r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Inbreukenpakket voor oktober: voornaamste beslissingen

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op vrijdag 30 oktober 2020.

Dit document is op 30 oktober 2020 om 15.30 uur bijgewerkt met aanvullende bijdragen, die zijn gemarkeerd met een asterisk *

Overzicht per beleidsterrein

Het periodieke pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse sectoren en beleidsterreinen van de EU en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De voornaamste beslissingen van de Commissie worden hieronder weergegeven, gegroepeerd per beleidsterrein. Ook sluit de Commissie 216 zaken waarin de problemen met de betrokken lidstaten zijn opgelost, zodat de Commissie de procedure niet hoeft voort te zetten.

Zie de vragen en antwoorden (Q&A) voor nadere informatie over de EU-inbreukprocedure. Zie het register van inbreukbeslissingen voor meer details over alle beslissingen.

  • 1. 
    Interne markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en kleinbedrijf

(meer informatie: Sonya Gospodinova - tel. +32 229-66953; Federica Miccoli - tel. +32 229-58300)

Aanmaningsbrieven

Vrij verkeer van goederen: Commissie verzoekt FRANKRIJK belemmeringen voor parallelinvoer van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik weg te nemen

De Commissie heeft vandaag besloten Frankrijk een aanmaningsbrief te sturen naar aanleiding van belemmeringen voor de parallelinvoer van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik door landbouwers voor hun eigen veestapel. Op grond van het arrest Audace van het Hof (zaak C-114/15) mogen landbouwers geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik uit andere lidstaten invoeren voor gebruik op hun eigen veestapel. De Franse maatregelen beperken de facto de mogelijkheid voor parallelle invoer door deze te onderwerpen aan zeer hoge administratieve vergoedingen. Dit vormt een schending van de artikelen 34 tot en met 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Frankrijk heeft nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren; doet het land dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Aanmaningsbrieven en met redenen omklede adviezen

E-facturering: Commissie roept BULGARIJE en HONGARIJE op tot volledige omzetting nieuwe regels

De Commissie heeft vandaag besloten Bulgarije een aanmaningsbrief en Hongarije een met redenen omkleed advies te sturen met betrekking tot de omzetting van de EU-regels inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten (Richtlijn 2014/55/EU). E-facturering is bedoeld om ervoor te zorgen dat elektronische facturen en betalingen van bedrijven tijdig en automatisch worden verwerkt, zodat het voor bedrijven gemakkelijker wordt om hun opdrachten, ook in andere lidstaten, te beheren. Alle lidstaten moesten uiterlijk op 18 april 2019 mededeling doen van de nationale omzettingsmaatregelen van de richtlijn e-facturering. Op 21 mei 2019 heeft de Commissie twaalf lidstaten een brief gestuurd wegens niet-mededeling van deze maatregelen. De Commissie neemt vandaag maatregelen tegen Bulgarije en Hongarije om ervoor te zorgen dat de omgezette nationale maatregelen de volledige reikwijdte van de richtlijn e-facturering bestrijken. De twee lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren. Laten zij dat na, dan kan de Commissie besluiten Bulgarije een met redenen omkleed advies te sturen en Hongarije voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen.

Vrij verkeer van goederen en vrijheid van vestiging: Commissie verzoekt BULGARIJE discriminerende maatregelen te schrappen die detailhandelaars ertoe verplichten binnenlandse levensmiddelen te bevoordelen

De Commissie heeft vandaag besloten Bulgarije een met redenen omkleed advies te sturen over discriminerende maatregelen die aan detailhandelaars worden opgelegd, waardoor zij verplicht zijn de voorkeur te geven aan binnenlandse levensmiddelen. De Bulgaarse wetgeving verplicht detailhandelaars om binnenlandse levensmiddelen, zoals melk, vis, vers vlees en eieren, honing, groenten en fruit, op een afzonderlijke plaats in hun zaak uit te stallen en te verkopen. Dergelijke verplichtingen ondermijnen het in artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verankerde vrije verkeer van goederen, aangezien zij gunstigere en concurrerendere voorwaarden scheppen voor het in de handel brengen van binnenlandse levensmiddelen, terwijl ingevoerde soortgelijke producten worden gediscrimineerd. Daarnaast wordt hiermee de vrijheid van vestiging krachtens artikel 49 VWEU aangetast, doordat de vrijheid van de detailhandelaars om over hun assortiment te beslissen, de inrichting van hun verkoopoppervlak te bepalen en hun toeleveringsketen aan te passen, wordt beperkt. Vanwege de buitengewone omstandigheden als gevolg van de door het coronavirus veroorzaakte gezondheidssituatie en de verzwakking van de economieën van de EU is het absoluut noodzakelijk het vrije verkeer van goederen en de vrijheid van vestiging in de geest van Europese solidariteit te beschermen. Na een eerdere aanmaningsbrief in mei komt de Commissie nu met een met redenen omkleed advies. Bulgarije heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie besluiten de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Met redenen omklede adviezen en verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Erkenning van beroepskwalificaties: Commissie verzoekt CYPRUS, DUITSLAND, MALTA en SLOWAKIJE aan EU-voorschriften te voldoen

De Commissie heeft vandaag besloten Cyprus, Duitsland, Malta en Slowakije aan te spreken op hun nationale wetgeving tot uitvoering van de EU-voorschriften inzake de erkenning van beroepskwalificaties (Richtlijn 2005/36/EG zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU, en de artikelen 45 en 49 VWEU). Die voorschriften vergemakkelijken de erkenning van beroepskwalificaties in de EU-landen, waardoor het voor beroepsbeoefenaren gemakkelijker wordt om in heel Europa diensten te leveren en tegelijkertijd betere bescherming wordt geboden aan consumenten en burgers.

Cyprus werd een aanvullende aanmaningsbrief gestuurd, waarin de Commissie de niet-conformiteit van bepaalde nationale wettelijke bepalingen met Richtlijn 2005/36/EG en artikel 49 VWEU met betrekking tot ingenieursberoepen, en met name architecten, aan de orde stelt. De Commissie heeft besloten Duitsland een met redenen omkleed advies te sturen in verband met zijn nationale wetgeving tot uitvoering van de EU-voorschriften inzake de erkenning van beroepskwalificaties. De Commissie maakt zich zorgen over de conformiteit van regionale regels in alle deelstaten met betrekking tot het vrij verrichten van ingenieursdiensten en de erkenning van ingenieurs met het oog op vestiging. Daarnaast heeft de Commissie vastgesteld dat er bepalingen van Richtlijn 2005/36/EG niet correct in sectorale wetgeving zijn omgezet met betrekking tot beroepen in de gezondheidszorg, ambachten en architectuur. De Commissie heeft besloten Malta een met redenen omkleed advies te sturen waarin zij haar zorgen uit over de onjuiste of ontbrekende omzetting van verschillende bepalingen van Richtlijn 2005/36/EG zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU, met name met betrekking tot het verrichten van diensten, de vrijheid van vestiging, minimumopleidingseisen voor bepaalde sectorale beroepen, taalvereisten en verworven rechten. De Commissie heeft ook inbreuken op Richtlijn 2005/36/EG zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU en op de artikelen 45 en 49 VWEU vastgesteld met betrekking tot verschillende documentatievereisten. Cyprus, Duitsland en Malta hebben nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren; anders kan de Commissie Duitsland en Malta voor het Hof van Justitie dagen. Voor Cyprus kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. Verder heeft de Commissie vandaag besloten Slowakije voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens niet-naleving van de EU-voorschriften inzake de erkenning van beroepskwalificaties. Hier vindt u een persbericht over het besluit van de Commissie om Griekenland en Slowakije voor het Hof te dagen.

Bedrijfsgeheimen: Commissie besluit CYPRUS voor Hof van Justitie te dagen wegens niet-omzetting richtlijn bedrijfsgeheimen

De Commissie heeft vandaag besloten Cyprus voor het Hof van Justitie te dagen en het Hof te verzoeken de betaling van financiële sancties te gelasten omdat het land heeft nagelaten kennis te geven van omzettingsmaatregelen voor de regels inzake de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (Richtlijn 2016/943). De richtlijn, ook bekend als de richtlijn bedrijfsgeheimen, harmoniseert de rechtsbescherming van bedrijfsgeheimen in de hele EU en zorgt voor een toereikend en consistent niveau van civiele maatregelen en schadeloosstelling in de eengemaakte markt in geval van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:32004L0018

  • 2. 
    Migratie, Binnenlandse Zaken en Veiligheidsunie

(meer informatie: Adalbert Jahnz - tel. +32 229-53156; Laura Bérard - tel. +32 229-55721; Ciara Bottomley - tel. +32 229-69971)

Aanmaningsbrieven

Migratie: Commissie roept HONGARIJE op toegang tot asielprocedure overeenkomstig EU-wetgeving toe te staan

De Europese Commissie heeft vandaag besloten een inbreukprocedure in te leiden door Hongarije een aanmaningsbrief te sturen over de onjuiste toepassing van de asielwetgeving van de EU. De Commissie is van mening dat de nieuwe asielprocedures zoals vastgelegd in de Hongaarse wet en het Hongaarse decreet naar aanleiding van de coronapandemie strijdig zijn met het EU-recht, met name met de richtlijn asielprocedures (Richtlijn 2013/32/EU), uitgelegd in het licht van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Volgens de nieuwe procedures moeten onderdanen van derde landen, voordat zij in Hongarije om internationale bescherming kunnen verzoeken, eerst bij een Hongaarse ambassade buiten de Europese Unie een intentieverklaring afleggen waarin zij hun wens kenbaar maken om asiel aan te vragen en daarvoor een speciale inreisvergunning krijgen. De Commissie is van mening dat deze regel een onrechtmatige beperking van de toegang tot de asielprocedure vormt die in strijd is met de richtlijn asielprocedures, gelezen in het licht van het Handvest van de grondrechten, aangezien het personen die zich op Hongaars grondgebied bevinden, ook aan de grens, belet aldaar om internationale bescherming te verzoeken. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Schengengrenscode: ESTLAND verzocht om afschaffing aanvullende voorwaarden voor overschrijden buitengrenzen over land bij verlaten EU

De Commissie heeft vandaag besloten Estland een aanvullende aanmaningsbrief te sturen wegens het opleggen van aanvullende voorwaarden aan reizigers die over land de buitengrens van de EU overschrijden. Deze voorwaarden zijn in strijd met de Schengengrenscode (Verordening (EU) 2016/399). Momenteel verplicht Estland reizigers die de EU willen verlaten een plaats te reserveren in een rij voor grensoverschrijding en een vergoeding te betalen voor de reservering en voor het gebruik van de wachtruimte. De Schengengrenscode bevat een uitgebreide reeks voorwaarden voor grensoverschrijdingen en controles die moeten plaatsvinden wanneer reizigers de grenzen van de EU overschrijden. De code laat niet toe dat lidstaten aanvullende verplichtingen opleggen, zoals die aan de grensovergangen in Estland. De Commissie heeft Estland in mei 2016 een aanmaningsbrief gestuurd en vervolgens in januari 2019 een met redenen omkleed advies.

Het ontvangen antwoord was niet bevredigend en hoewel de Commissie tijdens het bezoek ter plaatse enkele veranderingen in de gang van zaken aan de grens constateerde, had de juridische situatie zich niet gewijzigd. De Commissie zet de procedure nu voort met een aanvullende aanmaningsbrief. Estland heeft twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van alle maatregelen die zijn genomen om de correcte uitvoering van de desbetreffende bepalingen van de Schengengrenscode te waarborgen, anders kan de Commissie overwegen de inbreukprocedure verder te vervolgen.

