan de wettelijke voorschriften voorbijgegaan, met name gezien het gebrekkige toezicht op de in de afwijkingen neergelegde voorwaarden, met alle gevolgen van dien voor andere soorten dan de doelsoorten. Door zich te baseren op ontoereikende of onnauwkeurige informatie over de populaties van in het wild levende vogels en de beschikbare alternatieven, voldeed Malta evenmin aan de basisvoorwaarden voor het toestaan van dergelijke afwijkingen. Niet in de laatste plaats duidt het illegaal afschieten van grote aantallen in het wild levende vogels op Malta op een ernstige en systemische tekortkoming bij de invoering van een algemene beschermingsregeling, zoals artikel 5 van de vogelrichtlijn die voorschrijft. Los daarvan heeft Malta, na een aantal jaren de vinkenvangst voor recreatieve doeleinden te hebben toegestaan, onlangs ook de vinkenvangst voor onderzoeksdoeleinden toegestaan, wat het Hof van Justitie van de EU in strijd acht met de vogelrichtlijn. De Commissie is met name van mening dat met de nieuwe, in oktober 2020 vastgestelde afwijkingsregeling waarbij de vinkenvangst voor onderzoeksdoeleinden wordt toegestaan, de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU wordt omzeild, doordat die vangst in vergelijkbare omstandigheden als vóór deze uitspraak wordt toegestaan, zij het in het kader van een andere regeling. De Commissie heeft daarom besloten Malta twee aanmaningsbrieven te sturen. Malta heeft nu twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen; doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Aanmaningsbrieven (artikel 260 VWEU)

Luchtkwaliteit: Commissie verzoekt FRANKRIJK om uitvoering arrest Hof van Justitie inzake luchtkwaliteit in grote steden

De Commissie verzoekt Frankrijk uitvoering te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 oktober 2019 in zaak C‑636/18. In dit arrest heeft het Hof geoordeeld dat Frankrijk niet aan de grenswaarden voor stikstofdioxideconcentraties (NO2) in twaalf luchtkwaliteitszones en ‑agglomeraties heeft voldaan en evenmin de periode van overschrijding zo kort mogelijk heeft gehouden, zoals Richtlijn 2008/50/EG voorschrijft. Deze zones en agglomeraties zijn: Marseille, Toulon, Parijs, Clermont-Ferrand, Montpellier, Toulouse, Reims, Grenoble, Straatsburg, Lyon, Nice en de voormalige Vallée de l'Arve Rhône-Alpes (thans twee afzonderlijke zones: de Vallée de l'Arve en de Vallée du Rhône). De Commissie erkent dat de Franse autoriteiten zich enige inspanningen getroosten om de luchtkwaliteit te verbeteren. Behalve wat de zone Clermont-Ferrand betreft, volstaan deze inspanningen echter niet om de overschrijdingen zo kort mogelijk te houden. Daarom verzoekt de Commissie Frankrijk vandaag in een aanmaningsbrief alle maatregelen vast te stellen en uit te voeren die noodzakelijk zijn om de situatie te verhelpen, zodat de periode van overschrijding zo kort mogelijk is. Frankrijk heeft nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren; doet het dat niet, dan kan de Commissie de zaak opnieuw voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU en voorstellen financiële sancties op te leggen. In de Europese Green Deal wordt als doel gesteld alle vervuiling in de EU in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen.

Natuur: Commissie verzoekt GRIEKENLAND om uitvoering arrest Hof inzake natuurbescherming

De Commissie verzoekt Griekenland uitvoering te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van de EU inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, zoals vereist uit hoofde van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG). Die richtlijn bevat verschillende verplichtingen voor de lidstaten: zo moeten zij maatregelen nemen om de verslechtering van habitats en storende factoren voor de soorten te voorkomen, nagaan of een project significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied voordat hiervoor een vergunning wordt afgegeven, en een systeem van strikte bescherming van een aantal soorten, waaronder de zeeschildpad Caretta caretta, instellen. Daarnaast benadrukt zowel de Europese Green Deal als de Europese biodiversiteitsstrategie dat het van cruciaal belang is dat de EU het biodiversiteitsverlies een halt toeroept door de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. In zijn arrest van 10 november 2016 heeft het Hof geoordeeld dat Griekenland niet de vereiste maatregelen heeft genomen om storende factoren voor de beschermde soorten en de verslechtering van de beschermde habitats in de regio Kyparissia te voorkomen. Volgens het Hof had Griekenland in strijd met de habitatrichtlijn de uitvoering van verschillende projecten of werkzaamheden in de regio geduld. Griekenland had ook vergunningen afgegeven voor de bouw van huizen en woningen in Agiannaki en Vounaki zonder eerst te hebben vastgesteld dat de desbetreffende werkzaamheden geen significante gevolgen zouden hebben voor het Natura 2000-gebied, en had geen volledig wettelijk en bestuursrechtelijk kader ter bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta in het Kyparissia-gebied ingesteld. Vier jaar nadat het arrest is gewezen, voldoet Griekenland nog steeds niet volledig aan de uitspraak van het Hof om te zorgen voor een gedegen bescherming van het milieu in de regio Kyparissia, met name van de zeldzame zandduinhabitat die er te vinden is en van de zeeschildpad Caretta caretta. Daarom stuurt de Commissie Griekenland een laatste waarschuwing. Neemt het land niet de maatregelen die nodig zijn om aan alle onderdelen van het arrest van het Hof te voldoen, dan kan de Commissie de zaak opnieuw voorleggen aan het Hof van Justitie en verzoeken dat financiële sancties worden opgelegd.

Aanvullende aanmaningsbrieven

Water: Commissie verzoekt ITALIË om betere bescherming van wateren tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen

De nitraatrichtlijn (Richtlijn 91/676/EEG) heeft tot doel de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen door verontreiniging van water door nitraten uit agrarische bronnen te beperken en te voorkomen. Krachtens de richtlijn moeten de lidstaten hun wateren controleren en vaststellen welke wateren worden beïnvloed of zouden kunnen worden beïnvloed door verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. Zij moeten ook nitraatgevoelige gebieden aanwijzen - de stukken land die in deze wateren afwateren en tot de verontreiniging bijdragen - en in die gebieden passende actieprogramma's met verplichte maatregelen voor landbouwers opstellen. In de Europese Green Deal wordt de ambitie geuit alle vervuiling in de EU in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. De Commissie heeft Italië in november 2018 een eerste aanmaningsbrief gestuurd, met het verzoek aan de autoriteiten te zorgen voor een stabiel meetnetwerk voor nitraten, in verschillende regio's nitraatgevoelige gebieden te evalueren en nog meer gebieden aan te wijzen, en aanvullende of verscherpte maatregelen te nemen om in verschillende regio's de doelstellingen van de richtlijn te verwezenlijken. Vervolgens heeft een intensieve dialoog met de Italiaanse autoriteiten plaatsgevonden. Dit heeft tot enige vooruitgang geleid, maar er zijn aanvullende maatregelen nodig om de resterende problemen aan te pakken. Ook zijn er in de tussentijd enkele nieuwe problemen aan het licht gekomen, zoals de verkorting van een ononderbroken gesloten periode (waarin het gebruik van meststoffen verboden is) en het achterwege blijven van de herziening van sommige regionale actieprogramma's. Daarom stuurt de Commissie Italië vandaag een aanvullende aanmaningsbrief, waarin het land twee maanden de tijd krijgt om de vastgestelde tekortkomingen aan te pakken. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Met redenen omklede adviezen

Luchtkwaliteit: Commissie vraagt OOSTENRIJK betere methode te gebruiken voor beoordeling luchtkwaliteit

