r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

CO2-uitstoot van schepen: Raad bepaalt standpunt over herziening EU-regels

Met dank overgenomen van Raad van de Europese Unie (Raad), gepubliceerd op vrijdag 25 oktober 2019.

De EU levert inspanningen om de administratieve rompslomp voor scheeps­eigenaren terug te dringen en tegelijkertijd haar hoge normen voor de monitoring van CO2-uitstoot door maritiem vervoer te behouden.

Vandaag hebben de ambassadeurs bij de EU hun standpunt bepaald over een voorstel dat de bestaande EU-regels actualiseert en deze gedeeltelijk aanpast aan het wereldwijde systeem voor de verzameling van gegevens inzake stookolie­verbruik door schepen van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).

De zeevervoersector moet efficiënter met energie omspringen en minder brandstof verbruiken om bij te dragen aan onze klimaatdoelstellingen. We willen dat bedrijven en het publiek weten hoeveel brandstof elk schip verbruikt. Daardoor kunnen we de CO2-uitstoot van schepen gaan vergelijken en kiezen voor de meer energiezuinige. Dat levert milieuvoordelen op. We denken ook aan de toekomst en vragen de Commissie daarom deze verordening te herzien in het licht van verdere ervaring.

Krista Mikkonen, de Finse minister van Milieu en Klimaatverandering

Vanaf 2019 zijn scheepseigenaren verplicht om te monitoren en rapporteren onder 2 stelsels: de EU-MRV-verordening (monitoring, rapportage en verificatie) en het wereldwijde systeem voor gegevensverzameling van de IMO (IMO-DCS). De Raad is het erover eens dat een gedeeltelijke aanpassing van de definities, de monitoring­parameters en de monitoring­plannen en -templates van de MRV-verordening bijdraagt tot minder administratieve lasten voor scheep­vaart­maatschappijen en nationale autoriteiten, en de naleving van de rapportage­verplichtingen onder de beide stelsels vergemakkelijkt.

De Raad is er echter van overtuigd dat monitoring enrapportage over de vervoerde vracht verplicht moeten blijven. Die informatie zal leiden tot beter inzicht in het brandstof­verbruik van schepen. De Commissie had voorgesteld om van "vervoerde vracht" een vrijwillige monitoring­parameter te maken.

De Raad voegt ook een bepaling toe waarin de Commissie wordt gevraagd de werking van de verordening te evalueren.

Nu de ambassadeurs van de EU-lidstaten in het Comité van permanente vertegenwoordigers tot een akkoord zijn gekomen, kan de Raad onderhandelingen met het Europees Parlement starten. Het EP heeft zijn standpunt over het voorstel nog niet bepaald.

De volledige tekst van het standpunt van de Raad wordt binnen enkele dagen aan deze persmededeling gehecht.

Achtergrond

De wereldwijde scheepvaart is verantwoordelijk voor veel broei­kasgas­emissie en draagt - door het verbruik van fossiele brandstoffen - bij aan de klimaatverandering. Deuitstoot door internationaal maritiem vervoer wordt geschat op 2 tot 3% van de totale wereldwijde broeikas­gas­emissie. Dat is meer dan de uitstoot van welke EU-lidstaat dan ook. Als de scheep­vaart­sector een land was, dan zou het de op 5 na grootste uitstoter ter wereld zijn.

Op EU-niveau kende de CO2-uitstoot van het zeevervoer een stijging van 48% in de periode 1990-2008. In 2015 had het maritiem vervoer een aandeel van 13% in de totale emissie van de vervoersector in de EU.

In 2015 namen de Raad en het Europees Parlement de MRV-verordening aan, die voor het eerst regels stelde voor de monitoring, rapportage en verificatie van CO2-emissies door maritiem vervoer. Scheep­vaart­maatschappijen moeten hun jaarlijkse CO2-uitstoot meedelen, naast andere relevante informatie in verband met de reizen van hun schepen van en naar havens van de Europese Economische Ruimte (EER), met inbegrip van de uitstoot van die schepen in havens. Dit geldt voor schepen met een bruto­tonnage van meer dan 5000 ton (en geldt niet voor kleinere schepen). De monitoring van brandstofverbruik, CO2-emissies en energie-efficiëntie begon in 2018 en de scheep­vaart­maatschappijen moesten in 2019 hun eerste emissie-verslagen indienen.

Op wereldniveau stelde de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) in 2016 het rechtskader op voor een wereldwijd systeem voor gegevens­verzameling (DCS - data collection system) inzake stookolie­verbruik door schepen. De monitoring­verplichtingen op grond van het IMO-DCS beginnen in 2019, de rapportage start in 2020. Als gevolg daarvan moeten schepen die in EER-verband activiteiten op het gebied van maritiem vervoer verrichten, sinds januari 2019 aan de monitoring- en rapportage­voorschriften van zowel de EU-MRV-verordening als het wereldwijde IMO-DCS voldoen.

Doel van dit voorstel is de EU-MRV-verordening te wijzigen om rekening te houden met het nieuwe wereldwijde IMO-DCS. Dit moet de administratieve lasten voor maatschappijen en overheden zoveel mogelijk stroomlijnen en verlichten, terwijl de doelstellingen van de EU-MRV-verordening gewaarborgd blijven.


1.

Relevante EU dossiers

Terug naar boven