Met redenen omklede adviezen

Asiel: Commissie dringt bij PORTUGAL aan op volledige uitvoering richtlijn asielprocedures

De Commissie heeft vandaag besloten Portugal een met redenen omkleed advies te sturen omdat het de herschikte richtlijn asielprocedures (Richtlijn 2013/32/EU), die voorziet in gemeenschappelijke procedurele waarborgen voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming in de hele EU, niet volledig heeft omgezet. Ook al zijn de onderhandelingen over de wetgevingsvoorstellen in het kader van het nieuwe migratie- en asielpact (waaronder een gewijzigd voorstel voor een verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie) inmiddels van start gegaan, de volledige en correcte omzetting en uitvoering van de bestaande asielregels blijft een prioriteit voor de Commissie. Het met redenen omkleed advies van vandaag volgt op een aanmaningsbrief die de Commissie in juli 2019 heeft verzonden. Portugal heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om de volledige omzetting van de richtlijn te waarborgen; daarna kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

EU-drugsbeleid: IERLAND opgeroepen tot uitvoering EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland twee met redenen omklede adviezen te sturen omdat het land de Commissie niet in kennis heeft gesteld van de nationale maatregelen die zijn genomen om Richtlijn (EU) 2017/2103 en Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2019/369 van de Commissie volledig om te zetten. Richtlijn (EU) 2017/2103 heeft tot doel nieuwe psychoactieve stoffen toe te voegen aan de definitie van “drug” in Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad. De richtlijn maakt deel uit van het rechtskader van de EU om de volksgezondheid te beschermen, de drugshandel te bestrijden en het aanbod en het gebruik van illegale drugs te beperken. De lidstaten hadden tot 23 november 2018 de tijd om de richtlijn om te zetten. De met redenen omklede adviezen van vandaag volgen op de met redenen omklede adviezen die de Commissie in juli 2020 over hetzelfde onderwerp aan vier andere lidstaten heeft gestuurd. Ierland heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om de volledige omzetting van de nieuwe voorschriften te waarborgen; daarna kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU. Daarnaast heeft de Commissie soortgelijke inbreukprocedures tegen Letland (na de omzetting van Richtlijn (EU) 2017/2103) en Portugal en Slowakije (na de omzetting van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2019/369 van de Commissie) gesloten.

  • 3. 
    Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie

(meer informatie: Daniel Ferrie - tel. +32 229-86500, Aikaterini Apostola - tel. +32 229-87624)

Met redenen omklede adviezen

Bilaterale investeringsovereenkomsten binnen de Unie: Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK bilaterale investeringsovereenkomsten met EU-lidstaten te beëindigen

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land de bilaterale investeringsovereenkomsten die het met EU-lidstaten heeft gesloten niet effectief uit zijn rechtsorde heeft verwijderd. De Commissie stelt zich al lange tijd op het standpunt dat bilaterale investeringsovereenkomsten tussen EU-lidstaten overlappen met het EU-recht en ermee strijdig zijn. Naar aanleiding van het arrest Achmea van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-284/16) hebben alle lidstaten, waaronder het Verenigd Koninkrijk, zich er in hun verklaringen van 15 en 16 januari 2019 toe verbonden de tussen hen gesloten bilaterale investeringsovereenkomsten op gecoördineerde wijze te beëindigen door middel van een plurilaterale overeenkomst, tenzij bilaterale beëindiging wederzijds als passender werd beschouwd. De Commissie betreurt het dat het Verenigd Koninkrijk de tussen de lidstaten overeengekomen plurilaterale overeenkomst niet heeft ondertekend en dat het met de betrokken lidstaten geen besprekingen heeft aangeknoopt om tot de bilaterale beëindiging van deze bilaterale investeringsovereenkomsten over te gaan. De Commissie dringt er bij het Verenigd Koninkrijk op aan alle nodige maatregelen te nemen om zijn bilaterale investeringsovereenkomsten met EU-lidstaten zo spoedig mogelijk uit zijn rechtsorde te verwijderen. Als het Verenigd Koninkrijk niet binnen twee maanden met een bevredigend antwoord komt, kan de Commissie besluiten de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Uit hoofde van het terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het VK is het Verenigd Koninkrijk tijdens de overgangsperiode nog steeds gebonden aan het recht van de Unie en is de Commissie bevoegd om een inbreukprocedure tegen het land in te leiden wegens niet-naleving van een verplichting uit hoofde van de EU-Verdragen als die inbreuk plaatsvindt vóór het einde van die periode (31 december 2020).

Bestrijding van witwassen van geld: Commissie roept CYPRUS op tot omzetting vijfde antiwitwasrichtlijn

De Commissie heeft vandaag besloten Cyprus een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land de vijfde antiwitwasrichtlijn niet in nationaal recht heeft omgezet. De omzettingstermijn voor deze richtlijn is op 10 januari 2020 verstreken en de Cypriotische autoriteiten hebben tot op heden de Commissie niet in kennis gesteld van enige omzettingsmaatregel. Lacunes in de wetgeving in één lidstaat hebben gevolgen voor de EU als geheel. De strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme is van essentieel belang om de financiële stabiliteit en zekerheid in Europa te waarborgen. De bestrijding van het witwassen van geld is nog net zo relevant als vóór de coronapandemie. Volgens Europol en de nationale rechtshandhavingsautoriteiten nemen de coronagerelateerde criminaliteit en het witwassen van de opbrengsten ervan toe. Zorgen voor de tijdige en correcte omzetting van de bestaande regels voor de bestrijding van het witwassen van geld is een van de acties die de Commissie overweegt in haar actieplan met zes punten van 7 mei 2020. Als Cyprus niet binnen twee maanden met een bevredigend antwoord komt, kan de Commissie besluiten de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

  • 4. 
    Mobiliteit en Vervoer

(meer informatie: Stefan de Keersmaecker - tel. +32 229-84680; Stephan Meder - tel. +32 229-13917)

Aanmaningsbrieven

Gecombineerd vervoer: Commissie verzoekt ZWEDEN EU-wetgeving correct toe te passen

De Commissie heeft vandaag besloten Zweden een aanmaningsbrief te sturen wegens de onjuiste toepassing van de EU-voorschriften inzake gecombineerd vervoer van goederen tussen lidstaten (Richtlijn 92/106/EEG van de Raad). De richtlijn voorziet in een bijzondere regeling die vervoerders aanmoedigt vracht voor een deel van het traject over te brengen van de weg naar het spoor of het water. Dit zogeheten “gecombineerde vervoer” helpt de emissies van de vervoerssector terug te dringen en andere negatieve effecten van het wegvervoer te verminderen. Zweden beperkt de definitie van “gecombineerd vervoer”, waardoor bepaalde vervoersactiviteiten die onder de richtlijn vallen niet in aanmerking komen voor de bijzondere regeling. Zweden heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren; doet het land dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Wegvervoer: Commissie roept ITALIË op tot naleving voorschriften voor gebruik tachograafinformatie

De Commissie heeft vandaag besloten Italië een aanmaningsbrief te sturen wegens niet-naleving van de EU-wetgeving inzake tachografen in het wegvervoer (de tachograafverordening, Verordening (EU) nr. 165/2014). In deze verordening worden de verplichtingen en voorschriften vastgesteld met betrekking tot de constructie, de installatie, het gebruik, het testen en de controle van tachografen die in het wegvervoer worden gebruikt. De Italiaanse wettelijke regeling staat toe dat door de tachograaf opgeslagen informatie wordt gebruikt voor de follow-up van snelheidsovertredingen, wat echter niet is toegestaan op grond van de tachograafverordening. Italië heeft nu twee maanden om tegemoet te komen aan de bezwaren van de Commissie, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Wegvervoer: Commissie verzoekt FRANKRIJK en LITOUWEN naar behoren uitvoering te geven aan EU-voorschriften betreffende maximaal toegestane gewichten en afmetingen van bepaalde wegvoertuigen

De Commissie heeft vandaag besloten Frankrijk en Litouwen een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek de geactualiseerde Europese voorschriften betreffende de maximaal toegestane gewichten en afmetingen van bepaalde wegvoertuigen (Richtlijn (EU) 2015/719) correct in nationale wetgeving om te zetten. Deze voorschriften, die betrekking hebben op het internationale verkeer, spelen een belangrijke rol bij de werking van de interne markt en het vrije verkeer van goederen in Europa. Naast andere maatregelen voorziet de richtlijn in afwijkingen voor zware vrachtwagens die op alternatieve brandstoffen rijden of die betrokken zijn bij intermodaal vervoer. De afwijkingen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat schonere voertuigen niet worden benadeeld als ze langer of zwaarder zijn dan conventionele voertuigen, en om intermodale vervoersverrichtingen aan te moedigen. De richtlijn moest per 7 mei 2017 door de lidstaten worden toegepast. Beide lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie een met redenen omkleed advies sturen.

Verkeersveiligheid: Commissie verzoekt TSJECHIË om correcte omzetting in nationale wetgeving van minimumnormen voor rijgeschiktheid, met name inzake hart- en vaatziekten

De Commissie heeft vandaag besloten Tsjechië een aanmaningsbrief te sturen met een verzoek om nadere informatie over de uitvoering van Richtlijn (EU) 2016/1106. Deze richtlijn wijzigt bijlage III bij de EU-richtlijn betreffende het rijbewijs (Richtlijn 2006/126/EG), waarin de minimumnormen voor lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig zijn vastgesteld. Om de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis over medische aandoeningen die van invloed zijn op de rijgeschiktheid in aanmerking te nemen, en met het oog op een grotere verkeersveiligheid, is het deel over hart- en vaatziekten vervangen door meer gedetailleerde bepalingen waarin duidelijk wordt aangegeven bij welke aandoeningen rijden moet worden toegestaan en in welke situaties rijbewijzen niet mogen worden afgegeven of verlengd. De Commissie is van mening dat Tsjechië in zijn omzetting cardiovasculaire ziekten beschrijft op een wijze die te algemeen is om de door de richtlijn beoogde zekerheid en duidelijkheid te bieden. Tsjechië heeft nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie besluiten de Tsjechische autoriteiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Pakket technische controles: Commissie dringt bij NEDERLAND aan op omzetting nieuwe maatregelen voor technische controle van voertuigen om verkeersveiligheid te verhogen

De Commissie heeft vandaag besloten Nederland een met redenen omkleed advies te sturen met het verzoek het in 2014 goedgekeurde “pakket inzake technische controles” volledig om te zetten. Het doel van de in het pakket voorgestelde wetgeving is de technische controle van voertuigen in de EU, en daarmee de verkeersveiligheid, te verbeteren. De lidstaten moesten de drie richtlijnen van het pakket uiterlijk op 20 mei 2017 hebben omgezet. Tot dusver heeft Nederland alle nationale maatregelen tot omzetting van Richtlijn 2014/45/EU betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens nog niet aan de Commissie meegedeeld. De richtlijn geldt voor personenauto's, vrachtwagens, bussen, motorrijwielen, trekkers en opleggers, en bepaalt de bij de technische controle te controleren punten, de testmethoden en de gebreken en de beoordeling daarvan. De richtlijn bevat tevens minimumvoorschriften voor de controlefaciliteiten, de opleiding van inspecteurs en de toezichthoudende organen. De Commissie heeft het verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies gestuurd. Nederland heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden, anders kan de Commissie deze lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

Zeevervoer: Commissie roept CYPRUS en PORTUGAL op tot omzetting EU-voorschriften inzake veiligheid passagiersschepen

