r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

COM - documenten - Bijlagen bij Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EU) 2017/2107 en (EU) 2019/833 en tot intrekking van Verordening (EU) 2016/1627

Inhoud

1.

Tekst

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 28.11.2019 COM(2019) 619 final

ANNEXES 1 to 16

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad

tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordeningen

(EG) nr. 1936/2001, (EU) 2017/2107 en (EU) 2019/833 en tot intrekking van Verordening

(EU) 2016/1627

NL NL

BIJLAGE I

Specifieke voorwaarden die van toepassing zijn op de vangstvaartuigen uit hoofde van

artikel 18

  • (1) 
    Elke lidstaat zorgt ervoor dat de volgende capaciteitsbeperkingen in acht worden genomen:
  • – 
    Het aantal van zijn met de hengel of met de sleeplijn vissende vaartuigen die

    gemachtigd zijn om actief op blauwvintonijn te vissen bedraagt niet meer dan het aantal vaartuigen dat in 2006 deelnam aan de gerichte visserij op blauwvintonijn.

  • – 
    Het aantal vaartuigen van zijn ambachtelijke vloot die gemachtigd zijn om actief op

    blauwvintonijn in de Middellandse Zee te vissen bedraagt niet meer dan het aantal vaartuigen dat in 2008 deelnam aan de visserij op blauwvintonijn.

  • – 
    Het aantal van zijn vangstvaartuigen die gemachtigd zijn om actief op

blauwvintonijn in de Adriatische Zee te vissen bedraagt niet meer dan het aantal vaartuigen dat in 2008 deelnam aan de visserij op blauwvintonijn. Elke lidstaat wijst

individuele quota toe aan de betrokken vaartuigen.

  • (2) 
    Elke lidstaat:
  • – 
    mag niet meer dan 7 % van zijn quotum voor blauwvintonijn toewijzen aan zijn met

de hengel of met de sleeplijn vissende vaartuigen. In het geval van Frankrijk mag een maximum van 100 ton blauwvintonijn van niet minder dan 6,4 kg of 70 cm vorklengte worden gevangen door onder de vlag van Frankrijk varende vaartuigen

met een lengte over alles van minder dan 17 m die in de Golf van Biskaje opereren;

  • – 
    mag niet meer dan 2 % van zijn quotum voor blauwvintonijn toewijzen aan zijn

    ambachtelijke kustvisserij op verse vis in de Middellandse Zee.

  • (3) 
    Kroatië mag maximaal 7 % van zijn quotum voor kweekdoeleinden toewijzen aan zijn vangstvaartuigen in de Adriatische Zee, met een tolerantieniveau voor exemplaren blauwvintonijn met een minimumgewicht van 6,4 kg of 66 cm vorklengte.
  • (4) 
    Lidstaten waarvan de met de hengel, de beug, de handlijn of de sleeplijn vissende vaartuigen zijn gemachtigd om op blauwvintonijn te vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee stellen de volgende voorschriften inzake het staartmerk vast:
  • – 
    op elke blauwvintonijn wordt onmiddellijk na het lossen een staartmerk aangebracht;
  • – 
    elk staartmerk heeft een uniek identificatienummer en wordt opgenomen in BCD’s

    en leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op de buitenkant van elke verpakking die tonijn bevat.

    BIJLAGE II LOGBOEKVOORSCHRIFTEN

  • A. 
    VANGSTVAARTUIGEN

Minimumspecificaties voor visserijlogboeken:

  • (1) 
    De bladzijden van het logboek zijn genummerd.
  • (2) 
    Het logboek wordt elke dag ingevuld (middernacht) en in elk geval vóór aankomst in de haven.
  • (3) 
    In geval van inspecties op zee wordt het logboek aangevuld.
  • (4) 
    Eén kopie van de bladzijden blijft aan het logboek gehecht.
  • (5) 
    Logboeken worden aan boord bewaard en bestrijken een jaar.

Minimumstandaardinformatie in visserijlogboeken:

  • (1) 
    Naam en adres van de kapitein.
  • (2) 
    Data en havens van vertrek, data en havens van aankomst.
  • (3) 
    Naam van het vaartuig, registratienummer, Iccat-nummer, internationale radioroepnaam en IMO-nummer (indien beschikbaar).
  • (4) 
    Vistuig:

    (a) soort naar FAO-code;

    (b) afmetingen (bv. lengte, maaswijdte, aantal haken).

  • (5) 
    Activiteiten op zee met (ten minste) één lijn per dag van de visreis:

    (a) activiteit (bv. vissen, stomen);

    (b) positie: exacte dagelijkse posities (in graden en minuten), voor elke visserijactiviteit of op het middaguur op dagen waarop niet is gevist;

    (c) vangstgegevens, waaronder:

    • – 
      FAO-code;
    • – 
      levend gewicht (RWT) in kg per dag;
    • – 
      aantal stuks per dag.

    Voor ringzegenvaartuigen worden deze gegevens per visserijactiviteit geregistreerd,

    ook in geval van nulvangsten.

  • (6) 
    Handtekening kapitein.
  • (7) 
    Manier van wegen: schatten, wegen aan boord.
  • (8) 
    In het logboek wordt de hoeveelheid in equivalent levend gewicht genoteerd en worden de in de evaluatie gebruikte omrekeningsfactoren vermeld.

Minimuminformatie in visserijlogboeken in geval van aanlanding of overlading:

  • (1) 
    Data en haven van aanlanding/overlading.
  • (2) 
    Producten:

    (a) soorten en aanbiedingsvorm naar FAO-code;

    (b) aantal vissen of dozen en hoeveelheid in kg.

  • (3) 
    Handtekening van de kapitein of de gemachtigde.
  • (4) 
    In geval van overlading: naam, vlag en Iccat-nummer van het ontvangende vaartuig.

Minimuminformatie in visserijlogboeken in geval van overheveling naar kooien:

  • (1) 
    Datum, tijd en positie (breedtegraad/lengtegraad) van de overheveling.
  • (2) 
    Producten:

    (a) identificatie van de soorten naar FAO-code;

(b) aantal en hoeveelheid in kg van de naar kooien overgehevelde vissen.

  • (3) 
    Naam, vlag en Iccat-nummer van het sleepvaartuig.
  • (4) 
    Naam en Iccat-nummer van de kwekerij van bestemming.
  • (5) 
    In het geval van een gezamenlijke visactie noteren de kapiteins, in aanvulling op de in de punten 1 tot en met 4 vermelde informatie, het volgende in het logboek:

(a) met betrekking tot het vangstvaartuig dat de vis naar kooien overhevelt:

  • – 
    de hoeveelheid aan boord genomen vangsten,
  • – 
    de hoeveelheid van de op het individuele quotum in mindering gebrachte

    vangsten,

  • – 
    de namen van de andere bij de gezamenlijke visactie (GVA) betrokken

    vaartuigen;

    (b) met betrekking tot de andere vangstvaartuigen in dezelfde gezamenlijke visactie die niet bij de overheveling van de vis betrokken zijn:

  • – 
    de namen, internationale radioroepnamen en Iccat-nummers van die

    vaartuigen,

  • – 
    de vermelding dat geen vangsten aan boord zijn genomen of naar kooien zijn

    overgeheveld,

  • – 
    de hoeveelheid van de op hun individuele quota in mindering gebrachte

    vangsten,

  • – 
    de naam en het Iccat-nummer van het onder a) bedoelde vangstvaartuig.
  • B. 
    SLEEPVAARTUIGEN
  • (1) 
    De kapitein van een sleepvaartuig noteert in het dagelijkse logboek het volgende: de datum, tijd en positie van de overheveling, de overgehevelde hoeveelheden (aantal vissen en hoeveelheid in kg), het nummer van de kooi, evenals de naam, de vlag en het Iccat-nummer van het vangstvaartuig, de naam en het Iccat-nummer van het andere betrokken vaartuig of de andere betrokken vaartuigen, de naam en het Iccatnummer van de kwekerij van bestemming, en het nummer van de Iccatoverhevelingsaangifte.
  • (2) 
    Verdere overhevelingen naar hulpvaartuigen of andere sleepvaartuigen worden gemeld, met dezelfde informatie als in punt 1, evenals de naam, de vlag en het Iccatnummer van de hulpvaartuigen of andere sleepvaartuigen en het nummer van de Iccat-overhevelingsaangifte.
  • (3) 
    Het dagelijkse logboek bevat de gegevens van alle gedurende het visseizoen uitgevoerde overhevelingen. Het dagelijkse logboek wordt aan boord gehouden en is te allen tijde beschikbaar voor controledoeleinden.
  • C. 
    HULPVAARTUIGEN
  • (1) 
    De kapitein van een hulpvaartuig noteert de activiteiten dagelijks in het logboek, inclusief de datum, tijd en posities, de hoeveelheden aan boord genomen blauwvintonijn, en de naam van het vissersvaartuig, de kwekerij of de tonnara waarmee hij werkt.
  • (2) 
    Het dagelijkse logboek bevat de gegevens van alle gedurende het visseizoen

    uitgevoerde activiteiten. Het dagelijkse logboek wordt aan boord gehouden en is te

    allen tijde beschikbaar voor controledoeleinden.

  • D. 
    VERWERKINGSVAARTUIGEN
  • (1) 
    De kapitein van een verwerkingsvaartuig noteert in het dagelijkse logboek het volgende: de datum, tijd en positie van de activiteiten, de overgeladen hoeveelheden en het aantal en gewicht van de blauwvintonijn die het vaartuig heeft ontvangen van kwekerijen, tonnara's of vangstvaartuigen, indien van toepassing. De kapitein noteert tevens de namen en Iccat-nummers van die kwekerijen, tonnara's of vangstvaartuigen.
  • (2) 
    De kapitein van een verwerkingsvaartuig houdt een dagelijks logboek over de visverwerking bij, waarin het levend gewicht en het aantal vissen dat is overgeheveld of overgeladen, de gebruikte omrekeningsfactor, en de gewichten en hoeveelheden per aanbiedingsvorm van de producten worden gespecificeerd.
  • (3) 
    De kapitein van een verwerkingsvaartuig houdt een opslagschema bij met de locatie en de hoeveelheden van elke soort en de aanbiedingsvorm.
  • (4) 
    Het dagelijkse logboek bevat de gegevens van alle gedurende het visseizoen uitgevoerde overladingen. Het dagelijkse logboek, het logboek over de visverwerking, het opslagschema en de originelen van de Iccat-overladingsaangiften worden aan boord gehouden en zijn te allen tijde beschikbaar voor controledoeleinden.

    BIJLAGE III Vangstaangifteformulier

Vangstaangifteformulier

Vla Iccat Naam Startdatu Einddatu Duur Datu Plaats van de vangst Vangst Toegewezen g numme vaartui m aangifte m aangifte aangifteperiod m van

r g e (dagen) de Breedtegraa Lengtegraa Gewich Aanta Gemiddel

gewicht bij

d d t (kg) l d gewicht een vangst

stuks (kg) gezamenlijk e visactie

(kg) BIJLAGE IV

Aanvraagformulier voor de machtiging om deel te nemen aan een gezamenlijke visactie

Gezamenlijke visactie

Vlaggenstaat Naam Iccat Duur Identiteit Individueel Sleutel Kweek- en

vaartuig nummer van van de quotum voor mestbedrijf

de exploitanten van het verdeling van

actie vaartuig per bestemming

vaartuig CPC Iccatnummer

Datum …

Validering door de vlaggenstaat:

BIJLAGE V Iccat-overladingsaangifte

Documentnr.

Transportvaartuig Vissersvaartuig Uiteindelijke bestemming:

Naam van het vaartuig en Naam van het vaartuig en Haven: radioroepnaam: radioroepnummer:

Land: Vlag: Vlag:

Staat: Nr. machtiging van de vlaggenstaat Nr. machtiging van de vlaggenstaat

Nr. nationaal register Nr. nationaal register

Nr. Iccat-register Nr. Iccat-register

IMO-nr. Externe identificatie:

Nr. bladzijde visserijlogboek

Dag Maand Uur Jaar | 2_ | 0_ | __ | __ | Naam kapitein vissersvaartuig: Naam kapitein transportvaartuig:

Vertrek | __ | __ | | __ | __ | | __ | __ | van: | __________ |

Terugkeer | __ | __ | | __ | __ | | __ | __ | naar: | __________ | Handtekening: Handtekening:

Overlading | __ | __ | | __ | __ | | __ | __ | | __________ |

Geef in het geval van overlading het gewicht in kilogram of de gebruikte eenheid aan (bv. doos, mand) en het aangelande gewicht in kilogram van deze

eenheid: | ___ | kilogram.

BIJLAGE VI Iccat-overhevelingsaangifte

Documentnr. Iccat-overhevelingsaangifte

  • 1. 
    OVERHEVELING VAN LEVENDE BLAUWVINTONIJN VOOR KWEEKDOELEINDEN

Naam van het vissersvaartuig: Naam van de tonnara: Naam sleepvaartuig: Naam van de kwekerij van bestemming:

Roepnaam: Roepnaam:

Vlag: Nr. Iccat-register Vlag: Nr. ICCAT-register:

Nr. overhevelingsvergunning van de vlaggenstaat Nr. Iccat-register:

Nr. Iccat-register Externe identificatie: Nummer kooi:

Externe identificatie:

Nr. visserijlogboek

Nr. gezamenlijke visactie

  • 2. 
    OVERHEVELINGSGEGEVENS

Datum:_ _ / _ _ / _ _ _ _ Plaats of positie: Haven: Breedtegraad: Lengtegraad:

Aantal exemplaren: Soort: Gewicht

Soort product: Levend Geheel Ontdaan van ingewanden Andere (Specificeer):

Naam en handtekening kapitein vissersvaartuig / exploitant Naam en handtekening kapitein ontvangend vaartuig Naam, Iccat-nr. en handtekening waarnemers: tonnara / exploitant kwekerij: (sleepvaartuig/verwerkingsvaartuig/transportvaartuig):

  • 3. 
    VERDERE OVERHEVELINGEN

Datum:_ _ / _ _ / _ _ _ _ Plaats of positie: Haven: Breedtegraad: Lengtegraad:

Naam sleepvaartuig: Roepnaam: Vlag: Nr. Iccat-register

Nummer overhevelingsvergunning van de lidstaat van de Externe identificatie: Naam en handtekening kapitein ontvangend vaartuig: kwekerij:

Datum:_ _ / _ _ / _ _ _ _ Plaats of positie: Haven: Breedtegraad: Lengtegraad:

Naam sleepvaartuig: Roepnaam: Vlag: Nr. Iccat-register

Nummer overhevelingsvergunning van de lidstaat van de Externe identificatie: Naam en handtekening kapitein ontvangend vaartuig: kwekerij:

Datum:_ _ / _ _ / _ _ _ _ Plaats of positie: Haven: Breedtegraad: Lengtegraad:

Naam sleepvaartuig: Roepnaam: Vlag: Nr. Iccat-register

Nummer overhevelingsvergunning van de lidstaat van de Externe identificatie: Naam en handtekening kapitein ontvangend vaartuig: kwekerij:

  • 4. 
    GESPLITSTE KOOIEN

Nr. overhevelende kooi: Kg: Aantal vissen:

Naam overhevelend sleepvaartuig: Roepnaam: Vlag Nr. Iccat-register:

Nr. ontvangende kooi: Kg: Aantal vissen:

Naam ontvangend sleepvaartuig: Roepnaam: Vlag: Nr. Iccat-register:

Nr. ontvangende kooi: Kg: Aantal vissen:

Naam ontvangend sleepvaartuig: Roepnaam: Vlag: Nr. Iccat-register:

Nr. ontvangende kooi: Kg: Aantal vissen:

Naam ontvangend sleepvaartuig: Roepnaam: Vlag: Nr. Iccat-register:

BIJLAGE VII

Minimuminformatie voor visserijmachtigingen 1

  • A. 
    IDENTIFICATIE
  • (1) 
    Iccat-registratienummer
  • (2) 
    Naam van het vissersvaartuig
  • (3) 
    Extern registratienummer (letters en cijfers)
  • B. 
    VISSERIJVOORWAARDEN
  • (1) 
    Datum van afgifte
  • (2) 
    Geldigheidsperiode
  • (3) 
    Voorwaarden voor vismachtiging, met inbegrip van, in voorkomend geval, soort, gebied, vistuig en andere toepasselijke voorwaarden die voortvloeien uit deze verordening en/of nationale wetgeving.