De Commissie heeft besloten Oostenrijk een met redenen omkleed advies te sturen in verband met tekortkomingen bij de omzetting van de EU-regels betreffende de referentiemethoden, de validatie van gegevens en de locatie van de bemonsteringspunten voor de beoordeling van de luchtkwaliteit (Richtlijn (EU) 2015/1480). In de Europese Green Deal, met de daarin geformuleerde ambitie om alle vervuiling in de EU tot nul terug te brengen, wordt de nadruk gelegd op het terugdringen van de luchtverontreiniging, die een van de ernstigste bedreigingen voor de menselijke gezondheid vormt. Volledige toepassing van de in de EU-wetgeving vastgelegde luchtkwaliteitsnormen is cruciaal om de menselijke gezondheid en het natuurlijk milieu doeltreffend te beschermen. Correcte referentiemethoden, een correcte validatie van de gegevens en een correcte locatie van de bemonsteringspunten zijn van essentieel belang voor het vaststellen van betrouwbare gegevens. Zonder betrouwbare gegevens is een beoordeling van de luchtkwaliteit niet mogelijk. De Oostenrijkse wettelijke voorschriften voorzien met name niet in een correcte bijwerking van de documenten inzake metingen. Bovendien is een deel van de in Oostenrijkse wetgeving omgezette voorschriften niet van toepassing op ozon. Oostenrijk heeft nu twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen; doet het land dat niet, dan kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Milieueffectbeoordeling: Commissie verzoekt GRIEKENLAND om betere nationale regels inzake milieueffect van investeringen

De Commissie verzoekt Griekenland om omzetting van de richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (Richtlijn 2011/92/EU) in nationaal recht. In de Europese Green Deal wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat Europa op schema blijft om zijn milieudoelstellingen te verwezenlijken. Griekenland heeft enkele onderdelen van de richtlijn niet correct omgezet, wat betekent dat een aantal projecten in Griekenland waarvoor een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd, kan worden goedgekeurd zonder dat volledig aan de richtlijn wordt voldaan. Zo ontbreekt bijvoorbeeld een concrete wettelijke verplichting voor de Griekse autoriteiten om de bevolking te informeren over een besluit van een andere lidstaat waarvan Griekenland de gevolgen ondervindt. Daarnaast valt een aantal projecten buiten het Griekse wettelijke stelsel, bijvoorbeeld installaties voor de opwerking van bestraalde reactorbrandstof of voor de definitieve verwijdering van radioactief afval, of binnenwaterwegen en -havens voor schepen van meer dan 1 350 ton. Derhalve stuurt de Commissie Griekenland vandaag een met redenen omkleed advies; het land heeft nu twee maanden de tijd om daarop te reageren. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Natuur: Commissie verzoekt BULGARIJE om betere uitvoering EU-natuurwetgeving

De Commissie stuurt Bulgarije een laatste waarschuwing in verband met systemische tekortkomingen bij de uitvoering van de natuurwetgeving van de EU. De vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) en de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) brengen het EU-brede netwerk van beschermde gebieden Natura 2000 tot stand. Zowel in de Europese Green Deal als in de Europese biodiversiteitsstrategie wordt aangegeven dat het van cruciaal belang is dat de EU biodiversiteitsverlies een halt toeroept door de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. In Natura 2000-gebieden kunnen economische activiteiten plaatsvinden, op voorwaarde dat dit geen negatief effect heeft op de natuurlijke kenmerken van de gebieden. In Bulgarije zijn bij de beoordeling van de effecten van nieuwe plannen en projecten de gecumuleerde effecten van bestaande en goedgekeurde plannen en projecten op Natura 2000-gebieden stelselmatig genegeerd. Daarom zijn veel ontwikkelingen goedgekeurd die een ernstige bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen vormen. De Commissie heeft een inbreukprocedure ingeleid en Bulgarije in juli 2018 een aanvullende aanmaningsbrief gestuurd. Uit nieuwe klachten en een controle van de vergunningen die in de periode 2019-2020 in Natura 2000-gebieden zijn verleend, is echter gebleken dat dit structurele probleem aanhoudt en dat er nog steeds plannen en projecten worden goedgekeurd op basis van ontoereikende beoordelingen of zelfs zonder dat passende beoordelingen hebben plaatsgevonden. Bulgarije heeft nu twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen; doet het land dat niet, dan kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Natuur: Commissie verzoekt SPANJE te zorgen voor afdoende bescherming van tortelduif

De Europese Commissie verzoekt Spanje om betere bescherming van de tortelduif (Streptopelia turtur), zoals die vereist is op grond van de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG). Zowel in de Europese Green Deal als in de Europese biodiversiteitsstrategie wordt aangegeven dat het van cruciaal belang is dat de EU biodiversiteitsverlies een halt toeroept door de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. Spanje herbergt meer dan de helft van de broedpopulatie van de tortelduif in de EU. Bijgevolg is het Spaanse grondgebied van cruciaal belang voor de instandhouding van deze soort. In de periode 1996-2016 is de populatie van de tortelduif in Spanje met 40 % teruggelopen. De tortelduif wordt nu bedreigd, met name als gevolg van de druk van landbouw- en jachtactiviteiten, die tot het biodiversiteitsverlies bijdragen. De soort wordt op zowel de wereldwijde als de Europese rode lijst van vogels als “kwetsbaar” aangemerkt. De richtlijn verplicht de lidstaten ervoor te zorgen dat er voldoende leefgebieden voor de tortelduif zijn, dat er passende juridische waarborgen voor de bescherming van deze leefgebieden bestaan en dat deze leefgebieden overeenkomstig de ecologische behoeften van de soort worden beheerd, en dat er alleen op duurzame wijze op gejaagd wordt. Aangezien Spanje niet de maatregelen had genomen die nodig waren om de bescherming van de leefgebieden en de duurzame jacht op deze soort te waarborgen, heeft de Commissie in 2019 een aanmaningsbrief gestuurd. Daar de Spaanse autoriteiten geen bevredigend antwoord hebben gegeven, stuurt de Commissie Spanje vandaag een met redenen omkleed advies. Als Spanje zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Natuur: Commissie verzoekt FRANKRIJK te zorgen voor afdoende bescherming van tortelduif

De Commissie roept Frankrijk op de tortelduif (Streptopelia turtur) beter te beschermen, zoals vereist op grond van de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG). Op grond van de richtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat er voldoende leefgebieden voor de tortelduif zijn, dat er passende juridische waarborgen voor de bescherming van deze leefgebieden bestaan en dat deze leefgebieden overeenkomstig de ecologische behoeften van de soort worden beheerd, en dat er alleen op duurzame wijze op gejaagd wordt. Zowel in de Europese Green Deal als in de Europese biodiversiteitsstrategie wordt aangegeven dat het van cruciaal belang is dat de EU biodiversiteitsverlies een halt toeroept door de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. Aangezien 10 % van de broedpopulatie van de tortelduif in de EU in Frankrijk leeft, is het Franse grondgebied van groot belang voor de instandhouding van deze soort. Uit het feit dat de tortelduivenpopulatie in Frankrijk tussen 1996 en 2016 met 44 % is gedaald, blijkt hoe de druk van de landbouw en met name de jacht kan bijdragen tot biodiversiteitsverlies. De soort wordt op zowel de wereldwijde als de Europese rode lijst van vogels als “kwetsbaar” aangemerkt. Aangezien Frankrijk niet de nodige maatregelen had genomen om de bescherming van de leefgebieden en de duurzame jacht op deze soort te waarborgen, heeft de Commissie in 2019 een aanmaningsbrief gestuurd. De Franse autoriteiten hebben geen bevredigend antwoord gegeven en de Commissie heeft derhalve besloten Frankrijk een met redenen omkleed advies te sturen. Frankrijk heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden, anders kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Lawaai: Commissie verzoekt CYPRUS maatregelen inzake omgevingslawaai op te voeren

De Commissie verzoekt Cyprus een aantal actieplannen en strategische geluidsbelastingkaarten aan te nemen en vervolgens opnieuw te bezien, zoals vereist uit hoofde van Richtlijn 2002/49/EG inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai. Door weg-, spoorweg- en luchtverkeer veroorzaakt lawaai is in de Europese Unie, na luchtverontreiniging, de op een na belangrijkste milieugerelateerde oorzaak van vroegtijdige sterfte. Lawaai veroorzaakt jaarlijks naar schatting 48 000 nieuwe gevallen van coronaire hartziekten in Europa. In de Europese Green Deal is de ambitie vastgesteld om vervuiling in de EU tot nul terug te brengen, met inbegrip van geluidsvervuiling, wat zowel de volksgezondheid als het milieu ten goede komt en bijdraagt aan het streven naar klimaatneutraliteit. In de richtlijn omgevingslawaai is een gemeenschappelijke aanpak vastgesteld om de schadelijke gevolgen van blootstelling aan omgevingslawaai te vermijden, te voorkomen of te verminderen. De lidstaten moeten geluidsbelastingkaarten en actieplannen vaststellen en regelmatig herzien. Voor bepaalde gebieden moeten overeenkomstig de richtlijn strategische geluidsbelastingkaarten verplicht worden gesteld die de gegevens bevatten welke nodig zijn om een beeld te krijgen van de binnen dat gebied waargenomen geluidsniveaus. De bevoegde autoriteiten moeten, in overleg met het publiek, actieplannen opstellen met het oog op prioriteiten in deze gebieden. Tot op heden hebben de Cypriotische autoriteiten voor verschillende grote wegen de vereiste geluidsbelastingkaarten en -actieplannen nog niet vastgesteld. De Commissie stuurt Cyprus derhalve een met redenen omkleed advies. Als Cyprus zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Verwijzingen naar Hof van Justitie van Europese Unie