De Commissie heeft vandaag besloten Cyprus en Portugal een met redenen omkleed advies te sturen omdat zij geen mededeling hebben gedaan van hun nationale maatregelen tot omzetting van de EU-voorschriften inzake de veiligheid van passagiersschepen (Richtlijnen (EU) 2017/2108, 2017/2109 en 2017/2110). Deze drie richtlijnen verbeteren en verhogen de veiligheid van passagiersschepen door te voorzien in een gemeenschappelijk beschermingsniveau voor passagiers in het zeevervoer. Zij hebben betrekking op de veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen, de registratie van opvarenden van de schepen en de inspectie van geregelde passagiersdiensten. De maatregelen om aan de EU-wetgeving te voldoen, moesten uiterlijk op 21 december 2019 door de lidstaten zijn vastgesteld. Beide landen hebben nu twee maanden de tijd om op het met redenen omkleed advies te reageren, anders kan de Commissie hen voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

  • 5. 
    Justitie

(meer informatie: Christian Wigand - tel. +32 229-62253; Katarzyna Kolanko - tel. +32 229-63444)

Aanmaningsbrieven

Rechten van burgers: Commissie dringt bij VERENIGD KONINKRIJK aan op volledige ziektekostenverzekering voor EU-burgers

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een aanvullende aanmaningsbrief te sturen wegens de niet-omzetting van de richtlijn inzake vrij verkeer (2004/38/EG) wat betreft de verplichting voor economisch inactieve EU-burgers om over een volledige ziektekostenverzekering te beschikken wanneer zij zich op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk bevinden. Op grond van de richtlijn inzake vrij verkeer moeten EU-burgers die zich in een ander EU-land vestigen maar daar niet werken, over voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering beschikken. In het Verenigd Koninkrijk worden EU-burgers die bij het Britse openbare zorgstelsel (NHS) zijn aangesloten en recht hebben op medische behandeling door de NHS, echter niet geacht over een toereikende ziektekostenverzekering te beschikken. De Commissie is van mening dat de desbetreffende regels van het VK in strijd zijn met het EU-recht. Het Verenigd Koninkrijk heeft nu twee maanden de tijd om de nodige maatregelen te nemen om de door de Commissie in de aanvullende aanmaningsbrief vastgestelde tekortkomingen aan te pakken. Neemt het Verenigd Koninkrijk geen passende maatregelen, dan kan de Commissie overgaan tot de volgende fase van de inbreukprocedure door een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen. Het EU-recht inzake vrij verkeer van personen blijft tijdens de overgangsperiode van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk alsof het nog een EU-lidstaat was. Bovendien zijn de rechten van EU-burgers die in het VK wonen na het einde van de overgangsperiode, zoals vastgelegd in het terugtrekkingsakkoord, gebaseerd op de rechten die zij momenteel op grond van de EU-regels in het Verenigd Koninkrijk genieten. De tekortkomingen van het Verenigd Koninkrijk bij de uitvoering en omzetting van de EU-wetgeving inzake vrij verkeer zouden dus ook gevolgen kunnen hebben voor de toepassing van de rechten van de burgers uit hoofde van het terugtrekkingsakkoord na het einde van de overgangsperiode.

Europees aanhoudingsbevel: Commissie verzoekt IERLAND dwingende termijnen na te leven

De Commissie verzoekt Ierland om te voldoen aan de vereisten van het Europees aanhoudingsbevel (Kaderbesluit 2002/584/JBZ), met name de dwingende termijnen. Het Europees aanhoudingsbevel maakt een vereenvoudigde grensoverschrijdende gerechtelijke procedure mogelijk met het oog op strafvervolging of de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel. Een door een rechtbank van een lidstaat uitgevaardigd bevel is geldig op het gehele grondgebied van de EU. Het aanhoudingsbevel bestaat sinds 1 januari 2004 en verving de eerdere langdurige uitleveringsprocedures tussen de EU-lidstaten. Ierland heeft de dwingende termijnen voor de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel niet in acht genomen. Bovendien heeft Ierland aanvullende gronden aangevoerd voor de weigering van een Europees aanhoudingsbevel, die van invloed zijn op de grensoverschrijdende justitiële samenwerking in strafzaken. Daarom heeft de Commissie vandaag besloten Ierland een aanmaningsbrief te sturen waarin zij het land twee maanden de tijd geeft om de nodige maatregelen te nemen om de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen te verhelpen. Doet het land dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen. De Commissie blijft de omzetting van dit kaderbesluit ook in andere lidstaten beoordelen en zal, indien nodig, niet aarzelen om andere inbreukprocedures in te leiden. Meer informatie over de werking van het Europees aanhoudingsbevel is online te vinden.

Gelijkheid: Commissie verzoekt LETLAND te voldoen aan EU-voorschriften inzake gelijke toegang voor mannen en vrouwen tot goederen en diensten

De Commissie heeft vandaag besloten Letland een aanmaningsbrief te sturen wegens de onjuiste toepassing van de EU-voorschriften inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (Richtlijn 2004/113/EG van de Raad De richtlijn verbiedt discriminatie bij de toegang tot en het aanbod van goederen of diensten. Zij verbiedt elke ongunstigere behandeling van mannen of vrouwen op grond van hun geslacht, elke ongunstigere behandeling van vrouwen als gevolg van zwangerschap of moederschap, en intimidatie, seksuele intimidatie of elke aansporing tot discriminatie met betrekking tot het aanbod of de levering van goederen of diensten. De richtlijn (artikel 3, lid 1) verbiedt met name genderdiscriminatie door alle personen die goederen of diensten aanbieden, met inbegrip van zowel professionele als niet-professionele aanbieders, bijvoorbeeld particulieren die hun appartementen, auto's enz. verkopen. Hoewel de Letse wet inzake consumentenbescherming consumenten beschermt tegen genderdiscriminatie vanwege professionele aanbieders, vallen goederen en diensten die worden aangeboden door niet-professionele aanbieders, d.w.z. individuele verkopers, niet onder de wet, hetgeen in strijd is met de richtlijn. Letland heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie een antwoord te sturen; als het dat niet doet, kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen. Meer informatie over de EU-wetgeving inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen is online beschikbaar.

Bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat: Commissie roept ESTLAND en ROEMENIË op EU-wetgeving die haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven strafbaar stelt volledig om te zetten

De Commissie heeft vandaag besloten Estland en Roemenië een aanmaningsbrief te sturen omdat hun nationale wetgeving de EU-regels betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht niet volledig en nauwkeurig omzet. Estland heeft specifieke vormen van haatzaaiende uitlatingen, namelijk het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van internationale misdrijven en de holocaust, waarbij die uitlatingen bedoeld zijn om aan te zetten tot geweld of haat, niet strafbaar gesteld. Bovendien heeft Estland haatzaaiende uitlatingen niet op de juiste wijze strafbaar gesteld door het publiekelijk aanzetten tot geweld of haat niet strafbaar te stellen wanneer dit gericht is op groepen, en heeft het geen passende strafmaat voorzien. Ten slotte wordt in het Estse strafwetboek niet gewaarborgd dat de racistische en xenofobe motieven van misdrijven als verzwarende omstandigheid in aanmerking worden genomen zodat dergelijke misdrijven doeltreffend en adequaat worden vervolgd. Roemenië heeft haatzaaiende uitlatingen niet correct gedefinieerd, aangezien haatzaaiende uitlatingen die aanzetten tot geweld niet strafbaar zijn gesteld. Bovendien stelt Roemenië haatzaaiende uitlatingen die aanzetten tot haat alleen strafbaar als dit gedrag gericht is tegen een groep personen gedefinieerd op basis van ras, huidskleur, godsdienst, afstamming of nationale of etnische afkomst, maar niet als het gericht is tegen een individueel lid van zo'n groep. Estland en Roemenië hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de punten die de Commissie heeft aangekaart; doen zij dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. Het kaderbesluit betreffende de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht (Kaderbesluit 2008/913/JBZ) beoogt ervoor te zorgen dat ernstige uitingen van racisme en vreemdelingenhaat in de hele EU strafbaar worden gesteld met doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties. De Commissie blijft de omzetting van dit kaderbesluit ook in andere lidstaten beoordelen en zal, indien nodig, niet aarzelen om andere inbreukprocedures in te leiden.

Gendergelijkheid: Commissie verzoekt BULGARIJE EU-regels inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen op gebied van sociale zekerheid na te leven

De Commissie heeft vandaag besloten Bulgarije een aanmaningsbrief te sturen wegens onjuiste toepassing van de EU-regels inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid (Richtlijn 79/7/EEG van de Raad). De richtlijn verbiedt discriminatie in wettelijke socialezekerheidsregelingen wanneer deze bescherming bieden tegen ziekte, invaliditeit, ouderdom, arbeidsongevallen en beroepsziekten of werkloosheid. In het bijzonder verbiedt artikel 4 van de richtlijn directe en indirecte discriminatie op grond van geslacht, bijvoorbeeld met betrekking tot de berekening van socialezekerheidsuitkeringen. De Bulgaarse pensioenwetgeving discrimineert indirect vrouwen. Meer bepaald vereist de Bulgaarse wet voor het verkrijgen van een pensioen van voltijdwerkers een bijdrage gedurende een bepaalde periode, terwijl voor deeltijdwerkers een pro-rata-beginsel geldt. Deeltijdwerk gedurende één jaar met werkdagen van vier uur, in plaats van de volledige acht uur, telt bijvoorbeeld slechts als een periode van zes maanden voor premiegebonden pensioenuitkeringen. Hierdoor worden deeltijdwerkers, waarvan het merendeel vrouw is, op onrechtvaardige wijze getroffen, aangezien hun pensioen wordt verlaagd omdat hun salaris laag is, waardoor hun anciënniteit opnieuw kunstmatig wordt ingekort. Het Europees Hof van Justitie heeft dergelijke bepalingen reeds onverenigbaar verklaard met de richtlijn inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid. Bulgarije heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie een antwoord te sturen; als het dat niet doet, kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen. Meer informatie over de EU-wetgeving inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen is online beschikbaar.

Met redenen omklede adviezen en/of aanmaningsbrieven

Eerlijk proces: Commissie dringt bij BULGARIJE, CYPRUS, KROATIË en ROEMENIË aan op volledige omzetting van EU-regels betreffende vermoeden van onschuld

De Commissie verzoekt Bulgarije, Cyprus, Kroatië en Roemenië om volledig uitvoering te geven aan de EU-regels betreffende de versterking van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn (Richtlijn (EU) 2016/343). De richtlijn is een van de belangrijkste elementen in het rechtskader van de EU inzake gemeenschappelijke minimumnormen voor een eerlijk proces dat ervoor zorgt dat de rechten van verdachten en beklaagden voldoende worden beschermd. De richtlijn versterkt het vertrouwen van de lidstaten in elkaars strafrechtsstelsels en vergemakkelijkt daarmee de wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen. De Commissie is van mening dat de door Bulgarije, Cyprus, Kroatië en Roemenië meegedeelde nationale omzettingsmaatregelen slechts een gedeeltelijke omzetting van de richtlijn vormen en dat sommige bepalingen van de richtlijn ontbreken. De Commissie heeft met name tekortkomingen vastgesteld met betrekking tot publieke verwijzingen naar schuld, bijvoorbeeld wanneer overheidsinstanties een persoon in openbare verklaringen als schuldig aanmerken, en de beschikbaarheid van passende maatregelen indien dit gebeurt. Er zijn ook lacunes met betrekking tot de wijze waarop verdachten en beklaagden kunnen worden voorgesteld door het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen, bijvoorbeeld in de rechtszaal, en met het recht om aanwezig te zijn bij het proces. De Commissie heeft de betrokken lidstaten in mei 2018 aanmaningsbrieven gestuurd. Vandaag heeft de Commissie de vier lidstaten een met redenen omkleed advies gestuurd waarin zij hun twee maanden de tijd geeft om te reageren; doen zij dat niet, dan kan de zaak aanhangig worden gemaakt bij het Hof van Justitie van de EU. Vandaag sluit de Commissie ook inbreukprocedures tegen Griekenland, Luxemburg, Slowakije en Zweden, omdat deze landen nu nationale regels tot omzetting van de richtlijn hebben vastgesteld. Meer informatie over de richtlijn is te vinden in de factsheet.

