r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Commissie keurt een Belgische regeling van 4 miljoen EUR goed ter ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten met betrekking tot het coronavirus

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op maandag 27 april 2020.

De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gegeven aan een Belgische regeling van directe subsidies voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ter ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten (O&O) met betrekking tot het coronavirus in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest De regeling kreeg groen licht op grond van het tijdelijke steunkader dat de Commissie op 19 maart 2020 heeft aangenomen, als gewijzigd op 3 april 2020.

Uitvoerend vicevoorzitter Margrethe Vestager, belast met het mededingingsbeleid: Met deze Belgische regeling ten belope van 4 miljoen EUR zullen bedrijven worden gestimuleerd om hun activiteiten af te stemmen op het onderzoek en de aanmaak van bepaalde producten, zoals vaccins, geneesmiddelen of ontsmettingsmiddelen, of op behandelingen die in de huidige omstandigheden het meest noodzakelijk zijn. Onze werkzaamheden met de lidstaten gaan door en zorgen ervoor dat de nationale steunmaatregelen op een gecoördineerde en doeltreffende wijze kunnen worden uitgevoerd, in overeenstemming met de EU-regels.”

De Belgische steunmaatregelen

België heeft overeenkomstig het tijdelijke steunkader bij de Commissie een aanmelding gedaan van een steunregeling van 4 miljoen EUR ter ondersteuning van O&O-projecten met betrekking tot het coronavirus in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

De overheidssteun zal worden verleend in de vorm van rechtstreekse subsidies. De regeling zal openstaan voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen uit alle sectoren die dergelijke activiteiten kunnen verrichten en die ten minste één vestiging in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben.

De regeling heeft tot doel de ontwikkeling te ondersteunen van innovatieve oplossingen voor de coronaviruspandemie, zoals vaccins, geneesmiddelen en behandelingen, medische hulpmiddelen, ziekenhuis- en medische producten en apparatuur, waaronder beademingsapparaten, beschermende kleding, diagnose-instrumenten en ontsmettingsmiddelen.

De Commissie is tot de bevinding gekomen dat de regeling in overeenstemming is met de voorwaarden die in het tijdelijke steunkader zijn uiteengezet. De regeling heeft met name betrekking op projecten voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling en biedt steun voor 80 % van de in aanmerking komende kosten voor de duur van het project.

Voorts worden ondernemingen ertoe aangezet onderling of met onderzoeksorganisaties samen te werken en genieten zij een opslag van 15 % wanneer het O&O-project wordt verricht in grensoverschrijdende samenwerking met onderzoeksorganisaties of andere ondernemingen, of wanneer het onderzoeksproject door meer dan één lidstaat wordt gesteund.

De Commissie heeft dan ook geconcludeerd dat de regeling noodzakelijk, passend en evenredig is om de gezondheidscrisis aan te pakken, in overeenstemming met artikel 107, lid 3, onder c), VWEU en de voorwaarden van het tijdelijke steunkader.

Op basis hiervan heeft de Commissie, op grond van de EU-staatssteunregels, toestemming gegeven voor de maatregelen.

Achtergrond

De Commissie heeft een tijdelijk steunkader aangenomen waarin de lidstaten maximaal gebruik kunnen maken van de flexibiliteit die de staatssteunregels bieden om de economie te stutten bij de uitbraak van het coronavirus. Het tijdelijke steunkader, als gewijzigd op 3 april 2020, voorziet in de volgende vormen van steun, die de lidstaten kunnen toekennen:

(i) Directe subsidies, kapitaalinjecties, selectieve belastingvoordelen en voorschotten tot maximaal 100 000 EUR per onderneming in de primaire landbouwsector, 120 000 EUR per onderneming in de visserij- en aquacultuursector en 800 000 EUR voor ondernemingen in alle overige sectoren. Dit moet hun dringende liquiditeitsbehoeften helpen dekken. De lidstaten kunnen ook - tot een nominaal bedrag van 800 000 euro per onderneming - renteloze leningen of garanties verstrekken om 100 % van het kredietrisico van de lening te dekken. In de landbouwsector ligt deze bovengrens bij 100 000 euro en in de visserij- en aquacultuursector bij 120 000 EUR.

(ii) Staatsgaranties voor leningen aangegaan door ondernemingen. Deze moeten ervoor zorgen dat banken krediet blijven verstrekken aan cliënten die dat nodig hebben. Deze staatsgaranties kunnen tot 90 % van het risico dekken wanneer aan ondernemingen leningen worden verstrekt om hun directe werkkapitaal- en investeringsbehoeften te helpen dekken.

(iii) Overheidsleningen met rentesubsidie voor ondernemingen: hiermee kunnen ondernemingen tegen een voordelig rentetarief lenen. Deze leningen kunnen ondernemingen helpen om dringende werkkapitaal- en investeringsbehoeften te dekken.

