r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Staatssteun: Commissie neemt tijdelijke kaderregeling aan zodat de lidstaten de economie verder kunnen ondersteunen in de context van de uitbraak van COVID-19

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op donderdag 19 maart 2020.

De Europese Commissie heeft een tijdelijke kaderregeling aangenomen zodat de lidstaten de door de staatssteunregels geboden flexibiliteit volledig kunnen benutten om de economie te ondersteunen in de context van de uitbraak van COVID-19. De tijdelijke kaderregeling komt bovenop de bestaande staatssteunregels op grond waarvan de lidstaten al heel wat andere ondersteuningsmaatregelen kunnen nemen om ervoor te zorgen dat er voor alle soorten bedrijven voldoende liquiditeit beschikbaar blijft en dat de economische activiteit tijdens en na de uitbraak van COVID-19 doorgaat.

Uitvoerend vicevoorzitter Margrethe Vestager, belast met het mededingingsbeleid: “De economische gevolgen van de uitbraak van COVID-19 zijn zeer ernstig. We moeten snel handelen om de gevolgen zo goed mogelijk te beheersen. En dat moet op een gecoördineerde manier gebeuren. Door deze nieuwe tijdelijke kaderregeling kunnen de lidstaten de door de staatssteunregels geboden flexibiliteit volledig benutten om de economie in deze moeilijke tijden te ondersteunen.”

De tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de COVID-19-uitbraak, die is gebaseerd op artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, is vastgesteld omdat de gehele economie van de EU een ernstige verstoring doormaakt. Om dit te verhelpen, voorziet de tijdelijke kaderregeling in vijf soorten steun:

(i) Rechtstreekse subsidies, selectieve belastingvoordelen en voorschotten: de lidstaten kunnen regelingen opzetten om aan een bedrijf maximaal 800 000 EUR toe te kennen om in zijn dringende liquiditeitsbehoeften te voorzien.

(ii) Overheidsgaranties voor leningen die door bedrijven bij banken worden genomen: de lidstaten kunnen overheidsgaranties verlenen om ervoor te zorgen dat banken leningen blijven verstrekken aan de klanten die deze nodig hebben.

(iii) Gesubsidieerde overheidsleningen voor bedrijven: de lidstaten kunnen bedrijven leningen met gunstige rentevoeten verstrekken. Deze leningen kunnen bedrijven helpen om dringende werkkapitaal- en investeringsbehoeften te dekken.

(iv) Waarborgen voor banken die staatssteun naar de reële economie doorleiden: sommige lidstaten zijn van plan voort te bouwen op de bestaande leencapaciteit van de banken en hen te gebruiken als een kanaal voor steun aan bedrijven, met name aan kleine en middelgrote ondernemingen. De kaderregeling maakt duidelijk dat dergelijke steun wordt beschouwd als rechtstreekse steun aan de klanten van de banken en niet aan de banken zelf, en geeft richtsnoeren om ervoor te zorgen dat de concurrentie tussen banken zo weinig mogelijk wordt verstoord.

(v) Kortlopende exportkredietverzekering: De kaderregeling voorziet in extra flexibiliteit voor het bewijs dat bepaalde landen niet-verhandelbare risico's inhouden, waardoor de staat waar nodig kortlopende exportkredietverzekering kan verstrekken.

Gezien de beperkte omvang van de EU-begroting zal de belangrijkste respons uit de nationale begrotingen van de lidstaten komen. De tijdelijke kaderregeling zal helpen om gerichte economische steun te bieden en de negatieve gevolgen voor het gelijke speelveld in de eengemaakte markt te beperken.

De tijdelijke kaderregeling omvat daarom een aantal waarborgen. Zo worden bijvoorbeeld de gesubsidieerde leningen of garanties aan bedrijven gekoppeld aan de omvang van hun economische activiteit, op basis van hun loonsom, omzet of liquiditeitsbehoeften, en aan het gebruik van de overheidssteun voor werk- of investeringskapitaal. De steun moet dus bedrijven helpen om de neergang te doorstaan en een duurzaam herstel voor te bereiden.

De tijdelijke kaderregeling vormt een aanvulling op de vele andere mogelijkheden waarover de lidstaten op grond van de EU-staatssteunregels reeds beschikken om de sociaaleconomische gevolgen van de uitbraak van COVID-19 te verzachten. Op 13 maart 2020 heeft de Commissie een mededeling over een gecoördineerde economische reactie op de uitbraak van COVID-19 aangenomen, waarin deze mogelijkheden worden uiteengezet. Zo kunnen de lidstaten ten gunste van bedrijven algemeen toepasselijke wijzigingen doorvoeren (bv. uitstel van belastingbetalingen of subsidiëring van werktijdverkorting in alle sectoren), die buiten het toepassingsgebied van de staatssteunregels vallen. Zij kunnen ook vergoeding toekennen aan bedrijven die schade hebben geleden als gevolg van en rechtstreeks veroorzaakt door de uitbraak van COVID-19. Dit kan nuttig zijn om bijzonder hard getroffen sectoren te ondersteunen, zoals vervoer, toerisme, horeca en detailhandel.

De kaderregeling is van kracht tot eind december 2020. Met het oog op de rechtszekerheid zal de Commissie vóór die datum beoordelen of de kaderregeling moet worden verlengd.

Achtergrond

De regels inzake staatssteun stellen de lidstaten in staat burgers en bedrijven, met name kmo's, die economische moeilijkheden ondervinden als gevolg van de uitbraak van COVID-19, snel en doeltreffend te ondersteunen.

De vandaag aangenomen tijdelijke kaderregeling vormt een aanvulling op de ruime mogelijkheden waarover de lidstaten beschikken om maatregelen te ontwerpen die sporen met de bestaande EU-regels inzake staatssteun, zoals uiteengezet in de mededeling over een gecoördineerde economische reactie op de uitbraak van COVID-19 van 13 maart 2020. Zij kunnen met name maatregelen vaststellen die buiten het toepassingsgebied van het staatssteuntoezicht vallen, zoals de toekenning van nationale middelen met het oog op de bestrijding van COVID-19 aan gezondheidsdiensten of andere openbare diensten. De lidstaten kunnen ook onmiddellijk optreden door steunmaatregelen te nemen waarvoor alle bedrijven in aanmerking komen, zoals loonsubsidies en opschorting van betaling voor vennootschapsbelasting en btw of sociale premies. Daarnaast kunnen de lidstaten financiële steun rechtstreeks aan consumenten toekennen, bijvoorbeeld bij geannuleerde diensten of tickets die niet worden terugbetaald door het desbetreffende bedrijf.

Op grond van de staatssteunregels van de EU kunnen de lidstaten voorts bedrijven helpen die met liquiditeitstekorten kampen en dringend reddingssteun nodig hebben. Op grond van artikel 107, lid 2, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kunnen de lidstaten vergoeding toekennen aan bedrijven voor de schade die rechtstreeks is veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen, zoals de uitbraak van COVID-19, onder meer door middel van maatregelen in sectoren als de luchtvaart en het toerisme.

Zo heeft de Commissie in respons op de wereldwijde financiële crisis in 2008 een tijdelijke kaderregeling vastgesteld.

Voor meer informatie

Mededeling van de Commissie - Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak


Terug naar boven