Natuurbescherming: Commissie besluit POLEN voor Hof van Justitie te dagen wegens verzuim boshabitats en -soorten te beschermen

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Polen voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat het land niet heeft gezorgd voor passende waarborgen ter bescherming van boshabitats en planten- en diersoorten, zoals vereist uit hoofde van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) en de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG). Deze richtlijnen voorzien in de totstandbrenging van Natura 2000, een netwerk van beschermde gebieden in de hele EU, gericht op de instandhouding van habitats en soorten die voor de EU van belang zijn. Zij schrijven voor dat bosbeheerplannen - die strekken tot regulering van activiteiten zoals kappen - aan een beoordeling van de gevolgen ervan voor Natura 2000 worden onderworpen voordat een vergunning kan worden verleend. Zowel in de Europese Green Deal als in de Europese biodiversiteitsstrategie wordt aangegeven dat het van cruciaal belang is dat de EU biodiversiteitsverlies een halt toeroept door de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. In het geval van Polen worden er wel degelijk beoordelingen van bosbeheerplannen uitgevoerd, maar de Poolse wetgeving biedt geen toegang tot de rechter met betrekking tot die plannen. Aangezien zij aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, wordt het publiek dus geen doeltreffende rechtsbescherming geboden. Voorts heeft Polen in 2016 bosbeheer vrijgesteld van de naleving van de verplichtingen inzake strikte bescherming van soorten uit hoofde van de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn. Een dergelijke vrijstelling brengt de vereiste beschermingsregeling in gevaar. De Commissie heeft in juli 2018 een aanmaningsbrief gestuurd en vervolgens in juli 2019 een met redenen omkleed advies. In reactie daarop stemde Polen ermee in te overwegen zijn wet inzake de uitzonderingen voor bosbeheer te wijzigen. Tot op heden is er echter geen vooruitgang geboekt. De Commissie heeft derhalve besloten de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU. Zie voor meer informatie het persbericht.

Luchtkwaliteit: Commissie daagt GRIEKENLAND voor Hof van Justitie wegens slechte luchtkwaliteit

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Griekenland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens slechte luchtkwaliteit als gevolg van hoge concentraties fijnstof (PM10). Wanneer de in de EU-wetgeving inzake luchtkwaliteit (Richtlijn 2008/50/EG) vastgestelde grenswaarden worden overschreden, moeten de lidstaten plannen met betrekking tot de luchtkwaliteit vaststellen en ervoor zorgen dat passende maatregelen worden genomen om de duur van de overschrijding zo kort mogelijk te houden. Griekenland heeft zich niet gehouden aan de dagelijkse grenswaarden voor PM10-concentraties, die sinds 2005 juridisch bindend zijn. Griekenland heeft niet voldaan aan zijn verplichting om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en heeft geen passende maatregelen genomen om de PM10-concentraties in de agglomeratie Thessaloniki te verminderen. De door Griekenland verstrekte gegevens bevestigen de systematische overschrijdingen in de agglomeratie Thessaloniki in de veertien jaar sinds 2005 (alle jaren met uitzondering van 2013). In 2019, het laatste jaar waarvoor momenteel gegevens beschikbaar zijn, werden op 67 dagen overschrijdingen van de grenswaarde vastgesteld. De Commissie is van mening dat de inspanningen van de Griekse autoriteiten tot op heden onbevredigend en ontoereikend zijn geweest. In de Europese Green Deal, die tot doel heeft de EU te sturen in de richting van de ambitie om verontreiniging tot nul terug te dringen, wordt de nadruk gelegd op het terugdringen van luchtverontreiniging, een van de belangrijkste factoren die van invloed zijn op de menselijke gezondheid. Volledige toepassing van de in de EU-wetgeving vastgelegde luchtkwaliteitsnormen is cruciaal om de menselijke gezondheid en het natuurlijk milieu doeltreffend te beschermen. Zie voor meer informatie het persbericht.

Luchtkwaliteit: Commissie daagt BULGARIJE voor Hof van Justitie wegens niet-nakoming van eerder arrest

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Bulgarije voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat het land niet volledig heeft voldaan aan het arrest van het Hof van 5 april 2017, waarin werd vastgesteld dat Bulgarije zijn verplichtingen uit hoofde van de EU-luchtkwaliteitswetgeving (Richtlijn 2008/50/EG) niet is nagekomen. Bulgarije heeft met name systematisch en voortdurend niet voldaan aan de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) en geen passende maatregelen genomen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. Aangezien het hier een verwijzing naar het Hof als gevolg van de niet-nakoming van een eerder arrest van het Hof betreft, kunnen sancties worden opgelegd voor de tijd die sinds het eerste arrest is verstreken, totdat de lidstaat aan de verplichting voldoet. Om aan het arrest te voldoen, wordt van Bulgarije verwacht dat het een reeks wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen zal aannemen en uitvoeren. De door Bulgarije verstrekte gegevens over de jaren 2015 tot en met 2019 bevestigen dat de door de Rekenkamer vastgestelde stelselmatige en voortdurende inbreuk blijft voortduren. Meer dan drie jaar na het arrest is Bulgarije er nog niet in geslaagd ervoor te zorgen dat al zijn luchtkwaliteitszones en -agglomeraties aan de in de richtlijn vastgestelde grenswaarden voldoen. De overschrijdingen van zowel de jaarlijkse als de dagelijkse grenswaarden voor PM10 in Bulgarije behoren tot de meest ernstige in de EU, met alle daaruit voortvloeiende risico's voor de gezondheid van de bevolking. In de Europese Green Deal, die tot doel heeft de EU te sturen in de richting van de ambitie om verontreiniging tot nul terug te dringen, wordt de nadruk gelegd op het terugdringen van luchtverontreiniging, een van de belangrijkste factoren die van invloed zijn op de menselijke gezondheid. Volledige toepassing van de in de EU-wetgeving vastgelegde luchtkwaliteitsnormen is cruciaal om de menselijke gezondheid en het natuurlijk milieu doeltreffend te beschermen. Zie voor meer informatie het persbericht.

  • 2. 
    Interne markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en kleinbedrijf

(meer informatie: Sonya Gospodinova - tel. +32 229-66953; Federica Miccoli - tel. +32 229-58300)

Aanmaningsbrieven

Overheidsopdrachten: Commissie dringt er bij HONGARIJE op aan bepaalde tekortkomingen in de Hongaarse asielwet te verhelpen

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een aanmaningsbrief te sturen met betrekking tot de non-conformiteit van een bepaling in de Hongaarse asielwet met de EU-regels inzake overheidsopdrachten (Richtlijn 2014/24/EU). De Hongaarse wet (artikel 80/E(c)) voorziet, samen met het uitvoeringsbesluit van de regering, in een ruime vrijstelling van de regels inzake overheidsopdrachten. De Commissie is van mening dat een dergelijke vrijstelling niet voldoet aan de voorwaarden van “bescherming van essentiële veiligheidsbelangen” of “dwingende spoed”, die een uitzondering op de toepassing van de EU-regels inzake overheidsopdrachten zouden kunnen rechtvaardigen. Daarom neemt de Commissie maatregelen tegen Hongarije om ervoor te zorgen dat deze non-conformiteit wordt verholpen. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie besluiten het land een met redenen omkleed advies te sturen.