    Van Van Van Van Van Van ../../.. ../../.. ../../.. ../../.. ../../.. ../../..

    Tot en Tot en Tot en Tot en Tot en Tot en met met met met met met

    ../../.. ../../.. ../../.. ../../.. ../../.. ../../..

Gebieden

Soort

Vistuig

Andere voorwaarden

1 Opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011.

BIJLAGE VIII Regionaal Iccat-waarnemersprogramma

AANWIJZING VAN REGIONALE ICCAT-WAARNEMERS

  • (1) 
    Voor de uitvoering van zijn taken beschikt elke regionale Iccat-waarnemer over de volgende kwalificaties:

    (a) voldoende ervaring met het identificeren van vissoorten en vistuig;

    (b) voldoende kennis van de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de Iccat, die is gevalideerd aan de hand van een door de lidstaten beschikbaar gesteld certificaat en is gebaseerd op de opleidingsrichtsnoeren van de Iccat;

    (c) de capaciteit tot accurate waarneming en registratie;

    (d) voldoende kennis van de taal van de vlaggenstaat van het geobserveerde vaartuig of de geobserveerde kwekerij.

VERPLICHTINGEN VAN DE REGIONALE ICCAT-WAARNEMERS

  • (2) 
    De regionale Iccat-waarnemers:

    (a) hebben de technische opleiding gevolgd die volgens de door de Iccat opgestelde richtsnoeren is vereist;

    (b) zijn onderdaan van een van de lidstaten en, voor zover mogelijk, niet van de lidstaat van de kwekerij of de tonnara of van de vlaggenstaat van het ringzegenvaartuig. Indien blauwvintonijn uit de kooi wordt geoogst en als vers product wordt verhandeld, mag de regionale Iccat-waarnemer die de oogst observeert echter een onderdaan zijn van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat;

(c) zijn in staat de in punt 3 van deze bijlage vermelde taken uit te voeren;

(d) zijn opgenomen in de door de Iccat bijgehouden lijst van regionale Iccatwaarnemers;

(e) hebben geen lopende financiële belangen in, noch voordeel bij de blauwvintonijnvisserij.

TAKEN REGIONALE ICCAT-WAARNEMERS

  • (3) 
    De taken van de regionale Iccat-waarnemers behelzen met name het volgende:

    (a) op ringzegenvaartuigen zien de waarnemers toe op de naleving van de betrokken, door de Iccat vastgestelde instandhoudings- en beheersmaatregelen. Meer in het bijzonder doet de regionale waarnemer het volgende:

    • (1) 
      indien de regionale Iccat-waarnemer zaken constateert die erop kunnen

wijzen dat de Iccat-aanbevelingen niet worden nageleefd, die informatie onverwijld indienen bij de uitvoerende onderneming van de regionale Iccat-waarnemer, die deze informatie onverwijld doorzendt aan de

autoriteiten van de vlaggenstaat van het vangstvaartuig;

  • (2) 
    de visserijactiviteiten registreren en rapporteren;
  • (3) 
    vangsten observeren en ramen en de in het logboek vermelde gegevens

    verifiëren; (4) een dagelijks rapport van de overhevelingsverrichtingen van de

    ringzegenvaartuigen opstellen;

  • (5) 
    vaartuigen die mogelijk vissen op een wijze die indruist tegen de Iccatinstandhoudings-

    en beheersmaatregelen, observeren en registreren;

  • (6) 
    de uitgevoerde overhevelingsverrichtingen registreren en rapporteren;
  • (7) 
    de positie verifiëren van vaartuigen die overhevelingsverrichtingen

    uitvoeren;

  • (8) 
    de overgehevelde producten waarnemen en ramen, onder meer aan de

    hand van video-opnamen;

  • (9) 
    de naam en het Iccat-nummer van het betrokken vissersvaartuig

    waarnemen en registreren;

  • (10) 
    op verzoek van de Iccat wetenschappelijk werk verrichten, zoals het

    verzamelen van taak II-gegevens, op basis van richtsnoeren van het

    SCRS;

(b) wat kwekerijen en tonnara's betreft, zien de regionale Iccat-waarnemers toe op de naleving van de desbetreffende, door de Iccat vastgestelde instandhoudingsen beheersmaatregelen. Meer in het bijzonder doet de regionale Iccatwaarnemer het volgende:

  • (1) 
    de gegevens in de overhevelingsaangifte, de kooiverklaring en het

    vangstdocument voor blauwvintonijn (Bluefin tuna Catch Document —

    BCD) verifiëren, onder meer aan de hand van video-opnamen;

  • (2) 
    de gegevens in de overhevelingsaangifte, de kooiverklaring en de BCD's

    certificeren;

  • (3) 
    een dagelijks rapport van de overhevelingsverrichtingen van de

    kwekerijen en tonnara's opstellen;

  • (4) 
    de overhevelingsaangifte, de kooiverklaring en de BCD's alleen

medeondertekenen als hij van oordeel is dat de daarin vermelde gegevens overeenstemmen met zijn waarnemingen, inclusief een video-opname die voldoet aan de voorschriften bedoeld in artikel 41, lid 1, en artikel 42,

lid 1;

  • (5) 
    op verzoek van de Commissie wetenschappelijk werk verrichten, zoals

    het nemen van monsters op basis van richtsnoeren van het SCRS;

  • (6) 
    de aanwezigheid van alle soorten merken, met inbegrip van natuurlijke

    merken, registreren en verifiëren, en elke aanwijzing van recente

    merkverwijderingen melden;

(c) algemene rapporten opstellen aan de hand van de overeenkomstig dit punt verzamelde gegevens en de kapitein/exploitant van de kwekerij de gelegenheid geven daarin relevante informatie op te nemen;

(d) het onder punt c) bedoelde algemene rapport binnen 20 dagen na de waarnemingsperiode indienen bij het secretariaat;

(e) eventuele, andere, door de Iccat gedefinieerde taken uitvoeren.

  • (4) 
    Alle informatie over de visserijactiviteiten en de overhevelingsverrichtingen van de ringzegenvaartuigen en van de kwekerijen wordt door de regionale Iccat-waarnemers vertrouwelijk behandeld overeenkomstig de verbintenis die zij daartoe bij hun aanstelling als regionaal Iccat-waarnemer schriftelijk zijn aangegaan.
  • (5) 
    De regionale Iccat-waarnemers voldoen aan de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de vlaggenstaat of de staat van de kwekerij met jurisdictie over het/de aan hen voor waarneming toegewezen vaartuig/kwekerij.
  • (6) 
    De regionale Iccat-waarnemers eerbiedigen de hiërarchische verhoudingen en algemene gedragsregels die gelden voor alle bemanningsleden van het vaartuig en personeelsleden van de kwekerij, tenzij die regels de uitoefening van de taken van de regionale Iccat-waarnemers in het kader van dit programma in de weg staan en tenzij ze in strijd zijn met de in punt 7 van deze bijlage en artikel 38 bepaalde verplichtingen van de bemanningsleden van het vaartuig en de personeelsleden van de kwekerij.

