r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

'Supporting the future of Syria and the region' conference: new financial tracking report highlights that international donors have already over fulfilled their 2020 pledges

Met dank overgenomen van Raad van de Europese Unie (Raad), gepubliceerd op vrijdag 16 oktober 2020.

De Europese Commissie heeft een nieuw financieel voortgangsverslag uitgebracht, waarin wordt nagegaan in hoeverre donoren hun toezeggingen tijdens de 4e Brusselse conferentie over "Supporting the Future of Syria and the Region" (30 juni 2020) zijn nagekomen. Die conferentie (die de EU organiseert en samen met de VN voorzit) zorgde ervoor dat in totaal $ 13,8 miljard (€ 12,4 miljard) aan directe steun en leningen werd toegezegd. Daaruit blijkt de aangehouden inzet van internationale donoren om de gevolgen van de Syrische crisis aan te pakken. Het is het 10e financiële voortgangsverslag over de nakoming van financiële toezeggingen die gedaan zijn tijdens de Brusselse conferenties over de Syrische crisis sinds 2016.

Op 31 augustus 2020 hadden internationale donoren $ 5 miljard (€ 4,5 miljard) aan subsidies aan Syrië en de regio betaald, zo blijkt uit het verslag. Dat is al meer dan er in totaal voor 2020 was toegezegd. Daarnaast hadden donoren $ 1,7 miljard (€ 1,5 miljard, oftewel 85%) van hun beloofde directe steun voor 2021 al gestort. Wat de nieuwe toegezegde leningen betreft, was al $ 0,9 miljard (€ 0,8 miljard of 14%) vastgelegd.

Deze steun komt terecht in Syrië en 5 buurlanden die vluchtelingen opvangen (Libanon, Turkije, Jordanië, Irak en Egypte). Van het totale steunbedrag voor 2020 - $ 5 miljard (€ 4,5 miljard) - werd 34% toegewezen aan Syrië, 19% aan Libanon, 16% aan Turkije, 13% aan Jordanië, 8% aan Irak en 1% aan Egypte. De overige 9% was bestemd voor initiatieven van meerdere landen samen en regionale initiatieven. De grootste steunbedragen dit jaar zijn voor voeding, gezondheid, onderwijs, economisch herstel en infrastructuur. De meest opmerkelijke verandering ten opzichte van 2019 is dat er nu meer steun gaat naar de voedingssector (18% in plaats van 6,1%), omdat er in Syrië nu veel meer mensen - 9,3 miljoen - te kampen hebben met voedselonzekerheid.

Toch is er nog steeds niet genoeg geld om in alle sectoren hulp te geven aan de meer dan 11 miljoen mensen in nood in Syrië en de 5,6 miljoen vluchtelingen in de regio, zeker gezien de extra lasten als gevolg van COVID-19 en de ramp in de haven van Beiroet. Alle generositeit van de donoren ten spijt is het reactieplan voor humanitaire hulp in Syrië slechts voor 43% gefinancierd en het regionaal plan voor vluchtelingen en weerbaarheid (3RP) slechts voor 28%.

In Syrië heeft de beperkte financiering van het reactieplan voor humanitaire hulp gevolgen voor de humanitaire activiteiten en staat die investeringen in een duurzamere aanpak en benaderingen met meer oog voor waardigheid in de weg. Dat maakt de bevolking kwetsbaarder en verhoogt het gevaar dat de noden van bepaalde bevolkingsgroepen nog verder toenemen. Tussen de investeringen is er een sterke onderlinge afhankelijkheid.

De donoren blijven Jordanië helpen op het gebied van onderwijs. De toegang tot basisonderwijs overtreft de streefcijfers. Desondanks is het nog steeds moeilijk om Syrische kinderen in het secundair onderwijs te houden. De donoren proberen vluchtelingen en gastgemeenschappen zelfredzamer te maken door fatsoenlijke banen te bieden. Ook werken ze aan een inclusief nationaal socialebeschermingsstelsel. Over het algemeen moet er nog meer werk worden gemaakt van een inclusieve aanpak.

In Libanon is de donorfinanciering volgens het verslag stabiel gebleven, hoewel het crisisresponsplan in Libanon slechts voor 26 % gefinancierd is. De bescherming is enigszins verbeterd: geboortes worden vaker geregistreerd. Het blijft echter moeilijk om een verblijfsvergunning te verkrijgen, waardoor vluchtelingen moeilijker toegang tot wettelijke documenten hebben, minder bewegingsvrijheid, en slechtere toegang tot basisvoorzieningen, waaronder gezondheidszorg, sociale diensten en onderwijs. Er is veel schooluitval in het secundair onderwijs en er moet nog meer gebeuren om kwaliteitsonderwijs te bevorderen. De donoren blijven steun verstrekken aan het nationale armoedebestrijdingsprogramma, maar om de toenemende risico's onder de Libanese bevolking aan te pakken, moet er een breed socialebeschermingsstelsel worden ontwikkeld. De ontploffing in de haven heeft voor nog meer problemen gezorgd en het aantal coronabesmettingen gaat scherp omhoog. De internationale gemeenschap blijft onverminderd massaal steun geven. Er zijn meer inspanningen nodig om te komen tot universele gezondheidszorgdekking en betaalbare zorg.

Dankzij de donorsteun aan het 3RP in Turkije, Irak en Egypte zijn de kritieke ondersteuningsprogramma's voor gastgemeenschappen en vluchtelingen opgeschaald om de gevolgen van COVID-19 op te vangen. Onder meer levensnoodzakelijke beschermingsdiensten, zoals psychosociale steun en multifunctionele geldelijke bijstand en gezondheids- en onderwijsingrepen, zijn uitgebreid. De gevolgen van COVID-19 vereisen meer steun aan gemeenschappen en nationale stelsels, want de plannen voor vluchtelingen en weerbaarheid in deze landen zijn gemiddeld maar voor een kwart gefinancierd.


Terug naar boven