Diensten: Commissie verzoekt ITALIË om waarborging transparantie en gelijke behandeling met betrekking tot strandconcessies

De Commissie heeft vandaag besloten Italië een aanmaningsbrief te sturen met betrekking tot de regels inzake vergunningen voor het gebruik van openbare maritieme domeinen voor toerisme- en recreatiediensten in kustgebieden (“strandconcessies”). De lidstaten zijn verplicht ervoor te zorgen dat vergunningen die in aantal beperkt zijn als gevolg van schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen (bv. stranden), worden verleend voor een beperkte duur en via een open, openbare selectieprocedure op basis van niet-discriminerende, transparante en objectieve criteria. Het doel is alle dienstverleners die belangstelling hebben - zowel bestaande als toekomstige - de kans te bieden om mee te dingen voor de toegang tot dergelijke beperkte schaarse hulpbronnen, innovatie en eerlijke concurrentie te bevorderen en consumenten en bedrijven voordelen te bieden, en tegelijkertijd de burgers te beschermen tegen het risico van monopolisering van dergelijke hulpbronnen. In een arrest van 14 juli 2016 naar aanleiding van een verzoek om een prejudiciële beslissing van de regionale bestuursrechter van Lombardije (gevoegde zaken C-458/14 en C-67/15) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) vastgesteld dat de destijds in Italië geldende wetgeving en praktijk om bestaande vergunningen voor strandconcessies automatisch te verlengen, onverenigbaar waren met het EU-recht. Italië heeft het arrest van het Hof niet uitgevoerd. Bovendien heeft Italië sindsdien de bestaande vergunningen tot eind 2033 verlengd en het de lokale autoriteiten verboden open openbare selectieprocedures te starten of voort te zetten voor de toewijzing van concessies die anders zouden zijn verlopen, hetgeen in strijd is met het EU-recht. De Commissie is van mening dat de Italiaanse wetgeving niet alleen onverenigbaar is met het EU-recht, maar ook wezenlijk in tegenspraak is met het bovengenoemde arrest van het HvJ-EU, leidt tot rechtsonzekerheid voor strandtoerismediensten, investeringen ontmoedigt in een sector die van cruciaal belang is voor de Italiaanse economie en reeds hard is getroffen door de coronapandemie, en tevens leidt tot een mogelijk aanzienlijk inkomensverlies voor de lokale Italiaanse overheden. Italië heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te antwoorden, daarna kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Met redenen omklede adviezen

Erkenning beroepskwalificaties: Commissie verzoekt LETLAND aan EU-voorschriften te voldoen

De Commissie heeft vandaag besloten Letland een met redenen omkleed advies te sturen in verband met de niet-naleving van de EU-regels inzake de erkenning van beroepskwalificaties (Richtlijn 2005/36/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU). Letland heeft een aantal gevallen van niet-naleving niet volledig verholpen ondanks de aanmaningsbrief en de aanvullende aanmaningsbrief die respectievelijk in juli 2018 en maart 2019 zijn gestuurd. Met name met betrekking tot de regels inzake gedeeltelijke toegang tot beroepsactiviteiten, de invoering van de Europese beroepskaart en de naleving van de transparantie- en rapportageverplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2005/36/EG zijn er nog steeds problemen met niet-naleving. Letland heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie het land voor het Hof van Justitie dagen.

  • 3. 
    Migratie, Binnenlandse Zaken en Veiligheidsunie

(meer informatie: Adalbert Jahnz - tel. +32 229-53156; Laura Bérard - tel. +32 229-55721; Ciara Bottomley - tel. +32 229-69971)

Aanvullende aanmaningsbrieven

Legale migratie: Commissie dringt bij ZWEDEN aan op correcte uitvoering EU-regels voor studenten en onderzoekers

De Commissie heeft vandaag besloten Zweden een aanvullende aanmaningsbrief te sturen wegens onjuiste toepassing van de EU-regels inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (Richtlijn (EU) 2016/801). De Commissie is van mening dat Zweden onderdanen van derde landen die onder deze richtlijn vallen en zijn eigen onderdanen niet volledig gelijk behandelt als het gaat om de sociale zekerheid. Deze aanvullende aanmaningsbrief breidt de strekking van de op 25 juli 2019 ingeleide oorspronkelijke inbreukprocedure uit en bestrijkt kwesties zoals het niet in acht nemen van de termijnen voor de behandeling van vergunningsaanvragen en beperkingen op de gelijke behandeling van bepaalde categorieën onderdanen van derde landen die onder verschillende andere richtlijnen op het gebied van legale migratie vallen. Zweden heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Veiligheidsunie: Commissie verzoekt SLOVENIË om naleving EU-regels inzake persoonsgegevens van passagiers

De Commissie heeft vandaag besloten Slovenië een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land geen kennis heeft gegeven van de vaststelling van nationale wetgeving waarmee de EU-voorschriften inzake het gebruik van persoonsgegevens van passagiers voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit (Richtlijn (EU) 2016/681) volledig worden omgezet. De Commissie had Slovenië op 19 juli 2018 een aanmaningsbrief gestuurd. De lidstaten moesten deze richtlijn uiterlijk op 25 mei 2018 in nationale wetgeving hebben omgezet. De richtlijn regelt de overdracht van persoonsgegevens van passagiers (d.w.z. informatie die bij het boeken van een vlucht en het inchecken door de passagiers aan de luchtvaartmaatschappijen wordt verstrekt) door de luchtvaartmaatschappijen aan EU-landen, en de wijze waarop de EU-landen die gegevens uitsluitend voor rechtshandhavingsdoeleinden en met volledige inachtneming van de waarborgen voor gegevensbescherming verwerken. De verwerking van persoonsgegevens van passagiers is een belangrijk instrument in de strijd tegen terrorisme en ernstige criminaliteit, aangezien hiermee de opsporing van verdachte reispatronen en de herkenning van potentiële criminelen en terroristen wordt ondersteund, ook wanneer zij nog niet bij de rechtshandhavingsinstanties bekend zijn. Zoals werd benadrukt in de EU-strategie voor de veiligheidsunie voor 2020-2025, heeft de Commissie de afgelopen jaren alles in het werk gesteld om de lidstaten te helpen bij de ontwikkeling van hun nationale systemen voor persoonsgegevens van passagiers door deskundigheid en financiering ter beschikking te stellen en de uitwisseling van beste praktijken te vergemakkelijken. Om de voordelen van het kader voor de registratie van persoonsgegevens van passagiers volledig te kunnen verwezenlijken, is het echter cruciaal dat alle EU-lidstaten hun systemen operationeel hebben. Slovenië heeft nu twee maanden de tijd om op het met redenen omkleed advies te reageren.

  • 4. 
    Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie

(meer informatie: Daniel Ferrie - tel.: +32 229-86500, Aikaterini Apostola - tel. +32 229-87624)

Aanmaningsbrieven

Financiële verslaglegging door ondernemingen: Commissie vraagt Estland om correcte omzetting jaarrekeningrichtlijn

De Commissie heeft vandaag besloten Estland een aanmaningsbrief te sturen omdat het land Richtlijn 2013/34/EU (de jaarrekeningrichtlijn) onjuist heeft omgezet. De jaarrekeningrichtlijn waarborgt de duidelijkheid en vergelijkbaarheid van financiële overzichten door algemene regels vast te stellen voor de opstelling en openbaarmaking van de financiële overzichten van vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. De richtlijn schrijft ook voor dat jaarrekeningen en geconsolideerde financiële overzichten moeten worden gecontroleerd, en verduidelijkt de context waarin dergelijke onafhankelijke controles worden uitgedrukt. Deze EU-wetgeving heeft daarnaast tot doel de administratieve lasten te beperken en voorziet in eenvoudige en robuuste boekhoudregels, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), evenals in bepaalde uitzonderingen. Estland heeft de omzetting van de richtlijn op tijd voltooid om de regels ervan voor het eerst door ondernemingen te laten toepassen voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016. Toch heeft de Commissie een aantal gevallen van onjuiste omzetting van de richtlijn in de Estse wetgeving vastgesteld met betrekking tot de volgende voorschriften van de richtlijn: het vereiste dat de wettelijke auditors van een onderneming aangeven: i) of het bestuursverslag strookt met de financiële overzichten voor hetzelfde boekjaar, en ii) of het bestuursverslag volgens de geldende wettelijke vereisten is opgesteld; en het vereiste dat de wettelijke auditors zich moeten uitspreken over bepaalde informatie die in de verklaring inzake corporate governance moet worden vermeld. De Commissie verzoekt Estland die voorschriften van de jaarrekeningrichtlijn correct om te zetten. Als Estland binnen twee maanden geen bevredigend antwoord verstrekt, kan de Commissie de zaak voortzetten met een met redenen omkleed advies.