VERPLICHTINGEN VAN DE VLAGGENLIDSTATEN TEN AANZIEN VAN REGIONALE ICCAT-WAARNEMERS

  • (7) 
    Lidstaten die verantwoordelijk zijn voor een ringzegenvaartuig, kwekerij of tonnara, zorgen ervoor dat regionale Iccat-waarnemers:

    (a) toegang wordt verleend tot het personeel van het vaartuig, de kwekerij en de tonnara, en tot het vistuig, de kooien en de apparatuur;

    (b) indien zij daarom verzoeken, ook toegang wordt verleend tot de volgende apparatuur, als die aanwezig is op het vaartuig waarvoor zij zijn aangewezen, om de uitvoering van hun taken als bepaald in punt 3 van deze bijlage te vergemakkelijken:

    • (1) 
      satellietnavigatieapparatuur;
    • (2) 
      radarschermen, als die worden gebruikt;
    • (3) 
      elektronische-communicatieapparatuur;

    (c) logies, maaltijden en adequate sanitaire voorzieningen van dezelfde kwaliteit als de officieren krijgen;

    (d) voldoende ruimte op de brug of in het stuurhuis krijgen om hun administratieve werkzaamheden uit te voeren, evenals voldoende ruimte op het dek krijgen voor het uitoefenen van hun waarnemerstaken.

KOSTEN DIE VOORTVLOEIEN UIT HET REGIONAAL ICCAT- WAARNEMERSPROGRAMMA

  • (8) 
    Alle kosten die voortvloeien uit de activiteiten van regionale Iccat-waarnemers zijn voor rekening van de exploitant van de kwekerij of de eigenaar van het ringzegenvaartuig.

    BIJLAGE IX Iccat-regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie

Tijdens haar vierde gewone zitting (Madrid, november 1975) en haar jaarvergadering van 2008 in Marrakesh is de Iccat het volgende overeengekomen.

Overeenkomstig lid 3 van artikel IX van het Iccat-verdrag beveelt de Iccat aan de volgende regelingen vast te stellen inzake internationale controle buiten de wateren onder nationale jurisdictie met het oog op de toepassing van het verdrag en de maatregelen in het kader daarvan:

  • I. 
    ERNSTIGE INBREUKEN
  • (1) 
    Voor de toepassing van deze procedures gelden de volgende inbreuken op de door de Iccat aangenomen instandhoudings- en beheersmaatregelen als ernstige inbreuken:

    (a) het vissen zonder vergunning of machtiging van de vlaggen-CPC;

    (b) het niet overeenkomstig de rapportagevoorschriften van de Iccat bijhouden van vangst- en vangstgerelateerde gegevens of het apert verkeerd rapporteren van dergelijke vangst- en/of vangstgerelateerde gegevens;

    (c) het vissen in een gesloten gebied;

    (d) het vissen tijdens een gesloten seizoen;

    (e) het opzettelijk vangen of aan boord houden van soorten in strijd met door de Iccat aangenomen geldende instandhoudings- en beheersmaatregelen;

    (f) het significant overschrijden van op grond van de Iccat-regels geldende vangstbeperkingen of quota;

    (g) het gebruiken van verboden vistuig;

    (h) het vervalsen of verbergen van de kentekens, de identiteit of het inschrijvingsnummer van een vissersvaartuig;

    (i) het achterhouden, vervalsen of laten verdwijnen van bewijsmateriaal dat van belang is voor het onderzoek naar een inbreuk;

    (j) het begaan van meerdere inbreuken die, samen, een ernstige schending van de geldende Iccat-maatregelen vormen;

    (k) het belagen, weerstaan, intimideren, seksueel intimideren, beïnvloeden, hinderen of belemmeren van een erkende inspecteur of waarnemer;

    (l) het knoeien met of onklaar maken van het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS-systeem);

    (m) andere eventueel door de Iccat omschreven inbreuken zodra deze zijn opgenomen in een herziene versie van deze procedures en deze verspreid is;

    (n) het vissen met behulp van verkenningsvliegtuigen;

    (o) het verstoren van de werking van het VMS en/of het exploiteren van een vaartuig zonder VMS;

    (p) het overhevelen van vis zonder overhevelingsaangifte;

    (q) overlading op zee.

  • (2) 
    Indien de erkende inspecteur bij een inspectie aan boord van een vissersvaartuig een activiteit of toestand opmerkt die een in punt 1 gedefinieerde ernstige inbreuk kan vormen, stellen de autoriteiten van de vlaggenstaat van de inspectievaartuigen de vlaggenstaat van het vissersvaartuig daarvan onverwijld in kennis, zowel rechtstreeks als via het Iccat-secretariaat. In dergelijke situaties stelt de inspecteur tevens elk inspectievaartuig van de vlaggenstaat van het vissersvaartuig waarvan bekend is dat het zich in de buurt bevindt, daarvan in kennis.
  • (3) 
    De Iccat-inspecteur registreert de verrichte inspecties en alle eventueel geconstateerde inbreuken in het logboek van het vissersvaartuig.
  • (4) 
    De vlaggenlidstaat zorgt ervoor dat naar aanleiding van een in punt 2 bedoelde inspectie het betrokken vissersvaartuig elke visserijactiviteit stopzet. De vlaggenlidstaat verzoekt het vissersvaartuig zich binnen 72 uur naar een door hem aangewezen haven te begeven, waar een onderzoek wordt ingesteld.
  • (5) 
    Indien het vaartuig niet wordt verzocht zich naar een haven te begeven, motiveert de vlaggenlidstaat dat tijdig tegenover de Europese Commissie, die de informatie doorzendt aan het Iccat-secretariaat, dat deze motivering op verzoek ter beschikking stelt van de overige verdragsluitende partijen.

II. UITVOERING VAN INSPECTIES

  • (6) 
    De inspecties worden uitgevoerd door inspecteurs die door de verdragsluitende partijen zijn aangewezen. De namen van de daartoe bevoegde overheidsinstanties en alle daartoe door hun respectieve overheden aangewezen inspecteurs worden aan de Iccat gemeld.
  • (7) 
    Vaartuigen die overeenkomstig deze bijlage internationale inspecties aan boord uitvoeren, voeren een speciale vlag of wimpel die door de Iccat is goedgekeurd en door het Iccat-secretariaat is verstrekt. De namen van de vaartuigen die hiervoor worden gebruikt, worden vóór aanvang van de inspectieactiviteiten zo spoedig als praktisch haalbaar aan het Iccat-secretariaat gemeld. Het Iccat-secretariaat stelt informatie betreffende de aangewezen inspectievaartuigen beschikbaar aan alle CPC's, onder meer door deze informatie op zijn met een wachtwoord beveiligde website te publiceren.
  • (8) 
    Elke inspecteur is in het bezit van een passend, door de autoriteiten van de vlaggenstaat verstrekt identiteitsbewijs volgens het model in punt 21 van deze bijlage.
  • (9) 
    Onverminderd de in punt 16 bedoelde overeengekomen regelingen houdt een vaartuig dat de vlag voert van een verdragsluitende partij en dat in het verdragsgebied buiten de onder nationale jurisdictie vallende wateren op tonijn of tonijnachtigen vist, halt wanneer het desbetreffende sein uit het internationale seinboek is gegeven door een vaartuig dat onder de in punt 7 beschreven Iccatwimpel vaart en dat een inspecteur aan boord heeft, tenzij het vaartuig op dat ogenblik visserijactiviteiten uitoefent, in welk geval het halt houdt zodra deze activiteiten zijn beëindigd. De kapitein van het vaartuig staat het inspectieteam, zoals gespecificeerd in punt 10, toe aan boord van het vaartuig te komen, en zorgt voor een loodsladder. De kapitein stemt in met alle controles van apparatuur, vangst, vistuig en relevante documenten die de inspecteur noodzakelijk acht om de naleving te verifiëren van de geldende aanbevelingen van de Iccat ten aanzien van de vlaggenstaat van het vaartuig dat wordt geïnspecteerd. Voorts mogen inspecteurs alle uitleg vragen die zij nodig achten.
  • (10) 
    De grootte van het inspectieteam wordt, rekening houdend met de relevante omstandigheden, bepaald door de commandant van het inspectievaartuig. Het inspectieteam moet zo klein mogelijk zijn om de in deze bijlage bepaalde taken veilig te kunnen uitvoeren.
  • (11) 
    Bij het aan boord komen leggen de inspecteurs het in punt 8 beschreven identiteitsbewijs over. De inspecteurs houden zich aan de algemeen geaccepteerde internationale regelgeving, procedures en praktijken met betrekking tot de veiligheid van het geïnspecteerde vaartuig en zijn bemanning, verstoren de visserijactiviteiten of het stuwen van producten zo min mogelijk en vermijden, voor zover praktisch mogelijk, handelingen die een negatief effect kunnen hebben op de kwaliteit van de vangst aan boord.

