r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Verklaring Margrethe Vestager over een ontwerpvoorstel voor een tijdelijke kaderregeling voor staatssteun ter ondersteuning van de economie in de context van de uitbraak van COVID-19

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op dinsdag 17 maart 2020.

Gisteravond heeft de Europese Commissie de lidstaten ter raadpleging een ontwerpvoorstel toegezonden voor een tijdelijke kaderregeling voor staatssteun ter ondersteuning van de economie in de context van de uitbraak van COVID-19, op basis van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU, om een ernstige verstoring in de economie van de hele EU op te heffen.

Uitvoerend vicevoorzitter Margrethe Vestager:

Beheersing van de economische impact van de uitbraak van COVID-19 vergt doortastend optreden. We moeten snel handelen. We moeten op een gecoördineerde manier te werk gaan. De staatssteunregels van de EU bieden de lidstaten een instrumentarium om snel en doeltreffend op te treden. We hebben twee gemeenschappelijke doelstellingen:

Ten eerste ervoor te zorgen dat bedrijven de liquiditeit hebben om hun activiteiten voort te zetten, dan wel deze zo nodig tijdelijk te bevriezen, en dat de steun terechtkomt bij de bedrijven die deze nodig hebben. Ten tweede ervoor te zorgen dat steun aan bedrijven in een lidstaat geen afbreuk doet aan de eenheid die Europa nodig heeft, vooral tijdens een crisis. Wij moeten er immers op kunnen vertrouwen dat de Europese eengemaakte markt onze economie helpt de uitbraak te doorstaan en daarna weer krachtig op te veren.

Met dit in gedachten zal de Commissie de lidstaten in staat stellen om ten volle gebruik te maken van de door de staatssteunregels geboden flexibiliteit om deze nooit eerder voorgekomen situatie aan te pakken.

Op vrijdag heeft de Commissie een mededeling goedgekeurd waarin de vele reeds bestaande mogelijkheden worden uiteengezet. Ik heb ook aangekondigd dat we werken aan een nieuwe tijdelijke kaderregeling om de bestaande mogelijkheden aan te vullen. Deze berust op artikel 107, lid 3, onder b), VWEU en dient om een ernstige verstoring in de economie op te heffen.

De maatregelen die de lidstaten sinds vrijdag hebben moeten nemen om de verspreiding van COVID-19 te vertragen, hebben dit werk nog dringender en noodzakelijker gemaakt. Daarom hebben we nog sneller gewerkt en gisteravond een ontwerpvoorstel aan de lidstaten toegezonden om hun mening te horen, zodat we zeker weten dat het voorstel geschikt is voor het beoogde doel. Het zal voor de hele Unie gelden.

Het is de bedoeling dat de nieuwe tijdelijke kaderregeling binnen een paar dagen in werking treedt. Ter vergelijking: tijdens de financiële crisis duurde het drie weken vanaf de start van de interne raadpleging over de kaderregeling tot aan de goedkeuring ervan. We kunnen nu nog sneller handelen dan in reactie op de financiële crisis tien jaar geleden, omdat we voortbouwen op de ervaring die is opgedaan met de kaderregeling van 2009.

De nieuwe tijdelijke kaderregeling zal de lidstaten in staat stellen i) regelingen in te voeren voor rechtstreekse subsidies (of belastingvoordelen) van maximaal 500 000 EUR per bedrijf, ii) gesubsidieerde staatsgaranties voor bankleningen te verstrekken en iii) overheidsleningen en particuliere leningen met rentesubsidie toe te staan. Tot slot iv) zal de nieuwe tijdelijke kaderregeling de belangrijke rol van de banksector bij de aanpak van de economische gevolgen van de uitbraak van COVID-19 erkennen: zij moet er namelijk voor zorgen dat de steun bij de uiteindelijke begunstigden terechtkomt, met name kleine en middelgrote bedrijven. De tijdelijke kaderregeling maakt duidelijk dat dergelijke steun rechtstreekse steun voor de cliënten van de banken is, en niet voor de banken zelf. Voorts bevat zij richtsnoeren over hoe onverschuldigde reststeun aan de banken overeenkomstig de EU-regels tot een minimum kan worden beperkt.

De nieuwe kaderregeling dient niet ter vervanging van, maar ter aanvulling op het instrumentarium dat de lidstaten al vele andere mogelijkheden biedt die stroken met de staatssteunregels, of het nu gaat om algemene maatregelen tot verstrekking van loonsubsidies en opschorting van belastingbetaling voor alle bedrijven, dan wel het compenseren van bedrijven voor schade die zij hebben geleden als gevolg van de uitbraak van COVID-19. Schadeloosstelling kan met name nuttig zijn om bijzonder hard getroffen sectoren te steunen.

Om een belangrijk voorbeeld te geven: als we permanente ontslagen en schade aan de Europese luchtvaartsector tot een minimum willen beperken, moeten we dringend optreden. De Commissie is bereid om onmiddellijk met de lidstaten samen te werken om werkbare oplossingen te vinden die dit belangrijke onderdeel van onze economie in stand houden, en daarbij ten volle gebruik te maken van de door de staatssteunregels geboden flexibiliteit. Op grond van artikel 107, lid 2, onder b), VWEU kunnen luchtvaartmaatschappijen bijvoorbeeld worden gecompenseerd voor schade als gevolg van de uitbraak van COVID-19, zelfs als zij de afgelopen tien jaar reddingssteun hebben ontvangen. Met andere woorden: het eenmaligheidsbeginsel is niet van toepassing.