  • 5. 
    Mobiliteit en Vervoer

(meer informatie: Stefan de Keersmaecker - tel. +32 229-84680, Stephan Meder - tel. +32 229-13917)

Aanmaningsbrieven

Wegvervoer: Commissie verzoekt HONGARIJE en ITALIË om Europese aanbieders van elektronische tolheffingsdiensten toegang te geven tot hun markten

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije en Italië aanmaningsbrieven te sturen wegens niet-nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2004/52/EG en Besluit 2009/750/EG met betrekking tot de aanvaarding van aanbieders van de Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS) in respectievelijk de Italiaanse en de Hongaarse tolgebieden. De Europese regels hebben betrekking op de toegang tot de markt van aanbieders van elektronische tolheffing en spelen een sleutelrol bij de totstandbrenging van een gemeenschappelijke markt voor EETS-diensten in Europa, evenals bij het bereiken van interoperabiliteit voor de gebruikers. Zij vereisen dat de onderhandelingen tussen de tolheffende instanties en de dienstverleners snel worden afgerond, zodat een eerlijke en niet-discriminerende toegang tot de tolmarkt voor de EETS-aanbieders gewaarborgd is. Beide lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie een met redenen omkleed advies sturen.

Eén Europese spoorwegruimte: Commissie verzoekt GRIEKENLAND, LUXEMBURG en OOSTENRIJK om volledige omzetting EU-recht

De Commissie heeft vandaag besloten Griekenland, Luxemburg en Oostenrijk een aanmaningsbrief te sturen wegens niet-naleving van EU-regels tot instelling van één Europese spoorwegruimte (Richtlijn 2012/34/EU). De wetgeving voorziet in regelgeving op verschillende gebieden, zoals het recht van exploitanten om passagiers te laten in- en uitstappen, beginselen voor het instellen, vaststellen en innen van gebruiksrechten en infrastructuurkosten, uitzonderingen op deze beginselen, de ondertekening van een beheersovereenkomst tussen de bevoegde autoriteit en de infrastructuurbeheerder, en samenwerking tussen toezichthoudende instanties. Alle bepalingen hadden uiterlijk op 16 juni 2015 in nationaal recht moeten zijn omgezet, wat niet het geval was in Griekenland, Luxemburg of Oostenrijk. Aan Luxemburg en Oostenrijk zijn aanvullende aanmaningsbrieven gestuurd wegens de niet-mededeling van bepaalde maatregelen die in dezelfde richtlijn voorzien zijn. De drie lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Luchtvaartbeveiliging: Commissie dringt bij SLOVENIË aan op goedkeuring geactualiseerd nationaal programma voor beveiliging burgerluchtvaart (NASP)

De Commissie heeft vandaag besloten Slovenië een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land het geactualiseerde nationale programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart (NASP) niet heeft goedgekeurd. Overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 300/2008, waarin gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart worden vastgesteld, moet elke lidstaat een nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart opstellen, toepassen en in stand houden. In maart 2018 is gebleken dat de Sloveense bevoegde autoriteit haar nationale programma voor de beveiliging van de luchtvaart sinds 2016 niet had geactualiseerd. In september 2020 meldden de Sloveense autoriteiten dat hun burgerluchtvaartautoriteit nu een geactualiseerde versie van het programma heeft opgesteld. Dat programma moet echter nog formeel worden goedgekeurd. Slovenië heeft nu twee maanden de tijd om op het met redenen omkleed advies te reageren, anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Wegvervoer: Commissie vraagt LETLAND uitvoering te geven aan regels inzake informatiediensten voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen

De Commissie heeft Letland een met redenen omkleed advies gestuurd omdat het land geen informatie over veilige en beveiligde parkeerplaatsen verstrekt. Meer in het bijzonder heeft Letland nagelaten om via nationale toegangspunten digitale informatie beschikbaar te stellen over parkeerplaatsen (bijvoorbeeld de locatie van parkeerterreinen en de beschikbare faciliteiten en voorzieningen) en over parkeerplaatsen waarvoor dynamische informatie wordt verstrekt (bv. aantal beschikbare parkeerplaatsen of prioritaire zones). Dit is vereist bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 885/2013 van de Commissie, die is vastgesteld in het kader van de richtlijn intelligente vervoerssystemen (ITS). Vrachtwagenchauffeurs in Europa hebben vaak te maken met ontoereikende parkeerruimten en informatie over parkeerruimten, en parkeren hun vrachtwagen daarom vaak in niet-beveiligde zones of op onveilige locaties. Letland heeft nu twee maanden de tijd om de nodige maatregelen te nemen, anders kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Wegvervoer: Commissie verzoekt LETLAND om correcte toepassing regels inzake verkeersveiligheidsinformatie

De Commissie heeft vandaag besloten Letland een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land de regels inzake verkeersveiligheidsinformatie niet toepast. Dit is vereist bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 886/2013, die is vastgesteld in het kader van de richtlijn intelligente vervoerssystemen (ITS). De toegang tot verkeersveiligheidsgegevens is essentieel voor het verbeteren van de veiligheid op de Europese wegen en het verstrekken van informatiediensten aan weggebruikers. Deze wetgeving verplicht de lidstaten ertoe dergelijke gegevens via nationale toegangspunten beschikbaar te stellen voor uitwisseling en hergebruik. Dit draagt ertoe bij dat informatiediensten in de hele EU compatibel zijn en het hele grondgebied bestrijken. Letland heeft nu twee maanden de tijd om deze regels correct toe te passen, anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Intelligent vervoer: Commissie verzoekt LETLAND om correcte toepassing EU-regels inzake realtimeverkeersinformatiediensten

De Commissie heeft vandaag besloten Letland een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land de EU-regels inzake de verstrekking van realtimeverkeersinformatiediensten voor de hele EU niet toepast. Dit is vereist bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/962, die is vastgesteld in het kader van de richtlijn intelligente vervoerssystemen (ITS). Deze verordening beoogt een verbetering van de toegankelijkheid, de uitwisseling, het hergebruik en de actualisering van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de levering van kwalitatief hoogstaande en continue realtimeverkeersinformatiediensten in de hele Unie via nationale toegangspunten. Realtimeverkeersinformatiediensten helpen de door het vervoer veroorzaakte congestie, luchtvervuiling en geluidshinder terug te dringen. Deze gegevens zijn ook essentieel voor het opstellen van actuele en accurate digitale kaarten, die van cruciaal belang zijn voor toepassingen op het gebied van slimme mobiliteit. Letland heeft nu twee maanden de tijd om de regels toe te passen, anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Intelligent vervoer: Commissie dringt bij vier lidstaten aan op correcte toepassing EU-regels voor aanbieden van EU-brede multimodale reisinformatiediensten

De Commissie heeft vandaag besloten Bulgarije, Kroatië, Letland en Slovenië een met redenen omkleed advies te sturen omdat zij de EU-regels inzake de verlening van EU-brede multimodale reisinformatiediensten niet toepassen. Dit is vereist bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1926, die is vastgesteld in het kader van de richtlijn intelligente vervoerssystemen (ITS). Het ontbreekt reizigers in Europa vaak aan voldoende reisinformatie van deur tot deur. Daarom moeten de lidstaten nationale toegangspunten instellen om gegevens ter ondersteuning van multimodale reisinformatiediensten toegankelijk te maken. Uiteindelijk zal dit reizigers helpen een overzicht te krijgen van al hun reismogelijkheden, waarbij de meest duurzame extra worden benadrukt. Deze informatie zal er ook voor zorgen dat passagiers beter voorbereid zijn als er verstoringen optreden, en dat reizigers met een handicap of beperkte mobiliteit ondersteuning krijgen. De betrokken landen hebben nu twee maanden de tijd om op het met redenen omklede advies te reageren. Laten zij dat na, dan kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Wegvervoer: Commissie verzoekt BELGIË te voldoen aan EU-voorschriften inzake vervanging van verloren of gestolen rijbewijzen