Rechtsstaat: Europese Commissie zet volgende stap in inbreukprocedure om onafhankelijkheid van rechters in POLEN te waarborgen

Vandaag gaat de Europese Commissie verder met de inbreukprocedure die zij op 29 april 2020 tegen Polen heeft ingeleid door een met redenen omkleed advies te sturen over de nieuwe wet inzake de rechterlijke macht van 20 december 2019, die op 14 februari 2020 in werking is getreden. De Commissie was van mening dat de Poolse wet inzake de rechterlijke macht de onafhankelijkheid van de Poolse rechters ondermijnt en onverenigbaar is met de voorrang van het EU-recht. Bovendien belet de wet de Poolse rechterlijke instanties om bepaalde Unierechtelijke bepalingen ter bescherming van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht rechtstreeks toe te passen en het Hof van Justitie van de Europese Unie te verzoeken om een prejudiciële beslissing over dergelijke vragen. De Poolse regering had twee maanden de tijd om te reageren op de bezwaren van de Commissie uit de aanmaningsbrief van 29 april 2020. In haar repliek betwistte de Poolse regering de redenering van de Commissie en verzocht zij om beëindiging van de inbreukprocedure. De Commissie heeft het antwoord van de Poolse regering geanalyseerd en is van mening dat er niet wordt ingegaan op de in de aanmaningsbrief geuite bezwaren. De Poolse regering heeft twee maanden de tijd om de nodige maatregelen te nemen om aan het met redenen omklede advies te voldoen, anders kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Rechten bij pakketreizen: Commissie zendt met redenen omklede adviezen aan KROATIË, LITOUWEN en SLOWAKIJE en een aanmaningsbrief aan BULGARIJE

De Commissie heeft vandaag besloten Kroatië, Litouwen en Slowakije met redenen omklede adviezen te sturen en Bulgarije een aanmaningsbrief te sturen omdat hun nationale regels in strijd zijn met de EU-wetgeving inzake pakketreizen. Door de coronaviruspandemie moesten geplande reizen worden geannuleerd. Op grond van de EU-richtlijn pakketreizen hebben reizigers recht op terugbetaling in geld. Tijdens de coronapandemie hebben veel lidstaten echter nationale regels vastgesteld die organisatoren van pakketreizen de mogelijkheid bieden om verplichte vouchers af te geven in plaats van terugbetaling in geld voor geannuleerde reizen, of om de terugbetaling veel langer dan de in de richtlijn pakketreizen vastgestelde termijn van 14 dagen uit te stellen. Deze nationale regels schenden de bepalingen van de EU-richtlijn en verzwakken de consumentenrechten. In mei 2020 heeft de Commissie een specifieke aanbeveling inzake vouchers aangenomen om de lidstaten te ondersteunen bij het opzetten van aantrekkelijke, betrouwbare en flexibele voucherregelingen, waarin wordt herhaald dat de EU-wetgeving moet worden nageleefd en dat consumenten de mogelijkheid moeten hebben om het soort compensatie te kiezen. In juli heeft de Commissie op dit gebied tegen tien lidstaten inbreukprocedures ingeleid. Kroatië, Litouwen en Slowakije hebben hun wetgeving niet gecorrigeerd en daarom gaat de Commissie over tot de volgende fase van de inbreukprocedure: een met redenen omkleed advies. In Bulgarije zijn in augustus specifieke nationale regels inzake pakketreizen in werking getreden die reizigers ertoe verplichten een voucher of een terugbetaling binnen 12 maanden na de annulering van hun pakketreis te aanvaarden. Bulgarije, Kroatië, Litouwen en Slowakije hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen om de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen aan te pakken. Anders kan de Commissie besluiten tot de volgende fase van de inbreukprocedure over te gaan: een met redenen omkleed advies voor Bulgarije of een verwijzing naar het Hof van Justitie van de EU voor de overige drie landen. Tegelijkertijd besloot de Commissie ook de lopende inbreukprocedures tegen Frankrijk, Griekenland, Italië, Polen, Portugal en Tsjechië te beëindigen, aangezien deze landen hun wetgeving hebben gecorrigeerd of de wetgeving die zij hadden ingevoerd, is vervallen. Tot slot heeft de Commissie ook de inbreukprocedure tegen Cyprus afgesloten, aangezien er geen bewijs was dat de Cypriotische wetgeving niet in overeenstemming is met de EU-richtlijn pakketreizen.

  • 6. 
    Milieu en visserij

(meer informatie: Vivian Loonela - tel. +32 229-66712, Daniela Stoycheva - tel. +32 229-53664)

Aanmaningsbrieven

Natuur: Commissie verzoekt MALTA stappen te ondernemen om zijn mariene Natura 2000-netwerk te voltooien

De Commissie verzoekt Malta een volledige lijst van gebieden te verstrekken, zoals vereist uit hoofde van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG). Krachtens de richtlijn moeten de lidstaten EU-gebieden van communautair belang (GCB's) voorstellen, die vervolgens worden toegevoegd aan de biogeografische lijsten van de EU. Binnen zes jaar moeten de lidstaten dan instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen vaststellen om de beschermde soorten en habitats in stand te houden of te herstellen in een gunstige staat van instandhouding, waarbij de GCB's als speciale beschermingszones worden aangewezen. Dit zijn essentiële vereisten voor de bescherming van de biodiversiteit in de EU. Zowel in de Europese Green Deal als in de Europese biodiversiteitsstrategie wordt aangegeven dat het van cruciaal belang is dat de EU haar biodiversiteitsverlies een halt toeroept door beschadigde ecosystemen weer in een goede ecologische toestand te brengen. Malta heeft geen gebieden van communautair belang voorgesteld voor de bescherming van zijn riffen en geheel of gedeeltelijk onder het zeeoppervlak gelegen grotten in het mariene gebied buiten 25 zeemijl van de kust. Het land heeft evenmin voldoende wetenschappelijk bewijs geleverd om het ontbreken van deze habitats te rechtvaardigen. De Commissie stuurt Malta vandaag een aanmaningsbrief. Malta heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te reageren, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Water: Commissie herinnert BULGARIJE, CYPRUS, GRIEKENLAND, LITOUWEN, MALTA en SPANJE aan verplichting informatie te verstrekken over overstromingsrisicobeoordelingen, en herinnert SLOVENIË aan verplichting informatie te verstrekken over omgang met prioritaire stoffen

De Commissie vraagt Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Litouwen, Malta en Spanje de relevante verslagen in te dienen die op grond van verschillende EU-voorschriften met betrekking tot water vereist zijn. De lidstaten hebben rapportageverplichtingen in verband met onder meer de richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen (2008/105/EG) en de overstromingsrichtlijn (2007/60/EG). Op grond van de overstromingsrichtlijn moeten de lidstaten informatie verstrekken over de evaluatie van hun voorlopige overstromingsrisicobeoordelingen en deze indien nodig bijwerken zodat zowel het publiek als de Commissie op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van overstromingsrisico's. Bovendien moeten de lidstaten op grond van de richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen informatie verstrekken over hun bijgewerkte monitoringprogramma en het voorlopige programma van maatregelen die betrekking hebben op de nieuwe milieukwaliteitsnormen, zodat de Commissie de toereikendheid ervan kan beoordelen. In de Europese Green Deal wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat Europa op schema blijft om zijn milieudoelstellingen te verwezenlijken. Slovenië heeft de vereiste informatie nog niet verstrekt. Vanuit de overweging dat milieugovernance een sleutelrol speelt bij het mogelijk maken van de goede werking van verschillende sectorale milieuvoorschriften en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, heeft de Commissie besloten deze lidstaten een aanmaningsbrief te sturen. Zij hebben nu twee maanden de tijd om op de brief te reageren, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Luchtkwaliteit: Commissie roept SPANJE op nationale voorschriften tegen luchtverontreiniging te verbeteren

De Commissie verzoekt Spanje om alle voorschriften van Richtlijn (EU) 2016/2284 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen (“de NEC-richtlijn”) correct om te zetten in nationale wetgeving. Deze richtlijn draagt bij aan het bereiken van luchtkwaliteitsniveaus die geen aanzienlijke negatieve effecten op en risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu met zich brengen. De richtlijn bevat met name nationale emissiereductieverbintenissen voor de lidstaten voor vijf belangrijke luchtverontreinigende stoffen. Die luchtverontreinigende stoffen leiden alle tot aanzienlijke negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid, zoals ademhalingsproblemen, hart- en vaatziekten en kanker, en brengen schade toe aan ecosystemen. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. Spanje heeft de verplichting van de richtlijn om indien nodig grensoverschrijdende raadplegingen te organiseren bij het opstellen, vaststellen en uitvoeren van het nationale programma ter beheersing van de luchtverontreiniging niet correct in nationaal recht omgezet. Spanje voorziet in de beoordeling van de effecten in naburige lidstaten, maar vermeldt niet specifiek de mogelijkheid om grensoverschrijdende raadplegingen te organiseren. Om de hierboven genoemde redenen heeft de Commissie besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te reageren; doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Zwemwater: Commissie dringt er bij POLEN op aan zijn wetgeving in overeenstemming te brengen met EU-wetgeving

De Europese Commissie dringt er bij Polen op aan zijn nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de zwemwaterrichtlijn (Richtlijn 2006/7/EG). De richtlijn stelt regels vast voor de controle op en indeling van zwemwater voor ten minste twee parameters van (fecale) bacteriën. Bovendien moeten de lidstaten het publiek via de zogeheten zwemwaterprofielen informeren over de kwaliteit van het zwemwater en het strandbeheer. De richtlijn schrijft ook voor dat de bevoegde autoriteiten passende beschermingsmaatregelen moeten nemen wanneer de zwemwaterkwaliteit risico's voor de menselijke gezondheid met zich brengt. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. Polen heeft de voorschriften van de richtlijn niet correct omgezet met betrekking tot onder meer de identificatie en aanwijzing van zwemwater, de vaststelling van een passend tijdschema voor de controle, diverse taken van bevoegde autoriteiten in geval van verontreiniging of vastgestelde risico's voor de menselijke gezondheid, alsmede de voorlichting en raadpleging van de bevolking. Om de hierboven genoemde redenen heeft de Commissie besloten Polen een aanmaningsbrief te sturen. Polen heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te reageren; doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Verontreiniging: Commissie roept SLOWAKIJE op nationale regels inzake verontreiniging door industriële activiteiten te verbeteren

De Commissie roept Slowakije op zijn nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies. De richtlijn stelt regels vast voor onder meer de preventie of beperking van emissies in de lucht, het water en de bodem en de preventie van afvalproductie. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. Slowakije heeft een aantal bepalingen van de richtlijn niet correct omgezet. Zo zijn bepaalde vergunningsvoorwaarden niet correct geïmplementeerd, is de reikwijdte van de definitie van belangrijke wijziging beperkter en is de eis dat een bevoegde natuurlijke persoon de installatie beheert niet in nationale wetgeving omgezet. Om de hierboven genoemde redenen heeft de Commissie besloten Slowakije een aanmaningsbrief te sturen. Slowakije heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Afval: Commissie verzoekt ROEMENIË illegale stortplaatsen te sluiten en te saneren

