r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Staatssteun: Commissie geeft groen licht voor Nederlandse regeling ter hoogte van 100 miljoen EUR voor gesubsidieerde leningen ter ondersteuning van kmo's die door de uitbraak van het coronavirus zijn getroffen

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op vrijdag 24 april 2020.

De Europese Commissie heeft groen licht gegeven voor een Nederlandse staatsteunregeling in het kader van de uitbraak van het coronavirus ter hoogte van 100 miljoen EUR voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's). De regeling is goedgekeurd op grond van het tijdelijke steunkader dat de Commissie op 19 maart 2020 heeft aangenomen, als gewijzigd op 3 april 2020.

Uitvoerend vicevoorzitter Margrethe Vestager, belast met het mededingingsbeleid: „Met deze Nederlandse regeling van 100 miljoen EUR zal Nederland door de toekenning van leningen tegen gesubsidieerde rentetarieven kmo's die door de uitbraak van het coronavirus zijn getroffen, helpen hun toegang tot liquiditeit te vergroten zodat zij hun activiteiten in deze moeilijke tijden kunnen voortzetten. We werken nauw met de lidstaten samen om te waarborgen dat nationale steunmaatregelen zo snel en doeltreffend mogelijk kunnen worden ingevoerd, in overeenstemming met de EU-regels.”

De Nederlandse steunmaatregelen

Nederland heeft op basis van het tijdelijke steunkader bij de Commissie aanmelding gedaan van een regeling van 100 miljoen EUR ter ondersteuning van bedrijven die door de uitbraak van het coronavirus zijn getroffen.

De overheidssteun, die de vorm zal aannemen van rentesubsidies op leningen, zal toegankelijk zijn voor kmo's waarvan de voornaamste bron van financiering voortvloeit uit extern vermogen, risicokapitaal of microkredieten.

Het doel van de regeling is om die ondernemingen te helpen die als gevolg van de uitbraak van het coronavirus moeilijkheden hebben liquiditeit aan te trekken, om hun directe werkkapitaal- en investeringsbehoeften te dekken, zodat zij hun activiteiten tijdens en na deze uitbraak kunnen voortzetten.

De Commissie is van oordeel dat de regeling die de Nederlandse autoriteiten hebben aangemeld, voldoet aan de voorwaarden van het tijdelijke steunkader. En wel om de volgende redenen: i) het onderliggende kredietbedrag per onderneming blijft beperkt tot wat nodig is om de liquiditeitsbehoeften van de onderneming voor de nabije toekomst te dekken; ii) de leningen worden slechts tot het einde van dit jaar verstrekt; iii) de leningen zijn beperkt tot een maximale periode van zes jaar; en iv) de rentetarieven zijn in overeenstemming met de niveaus die in het tijdelijke steunkader zijn vastgelegd.

De Commissie heeft dan ook geconcludeerd dat de Nederlandse maatregel noodzakelijk, passend en evenredig is om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen — en in overeenstemming is met artikel 107, lid 3, onder b), van het VWEU en de voorwaarden van het tijdelijke steunkader.

Op basis hiervan heeft de Commissie, op grond van de EU-staatssteunregels, toestemming gegeven voor de maatregel.

Achtergrond

De Commissie heeft een tijdelijk steunkader aangenomen waarmee de lidstaten de ruimte krijgen om maximaal gebruik te maken van de flexibiliteit die de staatssteunregels bieden om de economie bij deze uitbraak van het coronavirus te ondersteunen. Het tijdelijke steunkader, als gewijzigd op 3 april 2020, voorziet in de volgende vormen van steun die de lidstaten kunnen toekennen:

  • i) 
    Directe subsidies, kapitaalinjecties, selectieve belastingvoordelen en voorschotten tot maximaal 100 000 EUR per onderneming in de primaire landbouwsector, 120 000 EUR per onderneming in de visserij- en aquacultuursector en 800 000 EUR voor ondernemingen in alle overige sectoren. Dit moet hun dringende liquiditeitsbehoeften helpen te dekken. Lidstaten kunnen ook — tot een nominaal bedrag van 800 000 EUR per onderneming — renteloze leningen of garanties verstrekken om 100 % van het kredietrisico van lening te dekken. In de landbouwsector ligt deze bovengrens bij 100 000 euro en in de visserij- en aquacultuursector bij 120 000 EUR.
  • ii) 
    Staatsgaranties voor leningen aangegaan door ondernemingen die ervoor moeten zorgen dat banken krediet blijven verstrekken aan cliënten die dat nodig hebben. Deze staatsgaranties kunnen tot 90 % van het risico dekken van leningen om ondernemingen te helpen hun directe werkkapitaal- en investeringsbehoeften te dekken.
  • iii) 
    Overheidsleningen met rentesubsidie voor ondernemingen: hiermee kunnen ondernemingen tegen een voordelig rentetarief lenen. Deze leningen kunnen ondernemingen helpen om dringende werkkapitaal- en investeringsbehoeften te dekken.
  • iv) 
    Banken die staatssteun doorgeven aan de reële economie krijgen de verzekering dat die steun als directe steun voor de cliënten van de bank wordt beschouwd — en niet voor de bank zelf. Ook wordt houvast geboden over de vraag hoe te waarborgen dat de verstoring van de mededinging tussen banken tot een minimum beperkt blijft.
  • v) 
    Kortlopende exportkredietverzekering voor alle landen, zonder dat de betrokken lidstaat hoeft aan te tonen dat het land in kwestie tijdelijk “onverhandelbaar” is.
  • vi) 
    Steun voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) betreffende het coronavirus: om de huidige gezondheidscrisis te bestrijden kan steun worden verleend in de vorm van directe subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen. Een opslag kan worden toegestaan voor grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten tussen lidstaten.
  • vii) 
    Steun voor de bouw en het opschalen van testfaciliteiten waar producten (zoals vaccins, beademingsapparaten en beschermende kleding) kunnen worden ontwikkeld en getest die kunnen worden ingezet in de strijd tegen de uitbraak van het coronavirus. Dit geldt voor alle fasen tot de eerste industriële toepassing. De steun kan worden verleend in de vorm van directe subsidies, belastingvoordelen, terugbetaalbare voorschotten en volledige garanties tegen verliezen. Ondernemingen kunnen een opslag krijgen wanneer hun investering wordt gesteund door meer dan één lidstaat en wanneer de investering is voltooid binnen twee maanden nadat de steun is toegekend.
  • viii) 
    Steun voor de productie van producten om de uitbraak van het coronavirus te bestrijden in de vorm van directe subsidies, belastingvoordelen, terugbetaalbare voorschotten en volledige garanties tegen verliezen. Ondernemingen kunnen een opslag krijgen wanneer hun investering wordt gesteund door meer dan één lidstaat en wanneer de investering is voltooid binnen twee maanden nadat de steun is toegekend.
  • ix) 
    Gerichte steun in de vorm van belastinguitstel en/of opschorting van socialezekerheidsbijdragen voor de bedrijfstakken, regio's of voor de soorten ondernemingen die het hardst door de uitbraak worden getroffen.
  • x) 
    Gerichte steun in de vorm van loonsubsidies voor werknemers voor de ondernemingen in de bedrijfstakken of regio's die het meeste te lijden hebben van de uitbraak van het coronavirus, en die anders personeel zouden moeten ontslaan.

Het tijdelijke steunkader biedt de lidstaten de mogelijkheid om alle steunmaatregelen onderling te combineren. Deze mogelijkheid geldt echter niet voor leningen en garanties voor dezelfde lening of voor een overschrijding van de drempels van het tijdelijke steunkader. De lidstaten kunnen ook alle steunmaatregelen die zij op grond van het tijdelijke steunkader toekennen, combineren met de bestaande mogelijkheden om een onderneming zgn. de-minimissteun toe te kennen. De maxima zijn hier: 25 000 EUR over drie belastingjaren voor ondernemingen uit de primaire landbouwsector, 30 000 EUR over drie belastingjaren voor ondernemingen in de visserij- en aquacultuursector en 200 000 EUR over drie belastingjaren voor ondernemingen in alle overige sectoren. Tegelijkertijd moeten de lidstaten zich ertoe verbinden ongeoorloofde cumulatie van steunmaatregelen voor dezelfde ondernemingen te vermijden, zodat de steun beperkt blijft tot het dekken van hun actuele behoeften.

Voorts biedt het tijdelijke steunkader een aanvulling op de vele andere mogelijkheden die lidstaten nu reeds hebben om, met inachtneming van de EU-staatssteunregels, de sociaal-economische gevolgen van de uitbraak van het coronavirus te dempen. Op 13 maart 2020 heeft de Commissie een mededeling over een gecoördineerde economische respons op de uitbraak van COVID-19 aangenomen, waarin deze mogelijkheden worden uiteengezet. Lidstaten kunnen bijvoorbeeld algemeen geldende wijzigingen doorvoeren ten gunste van ondernemingen (bv. betalingsuitstel voor belastingen of subsidiëring van werktijdverkorting in alle sectoren). Die wijzigingen vallen dan niet onder de staatssteunregels. Ook kunnen zij ondernemingen voor geleden schade compenseren wanneer die schade het gevolg is van en rechtstreeks veroorzaakt is door de uitbraak van het coronavirus.

Het tijdelijke steunkader zal van kracht blijven tot eind december 2020. Om de nodige rechtszekerheid te garanderen, zal de Commissie vóór die datum nagaan of het steunkader moet worden verlengd.

De niet-vertrouwelijke versie van dit besluit komt, zodra eventuele vertrouwelijkheidskwesties zijn opgelost, onder zaaknummer SA.57107 beschikbaar in het staatssteunregister op de website van DG Concurrentie van de Commissie. Een overzicht van de recentste staatssteunbesluiten die op internet en in het EU-Publicatieblad zijn gepubliceerd, is te vinden in de elektronische nieuwsbrief State Aid Weekly e-News.

Nadere informatie over het tijdelijke steunkader en over andere maatregelen die de Commissie heeft genomen om de economische impact van de coronapandemie op te vangen, is hier te vinden.


Terug naar boven