De Commissie heeft vandaag besloten België een met redenen omkleed advies te sturen wegens niet-nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs. Deze richtlijn stelt de voorwaarden vast voor de vervanging van Europese rijbewijzen in geval van verlies of diefstal, met name wanneer de lidstaat van verblijf niet de lidstaat is die het rijbewijs heeft afgegeven. Wanneer de houder van een Europees rijbewijs dit moet vervangen omdat het verloren of gestolen is, is het volgens de richtlijn aan de autoriteit van de lidstaat van verblijf om het vervangende rijbewijs te verstrekken aan de hand van de gegevens die zij bezit of, in voorkomend geval, op grond van een verklaring van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het oorspronkelijke rijbewijs heeft afgegeven. De houder van het rijbewijs hoeft in geen geval zelf om die informatie te verzoeken bij de lidstaat die het oorspronkelijke rijbewijs heeft afgegeven. Volgens de Belgische wetgeving kan bij diefstal of verlies aan betrokken personen die in België wonen worden gevraagd een certificaat over te leggen van de autoriteit die het oorspronkelijke rijbewijs heeft afgegeven. Volgens de Commissie is dit in strijd met de richtlijn. België heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden, anders kan de Commissie besluiten de lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Veiligheidseisen voor tunnels: Commissie dringt bij BELGIË, BULGARIJE, ITALIË, KROATIË en SPANJE aan op volledige uitvoering richtlijn inzake veiligheidsmaatregelen in grote wegtunnels

De Commissie heeft vandaag besloten België, Bulgarije, Italië, Kroatië en Spanje een met redenen omkleed advies te sturen omdat zij niet aan alle vereisten van Richtlijn 2004/54/EG voldoen. Deze richtlijn bevat minimumveiligheidsmaatregelen met betrekking tot de infrastructuur en de exploitatie van tunnels. Zij is van toepassing op alle tunnels in het trans-Europese wegennet met een lengte van meer dan 500 meter. De betrokken lidstaten hebben voor bepaalde tunnels binnen deze werkingssfeer niet de volledige reeks noodzakelijke maatregelen genomen om de hoogste veiligheidsnormen te garanderen. De met redenen omklede adviezen van vandaag volgen op de aanmaningsbrieven die de Commissie in oktober 2019 heeft verzonden, maar waarop de antwoorden onvoldoende werden geacht om naleving te waarborgen. De betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om deze situatie te verhelpen; doen zij dat niet, dan kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

  • 6. 
    Justitie

(meer informatie: Christian Wigand - tel. +32 229-62253; Katarzyna Kolanko - tel. +32 229-63444; Jordis Ferroli - tel. +32 229-92729)

Aanmaningsbrieven

Europees aanhoudingsbevel: Commissie leidt inbreukprocedure in tegen ESTLAND, ITALIË, LITOUWEN, OOSTENRIJK, POLEN en TSJECHIË wegens onvolledige en onjuiste omzetting van EU-regels

De Commissie heeft vandaag besloten aanmaningsbrieven te sturen naar Estland, Italië, Litouwen, Oostenrijk, Polen en Tsjechië wegens de onvolledige en/of onjuiste omzetting van het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel (2002/584/JBZ). Met het Europees aanhoudingsbevel worden de grensoverschrijdende gerechtelijke procedures voor overlevering gestroomlijnd: een door een rechter of magistraat van een lidstaat uitgevaardigd bevel tot aanhouding en vrijheidsbeneming van een verdachte van een ernstig misdrijf is op het gehele grondgebied van de EU geldig. Het aanhoudingsbevel bestaat sinds 1 januari 2004 en is in de plaats gekomen van de eerdere langdurige uitleveringsprocedures tussen de EU-lidstaten. Met het oog op het correct functioneren van het Europees aanhoudingsbevel is het van essentieel belang dat alle lidstaten alle bepalingen van het kaderbesluit volledig en correct in nationaal recht omzetten. Estland, Italië, Litouwen, Oostenrijk, Polen en Tsjechië hebben dat niet gedaan; zo behandelen die landen hun burgers gunstiger in vergelijking met EU-burgers uit andere lidstaten of voeren zij voor de weigering van aanhoudingsbevelen aanvullende gronden aan waarin het kaderbesluit niet voorziet. Daarom heeft de Commissie vandaag besloten deze lidstaten een aanmaningsbrief te sturen. De lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de nodige maatregelen te nemen om de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen te verhelpen; doen zij dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen. De Commissie heeft Ierland op 30 oktober 2020 een aanmaningsbrief gestuurd, en zij blijft met betrekking tot andere lidstaten nagaan of het kaderbesluit volledig en juist is omgezet. Zie hier voor meer informatie over het Europees aanhoudingsbevel.

Aanvullende aanmaningsbrieven

Rechtsstaat: Commissie volgt inbreukprocedure op ter bescherming van de rechterlijke onafhankelijkheid van Poolse rechters

De Commissie heeft vandaag besloten Polen een aanvullende aanmaningsbrief te sturen betreffende het voortgezette functioneren van de tuchtkamer van het Hooggerechtshof. De brief voegt een nieuwe klacht toe aan de inbreukprocedure die op 29 april 2020 tegen Polen is ingeleid met betrekking tot de wetswijzigingen die van invloed zijn op de rechterlijke macht. Deze klacht komt niet in de plaats van de klachten die reeds waren opgenomen in het met redenen omkleed advies dat de Commissie op 30 oktober 2020 heeft gestuurd. In haar aanvullende aanmaningsbrief stelt de Commissie dat Polen het EU-recht schendt door de tuchtkamer van het Hooggerechtshof - waarvan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid niet zijn gewaarborgd - toe te staan een besluit te nemen over verdere aangelegenheden die rechtstreeks van invloed zijn op rechters. Deze aangelegenheden omvatten zaken betreffende de opheffing van de immuniteit met het oog op het strafrechtelijk aansprakelijk stellen of eventueel vasthouden van rechters, alsmede zaken betreffende arbeidsrecht en sociale zekerheid voor rechters van het Hooggerechtshof en zaken betreffende de pensionering van een rechter van het Hooggerechtshof. Door de tuchtkamer bevoegdheden toe te kennen die rechtstreeks van invloed zijn op de status van rechters en de uitoefening van hun gerechtelijke activiteiten, brengt de Poolse wetgeving de mogelijkheid van de respectieve rechterlijke instanties om een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen, zoals vereist bij artikel 19, lid 1, tweede alinea, VEU, gelezen in samenhang met artikel 47 van het Handvest, in gevaar. Het loutere vooruitzicht van rechters om te worden vervolgd voor een orgaan waarvan de onafhankelijkheid niet is gewaarborgd, kan afbreuk doen aan hun eigen onafhankelijkheid. De Poolse regering heeft vanaf vandaag een maand de tijd om op de aanvullende aanmaningsbrief te reageren.

Met redenen omklede adviezen

Fraudebestrijding: Commissie dringt bij IERLAND en ROEMENIË aan op mededeling van maatregelen tot omzetting van EU-regels ter bestrijding van fraude ten laste van begroting van Unie

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland en Roemenië een met redenen omkleed advies te sturen wegens niet-mededeling van de omzetting in nationaal recht van de EU-regels inzake de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (Richtlijn (EU) 2017/1371, “de PIF-richtlijn”). De lidstaten hadden tot juli 2019 de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zij ter uitvoering van de richtlijn hebben genomen. Met deze regels wordt de EU-begroting beter beschermd, doordat de definities, sancties en verjaringstermijnen van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, worden geharmoniseerd. De richtlijn legt ook de grondslag voor de materiële bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie (EOM), dat deze strafbare feiten zal onderzoeken en vervolgen en de ter zake opgelegde sancties ten uitvoer zal leggen. De Commissie heeft de inbreukprocedure ingeleid door Ierland en Roemenië in september 2019 een aanmaningsbrief te sturen. Na de met redenen omklede adviezen van vandaag hebben de betrokken lidstaten twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Verwijzingen naar Hof van Justitie van Europese Unie

Strafrecht: Commissie daagt IERLAND voor Hof van Justitie van EU wegens niet-omzetting van EU-regels inzake rechten van verdachten en gevonniste personen

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat het land de EU-regels inzake de rechten van verdachten en gevonniste personen niet in Iers recht heeft omgezet. Ierland heeft twee kaderbesluiten inzake wederzijdse erkenning niet omgezet: het kaderbesluit “overbrenging van gevonniste personen” (2008/909/JBZ) en het kaderbesluit “Europees surveillancebevel”(2009/829/JBZ). Ierland heeft de Commissie weliswaar in kennis gesteld van wetsontwerpen die tot doel hebben de kaderbesluiten om te zetten, maar een wetsontwerp kan niet als omzettingsmaatregel worden beschouwd. Ierland moet nog altijd maatregelen tot omzetting van de kaderbesluiten in nationaal recht vaststellen en aan de Commissie meedelen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