De Commissie roept Roemenië op om 15 illegale stortplaatsen waarvoor overeenkomstig het Toetredingsverdrag een overgangsperiode gold, te sluiten, te verzegelen en ecologisch te herstellen. Op grond van de kaderrichtlijn afvalstoffen(2000/60/EG). moeten de lidstaten afvalstoffen terugwinnen of verwijderen op een wijze die geen gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu oplevert, en is het achterlaten, dumpen of ongecontroleerd verwijderen van afvalstoffen verboden. Afval moet worden behandeld zonder risico voor water, lucht, bodem, flora of fauna, zonder geluids- of stankhinder te veroorzaken en zonder schade te berokkenen aan natuur- of landschapsschoon. De Europese Green Deal en het EU-Actieplan voor de circulaire economie hebben beide tot doel onze overgang naar een circulaire economie te versnellen op basis van een hoge hulpbronnenefficiëntie, afvalvermindering en hoge recyclingpercentages in alle sectoren. In Roemenië hadden 101 stortplaatsen die niet aan de normen voldeden en waarvoor een overgangsperiode gold, in juli 2019 gesloten moeten zijn. Volgens de van Roemenië ontvangen informatie zijn inmiddels 86 stortplaatsen gesloten en gesaneerd. Het tijdschema voor de sluiting en sanering van de 15 resterende stortplaatsen is onzeker, aangezien voor de meeste van deze stortplaatsen de sluitingswerkzaamheden nog niet zijn gestart. Daarom stuurt de Commissie Roemenië een aanmaningsbrief. Roemenië heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te reageren, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Drinkwater: Commissie verzoekt FRANKRIJK de reinheid van voor menselijke consumptie bestemd water te waarborgen

De Commissie roept Frankrijk op de EU-wetgeving inzake de kwaliteit van drinkwater ten uitvoer te leggen. De drinkwaterrichtlijn (Richtlijn 98/83/EG) heeft tot doel de gezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water door de veiligheid en de reinheid ervan te waarborgen. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. Al geruime tijd bevat het drinkwater dat in Frankrijk aan tienduizenden mensen wordt geleverd, buitensporige hoeveelheden nitraten. Frankrijk heeft dan ook niet voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van de drinkwaterrichtlijn wat de nitraatgehalten van het drinkwater betreft. De Commissie stuurt Frankrijk vandaag een aanmaningsbrief. Frankrijk heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te antwoorden; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Visserij: Commissie stuurt NEDERLAND aanmaningsbrief over weging en registratie van vangsten

De Commissie heeft vandaag besloten Nederland een aanmaningsbrief te sturen wegens niet-naleving van onder meer de visserijcontroleverordening (Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad), de NEAFC-verordening (North East Atlantic Fisheries Commission, Verordening (EU) nr. 1236/2010) en de verordening inzake illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) (Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad). Nederland verzuimt met name een doeltreffende controle, inspectie en handhaving van essentiële aspecten van weging, vervoer, traceerbaarheid en vangstregistratie ten uitvoer te leggen met betrekking tot de aanvoer van bevroren en verse pelagische en demersale vis door EU-vissersvaartuigen en vissersvaartuigen van derde landen in Nederlandse havens. Daarom meent de Commissie dat Nederland niet zorgt voor een behoorlijke controle van de aanvoer in zijn havens, wat zou kunnen leiden tot overbevissing en niet-naleving van quota. Derhalve heeft de Commissie besloten Nederland een aanmaningsbrief te sturen waarin zij het land twee maanden de tijd geeft om daarop te antwoorden. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Visserij: Commissie stuurt BELGIË aanmaningsbrief over weging en registratie van vangsten

De Commissie heeft vandaag besloten België een aanmaningsbrief te sturen wegens niet-naleving van onder meer de visserijcontroleverordening (Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad). België voorziet met name niet in een doeltreffende controle, inspectie en handhaving van essentiële aspecten van de weging van visserijproducten, de inhoud en indiening van vangstregistratiedocumenten door de Belgische visserij- en verwerkingssector, de traceerbaarheid van visserijproducten en de vangstregistratie. Daarom meent de Commissie dat België niet zorgt voor een behoorlijke controle van de activiteiten van de Belgische vissersvloot, wat zou kunnen leiden tot overbevissing en niet-naleving van quota. Derhalve heeft de Commissie besloten België een aanmaningsbrief te sturen waarin zij het land twee maanden de tijd geeft om daarop te antwoorden. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Natuur: Commissie verzoekt ROEMENIË bescherming van habitats en soorten te waarborgen

De Commissie verzoekt Roemenië Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna volledig in nationale wetgeving om te zetten. De richtlijn draagt bij tot de bescherming van de biodiversiteit in de Europese Unie. Als de bepalingen van de richtlijn niet correct worden omgezet, kan dit afbreuk doen aan de instandhoudingsdoelstellingen ervan. Zowel in de Europese Green Deal als in de Europese biodiversiteitsstrategie wordt aangegeven dat het van cruciaal belang is dat de EU haar biodiversiteitsverlies een halt toeroept door beschadigde ecosystemen weer in een goede ecologische toestand te brengen. Een van de problemen is dat in de Roemeense wetgeving niet expliciet wordt vermeld dat bij de instandhoudingsmaatregelen in de beheersplannen rekening moet worden gehouden met de ecologische vereisten van de typen natuurlijke habitats en de soorten die in de gebieden voorkomen. Dit is rechtstreeks van invloed op de kwaliteit van de beheersplannen, aangezien zij mogelijk niet de maatregelen bevatten die noodzakelijk zijn om deze habitattypen en soorten te beschermen. Ook wordt het toepassingsgebied van een belangrijke bepaling van de richtlijn door de nationale wetgeving beperkt tot activiteiten binnen Natura 2000-gebieden. Dit sluit alle andere mogelijke oorzaken van verslechtering of verstoring buiten die gebieden uit. Vanuit de overweging dat milieugovernance een sleutelrol speelt bij het mogelijk maken van de goede werking van de verschillende sectorale regels, heeft de Commissie besloten Roemenië een aanmaningsbrief te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Luchtkwaliteit: Commissie roept ITALIË en KROATIË op hun bevolking te beschermen tegen luchtverontreiniging door zwevende deeltjes *[bijgewerkt op 30-10-2020 om 15.30 uur]

De Commissie dringt er bij Italië en Kroatië op aan te voldoen aan de vereisten met betrekking tot zwevende deeltjes zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa. Als de in de richtlijn vastgestelde grenswaarden worden overschreden, moeten de lidstaten plannen met betrekking tot de luchtkwaliteit vaststellen en ervoor zorgen dat deze plannen passende maatregelen omvatten om de duur van de overschrijding zo kort mogelijk te houden. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. In Kroatië blijkt uit de beschikbare gegevens dat de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) en fijne zwevende deeltjes (PM2,5) in verschillende gebieden worden overschreden (de steden Zagreb en Osijek en de industriezone die Slavonski Brod omvat), terwijl uit verslagen blijkt dat de maatregelen ter vermindering van de luchtverontreiniging niet volstaan om de overschrijdingsperioden zo kort mogelijk te houden. In Italië laten de beschikbare gegevens zien dat de grenswaarde voor PM2,5 in verschillende steden in de Povallei (waaronder Venetië, Padua en gebieden dicht bij de stad Milaan) sinds 2015 niet is nageleefd. Bovendien volstaan de door Italië voorgenomen maatregelen niet om de overschrijdingsperioden zo kort mogelijk te houden. PM 10 en PM2,5 zijn bijzonder gevaarlijk voor de menselijke gezondheid. Blootstelling aan zwevende deeltjes kan de longfunctie aantasten, hart- en vaatziekten en aandoeningen van de luchtwegen, hartaanvallen en aritmie veroorzaken of verergeren, het centrale zenuwstelsel en het voortplantingssysteem aantasten en kanker veroorzaken. Alleen al aan PM2,5 worden jaarlijks bijna 350 000 vroegtijdige sterfgevallen in de Europese Unie toegeschreven. De Commissie stuurt Italië en Kroatië vandaag een aanmaningsbrief. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Milieueffectbeoordeling: Commissie roept OOSTENRIJK op tot verbetering nationale regels *[bijgewerkt op 30-10-2020 om 15.30 uur]

De Commissie verzoekt Oostenrijk zijn nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de milieueffectbeoordelingsrichtlijn (Richtlijn 2011/92/EU), die vereist dat de milieueffecten van openbare en particuliere projecten worden beoordeeld voordat zij worden goedgekeurd. In april 2014 hebben de lidstaten nieuwe EU-wetgeving vastgesteld (Richtlijn 2014/52/EU) die de administratieve lasten vermindert en het niveau van milieubescherming verhoogt, en tegelijkertijd zakelijke beslissingen inzake publieke en particuliere investeringen beter, voorspelbaarder en duurzamer maakt. In de Europese Green Deal wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat Europa op schema blijft om zijn milieudoelstellingen te verwezenlijken. Deze zaak betreft een aantal problematische aspecten van de Oostenrijkse wet tot omzetting van de gewijzigde richtlijn, met name de verplichting voor de opdrachtgever en de bevoegde instantie om rekening te houden met de resultaten van andere relevante beoordelingen, het informeren van het publiek en een aantal in de bijlagen I en II van de richtlijn vermelde projecten. De Commissie heeft Oostenrijk op 11 oktober 2019 al een aanmaningsbrief gestuurd. Een verdere analyse van de conformiteit van de Oostenrijkse wetgeving heeft een aantal bijkomende omzettingsproblemen aan het licht gebracht. Vanuit de overweging dat milieugovernance een sleutelrol speelt bij het mogelijk maken van de goede werking van de verschillende sectorale regels, heeft de Commissie besloten Oostenrijk een aanvullende aanmaningsbrief te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Aanmaningsbrieven (artikel 260 VWEU)

Water: Commissie stuurt SPANJE laatste waarschuwing om arrest van Hof over overstromingsrisicoplannen volledig uit te voeren

De Europese Commissie dringt er bij Spanje op aan volledig uitvoering te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 2 april 2020 in zaak C-384/19. Hoewel Spanje het arrest ten uitvoer heeft gelegd ten aanzien van het stroomgebiedsdistrict La Gomera, heeft het de overstromingsrisicobeheersplannen, die op 22 december 2015 moesten zijn ingediend, nog niet opgesteld, voltooid, gepubliceerd en meegedeeld voor de stroomgebiedsdistricten Gran Canaria, Fuerteventura, Lanzarote, Tenerife, La Palma en El Hierro. Deze zijn vereist op grond van artikel 7, leden 1 en 5, en artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2007/60/EG inzake de beoordeling en het beheer van overstromingsrisico's. Spanje verwacht tussen november 2020 en maart 2021 met deze plannen klaar te zijn. In de Europese Green Deal wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat Europa op schema blijft om zijn milieudoelstellingen te verwezenlijken. Vanuit de overweging dat milieugovernance een sleutelrol speelt bij het mogelijk maken van de goede werking van verschillende sectorale milieuvoorschriften en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, heeft de Commissie besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen uit hoofde van artikel 260, lid 1, VWEU. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren; anders kan de Commissie besluiten de zaak opnieuw aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Aanvullende aanmaningsbrief

Lawaai: Commissie verzoekt GRIEKENLAND strategische geluidsbelastingkaarten en actieplannen vast te stellen