Bij dit onderzoek gaat elke inspecteur uitsluitend na of de geldende aanbevelingen van de Iccat ten aanzien van de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig worden nageleefd. Hierbij kan de inspecteur de kapitein van het vissersvaartuig verzoeken om alle nodige medewerking. De inspecteur stelt een inspectieverslag op in een door de Iccat goedgekeurde vorm. De inspecteur ondertekent het verslag in aanwezigheid van de kapitein van het vaartuig, die het recht heeft om opmerkingen die hij nuttig

acht toe te voegen of te laten toevoegen, en ondertekent deze opmerkingen.

  • (12) 
    Een kopie van het verslag wordt verstrekt aan de kapitein van het vaartuig en aan de overheid van het inspectieteam, die op haar beurt een kopie bezorgt aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig en aan de Iccat. Indien een schending van de aanbevelingen van de Iccat wordt geconstateerd, stelt de inspecteur zo mogelijk ook elk inspectievaartuig van de vlaggenstaat van het vissersvaartuig waarvan bekend is dat het zich in de buurt bevindt, daarvan in kennis.
  • (13) 
    Verzet tegen een inspecteur of niet-uitvoering van zijn instructies wordt door de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig op gelijke wijze behandeld als dergelijk gedrag ten opzichte van een nationale inspecteur.
  • (14) 
    De inspecteur voert de in het kader van deze regelingen aan hem toevertrouwde taken uit overeenkomstig de regels in deze verordening, doch blijft onder het operationele toezicht van zijn nationale autoriteiten staan en is aan hen verantwoording verschuldigd.
  • (15) 
    De verdragsluitende partijen geven aan inspectieverslagen, waarnemingsinformatiebladen overeenkomstig Aanbeveling 94-09 en verklaringen op grond van documentinspecties door inspecteurs van andere verdragsluitende partijen in het kader van deze regelingen, dezelfde waarde en hetzelfde gevolg als zij overeenkomstig hun nationale wetgeving doen ten aanzien van de door hun eigen inspecteurs opgemaakte verslagen. De bepalingen van dit punt verplichten de verdragsluitende partijen er niet toe aan een verslag dat is opgesteld door een inspecteur van een andere verdragsluitende partij, grotere bewijskracht toe te kennen dan het in het eigen land van de inspecteur zou hebben. De verdragsluitende partijen werken samen teneinde gerechtelijke of andere procedures die voortvloeien uit een in het kader van deze regelingen door een inspecteur ingediend rapport, te vergemakkelijken.
  • (16) 
    a) De verdragsluitende partijen stellen de Iccat uiterlijk op 15 februari van elk jaar in kennis van hun voorlopige plannen voor de uitvoering van inspectieactiviteiten uit hoofde van de bij deze verordening ten uitvoer gelegde aanbeveling in dat kalenderjaar. De Iccat kan aan de verdragsluitende partijen suggesties doen voor de coördinatie van nationale activiteiten op dit gebied, ook ten aanzien van het aantal inspecteurs en het aantal vaartuigen met inspecteurs aan boord.
  • b) 
    De in Iccat-aanbeveling [18-02] 2 vastgestelde regelingen en de plannen voor

deelname daaraan zijn van toepassing tussen de verdragsluitende partijen, tenzij deze onderling anderszins zijn overeengekomen, in welk geval de Iccat hiervan in kennis wordt gesteld. De uitvoering van de regeling tussen twee verdragsluitende partijen wordt echter geschorst indien één van hen de Iccat hiervan, in afwachting van de

sluiting van een dergelijke overeenkomst, in kennis heeft gesteld.

  • (17) 
    a) Het vistuig wordt geïnspecteerd overeenkomstig de regelgeving die van toepassing is op de sector waarin de inspectie plaatsvindt. De inspecteur vermeldt de sector waarvoor de inspectie heeft plaatsgevonden en geeft een beschrijving van eventuele inbreuken die in het inspectieverslag zijn geconstateerd.
    • b) 
      De inspecteur heeft het recht om alle vistuig dat wordt gebruikt of dat zich aan

    boord bevindt, te inspecteren.

  • (18) 
    De inspecteur brengt een door de Iccat goedgekeurd identificatiemerk aan op elk geïnspecteerd vistuig dat in strijd met de geldende aanbevelingen van de Iccat ten aanzien van de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig lijkt te zijn gebruikt en vermeldt dit in zijn verslag.
  • (19) 
    De inspecteur mag het vistuig, de apparatuur, de documentatie en elk ander element dat hij noodzakelijk acht, zodanig fotograferen dat kenmerken die volgens hem niet in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving, zichtbaar zijn. In dat geval worden de gefotografeerde elementen vermeld in het verslag en worden kopieën van de foto's aan de kopie van het verslag aan de vlaggenstaat gehecht.
  • (20) 
    De inspecteur inspecteert waar nodig de gehele vangst aan boord om vast te stellen of deze in overeenstemming is met de Iccat-aanbevelingen.
  • (21) 
    Het model voor de identiteitskaart van inspecteurs is als volgt:

2 https://www.iccat.int/Documents/Recs/compendiopdf-e/2018-02-e.pdf

BIJLAGE X Minimumnormen voor video-opnameprocedures

Overhevelingsverrichtingen

  • (1) 
    Het elektronische opslagmedium met de originele video-opname wordt na afloop van de overhevelingsverrichting zo snel mogelijk verstrekt aan de regionale Iccatwaarnemer, die het onmiddellijk parafeert om latere manipulatie te voorkomen.
  • (2) 
    De originele opname wordt gedurende de gehele machtigingsperiode bewaard aan boord van het vangstvaartuig of door de exploitant van de kwekerij of de tonnara.
  • (3) 
    Er worden twee identieke kopieën van de video-opname gemaakt. Eén kopie wordt aan de regionale Iccat-waarnemer aan boord van het ringzegenvaartuig verstrekt en één kopie wordt aan de nationale waarnemer aan boord van het sleepvaartuig bezorgd. Laatstgenoemde kopie wordt bij de overhevelingsaangifte en de daarbij behorende vangsten gevoegd. Deze procedure is slechts van toepassing voor nationale waarnemers in het geval van overheveling tussen sleepvaartuigen.
  • (4) 
    Aan het begin en/of het einde van elke video-opname wordt het nummer van de Iccat-overhevelingsvergunning getoond.
  • (5) 
    Bij elke video-opname worden het tijdstip en de datum van de opname permanent getoond.
  • (6) 
    Voordat de overheveling aanvangt, toont de video-opname het openen en sluiten van het net of de deur, en of de ontvangende kooien en overhevelende kooien al blauwvintonijn bevatten.
  • (7) 
    De video-opname is doorlopend, zonder onderbrekingen of uitgeknipte beelden, en beslaat de volledige overhevelingsverrichting.
  • (8) 
    De video-opname is van voldoende kwaliteit om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te kunnen ramen.
  • (9) 
    Indien de video-opname van onvoldoende kwaliteit is om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te kunnen ramen, verzoeken de controleautoriteiten om een nieuwe overheveling. Bij een dergelijke nieuwe overheveling wordt alle blauwvintonijn in de ontvangende kooi naar een andere, lege kooi overgeheveld.