  • 7. 
    Energie en klimaat

(meer informatie: Tim McPhie - tel.: +32 229-58602; Ana Crespo Parrondo - tel.: +32 229-81325)

Aanmaningsbrieven

Energieprestatie van gebouwen: Commissie verzoekt DERTIEN lidstaten en VERENIGD KONINKRIJK nationale langetermijnrenovatiestrategieën in te dienen

De Commissie heeft vandaag besloten België, Bulgarije, Griekenland, Hongarije, Italië, Kroatië, Litouwen, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk aanmaningsbrieven te sturen omdat zij hun nationale langetermijnrenovatiestrategieën niet hebben ingediend. In het kader van de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen (Richtlijn 2010/31/EU) waren de lidstaten verplicht uiterlijk op 10 maart 2020 hun nationale langetermijnrenovatiestrategieën bij de Commissie in te dienen. Deze langetermijnrenovatiestrategieën vormen een essentieel onderdeel van de richtlijn, waarbij het traject, de beleidsmaatregelen en de financiële middelen worden vastgesteld die nodig zijn om het bestaande gebouwenbestand tegen 2050 koolstofvrij te maken. Dit is belangrijk omdat de bouwsector in de EU de grootste energieconsument in Europa is en verantwoordelijk is voor 36 % van de broeikasgasemissies uit energie in de EU. Tot op heden hebben slechts 14 lidstaten hun strategie ingediend, zoals vereist door de richtlijn. België heeft alleen de gewestelijke strategieën voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Vlaamse Gewest ingediend, maar niet voor het Waalse Gewest. Dit land heeft de Commissie dus nog niet in kennis gesteld van zijn nationale strategie. De betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om aan hun wettelijke verplichtingen te voldoen; doen zij dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Continuïteit van de aardolievoorziening: Commissie verzoekt BULGARIJE, ROEMENIË en TSJECHIË te voldoen aan EU-voorschriften inzake noodvoorraden ruwe aardolie en aardolieproducten

De Commissie heeft vandaag besloten Bulgarije, Roemenië en Tsjechië aanmaningsbrieven te sturen met het verzoek maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de EU-wetgeving inzake olievoorraden volledig wordt toegepast. De aardolievoorradenrichtlijn (Richtlijn 2009/119/EG van de Raad) verplicht de lidstaten om een minimumvoorraad ruwe aardolie en/of aardolieproducten aan te houden die ten minste gelijk is aan de grootste van de twee volgende hoeveelheden: 90 maal het daggemiddelde van de netto-invoer of 61 maal het daggemiddelde van het binnenlands verbruik. De richtlijn moest door de lidstaten uiterlijk op 31 december 2012 zijn omgezet. Gezien de rol van aardolie in de energiemix van de EU, de sterke mate waarin de EU voor haar voorziening met ruwe aardolie en aardolieproducten afhankelijk is van derde landen en de geopolitieke onzekerheid in veel productiegebieden, is het van vitaal belang de toegang van consumenten tot aardolieproducten te verzekeren. De Commissie merkte op dat deze drie lidstaten herhaaldelijk, sommige al sinds januari 2013, niet hebben voldaan aan hun verplichting om minimumvoorraden ruwe aardolie aan te houden. De Commissie concludeerde derhalve dat het lage niveau van de geconstateerde voorraden niet te wijten is aan uitzonderlijke omstandigheden, maar veeleer een structurele niet-naleving van de richtlijn betreft. De betrokken lidstaten hebben twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren; doen zij dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Radioactief afval: Commissie verzoekt PORTUGAL nationaal programma voor beheer van radioactief afval vast te stellen dat in overeenstemming is met EU-voorschriften, en verzoekt VERENIGD KONINKRIJK EU-voorschriften correct om te zetten in Gibraltar

De Commissie heeft vandaag besloten Portugal een aanmaningsbrief te sturen wegens het niet vaststellen van een nationaal programma voor het beheer van radioactief afval dat voldoet aan de vereisten van de richtlijn inzake verbruikte splijtstof en radioactief afval (Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad) en het Verenigd Koninkrijk een met redenen omkleed advies te sturen wegens het niet correct omzetten van bepaalde voorschriften van dezelfde richtlijn. Radioactief afval ontstaat bij de productie van elektriciteit in kerncentrales of bij niet aan elektriciteitsproductie gerelateerd gebruik van radioactieve stoffen voor medische, industriële, agrarische en onderzoeksdoeleinden. Dit betekent dat alle lidstaten radioactief afval produceren. De richtlijn stelt een communautair kader vast voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval om een hoog niveau van veiligheid te waarborgen en te voorkomen dat toekomstige generaties onnodige lasten worden opgelegd. De richtlijn vereist met name dat de lidstaten nationale programma's opstellen en uitvoeren voor het beheer van alle verbruikte splijtstof en radioactief afval die op hun grondgebied worden geproduceerd, van productie tot berging. Het doel is werknemers en de bevolking te beschermen tegen de gevaren van ioniserende straling. De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk op 23 augustus 2013 hebben omgezet en hun nationale programma's uiterlijk op 23 augustus 2015 voor het eerst aan de Commissie melden. De lidstaten in kwestie hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie te antwoorden. Anders kan de Commissie, indien een bevredigend antwoord uitblijft, besluiten Portugal een met redenen omkleed advies te sturen en het Verenigd Koninkrijk voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Basisveiligheidsnormen: Commissie verzoekt KROATIË, LITOUWEN EN NEDERLAND EU-wetgeving inzake stralingsbescherming om te zetten

De Commissie heeft besloten Kroatië, Litouwen en Nederland een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek de herziene richtlijn basisveiligheidsnormen (Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad) volledig in hun nationale wetgeving om te zetten. De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk op 6 februari 2018 hebben omgezet, maar de Commissie is van mening dat de bovengenoemde landen dit niet volledig hebben gedaan. De richtlijn, waarmee de EU-wetgeving inzake stralingsbescherming wordt gemoderniseerd en geconsolideerd, stelt basisveiligheidsnormen vast om de bevolking, werknemers en patiënten te beschermen tegen de gevaren die samenhangen met de blootstelling aan ioniserende straling. De richtlijn bevat ook bepalingen voor de voorbereiding en reactie op noodsituaties, die naar aanleiding van het nucleaire ongeval in Fukushima werden aangescherpt. De betrokken lidstaten hebben twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren; doen zij dat niet, dan kan de Commissie besluiten hun een met redenen omkleed advies te sturen.

  • 8. 
    Belastingen en Douane-unie

(meer informatie: Daniel Ferrie - tel.: +32 229-86500; Nerea Artamendi Erro - tel.: +32 229-90964)

Aanmaningsbrieven

Belastingen: Commissie verzoekt GRIEKENLAND zijn successiebelastingregels voor bankdeposito's en aandelen in onderlinge fondsen die gezamenlijk door echtgenoten worden aangehouden, te wijzigen

De Commissie heeft vandaag besloten Griekenland een aanmaningsbrief te sturen waarin zij er bij Griekenland op aandringt de nationale wetgeving inzake successiebelasting voor bankdeposito's en aandelen in onderlinge fondsen die gezamenlijk door echtgenoten worden aangehouden, te wijzigen. Griekenland verleent momenteel een vrijstelling van successierechten voor deze nalatenschappen. Het land beperkt deze vrijstelling echter alleen tot die gezamenlijk aangehouden bankrekeningen en aandelen in onderlinge fondsen die door Griekse financiële instellingen worden aangeboden. De Commissie is van oordeel dat deze regels in strijd zijn met het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63, lid 1, VWEU en artikel 40 van de EER-Overeenkomst). Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren. Doet het land dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Verwijzingen naar Hof van Justitie van Europese Unie

Belastingen: Commissie besluit VERENIGD KONINKRIJK voor Hof van Justitie van EU te dagen omdat het EU-regels inzake gemarkeerde brandstof niet naleeft

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk voor het Hof van Justitie van de EU te dagen en het Hof te verzoeken de betaling te gelasten van financiële sancties wegens niet-naleving door het land van de EU-regels inzake gemarkeerde brandstof. In zijn arrest van 17 oktober 2018 (Commissie/Verenigd Koninkrijk, C-503/17) heeft het Hof geoordeeld dat het Verenigd Koninkrijk, door het gebruik van gemarkeerde brandstof voor de voortbeweging van particuliere pleziervaartuigen toe te staan, zelfs indien deze brandstof geen vrijstelling of verlaging van het accijnstarief geniet, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens de EU-regels inzake het merken van gasolie en kerosine voor fiscale doeleinden (Richtlijn 95/60/EG van de Raad). Tot op heden heeft het Verenigd Koninkrijk zijn regels nog steeds niet gewijzigd om in overeenstemming te zijn met het EU-recht zoals vastgelegd in het arrest. Op 15 mei 2020 heeft de Commissie het Verenigd Koninkrijk een aanmaningsbrief gestuurd op grond van artikel 260, lid 2, VWEU. Het Verenigd Koninkrijk heeft echter geen passende maatregelen genomen om het arrest van het Hof uit te voeren. Daarom verzoekt de Commissie in het kader van het vandaag genomen besluit ook het Hof van Justitie van de EU om financiële sancties op te leggen. Het persbericht is online beschikbaar.