De Commissie heeft besloten Griekenland een aanvullende aanmaningsbrief te sturen wegens niet-naleving van de EU-voorschriften inzake omgevingslawaai. In Richtlijn 2002/49/EG is een gemeenschappelijke aanpak vastgesteld om de schadelijke gevolgen van blootstelling aan omgevingslawaai te vermijden, te voorkomen of te verminderen. De EU-lidstaten moeten geluidsbelastingkaarten en actieplannen vaststellen en regelmatig herzien. De richtlijn bepaalt dat voor bepaalde gebieden strategische geluidsbelastingkaarten moeten worden opgesteld. De bevoegde autoriteiten moeten, in overleg met het publiek, actieplannen opstellen met het oog op prioriteiten in deze gebieden. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. Griekenland heeft voor verschillende agglomeraties, wegen en de luchthaven van Athene geen actieplannen en strategische geluidsbelastingkaarten vastgesteld. Voor andere gebieden voldoen de goedgekeurde plannen en kaarten niet aan de minimumvereisten van de richtlijn en zijn zij vastgesteld zonder dat het publiek naar behoren is geraadpleegd. Griekenland heeft ook niet onderzocht of een herziening van de bestaande actieplannen noodzakelijk is. Door weg-, spoorweg- en luchtverkeer veroorzaakt lawaai is in Europa, na luchtverontreiniging, de op een na belangrijkste milieugerelateerde oorzaak van vroegtijdige sterfte. Volgens schattingen van het Europees Milieuagentschap draagt lawaai bij tot 48 000 nieuwe gevallen van ischemische hartziekten per jaar, met vroegtijdige sterfte tot gevolg, en tot ernstige chronische slaapstoornissen bij 6 500 000 mensen. Om de hierboven genoemde redenen stuurt de Commissie Griekenland vandaag een aanmaningsbrief. Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te antwoorden; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Water: Commissie verzoekt ROEMENIË EU-regels inzake stedelijk afvalwater na te leven

De Commissie heeft vandaag besloten Roemenië een aanvullende aanmaningsbrief te sturen wegens niet-naleving van de EU-voorschriften inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (Richtlijn 91/271/EEG van de Raad) in grote stedelijke gebieden. Uit hoofde van de richtlijn moeten steden de benodigde infrastructuur aanleggen om hun stedelijk afvalwater op te vangen en te behandelen. Onbehandeld afvalwater kan een risico voor de volksgezondheid vormen en meren, rivieren, de bodem, de kustwateren en het grondwater verontreinigen. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. Uit de meest recente gegevens die door de Roemeense autoriteiten zijn verstrekt, blijkt dat sommige grote agglomeraties niet hebben gezorgd voor een adequate opvang van stedelijk afvalwater, en dat ook andere niet-conform zijn. 188 grote agglomeraties voldoen nog steeds niet aan de verplichtingen inzake de opvang van stedelijk afvalwater uit hoofde van het EU-recht, terwijl 192 grote agglomeraties niet voldoen aan de verplichtingen inzake secundaire behandeling en 193 grote agglomeraties niet de strengste behandeling toepassen. Daarom stuurt de Commissie Roemenië vandaag een aanmaningsbrief. Deze zaak is een onderdeel van een horizontale actie tegen twaalf lidstaten waarvoor uit hoofde van hun respectieve Toetredingsverdragen een tijdelijke afwijking gold. Roemenië heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Milieueffectbeoordeling: Commissie verzoekt SPANJE zijn nationale wetgeving aan te passen

De Commissie verzoekt Spanje zijn nationale wetgeving aan te passen om volledig in overeenstemming te zijn met de EU-wetgeving inzake milieueffectbeoordeling. Op grond van de richtlijn milieueffectbeoordeling (MEB) (Richtlijn 2014/52/EU) moeten de lidstaten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat projecten die, onder meer vanwege hun aard, omvang of ligging, een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben, worden onderworpen aan een vergunningsplicht en een beoordeling van hun effecten voordat een vergunning wordt verleend. De Spaanse wet tot omzetting van de MEB-richtlijn stelt echter bepaalde “uitsluitingscriteria” vast op grond waarvan projecten die tot bepaalde categorieën behoren, uitsluitend vanwege hun omvang, niet aan een milieueffectbeoordeling hoeven te worden onderworpen. In de Europese Green Deal wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat Europa op schema blijft om zijn milieudoelstellingen te verwezenlijken. Vanuit de overweging dat milieugovernance een sleutelrol speelt bij het mogelijk maken van de goede werking van verschillende sectorale milieuvoorschriften en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, heeft de Commissie besloten Spanje een aanvullende aanmaningsbrief te sturen. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om op de brief te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Natuur: Commissie dringt bij CYPRUS aan op voltooiing netwerk beschermde gebieden *[bijgewerkt op 30-10-2020 om 15.30 uur]

De Commissie verzoekt Cyprus Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna en Richtlijn 2009/147/EG inzake het behoud van de vogelstand volledig ten uitvoer te leggen. Overeenkomstig de richtlijnen moet elke lidstaat bijdragen tot de totstandbrenging van het Natura 2000-netwerk door voldoende speciale beschermingszones (SBZ) en gebieden van communautair belang aan te wijzen die alle prioritaire habitats en soorten op het grondgebied van de lidstaten in voldoende mate bestrijken. Zowel in de Europese Green Deal als in de Europese biodiversiteitsstrategie wordt aangegeven dat het van cruciaal belang is dat de EU haar biodiversiteitsverlies een halt toeroept door beschadigde ecosystemen weer in een goede ecologische toestand te brengen. Cyprus heeft geen uitputtende lijst van voorgestelde gebieden van communautair belang verstrekt en heeft niet over elk gebied alle benodigde informatie verstrekt. Het Natura 2000-netwerk bestrijkt daardoor in onvoldoende mate de verschillende habitattypen en soorten die bescherming behoeven. De Commissie stuurt Cyprus vandaag een met redenen omkleed advies. Het land heeft nu twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen, anders kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Natuur: Commissie verzoekt DUITSLAND bescherming van bloemrijk grasland in beschermde Natura 2000-gebieden op te voeren

De Commissie dringt er bij Duitsland op aan de bescherming van bloemrijke graslanden in Natura 2000-gebieden aanzienlijk op te voeren en zo zijn verplichtingen uit hoofde van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) na te komen. De richtlijn is een van de belangrijkste Europese instrumenten voor de bescherming van de biodiversiteit. Op grond van deze wet moeten de EU-landen belangrijke habitattypen en soorten beschermen en herstellen in een gunstige staat van instandhouding. Zowel in de Europese Green Deal als in de Europese biodiversiteitsstrategie wordt aangegeven dat het van cruciaal belang is dat de EU haar biodiversiteitsverlies een halt toeroept door beschadigde ecosystemen weer in een goede ecologische toestand te brengen. Duitsland voldoet niet aan zijn verplichting om de achteruitgang te voorkomen van met name twee habitattypen, namelijk laaggelegen hooiland en hooiland op bergen, die zich in Duitsland in een ongunstige staat van instandhouding bevinden. De twee habitattypen spelen een cruciale rol voor bestuivende insecten, bijen en vlinders en worden beschermd als onderdeel van het Natura 2000-netwerk. Grotendeels als gevolg van niet-duurzame landbouwpraktijken in natuurbeschermingsgebieden zijn deze habitattypen de afgelopen jaren in verschillende beschermde gebieden aanzienlijk in grootte afgenomen of volledig verdwenen. Duitsland biedt ook geen adequate rechtsbescherming voor deze habitattypen. De Commissie stuurt Duitsland vandaag een met redenen omkleed advies. Duitsland heeft nu twee maanden de tijd om passende maatregelen te nemen; anders kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Water: Commissie verzoekt IERLAND de kaderrichtlijn water correct om te zetten

De Commissie heeft Ierland verzocht te voldoen aan zijn verplichting om de kaderrichtlijn water (Richtlijn 2000/60/EG) volledig en correct in nationaal recht om te zetten. Het doel van de richtlijn is een kader vast te stellen voor de bescherming van landoppervlaktewateren, overgangswateren, kustwateren en grondwater, onder meer door een verdere achteruitgang en verontreiniging ervan te voorkomen en watervoorraden en ecosystemen die afhankelijk zijn van water te beschermen en te verbeteren. De uiterste termijn in de kaderrichtlijn water om een goede watertoestand te bereiken, is 2027. In dit geval maakt de Commissie zich zorgen over het feit dat Ierland de richtlijn nog niet correct in nationaal recht heeft omgezet. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. De belangrijkste gebieden waarop de Ierse omzettingswetgeving in passende controles moet voorzien, zijn wateronttrekking, opstuwing en activiteiten die hydromorfologische veranderingen veroorzaken, zoals dammen, stuwdammen en andere interferenties in de natuurlijke waterstroom. Daarom stuurt de Commissie Ierland vandaag een met redenen omkleed advies. Ierland heeft nu twee maanden de tijd om passende maatregelen te nemen; anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Luchtkwaliteit: Commissie roept GRIEKENLAND en ROEMENIË op nationale programma's ter beheersing van luchtverontreiniging vast te stellen

De Commissie dringt er bij Griekenland en Roemenië op aan hun nationale programma's ter beheersing van de luchtverontreiniging vast te stellen, zoals vereist uit hoofde van Richtlijn (EU) 2016/2284 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen. De richtlijn verplicht de lidstaten nationale programma's ter beheersing van de luchtverontreiniging op te stellen, vast te stellen en uit te voeren om luchtkwaliteitsniveaus te bereiken die geen significante negatieve effecten en risico's voor de gezondheid van de mens en het milieu tot gevolg hebben. De richtlijn stelt emissiereductieverbintenissen vast voor de antropogene atmosferische emissies van de lidstaten met betrekking tot verschillende stoffen (zwaveldioxide, stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan, ammoniak en fijnstof (PM2,5)). De emissies van deze verontreinigende stoffen en hun effecten moeten worden gemonitord en gerapporteerd. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. Om de hierboven genoemde redenen stuurt de Commissie de betrokken lidstaten vandaag een met redenen omkleed advies. Griekenland en Roemenië hebben nu twee maanden de tijd om passende maatregelen te nemen; anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Afval: Commissie verzoekt SLOVENIË zijn verplichtingen inzake autowrakken na te komen

De Commissie verzoekt Slovenië informatie te verstrekken over de doelstellingen voor hergebruik en terugwinning van autowrakken. De autowrakkenrichtlijn (Richtlijn 2000/53/EG) bevat streefcijfers die de lidstaten moeten behalen en een verplichting om over die streefcijfers verslag uit te brengen. De verslaglegging over de streefcijfers is geregeld bij Beschikking 2005/293/EG van de Commissie, waarin gedetailleerde regels zijn vastgesteld voor het toezicht op de in de autowrakkenrichtlijn vastgestelde streefcijfers voor hergebruik/terugwinning en hergebruik/recycling. De Europese Green Deal en het EU-Actieplan voor de circulaire economie hebben beide tot doel onze overgang naar een circulaire economie te versnellen op basis van een hoge hulpbronnenefficiëntie, afvalvermindering en hoge recyclingpercentages in alle sectoren. Slovenië heeft nagelaten tabellen over de streefcijfers voor hergebruik en terugwinning van autowrakken samen met een passende beschrijving van de gebruikte gegevens te verstrekken. Daarom stuurt de Commissie Slovenië vandaag een met redenen omkleed advies. Slovenië heeft nu twee maanden de tijd om passende maatregelen te nemen; anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Toegang tot de rechter: Commissie verzoekt SLOVENIË zijn wetgeving betreffende toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden te verbeteren

