r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

EU-samenwerking rond defensie: Raad bepaalt voorwaarden voor deelname derde landen aan PESCO-projecten

Met dank overgenomen van Raad van de Europese Unie (Raad), gepubliceerd op donderdag 5 november 2020.

De Raad heeft vandaag de algemene voorwaarden vastgelegd waaronder niet-EU-landen bij wijze van uitzondering kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan afzonderlijke PESCO-projecten. Dat maakt de weg vrij voor een sterkere en ambitieuzere defensiesamenwerking met partners in het EU-kader.

Dankzij het besluit van vandaag kunnen derde landen die waarde kunnen toevoegen aan een PESCO-project worden uitgenodigd om deel te nemen als zij aan een aantal politieke, inhoudelijke en juridische voorwaarden voldoen.

Zo moet het land dat aan een project wil deelnemen de waarden delen waarop de EU is gegrondvest, mag het niet in strijd handelen met de veiligheids- en defensiebelangen van de EU en haar lidstaten, en moet het een overeenkomst hebben om onder meer gerubriceerde informatie uit te wisselen met de EU.

Deze verdere stap in de consolidatie van de PESCO zal de strategische autonomie van de EU vergroten en haar vermogen om samen met de partners voor veiligheid te zorgen versterken.

In de praktijk zullen de projectleden, nadat een derde land een verzoek om deelname aan een specifiek PESCO-project heeft ingediend, unaniem moeten beslissen of het verzoek aan alle voorwaarden voldoet, en moeten zij de Raad en de hoge vertegenwoordiger daarvan in kennis stellen. De Raad beslist uiteindelijk of het derde land aan de voorwaarden voldoet.

Zodra de kandidatuur van een derde land is aanvaard, onderhandelen de projectleden met dat land over een administratieve regeling waarin de begindatum, de duur, de beëindiging en de fasen van de deelname worden vastgelegd. Het besluit bevat ook een herzieningsmechanisme waardoor op gezette tijden kan worden beoordeeld of het derde land nog steeds aan de voorwaarden voldoet.

Wat entiteiten betreft, zal in een later stadium een besluit worden genomen over de precieze voorwaarden en procedures voor hun betrokkenheid bij de uitvoering van PESCO-projecten. Na 31 december 2021 kunnen entiteiten die zijn gevestigd in, onder zeggenschap staan van of hun uitvoerende bestuursstructuren hebben in een derde land dat niet is uitgenodigd om deel te nemen aan een PESCO-project, enkel deelnemen indien de Raad daartoe besluit. Voorts kan een lidstaat, indien hij op het gebied van veiligheid bedenkingen heeft over de betrokkenheid van een entiteit bij de uitvoering van een PESCO-project, de zaak aan de Raad voorleggen.

Achtergrond

De permanente gestructureerde samenwerking, of PESCO, is een van de bouwstenen van het defensiebeleid van de EU.

De PESCO werd in 2017 opgericht om nauwere samenwerking op veiligheids- en defensiegebied tussen EU‑lidstaten mogelijk te maken. Dit permanente kader voor defensiesamenwerking biedt lidstaten die dit willen en kunnen de mogelijkheid om samen defensievermogens te ontwikkelen, in gezamenlijke projecten te investeren, en de operationele paraatheid en bijdrage van hun krijgsmacht op te voeren.

Tot op heden hebben 25 EU-lidstaten de meer bindende verbintenissen aangegaan die de basis van de PESCO vormen; Er zijn momenteel 47 samenwerkings­projecten op verschillende gebieden: opleidingsfaciliteiten, systemen voor landmachtformaties, maritieme en luchtsystemen, cybersystemen, diverse gezamenlijke faciliterende diensten, of ruimtevaart.

De 25 lidstaten die aan de PESCO deelnemen zijn: België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.


Terug naar boven