Tot slot werkt de Commissie ook aan modellen om gemakkelijker maatregelen te kunnen ontwerpen om de impact van de uitbraak van COVID-19 aan te pakken. Het eerste model over de wijze waarop bedrijven schadeloos kunnen worden gesteld, wordt vandaag online gezet. Wij hebben voor de lidstaten een mailbox opgezet, alsook een speciale telefoonlijn die zeven dagen per week bereikbaar is. En wat het belangrijkst is: we hebben ervoor gezorgd dat we zeer snel kunnen beslissen.

Kortom: de Europese Commissie zal de nodige ondersteuning blijven bieden aan overheden en burgers.

Achtergrond

De voorgestelde nieuwe tijdelijke kaderregeling maakt vier soorten steun mogelijk: i) rechtstreekse subsidies en selectieve belastingvoordelen, ii) staatsgaranties voor leningen die bedrijven bij banken afsluiten, iii) gesubsidieerde overheidsleningen aan bedrijven en iv) waarborgen voor banken die steun naar de reële economie kanaliseren.

Het volgende voorstel is aan de lidstaten toegezonden om hun mening te peilen:

  • Steun in de vorm van een rechtstreekse subsidie of een belastingvoordeel: De lidstaten zouden regelingen kunnen opzetten om aan een bedrijf maximaal 500 000 EUR toe te kennen om in zijn dringende liquiditeitsbehoeften te voorzien. Dit kan geschieden door middel van een rechtstreekse subsidie of een belastingvoordeel.
  • Steun in de vorm van gesubsidieerde garanties voor bankleningen: De lidstaten kunnen staatsgaranties verlenen of garantieregelingen opzetten om bankleningen aan bedrijven te ondersteunen. Deze zouden gesubsidieerde premies hebben, met een verlaging van het geraamde markttarief voor jaarlijkse premies voor nieuwe garanties voor kmo's en niet-kmo's. Er zijn grenzen gesteld aan het maximumbedrag van de lening die gebaseerd zijn op de operationele behoeften van de bedrijven (vastgesteld op basis van de loonlijst of de liquiditeitsbehoeften). De garanties mogen zowel investerings- als werkkapitaalleningen betreffen.
  • Steun in de vorm van rentesubsidies: De lidstaten kunnen overheidsleningen en particuliere leningen met rentesubsidie aan bedrijven mogelijk maken. Deze leningen moeten worden verstrekt tegen een rentetarief dat ten minste gelijk is aan het op 1 januari 2020 geldende basistarief plus de kredietrisicopremie die overeenkomt met het risicoprofiel van de ontvanger, met verschillende tarieven voor kmo's en niet-kmo's. Het basispercentage wordt vastgesteld om meer zekerheid te bieden over de financieringsvoorwaarden in deze volatiele context. Net als bij de mogelijkheid om gesubsidieerde garanties te verstrekken, zijn er enkele grenzen met betrekking tot het maximumbedrag van de lening die gebaseerd zijn op de operationele behoeften van de bedrijven (vastgesteld op basis van de loonlijst of de liquiditeitsbehoeften). De leningen mogen zowel investerings- als werkkapitaalbehoeften betreffen.
  • De vierde en laatste maatregel erkent de belangrijke rol van de banksector en andere financiële intermediairs bij de aanpak van de economische gevolgen van de uitbraak van COVID-19. De tijdelijke kaderregeling maakt duidelijk dat als de lidstaten besluiten via banken steun aan de reële economie te verstrekken, dit rechtstreekse steun voor de cliënten van de banken is, en niet voor de banken zelf. Voorts bevat zij richtsnoeren over hoe onverschuldigde reststeun aan banken tot een minimum kan worden beperkt en hoe ervoor kan worden gezorgd dat de steun zo veel mogelijk aan de uiteindelijke begunstigden wordt doorgegeven in de vorm van grotere volumes aan financiering, een hoger risicoprofiel van de portefeuille, lagere eisen inzake zekerheden, lagere garantiepremies of lagere rentetarieven.
  • Indien rechtstreekse steun aan banken overeenkomstig artikel 107, lid 2, onder b), VWEU noodzakelijk wordt om schade te vergoeden die rechtstreeks voortvloeit uit de uitbraak van COVID-19, zou dergelijke steun niet worden beschouwd als buitengewone overheidssteun in het kader van de staatssteunregels. Dit zou ook gelden voor resterende indirecte steun die aan banken wordt verleend in het kader van de tijdelijke kaderregeling.
  • Een algemeen kenmerk van alle bovengenoemde maatregelen is dat bedrijven die na 31 december 2019 in moeilijkheden zijn gekomen, in aanmerking komen voor steun bij toepassing van deze tijdelijke kaderregeling. Dit moet ervoor zorgen dat de tijdelijke kaderregeling niet wordt gebruikt voor steun met belastinggeld in gevallen die geen verband houden met de uitbraak van COVID-19. Voorts voorziet de tijdelijke kaderregeling ook in algemene transparantieverplichtingen.

Terug naar boven