(iv) Banken die staatssteun doorgeven aan de reële economie, krijgen zekerheid dat die steun als directe steun wordt beschouwd, niet voor de bank zelf maar voor de cliënten van de bank. Ook wordt duidelijk toegelicht hoe de verstoring van de mededinging tussen banken tot een minimum moet worden beperkt.

(v) Kortlopende exportkredietverzekering voor alle landen, zonder dat de betrokken lidstaat hoeft aan te tonen dat het land in kwestie tijdelijk “onverhandelbaar” is.

(vi) Steun voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) met betrekking tot het coronavirus: om de huidige gezondheidscrisis te bestrijden, kan steun worden verleend in de vorm van directe subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen. Een opslag kan worden toegestaan voor grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten tussen lidstaten.

(vii) Steun voor het bouwen en opschalen van testfaciliteiten waar producten (zoals vaccins, beademingsapparaten en beschermende kleding) worden ontwikkeld en getest die kunnen worden ingezet in de strijd tegen de uitbraak van het coronavirus. Dit geldt voor alle fasen tot de eerste industriële toepassing. De steun kan worden verleend in de vorm van directe subsidies, belastingvoordelen, terugbetaalbare voorschotten en volledige garanties tegen verliezen. Ondernemingen kunnen een opslag krijgen wanneer hun investering wordt gesteund door meer dan één lidstaat en wanneer de investering is voltooid binnen twee maanden nadat de steun is toegekend.

(viii) Steun voor de aanmaak van producten om de uitbraak van het coronavirus tegen te gaan in de vorm van directe subsidies, belastingvoordelen, terugbetaalbare voorschotten en volledige garanties tegen verliezen. Ondernemingen kunnen een opslag krijgen wanneer hun investering wordt gesteund door meer dan één lidstaat en wanneer de investering is voltooid binnen twee maanden nadat de steun is toegekend.

(ix) Gerichte steun in de vorm van belastinguitstel en/of opschorting van socialezekerheidsbijdragen voor de bedrijfstakken, regio's of voor de soorten ondernemingen die het hardst door de uitbraak worden getroffen.

(x) Gerichte steun in de vorm van loonsubsidies voor werknemers voor de ondernemingen in de bedrijfstakken of regio's die het meest te lijden hebben van de uitbraak van het coronavirus, en die anders personeel zouden moeten ontslaan.

Het tijdelijke steunkader biedt de lidstaten de mogelijkheid om alle steunmaatregelen onderling te combineren. Deze mogelijkheid geldt echter niet voor leningen en garanties voor dezelfde lening of voor een overschrijding van de drempels van het tijdelijke steunkader. De lidstaten kunnen ook alle steunmaatregelen die zij op grond van het tijdelijke steunkader toekennen, combineren met de bestaande mogelijkheden om een onderneming de-minimissteun toe te kennen. De maxima zijn hier: 25 000 EUR over drie belastingjaren voor ondernemingen uit de primaire landbouwsector, 30 000 EUR over drie belastingjaren voor ondernemingen in de visserij- en aquacultuursector en 200 000 EUR over drie belastingjaren voor ondernemingen in alle overige sectoren. Tegelijkertijd moeten de lidstaten zich ertoe verbinden ongeoorloofde cumulatie van steunmaatregelen voor dezelfde ondernemingen te vermijden, zodat de steun beperkt blijft tot het dekken van hun daadwerkelijke behoeften.

Voorts biedt het tijdelijke steunkader een aanvulling op de vele andere mogelijkheden die lidstaten nu reeds hebben om, met inachtneming van de EU-staatssteunregels, de sociaal-economische gevolgen van de uitbraak van het coronavirus te temperen. Op 13 maart 2020 heeft de Commissie een mededeling over een gecoördineerde economische respons op de uitbraak van COVID-19 aangenomen, waarin deze mogelijkheden worden uiteengezet. Lidstaten kunnen bijvoorbeeld algemeen geldende wijzigingen doorvoeren ten gunste van ondernemingen (betalingsuitstel voor belastingen of subsidiëring van werktijdverkorting in alle sectoren). Die wijzigingen vallen dan niet onder de staatssteunregels. Ook kunnen zij ondernemingen voor geleden schade compenseren wanneer die schade het gevolg is van en rechtstreeks veroorzaakt is door de uitbraak van het coronavirus.

Het tijdelijke steunkader zal van kracht blijven tot eind december 2020. Om de nodige rechtszekerheid te garanderen, zal de Commissie vóór die datum nagaan of het steunkader moet worden verlengd.

De niet-vertrouwelijke versie van dit besluit komt, zodra eventuele vertrouwelijkheidskwesties zijn opgelost, onder zaaknummer SA.57057 beschikbaar in het staatssteunregister op de website van DG Concurrentie van de Commissie. Een overzicht van de recentste staatssteunbesluiten die op internet en in het EU-Publicatieblad zijn gepubliceerd, is te vinden in de elektronische nieuwsbrief State Aid Weekly e-News.

Meer informatie over het tijdelijke steunkader en over andere maatregelen die de Commissie heeft genomen om de economische impact van de coronapandemie op te vangen, is hier te vinden.


Terug naar boven