r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

COVID-19: Raad bepaalt standpunt over faciliteit voor herstel en veerkracht

Met dank overgenomen van Raad van de Europese Unie (Raad), gepubliceerd op vrijdag 9 oktober 2020.

Infographic - Recovery and Resilience Facility: the Council’s position

Zie volledige infographic

Het politiek akkoord van de ministers voor Economische Zaken en Financiën over de faciliteit voor herstel en veerkracht (van 6 oktober 2020) werd nu formeel goedgekeurd door de ambassadeurs van de lidstaten bij de EU. De faciliteit is het belangrijkste onderdeel van het herstelinstrument van de EU (NextGenerationEU), dat een antwoord moet bieden op de COVID-19-crisis en de uitdagingen die gepaard gaan met de groene en de digitale transitie.

De financiële middelen in de faciliteit bedragen € 672,5 miljard. Daarmee zal steun worden gegeven aan publieke investeringen en hervormingen. Ook zal worden bijgedragen aan de economische, sociale en territoriale cohesie binnen de EU. De faciliteit moet de lidstaten helpen het hoofd te bieden aan de economische en sociale gevolgen van de COVID-19-pandemie, en er tegelijk voor zorgen dat hun economieën inspelen op de groene en de digitale transitie en zodoende duurzamer en veerkrachtiger worden.

De hoofdkenmerken van de faciliteit waren al op 17-21 juli 2020 door de EU-leiders besproken bij de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader en het herstelpakket. Het standpunt van de Raad bouwt voort op hun politieke sturing.

Nu moeten het Europees Parlement - dat zijn standpunt nog moet bepalen - en de Raad onderhandelen over de faciliteit.

De faciliteit voor herstel en veerkracht is een krachtig instrument om de extreme gevolgen van de COVID-19-crisis op te vangen. Als belangrijkste instrument van het herstelpakket van € 750 miljard zal het er mee voor zorgen dat Europa sterker, klimaat­vriendelijker, digitaler en eens­gezinder uit de crisis opstaat. Nu is het zaak de wetgevingsprocedure met het Europees Parlement snel af te ronden. Er is geen tijd te verliezen. We moeten de faciliteit zo snel mogelijk klaar hebben, zodat de lidstaten volgend jaar tijdig steun krijgen.

Olaf Scholz, minister van Financiën en vicekanselier van Duitsland

Financiële middelen

Wat de financiële middelen betreft, weerspiegelt het Raadsmandaat de hoofdelementen van de conclusies van de Europese Raad van 17-21 juli.

De faciliteit voor herstel en veerkracht zal de lidstaten € 312,5 miljard aan subsidies bieden (in prijzen van 2018), waarvan 70% zal worden vastgelegd in 2021 en 2022 en 30 % ten laatste eind 2023.

Voor de verdeelsleutel voor de jaren 2021-2022 zal rekening worden gehouden met de bevolkingsomvang van elke lidstaat, het inverse van het bbp per hoofd van de bevolking en het relatieve werk­loos­heids­percentage in de afgelopen 5 jaar. In de verdeelsleutel voor 2023 zal het werk­loos­heids­criterium worden vervangen door de afname van het reële bbp in 2020 en de cumulatieve verandering van het reële bbp in de periode 2020-2021, waarbij beide variabelen evenveel meetellen. Voor de cijfers zal voorlopig worden uitgegaan van de najaars­prognoses 2020 van de Commissie. Op 30 juni 2022 komt er een bijstelling op basis van de werkelijke statistische cijfers.

Daarnaast wordt tot 2023 een bedrag van € 360 miljard aan leningen beschikbaar gemaakt voor de lidstaten om hun extra financiering te bieden voor hun hervormingen en investeringen. Die leningen mogen maximaal 6,8% van het bni van elke lidstaat bedragen.

Plannen voor herstel en veerkracht

Om in aanmerking te komen voor steun uit de faciliteit moeten de lidstaten nationale plannen voor herstel en veerkracht opstellen. Daarin moeten ze hun hervormings- en investerings­agenda’s tot 2026 schetsen en streefcijfers, intermediaire doelen en geraamde kosten vermelden.

De plannen moeten ingaan op de uitdagingen en prioriteiten die in de landspecifieke aanbevelingen van het Europees Semester zijn vastgesteld, en bijdragen tot meer groeipotentieel, meer werkgelegenheid en meer economische en sociale veerkracht in de lidstaten. Minstens 37% van de middelen waarvan sprake in het plan moet gaan naar de groene transitie, en minstens 20% naar de digitale transformatie. De lidstaten moeten er ook op toezien dat hun maatregelen sporen met het beginsel "geen ernstige afbreuk (aan het milieu) doen" uit de taxonomie­verordening.

Volgens het Raadsmandaat zullen maatregelen pas in aanmerking komen als ze na 1 februari zijn ingegaan.

De lidstaten kunnen hun ontwerpplannen vanaf 15 oktober indienen bij de Commissie, en ze moeten hun plannen uiterlijk 30 april officieel uitbrengen.

Goedkeuringsproces

De Raad wil dat de Commissie de plannen voor herstel en veerkracht (of de actualiseringen ervan) binnen twee maanden beoordeelt. Zo nodig kunnen de betrokken lidstaat en de Commissie overeenkomen die termijn enigszins te verlengen.

De Raad moet de beoordeling van de plannen voor herstel en veerkracht bij uitvoerings­besluit goedkeuren, voor zover mogelijk binnen vier weken na het voorstel van de Commissie.

Voorfinanciering

Het mandaat van de Raad biedt lidstaten de mogelijkheid om in 2021 voorfinanciering uit de faciliteit aan te vragen.

Die voorfinanciering zou maximaal 10% van de totale steun in hun (door de Raad goedgekeurde) plannen voor herstel en veerkracht bedragen.

Betalingen

De middelen uit de faciliteit worden ter beschikking van de lidstaten gesteld naarmate ze de relevante intermediaire doelen en streefdoelen uit hun plannen op bevredigende wijze halen.

Volgens het Raadsmandaat moet de Commissie, voordat ze opdracht geeft tot betaling van de financiële steun, niet alleen zoals gewoonlijk het relevante deskundigencomité raadplegen, maar ook het Economisch en Financieel Comité verzoeken om advies over de bevredigende verwezenlijking van de intermediaire doelen en streefdoelen. Het advies moet binnen vier weken na de initiële beoordeling van de Commissie worden uitgebracht.

Het standpunt van de Raad omvat ook het "noodremmechanisme" uit de conclusies van de Europese Raad van juli - als een of meer lidstaten bij uitzondering van oordeel zijn dat er ernstig wordt afgeweken van de bevredigende verwezenlijking van de relevante intermediaire doelen en streefdoelen.


Terug naar boven