  • 9. 
    Economische en financiële zaken

(meer informatie: Marta Wieczorek - tel.: +32 229-58197; Enda McNamara - tel.: +32 229-64976)

Aanmaningsbrieven

Namaak van euro's: Commissie verzoekt FRANKRIJK regels inzake bescherming van munten tegen valsemunterij correct toe te passen

De Commissie heeft vandaag besloten Frankrijk een aanmaningsbrief te sturen wegens de onjuiste toepassing van de EU-voorschriften betreffende de bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij. Deze regels, die zijn vastgelegd in Richtlijn 2014/62/EU, zijn van essentieel belang voor de versterking van het EU-kader voor de bestrijding van de vervalsing van bankbiljetten en munten. Frankrijk heeft de bepaling van de richtlijn betreffende de strafbaarstelling van de in- en uitvoer van vals geld en de strafbaarstelling van het verkrijgen van vals geld niet correct omgezet. Bovendien heeft Frankrijk de bepalingen van de richtlijn betreffende de maximumstraf voor de ontvangst van vals geld, waaronder gevangenisstraf, niet correct omgezet. Frankrijk heeft ook de bepalingen van de richtlijn betreffende de jurisdictie voor de ontdekking van vals geld op het nationale grondgebied niet correct omgezet. Ten slotte leggen de nationale wettelijke bepalingen de nationale autoriteiten niet de verplichting op om onverwijld toestemming te geven voor de analyse van monsters en om valse eurobiljetten en -munten door te geven voor analyse door het nationale analysecentrum in het kader van strafrechtelijke procedures. In de richtlijn is bepaald dat monsters uiterlijk op het moment van de definitieve nationale rechterlijke beslissing moeten zijn overgelegd en dat onverwijld toestemming moet worden verleend voor het onderzoek ervan, om te helpen bij het opsporen en identificeren van verdere valse bankbiljetten en muntstukken. Frankrijk heeft nu twee maanden de tijd om op de aanmaningsbrief te antwoorden; komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Namaak van euro's: Commissie verzoekt IERLAND regels inzake bescherming van munten tegen valsemunterij correct toe te passen

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland een met redenen omkleed advies te sturen wegens het niet toepassen van de EU-voorschriften betreffende de bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij. Deze regels, die zijn vastgelegd in Richtlijn 2014/62/EU, zijn van essentieel belang voor de versterking van het EU-kader voor de bestrijding van de vervalsing van bankbiljetten en munten. De omzettingstermijn is verstreken op 23 mei 2016. Ierland heeft de nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn niet binnen de gestelde termijn meegedeeld. Het met redenen omkleed advies is een vervolg op de aanmaningsbrief die eerder aan Ierland is gezonden. Ierland heeft nu twee maanden de tijd om de nodige maatregelen te nemen om deze richtlijn om te zetten.

  • 10. 
    Banen en sociale rechten

(meer informatie: Marta Wieczorek - tel.: +32 229-58197; Flora Matthaes - tel.: +32 229-83951)

Aanmaningsbrieven

Vrij verkeer van werknemers: De Commissie verzoekt GRIEKENLAND het vereiste van Griekse nationaliteit om toegang te krijgen tot hoge posten in overheidsdienst te schrappen

De Commissie start vandaag een inbreukprocedure door Griekenland een aanmaningsbrief te sturen wegens niet-naleving van de EU-wetgeving inzake het vrije verkeer van werknemers en de afschaffing van discriminatie op grond van nationaliteit tussen werknemers in de EU. In het openbaar bestuur en in een aantal overheidsinstanties is de toegang tot hoge posten beperkt tot Griekse onderdanen. Het betreft de posten van directeur-generaal, directeur en afdelingshoofd. Op grond van artikel 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) mag er geen sprake zijn van discriminatie op grond van nationaliteit tussen werknemers uit verschillende lidstaten. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bevestigd dat de lidstaten een ambt in hun overheidsdienst uitsluitend aan hun eigen onderdanen kunnen voorbehouden in gevallen waarin de functie een directe of indirecte deelname aan de uitoefening van openbaar gezag impliceert, en taken ter bescherming van de algemene belangen van de staat of van andere overheidsinstanties. Hierover moet per geval worden beslist op basis van de aard en de verantwoordelijkheden van de functie. Een algemene uitsluiting van EU-werknemers van overheidsfuncties op basis van hun hiërarchisch niveau is in strijd met het EU-recht. Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren. doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Aanvullende aanmaningsbrieven

Arbeidsomstandigheden: Commissie verzoekt ITALIË dringend misbruik van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te voorkomen en discriminerende arbeidsvoorwaarden in overheidssector te vermijden

De Commissie heeft vandaag besloten Italië een aanvullende aanmaningsbrief te sturen aangezien werknemers in de overheidssector er nog steeds niet afdoende worden beschermd tegen misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en discriminatie, wat in strijd is met de EU-voorschriften (Richtlijn 1999/70/EG van de Raad). Tot op heden hebben verschillende categorieën werknemers in de publieke sector in Italië geen bescherming tegen het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Dit omvat leerkrachten, gezondheidswerkers, werknemers in het hoger kunst-, muziek- en dansonderwijs, personeel van bepaalde stichtingen voor muziekproductie, academisch personeel, landbouwmedewerkers en vrijwilligers van de nationale brandweer. Deze werknemers hebben ook minder gunstige arbeidsvoorwaarden dan werknemers in vaste dienst. Voorts ontbreken er in Italië voldoende waarborgen om discriminatie op het gebied van anciënniteit te voorkomen. De Commissie heeft met een aanmaningsbrief aan de Italiaanse autoriteiten in juli 2019 een inbreukprocedure ingeleid. Aangezien de door Italië verstrekte uitleg niet bevredigend was, volgt de Commissie nu op met een aanvullende aanmaningsbrief. Italië heeft twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de concrete maatregelen die zijn genomen om aan de richtlijn te voldoen; doet het dit niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Kankerbestrijding: De Commissie dringt er bij SPANJE en FRANKRIJK op aan te voldoen aan de EU-regels ter bescherming van werknemers tegen blootstelling aan kankerverwekkende chemische stoffen

De Europese Commissie heeft Spanje en Frankrijk met redenen omklede adviezen gestuurd omdat zij hun nationale wetgeving tot omzetting van EU-regels ter bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende chemische stoffen (Richtlijn 2017/2398) niet hebben meegedeeld. Deze richtlijn is de eerste herziening van de richtlijn inzake carcinogene en mutagene agentia (2004/37/EG) en stelt nieuwe of herziene grenswaarden vast voor de blootstelling van werknemers aan 13 kankerverwekkende chemische stoffen. Zo is bijvoorbeeld het respirabel chemisch kristallijn silicastof opgenomen, dat een groot aantal werknemers treft en een belangrijke oorzaak van werkgerelateerde longkanker is. Tot op heden heeft de Commissie vier actualiseringen van de richtlijn inzake carcinogene en mutagene agentia voorgesteld. De lidstaten moesten de eerste actualisering van de richtlijn omzetten en de nationale omzettingsmaatregelen uiterlijk op 17 januari 2020 aan de Commissie meedelen. Na een eerdere aanmaningsbrief aan Spanje en Frankrijk in mei 2020 komt de Commissie nu met een met redenen omkleed advies. Beide lidstaten hebben twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren; anders kan de Commissie besluiten hen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen.


Terug naar boven