Kooiverrichtingen

  • (1) 
    Het elektronische opslagmedium met de originele video-opname wordt na afloop van de kooiverrichting zo snel mogelijk verstrekt aan de regionale Iccat-waarnemer, die het onmiddellijk parafeert om latere manipulatie te voorkomen.
  • (2) 
    De originele video-opname wordt gedurende de gehele machtigingsperiode, waar dit van toepassing is, door de kwekerij bewaard.
  • (3) 
    Er worden twee identieke kopieën van de video-opname gemaakt. Eén kopie wordt verstrekt aan de regionale Iccat-waarnemer die in de kwekerij is ingezet.
  • (4) 
    Aan het begin en/of het einde van elke video-opname wordt het nummer van de Iccat-kooivergunning getoond.
  • (5) 
    Bij elke video-opname worden het tijdstip en de datum van de opname permanent getoond.
  • (6) 
    Voordat het kooien aanvangt, toont de video-opname het openen en sluiten van het net of de deur, en of de ontvangende kooien en overhevelende kooien al blauwvintonijn bevatten.
  • (7) 
    De video-opname is doorlopend, zonder onderbrekingen of uitgeknipte beelden, en beslaat de volledige kooiverrichting.
  • (8) 
    De video-opname is van voldoende kwaliteit om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te kunnen ramen.
  • (9) 
    Indien de video-opname van onvoldoende kwaliteit is om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te kunnen ramen, verzoeken de controleautoriteiten om een nieuwe kooiverrichting. Bij een dergelijke nieuwe kooiverrichting wordt alle blauwvintonijn in de ontvangende kooi van de kwekerij naar een andere, lege kooi van de kwekerij overgeheveld.

    BIJLAGE XI Normen en procedures voor het gebruik van stereoscopische camerasystemen in de

context van kooiverrichtingen

  • A. 
    Gebruik van stereoscopische camerasystemen

Het gebruik van stereoscopische camerasystemen in de context van kooiverrichtingen, zoals vereist overeenkomstig artikel 50 van deze verordening, vindt plaats met inachtneming van de volgende punten:

  • (1) 
    De bemonsteringsintensiteit van levende vis bedraagt ten minste 20 % van de hoeveelheid vis die wordt gekooid. Wanneer dat technisch mogelijk is, geschiedt de bemonstering van de levende vis sequentieel, door een op vijf exemplaren te meten; die monsters worden genomen door de vis te meten op een afstand tussen 2 en 8 meter van de camera.
  • (2) 
    De doorgangssluis die de overhevelende kooi met de ontvangende kooi verbindt, is maximaal 10 meter breed en maximaal 10 meter hoog.
  • (3) 
    Wanneer de lengtemetingen van de vis een multimodale verdeling te zien geven (twee of meer groepen van verschillende grootte), dient het mogelijk te zijn voor dezelfde kooiverrichting meer dan een omrekeningsalgoritme te gebruiken; het/de meest actuele algoritme(n) dat/die door het SCRS is/zijn vastgesteld, wordt/worden gebruikt om vorklengten om te rekenen naar totaal gewicht, overeenkomstig de groottecategorie van de vis die tijdens de kooiverrichting wordt gemeten.
  • (4) 
    De validering van de stereoscopische lengtemetingen geschiedt voorafgaand aan elke kooiverrichting met gebruikmaking van een schaalstok op een afstand tussen 2 en 8 meter.
  • (5) 
    Wanneer de resultaten van het stereoscopische programma worden meegedeeld, wordt de foutenmarge die inherent is aan de technische specificaties van het stereoscopische camerasysteem vermeld; de marge mag ten hoogste +/- 5 % bedragen.
  • (6) 
    Het verslag over de resultaten van het stereoscopische programma omvat bijzonderheden over alle bovengenoemde technische specificaties, met inbegrip van de bemonsteringsintensiteit, de bemonsteringsmethode, de afstand tot de camera, de afmetingen van de doorgangssluis en de algoritmen (lengte-gewichtverhouding). Het SCRS beziet deze specificaties opnieuw en doet indien nodig aanbevelingen tot wijziging ervan.
  • (7) 
    In gevallen waarin de kwaliteit van het beeldmateriaal van de stereoscopische camera onvoldoende is om het gewicht van de blauwvintonijn die wordt gekooid, te ramen, geven de autoriteiten van de voor het vangstvaartuig, de tonnara of de kwekerij verantwoordelijke lidstaten opdracht tot een nieuwe kooiverrichting.
  • B. 
    Presentatie en gebruik van de resultaten van de programma's
  • (1) 
    Besluiten betreffende verschillen tussen de vangstaangifte en de resultaten van het stereoscopische-systeemprogramma worden ten aanzien van de gezamenlijke visactie (GVA) of de totale tonnaravangsten genomen voor GVA's en tonnaravangsten bestemd voor een kweekvoorziening waarbij één CPC en/of lidstaat betrokken is. Het besluit betreffende verschillen tussen de vangstaangifte en de resultaten van het stereoscopische-systeemprogramma wordt genomen ten aanzien van de kooiverrichtingen voor GVA's waarbij meer dan een CPC en/of lidstaat betrokken is, tenzij door de autoriteiten van alle vlaggen-CPC's/ vlaggenlidstaten van de bij de GVA betrokken vangstvaartuigen anders overeengekomen is.
  • (2) 
    De voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat verstrekt een verslag aan de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat of CPC en aan de Commissie, dat de volgende documenten omvat:

    (a) een technisch verslag van het stereoscopische systeem met:

    • – 
      algemene informatie: soort, plaats, kooi, datum, algoritme;
  • – 
    statistische informatie over de groottesortering: gemiddeld gewicht en

    gemiddelde lengte, minimumgewicht en -lengte, maximumgewicht en -lengte,

    aantal bemonsterde exemplaren, gewichtsverdeling, grootteverdeling;

    (b) gedetailleerde resultaten van het programma, met de grootte en het gewicht van elk bemonsterd exemplaar;

    (c) een kooirapport met:

  • – 
    algemene informatie over de verrichting: nummer van de kooiverrichting,

    naam van de kwekerij, kooinummer, BCD-nummer (Bluefin tuna Catch

    Document – vangstdocument voor blauwvintonijn), ITD-nummer (Iccat

    Transfer Document), naam en vlag van het vangstvaartuig of de tonnara, naam

    en vlag van het sleepvaartuig, datum van de verrichting met het

    stereoscopische systeem en bestandsnaam van het filmmateriaal;

    • – 
      het algoritme voor de omrekening van lengte in gewicht;
  • – 
    de vergelijking tussen de in het BCD opgegeven hoeveelheden en de met het

    stereoscopische systeem geconstateerde hoeveelheden, uitgedrukt in aantal

    exemplaren, gemiddeld gewicht en totaal gewicht (formule voor de berekening

    van het verschil: (Stereoscopisch systeem – BCD) / Stereoscopisch systeem *

    100);

    • – 
      de foutenmarge van het systeem;
  • – 
    voor kooirapporten met betrekking tot GVA's/tonnara's bevat het laatste

    kooirapport ook een samenvatting van alle informatie in voorgaande

    kooirapporten.

  • (3) 
    Bij ontvangst van het kooirapport treffen de autoriteiten van de lidstaat van het vangstvaartuig of de tonnara in de volgende situaties de volgende maatregelen:

    (a) Het totale door het vangstvaartuig of de tonnara in het BCD opgegeven gewicht ligt binnen de schaal van de met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden:

    • – 
      er wordt geen bevel tot vrijlating gegeven;
  • – 
    in het BCD wordt zowel het aantal (aan de hand van het aantal exemplaren dat

    is geconstateerd met controlecamera's of alternatieve technieken) als het

    gemiddelde gewicht gewijzigd, terwijl het totale gewicht niet wordt gewijzigd.