De Commissie verzoekt Slovenië om zijn wetgeving betreffende toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden te verbeteren in het kader van zowel de milieueffectbeoordelingsrichtlijn (Richtlijn 2011/92/EU) als de richtlijn inzake industriële emissies (Richtlijn 2010/75/EU). Beide richtlijnen verplichten de lidstaten de toegang van het publiek tot een herzieningsprocedure inzake milieubesluiten te waarborgen. In de Europese Green Deal wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat Europa op schema blijft om zijn milieudoelstellingen te verwezenlijken. De Sloveense wetgeving verplicht personen en ngo's om deel te nemen aan administratieve procedures voordat zij toegang hebben tot een bevoegde administratieve rechtbank, waardoor hun recht op toegang tot de rechter wordt beperkt. Bovendien kan een negatief screeningbesluit voor milieueffectbeoordelingsprocedures (d.w.z. een besluit dat een milieueffectbeoordeling niet nodig is) niet worden aangevochten door natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de projectontwikkelaar en gekwalificeerde ngo's. Dit is in strijd met de rechtspraak van het Hof van Justitie, op grond waarvan het betrokken publiek het recht moet hebben beroep in te stellen tegen een administratief besluit om geen milieueffectbeoordeling uit te voeren. Dit maakt het - in combinatie met andere juridische belemmeringen - voor individuele personen uiterst moeilijk om gebruik te maken van hun recht op toegang tot de rechter. Vanuit de overweging dat milieugovernance een sleutelrol speelt bij het mogelijk maken van de goede werking van verschillende sectorale milieuvoorschriften, stuurt de Commissie Slovenië vandaag een met redenen omkleed advies. Slovenië heeft nu twee maanden de tijd om passende maatregelen te nemen; anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Luchtkwaliteit: Commissie besluit FRANKRIJK voor Hof van Justitie te dagen wegens niet-nakoming van verplichting om burgers te beschermen tegen slechte luchtkwaliteit

De Commissie heeft vandaag besloten Frankrijk voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens slechte luchtkwaliteit als gevolg van hoge concentraties fijnstof (PM10). Wanneer de grenswaarden die in de EU-wetgeving inzake luchtkwaliteit in Richtlijn 2008/50/EG zijn vastgesteld, worden overschreden, moeten de lidstaten plannen met betrekking tot de luchtkwaliteit vaststellen en ervoor zorgen dat deze plannen passende maatregelen omvatten om de duur van de overschrijding zo kort mogelijk te houden. De Europese Green Deal wil de EU ertoe bewegen de verontreiniging in het belang van de volksgezondheid, het milieu en klimaatneutraliteit tot nul terug te brengen. Frankrijk heeft niet voldaan aan de dagelijkse grenswaarden voor PM10-deeltjes, die sinds 2005 wettelijk bindend zijn. De door Frankrijk verstrekte gegevens bevestigen dat de EU-regels inzake grenswaarden voor PM10 in Parijs en Martinique sinds 2005 gedurende respectievelijk twaalf en veertien jaar systematisch niet zijn nageleefd. Daarom daagt de Commissie Frankrijk voor het Hof van Justitie van de EU. Zie voor meer informatie het persbericht.

  • 7. 
    Volksgezondheid

(meer informatie: Stefan de Keersmaecker - tel. +32 229-84680, Darragh Cassidy - tel. +32 229-83978)

Schriftelijke aanmaning

Plantgezondheid: Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK te voldoen aan EU-voorschriften inzake Xylella fastidiosa en Ceratocystis platani

De Europese Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een aanmaningsbrief te sturen wegens niet-naleving van de EU-voorschriften betreffende de plantenplagen Xylella fastidiosa en Ceratocystis platani. Op 21 april 2020 heeft het VK wijzigingen ingevoerd in de Statutory Instruments van de Britse verordening officiële controles van 2019, die invoerbeperkingen met betrekking tot plantenplagen bevatten, waaronder Xylella fastidiosa en Ceratocystis platani; deze zijn niet weer ingetrokken. Hoewel de EU evenredige maatregelen heeft getroffen om planten tegen die plaagorganismen te beschermen, zijn de beschermende maatregelen van het VK ongerechtvaardigd strenger dan de EU-voorschriften. De Commissie heeft daarom Besluit (EU) 2020/758 vastgesteld, waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt verplicht zijn maatregelen uiterlijk op 20 juni 2020 in te trekken. Aangezien het VK niet aan dit besluit heeft voldaan en nationale regels handhaaft die niet in overeenstemming zijn met de EU-voorschriften, heeft de Commissie een aanmaningsbrief gestuurd. Het VK heeft nu twee maanden de tijd om de maatregelen te nemen die vereist zijn om aan deze brief gevolg te geven; zo niet, dan kan de Commissie een met redenen omkleed advies uitbrengen.

  • 8. 
    Digitale economie

(meer informatie: Johannes Bahrke - tel. +32 229-58615; Charles Manoury - tel. +32 229-13391)

Met redenen omklede adviezen

Cyberbeveiliging: Commissie verzoekt BELGIË, HONGARIJE en ROEMENIË hun verplichtingen ten aanzien van aanbieders van essentiële diensten na te komen

De Commissie heeft vandaag besloten België, Hongarije en Roemenië een met redenen omkleed advies te sturen omdat zij de Commissie niet in kennis hebben gesteld van informatie over de identificatie van aanbieders van essentiële diensten. Zoals bepaald in de richtlijn betreffende de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen (NIS-Richtlijn (EU) 2016/1148) heeft de Commissie deze informatie nodig om te beoordelen of de aanpak van de lidstaten voor de identificatie van aanbieders van essentiële diensten samenhangend is. De uiterste datum voor het indienen van de informatie was 9 november 2018. De met redenen omklede adviezen van vandaag volgen op de aanmaningsbrieven die de Commissie in juli 2019 aan de drie landen heeft verzonden. In het geval van België ontbreekt informatie over het aantal aanbieders in verschillende kritieke sectoren, zoals energie, vervoer, gezondheidszorg en drinkwatervoorziening en -distributie, en informatie over bestaande drempels om deze te identificeren (gebruikt in het identificatieproces). Hongarije moet kennis geven van de nog ontbrekende aanbieders van essentiële diensten in de vervoerssector, terwijl de Roemeense autoriteiten nog steeds kennis moeten geven van nationale maatregelen die de identificatie van aanbieders mogelijk maken, het aantal aanbieders van essentiële diensten en de drempels die in het identificatieproces worden gebruikt. België, Hongarije en Roemenië hebben nu twee maanden de tijd om daartoe de nodige maatregelen te nemen; anders kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

  • 9. 
    Energie en klimaat

(meer informatie: Tim McPhie - tel. +32 229-58602; Ana Crespo Parrondo - tel. +32 229-81325)

Aanmaningsbrieven en/of met redenen omklede adviezen

Radioactief afval: Commissie verzoekt OOSTENRIJK, KROATIË en ITALIË een nationaal programma voor het beheer van radioactief afval vast te stellen dat in overeenstemming is met EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten Italië, Kroatië en Oostenrijk aanmaningsbrieven te sturen omdat deze landen geen nationaal programma voor het beheer van radioactief afval in overeenstemming met de voorschriften van de richtlijn inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad) hebben vastgesteld. Radioactief afval ontstaat bij de productie van elektriciteit in kerncentrales of bij niet aan elektriciteitsproductie gerelateerd gebruik van radioactieve stoffen voor medische, industriële, agrarische en onderzoeksdoeleinden. Dit betekent dat alle lidstaten radioactief afval produceren. De richtlijn stelt een communautair kader vast voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval om een hoog niveau van veiligheid te waarborgen en te voorkomen dat toekomstige generaties onnodige lasten worden opgelegd. De richtlijn vereist met name dat de lidstaten nationale programma's opstellen en uitvoeren voor het beheer van alle verbruikte splijtstof en radioactief afval die op hun grondgebied worden geproduceerd, van productie tot berging. Het doel is werknemers en de bevolking te beschermen tegen de gevaren van ioniserende straling. De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk op 23 augustus 2013 hebben omgezet en hun nationale programma's uiterlijk op 23 augustus 2015 voor het eerst aan de Commissie melden. De lidstaten in kwestie hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie te antwoorden. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Basisveiligheidsnormen: Commissie verzoekt ROEMENIË, SLOVENIË, SLOWAKIJE en ZWEDEN EU-wetgeving inzake stralingsbescherming om te zetten

De Commissie heeft vandaag besloten Roemenië, Slovenië en Slowakije een aanmaningsbrief, en Zweden een met redenen omkleed advies te sturen met het verzoek de herziene richtlijn basisveiligheidsnormen (Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad) volledig in hun nationale wetgeving om te zetten. De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk op 6 februari 2018 hebben omgezet, maar de Commissie is van mening dat de bovengenoemde landen dit niet volledig hebben gedaan. De richtlijn, waarmee de EU-wetgeving inzake stralingsbescherming wordt gemoderniseerd en geconsolideerd, stelt basisveiligheidsnormen vast om de bevolking, werknemers en patiënten te beschermen tegen de gevaren die samenhangen met de blootstelling aan ioniserende straling. De richtlijn bevat ook bepalingen voor de voorbereiding en reactie op noodsituaties, die naar aanleiding van het nucleaire ongeval in Fukushima werden aangescherpt. De betrokken lidstaten hebben twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren; doen zij dat niet, dan kan de Commissie besluiten Roemenië, Slovenië en Slowakije met redenen omklede adviezen te sturen en Zweden voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Met redenen omkleed advies

Energieprestatie van gebouwen: Commissie verzoekt PORTUGAL te voldoen aan verplichtingen uit hoofde van EU-wetgeving inzake energie-efficiënte gebouwen

De Commissie heeft vandaag besloten Portugal een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land heeft verzuimd te rapporteren over de kostenoptimale niveaus van de minimumeisen voor energieprestaties, zoals vereist is op grond van de richtlijn energieprestatie van gebouwen (Richtlijn 2010/31/EU). In mei 2010 zijn de lidstaten overeengekomen minimumeisen voor de energieprestatie van gebouwen vast te stellen met het oog op de beste combinatie van investeringen en besparingen, ook wel “kostenoptimale niveaus” genoemd. De berekening van deze niveaus is voor de lidstaten van cruciaal belang om het potentieel voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie van het nationale gebouwenbestand ten volle te benutten en te vermijden dat burgers onnodig veel geld uitgeven aan de verbetering van de energie-efficiëntie van hun woningen en kantoren. Gebouwen zijn de grootste eindgebruikerssector en verbruiken 40 % van de energie in de EU, en het is een absolute prioriteit om die comfortabeler en efficiënter te maken. Portugal heeft nu twee maanden de tijd om aan zijn wettelijke verplichtingen te voldoen; anders kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

  • 10. 
    Belastingen en Douane-unie

(meer informatie: Daniel Ferrie - tel. +32 229-86500, Nerea Artamendi Erro - tel. +32 229-90964)

Aanmaningsbrieven

Belastingen: Commissie verzoekt LUXEMBURG vermindering van de successierechten in overeenstemming met EU-recht te brengen

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Luxemburg een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn regels betreffende de belasting op erfenissen die aandelen in ondernemingen bevatten, te wijzigen De erfbelasting wordt momenteel verlaagd voor aandelen van in Luxemburg gevestigde ondernemingen die aan inschrijvingsbelasting zijn onderworpen, maar niet voor aandelen in vergelijkbare buitenlandse vennootschappen. De Commissie is van oordeel dat deze regels een inbreuk vormen op de vrijheid van vestiging (artikel 49 VWEU en artikel 31 EER-Overeenkomst) en op de vrijheid van kapitaalverkeer (artikel 63 VWEU en artikel 40 EER-Overeenkomst). Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord komt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies sturen.https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A12012E%2FTXThttps://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX%3A21994A0103%2801%29

Belastingen: Commissie verzoekt BELGIË zijn regels inzake fiscale vrijstelling voor inkomsten uit spaardeposito's in overeenstemming met EU-recht te brengen

De Europese Commissie heeft vandaag besloten België een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn regels betreffende de fiscale vrijstelling voor inkomsten uit spaardeposito's te wijzigen. Naar Belgisch recht is een bedrag aan rente op spaardeposito's vrijgesteld van inkomstenbelasting indien de deposito's aan bepaalde criteria voldoen. In het arrest Van der Weegen e.a. (C-580/15), heeft het Hof van Justitie van de EU deze criteria in strijd met artikel 56 VWEU en artikel 36 EER-Overeenkomst bevonden. Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord komt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies sturen.