    (b) Het totale door het vangstvaartuig of de tonnara in het BCD opgegeven gewicht ligt onder het laagste cijfer van de schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden:

  • – 
    er wordt bevel tot vrijlating gegeven met gebruikmaking van het laagste cijfer

    van de schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde

    meetwaarden:

  • – 
    de vis wordt vrijgelaten volgens de procedure van artikel 40, lid 2, en bijlage

    XII;

  • – 
    in het BCD wordt na de vrijlating zowel het aantal (aan de hand van het aantal

    exemplaren dat is geconstateerd met controlecamera's, verminderd met het

    aantal vrijgelaten exemplaren) als het gemiddelde gewicht gewijzigd, terwijl

    het totale gewicht niet wordt gewijzigd.

    (c) Het totale door het vangstvaartuig of de tonnara in het BCD opgegeven gewicht ligt boven het hoogste cijfer van de schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden:

    • – 
      er wordt geen bevel tot vrijlating gegeven;
  • – 
    in het BCD wordt het volgende gewijzigd: totaal gewicht (aan de hand van het

    hoogste cijfer van de schaal van met het stereoscopische systeem

    geregistreerde meetwaarden), aantal exemplaren (aan de hand van de resultaten

    van de controlecamera's) en, dienovereenkomstig, gemiddeld gewicht.

  • (4) 
    Voor elke relevante wijziging van het BCD stroken de in rubriek 2 (aantal en gewicht) ingevoerde waarden met die in rubriek 6 en mogen de waarden in de rubrieken 3, 4 en 6 niet hoger zijn dan die in rubriek 2.
  • (5) 
    In het geval van compensatie van in individuele kooirapporten geconstateerde verschillen tussen alle kooiverrichtingen van een GVA/tonnara, ongeacht of er een vrijlatingsverrichting vereist is, worden alle relevante BCD's gewijzigd op basis van de laagste schaal van met het stereoscopische systeem geregistreerde meetwaarden. De BCD's die de hoeveelheden vrijgelaten blauwvintonijn betreffen, worden ook gewijzigd om rekening te houden met het aantal/gewicht van de vrijgelaten vis. De BCD's betreffende blauwvintonijn die niet is vrijgelaten maar waarvoor de resultaten van de stereoscopische systemen of alternatieve technieken verschillen van de als gevangen en overgeheveld gerapporteerde blauwvintonijn, worden ook gewijzigd om rekening te houden met deze verschillen.

De BCD's betreffende de vangsten waarvoor de vrijlatingsverrichting heeft plaatsgevonden, worden ook gewijzigd om rekening te houden met het

aantal/gewicht van de vrijgelaten vis.

BIJLAGE XII Vrijlatingsprotocol

  • (1) 
    De vrijlating van blauwvintonijn uit kweekkooien in zee wordt opgenomen met een videocamera en geobserveerd door een regionale Iccat-waarnemer, die een verslag opstelt en dit samen met de video-opnamen bij het Iccat-secretariaat indient.
  • (2) 
    Wanneer een vrijlatingsbevel is gegeven, verzoekt de exploitant van de kwekerij erom dat een regionale Iccat-waarnemer wordt ingezet.
  • (3) 
    De vrijlating van de blauwvintonijn uit transportkooien of tonnara's in zee wordt geobserveerd door een nationale waarnemer van de voor het sleepvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat, die een verslag opstelt en indient bij de controleautoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat.
  • (4) 
    Voordat een vrijlatingsverrichting plaatsvindt, kunnen de controleautoriteiten van de lidstaat opdracht geven tot een controleoverheveling met gebruikmaking van standaard- en/of stereoscopische camera's om het aantal en het gewicht van de vrij te laten vis te ramen.
  • (5) 
    De autoriteiten van de lidstaat kunnen alle extra maatregelen nemen die zij nodig achten om te waarborgen dat de vrijlatingsverrichtingen plaatsvinden op het moment dat en de plaats die het meest geschikt is om de kans te verhogen dat de vis terugkeert naar het bestand. De exploitant is verantwoordelijk voor de overleving van de vis totdat de vrijlatingsverrichting heeft plaatsgevonden. Deze vrijlatingsverrichtingen vinden plaats binnen drie weken na afloop van de kooiverrichtingen.
  • (6) 
    Na afloop van de oogstverrichtingen wordt vis die overblijft in een kwekerij en niet onder het BCD valt, vrijgelaten volgens de in artikel 40, lid 2, en deze bijlage vastgelegde procedures.

    BIJLAGE XIII Behandeling van dode vis

Tijdens visserijactiviteiten door ringzegenvaartuigen worden de hoeveelheden dood in de ringzegen aangetroffen vis in het logboek van het vissersvaartuig geregistreerd en in mindering gebracht op het quotum van de lidstaat.

Registratie/behandeling van dode vis tijdens de eerste overheveling:

  • (1) 
    Het BCD wordt aan de exploitant van het sleepvaartuig verstrekt met rubriek 2 (totale vangst), rubriek 3 (verhandeling van levende vis) en rubriek 4 (overheveling –

    inclusief “dode” vis) ingevuld.

De totale in de rubrieken 3 en 4 gerapporteerde hoeveelheden zijn gelijk aan de in rubriek 2 gerapporteerde hoeveelheden. Het BCD gaat vergezeld van de originele Iccat-overhevelingsaangifte (Iccat Transfer Declaration – ITD) overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. De in de ITD gerapporteerde hoeveelheden (levend overgeheveld) zijn gelijk aan de in rubriek 3 van het begeleidende BCD

gerapporteerde hoeveelheden.

  • (2) 
    Een deel van het BCD met rubriek 8 (handelsinformatie) wordt ingevuld en overhandigd aan de exploitant van het hulpvaartuig dat de dode blauwvintonijn naar de kust vervoert (of deze wordt aan boord van het vangstvaartuig gehouden in geval van rechtstreekse aanlanding aan de kust). Deze dode vis en dit deel van het BCD gaan vergezeld van een kopie van de ITD.
  • (3) 
    De hoeveelheden dode vis worden geregistreerd in het BCD van het vangstvaartuig dat de vangst heeft verricht of, in geval van GVA's, in het BCD van de vangstvaartuigen of van een onder een andere vlag varend vaartuig dat aan de GVA deelneemt.

BIJLAGE XIV

Iccat-kooiverklaring 3

Naam Vla Registratienu Datu Plaats Valideringsnu Datum Kooidat Gekooid Aantal Groottesamens Kweekvoorzie vaart g mmer m van de mmer statistisch um e voor telling ning* uig Identificeerba van vangst statistisch document hoeveel mesti

ar de Lengtegra document voor heid (t) ng kooinummer vang ad voor blauwvint gekooi st Breedtegr blauwvintonij onijn de aad n vissen

*Voorziening gemachtigd voor het mesten van in het verdragsgebied gevangen blauwvintonijn.

3 Dit is de in Iccat-aanbeveling 06-07 vastgestelde kooiverklaring.

BIJLAGE XV Minimumnormen voor de invoering van een volgsysteem voor vaartuigen in het Iccatverdragsgebied

4

  • (1) 
    Onverminderd strengere vereisten die van toepassing kunnen zijn in specifieke Iccatvisserijen

voert elke vlaggenlidstaat een volgsysteem voor vaartuigen (hierna “VMS”

genoemd) in voor zijn vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter die gemachtigd zijn om in wateren buiten de jurisdictie van de vlaggenlidstaat

te vissen en:

(a) verplicht hij zijn vissersvaartuigen te zijn uitgerust met een autonoom, manipulatieaantonend systeem dat continu, automatisch, en onafhankelijk van enige interventie door het vaartuig, boodschappen doorzendt aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat (VCC) om de positie, koers en snelheid van een vissersvaartuig door de vlaggenlidstaat van dat vaartuig te volgen;

(b) waarborgt hij dat de satellietvolgapparatuur die aan boord van het vissersvaartuig is geïnstalleerd de volgende gegevens continu verzamelt en doorzendt aan het VCC van de vlaggenlidstaat:

  • – 
    de identificatiegegevens van het vaartuig;
  • – 
    de geografische positie van het vaartuig (lengtegraad, breedtegraad) met een

    foutenmarge van minder dan 500 meter, met een betrouwbaarheidsinterval van

    99 %; en

    • – 
      de datum en het tijdstip.

    (c) waarborgt hij dat het VCC van de vlaggenlidstaat een automatische kennisgeving ontvangt als de communicatie tussen het VCC en de satellietvolgapparatuur onderbroken is;

    (d) waarborgt hij, in samenwerking met de kuststaat, dat de positieberichten die door zijn vaartuigen worden doorgegeven wanneer zij opereren in wateren onder de jurisdictie van die kuststaat ook automatisch en in realtime worden doorgezonden aan het VCC van de kuststaat die de activiteit heeft gemachtigd. Bij de uitvoering van deze bepaling wordt passende aandacht besteed aan het minimaliseren van de operationele kosten, technische moeilijkheden en administratieve lasten die met de doorzending van deze berichten gepaard gaan.

    (e) Om de verzending en ontvangst van positieberichten, zoals beschreven in punt 1, onder d), te faciliteren, wisselen het VCC van de vlaggenlidstaat of vlaggen CPC en het VCC van de kuststaat hun contactinformatie uit en stellen zij elkaar onverwijld in kennis van wijzigingen van deze informatie. Het VCC van de kuststaat stelt het VCC van de vlaggenlidstaat of vlaggen-CPC in kennis van elke onderbreking in de ontvangst van de opeenvolgende positieberichten. De verzending van positieberichten tussen het VCC van de vlaggenlidstaat of vlaggen-CPC, en dat van de kuststaat gebeurt elektronisch via een beveiligd communicatiesysteem.

4 Deze zijn opgenomen in Iccat-aanbeveling 18-10 inzake minimumnormen voor volgsystemen voor

vaartuigen in het Iccat-verdragsgebied.

  • (2) 
    Elke lidstaat neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de VMS-berichten worden verzonden en ontvangen, zoals vastgesteld in punt 1, en gebruikt deze informatie om de positie van zijn vaartuigen continu te volgen.
  • (3) 
    Elke lidstaat waarborgt dat de kapiteins van de onder zijn vlag varende vissersvaartuigen ervoor zorgen dat de satellietvolgapparatuur permanent en continu operationeel is en dat de in punt 1, onder b), bedoelde informatie ten minste om het uur voor ringzegenvaartuigen en ten minste om de twee uur voor alle andere vaartuigen wordt verzameld en verzonden. Daarnaast vereisen de lidstaten dat hun vaartuigexploitanten waarborgen dat:

(a) op geen enkele wijze met de satellietvolgapparatuur wordt geknoeid;

(b) de VMS-gegevens op geen enkele wijze worden gewijzigd;

(c) de antenne van de satellietvolgapparatuur op geen enkele wijze wordt gestoord;

(d) de satellietvolgapparatuur in het vissersvaartuig is ingebouwd en de stroomtoevoer op geen enkele wijze opzettelijk wordt onderbroken; en

(e) de satellietvolgapparatuur niet uit het vaartuig wordt verwijderd, behalve om te worden gerepareerd of vervangen.

  • (4) 
    Wanneer de aan boord van een vissersvaartuig geïnstalleerde satellietvolgapparatuur defect is of anderszins niet functioneert, wordt de apparatuur binnen een maand gerepareerd of vervangen, tenzij het vaartuig, in voorkomend geval, van de lijst van gemachtigde grote vissersvaartuigen is geschrapt, of vervalt voor vaartuigen die niet in de Iccat-lijst van gemachtigde vaartuigen hoeven te zijn opgenomen, de geldigheid van de machtiging om in gebieden buiten de jurisdictie van de vlaggen-CPC te vissen. Het wordt het vaartuig niet toegestaan met defecte satellietvolgapparatuur een visreis te ondernemen. Wanneer apparatuur tijdens een visreis ophoudt met functioneren of met een technische storing kampt, vindt de reparatie of vervanging plaats zodra het vaartuig een haven binnenvaart; het vissersvaartuig mag geen visreis ondernemen voordat de satellietvolgapparatuur is gerepareerd of vervangen.
  • (5) 
    Elke lidstaat of CPC waarborgt dat een vissersvaartuig met defecte satellietvolgapparatuur ten minste dagelijks via andere communicatiemiddelen (radio, webgebaseerde rapportage, e-mail, telefax of telex) aan het VCC berichten met de in punt 1, onder b), bedoelde informatie toezendt.
  • (6) 
    Lidstaten of CPC’s mogen een vaartuig enkel toestaan zijn satellietvolgapparatuur uit

te schakelen indien het vaartuig gedurende langere tijd niet zal vissen (bijvoorbeeld wegens reparatie in een droogdok), en het de bevoegde autoriteiten van zijn vlaggenlidstaat of vlaggen-CPC daarvan op voorhand in kennis stelt. De satellietvolgapparatuur moet worden gereactiveerd en moet ten minste één bericht verzenden en de gegevens daarvoor verzamelen, voordat het vissersvaartuig de haven

verlaat.

BIJLAGE XVI Correlation table between Regulation (EU) No 2016/1627 and this Regulation

Verordening (EU) 2016/1627 Deze verordening

Artikel 1 Artikel 1

Artikel 2 Artikel 1

Artikel 3 Artikel 5

Artikel 4 -

Artikel 5 Artikel 6

Artikel 6 Artikel 10

Artikel 7 Artikel 11

Artikel 8 Artikel 12

Artikel 9 Artikel 13

Artikel 10 Artikel 15

Artikel 11 Artikel 16 + bijlage I

Artikel 12 Artikel 16 + bijlage I

Artikel 13 Artikel 17

Artikel 14 Artikel 18

Artikel 15 Artikel 19

Artikel 16 Artikel 20

Artikel 17 Artikel 24

Artikel 18 Artikel 21

Artikel 19 Artikel 22

Artikel 20 Artikel 25

Artikel 21 Artikel 4

Artikel 22 Artikel 26

Artikel 23 Artikel 27

Artikel 24 Artikel 29

Artikel 25 Artikel 30

Artikel 26 Artikel 31

Artikel 27 Artikel 35

Artikel 28 Artikel 36

Artikel 29 Artikel 28

Artikel 30 Artikel 32

Artikel 31 Artikel 33

Artikel 32 Artikel 34

Artikel 33 Artikel 39

Artikel 34 Artikel 40

Artikel 35 Artikel 42

Artikel 36 Artikel 43

Artikel 37 Artikel 50

Artikel 38 Artikel 41

Artikel 39 Artikel 44

Artikel 40 Artikel 45

Artikel 41 Artikel 45

Artikel 42 Artikel 46

Artikel 43 Artikel 47

Artikel 44 Artikel 48

Artikel 45 Artikel 49

Artikel 46 Artikel 50

Artikel 47 Artikel 54

Artikel 48 Artikel 55

Artikel 49 Artikel 56

Artikel 50 Artikel 37

Artikel 51 Artikel 38

Artikel 52 Artikel 57

Artikel 53 Artikel 14

Artikel 54 Artikel 58

Artikel 55 Artikel 59

Artikel 56 Artikel 61

Artikel 57 Artikel 62

Artikel 58 Artikel 63

Artikel 59 Artikel 67

Artikel 60 Artikel 69

Artikel 61 Artikel 70

Bijlage I Bijlage I

Bijlage II Bijlage II

Bijlage III Bijlage V

Bijlage IV Bijlage VI

Bijlage V Bijlage III

Bijlage VI Bijlage IV

Bijlage VII Bijlage VIII

Bijlage VIII Bijlage IX

Bijlage IX Bijlage X

Bijlage X Bijlage XI

Bijlage XI Bijlage XII

Bijlage XII Bijlage XIII


 
 
 

2.

Meer informatie

 

Terug naar boven