Belastingen: Commissie verzoekt BELGIË om dividenden op aandelen in eigendom van buitenlandse levensverzekeringsmaatschappijen niet langer zwaarder te belasten dan dividenden ontvangen door Belgische verzekeringsmaatschappijen

De Commissie heeft vandaag besloten België een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn voorschriften te wijzigen waarmee Belgische levensverzekeringsmaatschappijen volledig of bijna volledig worden vrijgesteld van belasting op inkomsten uit dividenden, rente en onroerend goed, met inbegrip van vermogenswinst. Daarentegen worden dividenden en rente of inkomsten die worden uitgekeerd aan levensverzekeringsmaatschappijen die in andere EU/EER-landen zijn gevestigd, onderworpen aan bronbelasting die doorgaans varieert van 15 % tot 30 %, en zijn uitgaande inkomsten uit onroerend goed onderworpen aan vennootschapsbelasting. Naar analogie van de zaken C-342/10, Commissie/Finland, en C-641/17, College Pension Plan of British Columbia, acht de Commissie de hogere belasting voor buitenlandse verzekeringsmaatschappijen onverenigbaar met het vrije verkeer van kapitaal dat wordt gewaarborgd door artikel 63 VWEU en artikel 40 EER-Overeenkomst. België heeft nu twee maanden de tijd om een bevredigend antwoord te geven; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Belastingen: Commissie verzoekt LUXEMBURG zijn voorschriften inzake belastingheffing op door particulieren ontvangen rente te wijzigen

De Commissie heeft vandaag besloten Luxemburg een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn belastingwetgeving inzake door particulieren ontvangen rente te wijzigen. Volgens deze voorschriften worden niet-ingezeten individuele belastingplichtigen die ervoor gekozen hebben om als ingezetenen te worden behandeld, over hun rente belast tegen een progressief tarief van maximaal 42 %, terwijl ingezeten belastingplichtigen ervoor kunnen kiezen om over hun rente te worden belast in de vorm van een definitieve bronbelasting tegen een vast tarief van 20 %. De Commissie is van mening dat deze voorschriften een inbreuk kunnen vormen op het vrije verkeer van personen en het vrije verkeer van werknemers of zelfstandigen (artikelen 21, 45 en 49 VWEU — artikelen 28 en 31 EER-Overeenkomst). Luxemburg heeft nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Belastingen: Commissie verzoekt FRANKRIJK zijn wetgeving inzake belasting op meerwaarde van buitenlandse beleggingsfondsen te wijzigen

De Commissie heeft vandaag besloten Frankrijk een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn wetgeving inzake de belasting op de meerwaarde van buitenlandse beleggingsfondsen aan te passen. Wanneer een buitenlands beleggingsfonds zijn aandeel in een Franse vennootschap verkoopt, is de meerwaarde belastbaar, mits het aandeel op enig moment is de laatste vijf jaar meer dan 25 % van de onderneming bedroeg. Voor Franse beleggingsfondsen van dit type is de meerwaarde echter vrijgesteld van deze belasting. Dit is discriminerend en is in strijd met het EU-recht (artikel 49 VWEU betreffende het recht van vestiging en artikel 63 VWEU over het vrije verkeer van kapitaal), aangezien het buitenlandse beleggingsfondsen ervan weerhoudt in Franse vennootschappen te investeren. Frankrijk moet de aanmaningsbrief binnen twee maanden op een bevredigende manier beantwoorden; anders kan de Commissie een met redenen omkleed advies sturen.

Belastingen: Commissie neemt verdere maatregelen tegen VERENIGD KONINKRIJK wegens niet-naleving van EU-regels inzake de handel in financiële instrumenten op bepaalde termijnmarkten

De Commissie heeft vandaag, op grond van artikel 260 VWEU, besloten het Verenigd Koninkrijk een aanmaningsbrief te sturen wegens het niet correct toepassen van de btw-voorschriften van de EU op bepaalde grondstoffenmarkten en wegens het niet ten uitvoer leggen van het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 14 mei 2020 (Commissie/Verenigd Koninkrijk, C-276/19). In zijn arrest heeft het Hof vastgesteld dat het Verenigd Koninkrijk zijn verplichtingen uit hoofde van de btw-voorschriften van de Unie (artikel 395, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad) niet is nagekomen door de werkingssfeer van een btw-afwijking, die oorspronkelijk in 1977 was ingevoerd en die een nultarief toepast op transacties die op bepaalde grondstoffenmarkten in het Verenigd Koninkrijk worden verricht, uit te breiden zonder bij de Europese Commissie een verzoek in te dienen om de Raad van de Europese Unie daarvoor toestemming te vragen. Bijgevolg past het Verenigd Koninkrijk de afwijking ten onrechte toe op de handel in andere grondstoffen dan oorspronkelijk bedoeld. De uitzondering op de normale verplichting om een btw-boekhouding te voeren, is eveneens uitgebreid. Het Verenigd Koninkrijk heeft nu twee maanden de tijd om de aanmaningsbrief te beantwoorden;

Met redenen omkleed advies

Belastingen: Commissie dringt bij SPANJE aan op omzetting van richtlijn betreffende bestrijding van belastingontwijking met betrekking tot hybridemismatches

De Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen waarin Spanje eraan wordt herinnerd dat het de richtlijn ter bestrijding van belastingontwijking met betrekking tot hybridemismatches uiterlijk op 31 december 2019 in nationaal recht had moeten omzetten (Richtlijn (EU) 2017/952 van de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1164). Het doel van die richtlijn is ervoor te zorgen dat multinationale ondernemingen hun verplichting tot betaling van vennootschapsbelasting niet kunstmatig kunnen verminderen door gebruik te maken van verschillen tussen de belastingstelsels van de lidstaten en die van niet-EU-landen (zogenaamde “hybridemismatches”). Indien Spanje binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie en het Hof verzoeken sancties op te leggen omdat de richtlijn niet tijdig in nationaal recht is omgezet.

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Belastingen: Europese Commissie besluit GRIEKENLAND voor Hof van Justitie van de EU te dagen wegens voorschriften inzake inkomstenbelasting voor bedrijven met buitenlandse bijkantoren

De Commissie heeft vandaag besloten Griekenland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen in verband met zijn wetgeving inzake inkomstenbelasting, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen in het binnenland geleden bedrijfsverliezen en verliezen in een andere EU/EER-staat. Tegelijkertijd zijn beide categorieën bedrijfswinsten in Griekenland aan belasting onderworpen. Dit verschil in fiscale behandeling is in strijd met de artikelen 49, lid 1, VWEU (in samenhang met artikel 54 VWEU) en 31, lid 1, EER-Overeenkomst (in samenhang met artikel 34 EER-Overeenkomst) en vormt een beperking van het recht van vestiging. Het persbericht is online beschikbaar.https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX%3A21994A0103%2801%29

Belastingen: Europese Commissie besluit NEDERLAND voor Hof van Justitie van de EU te dagen wegen regels inzake grensoverschrijdende overdracht van pensioenkapitaal en grensoverschrijdende uitvoering van pensioenregelingen

De Commissie heeft vandaag besloten Nederland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens de Nederlandse regels inzake grensoverschrijdende uitvoering van pensioenregelingen en de overdracht van pensioenkapitaal. Het gaat om drie verschillende regels in de Nederlandse grensoverschrijdende pensioenbelastingregeling. Volgens de Commissie zijn deze voorwaarden beperkingen van het vrije verkeer van burgers en werknemers, de vrijheid van vestiging, het vrij verrichten van diensten en het vrije verkeer van kapitaal. Het persbericht is online beschikbaar.

Belastingen: Europese Commissie besluit België voor Europees Hof van Justitie te dagen wegens regels inzake belastingaftrek van alimentatie voor niet-ingezetenen

De Commissie heeft vandaag besloten België voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen in verband met zijn wetgeving inzake de aftrekbaarheid van alimentatie op het belastbare inkomen van niet-ingezetenen. Momenteel staat de Belgische wetgeving niet toe alimentatie in mindering te brengen op het belastbare inkomen van niet-ingezetenen die minder dan 75 % van hun wereldinkomen in België verdienen. Deze weigering benadeelt niet-ingezeten belastingplichtigen. Deze wetgeving is derhalve in strijd met artikel 45 VWEU en artikel 28 EER-Overeenkomst. Het persbericht is online beschikbaar.

Belastingen: Europese Commissie besluit POLEN voor Hof van Justitie van EU te dagen wegens regels die geneesmiddelenproducenten vrijstelling van accijnzen ontzeggen

De Commissie heeft vandaag besloten Polen voor het Hof van Justitie te dagen omdat het land zich niet heeft aangepast aan de EU-regels inzake de vrijstelling van ingevoerde alcohol die bij de vervaardiging van geneesmiddelen wordt gebruikt. De EU-accijnsregels voorzien in een verplichte vrijstelling van accijns voor de invoer van ethylalcohol die wordt gebruikt bij de vervaardiging van geneesmiddelen. De Poolse nationale praktijken kennen deze verplichte vrijstelling echter niet toe. Deze praktijk druist in tegen bepalingen van het EU-recht ter zake en tegen het evenredigheidsbeginsel (Richtlijn 92/83/EEG). Het persbericht is online beschikbaar.

  • 10. 
    Economische en financiële zaken

(meer informatie: Marta Wieczorek - tel. +32 229-58197; Enda McNamara - tel. +32 229-64976)

Schriftelijke aanmaning

Namaak van euro's: Commissie verzoekt BELGIË en GRIEKENLAND regels inzake bescherming van munten tegen valsemunterij correct toe te passen

De Commissie heeft vandaag besloten België en Griekenland aanmaningsbrieven te sturen wegens de onjuiste toepassing van de EU-voorschriften betreffende de bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij. Deze regels, die zijn vastgelegd in Richtlijn 2014/62/EU, zijn van essentieel belang voor de versterking van het EU-kader voor de bestrijding van de vervalsing van bankbiljetten en munten. België heeft de bepaling van de richtlijn betreffende de strafbaarstelling van de uitgifte van vals geld en het gebruik van legale middelen of faciliteiten voor de vervaardiging van vals geld niet correct omgezet. Ook heeft België de bepalingen van de richtlijn die betrekking hebben op de verplichting van de nationale autoriteiten om valse eurobankbiljetten en euromunten tijdens gerechtelijke procedures voor analyse over te leggen aan het nationale analysecentrum, niet correct omgezet. In de richtlijn is bepaald dat monsters uiterlijk op het moment van de definitieve nationale rechterlijke beslissing moeten zijn overgelegd om te helpen bij het opsporen en identificeren van verdere valse bankbiljetten en muntstukken. Griekenland heeft — onder meer — de bepalingen van de richtlijn betreffende het minimumniveau van de maximale gevangenisstraf voor de vervaardiging en distributie van vals geld, die respectievelijk acht en vijf jaar moeten bedragen, niet correct omgezet. De nationale wetgeving zorgt er evenmin voor dat doeltreffende onderzoeksbevoegdheden, zoals die welke worden gebruikt bij georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan voor het onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten op grond van de richtlijn. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om op de aanmaningsbrief te antwoorden. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.


Terug naar boven