r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Europese kunstmatige intelligentie

Robot in de toekomst

Tijdens de Europese Raad van oktober 2017 stelden EU-regeringsleiders dat de Europese Unie met meer urgentie moet werken aan een plan voor kunstmatige intelligentie (KI). Van KI is sprake bij machines en systemen die menselijk denkvermogen nabootsen, bijvoorbeeld zelfrijdende auto's. 24 EU-lidstaten en Noorwegen besloten in april 2018 om samen te gaan werken op het gebied van KI. In diezelfde maand nog, kwam de Europese Commissie met een mededeling waarin zij liet weten dat er op Europees niveau een gecoördineerd plan voor kunstmatige intelligentie komt. In deze mededeling benadrukte de Commissie dat Europa moet voortbouwen op haar wetenschappelijke en industriële krachten om koploper te zijn in de ontwikkeling van KI technologieën.

Hoewel kunstmatige intelligentie grote voordelen kan hebben, brengen de veranderingen door KI ook zorgen met zich mee. Zo zullen mensen bang zijn om door automatisering hun baan te verliezen, vragen consumenten zich af wie verantwoordelijk is wanneer een verkeerde beslissing wordt genomen door een KI-gebaseerd systeem, weten kleine bedrijven niet hoe ze KI moeten toepassen binnen hun organisatie en krijgt Europa te maken met een moordende internationale concurrentie. Om deze uitdagingen aan te pakken en de kansen van KI te grijpen, stelt de Commissie een aanpak voor waarin de mens bij de ontwikkeling van KI centraal staat. Een Commissiemededeling met daarin haar gecoördineerd plan voor kunstmatige intelligentie, verscheen in december 2018.

De Commissie wil dat de EU-lidstaten uitvoering geven aan haar gecoördineerde plan. Verder vraagt de Commissie de lidstaten om in 2019 te komen met een nationale strategie voor KI. Vanuit Nederland klinkt ook de roep om KI in Europees verband te ontwikkelen. In november 2018 diende Tweede Kamerlid Kees Verhoeven hiertoe een motie in.

Inhoud

1.

Gecoördineerd plan inzake kunstmatige intelligentie

Omdat KI in de toekomst steeds belangrijker wordt, wil de Commissie dat de EU hierin vooroploopt. Om dit te bereiken heeft de Commissie in april 2018 de mededeling 'Kunstmatige intelligentie voor Europa' uitgebracht. Hierin werd in navolging van landen als Japan, China en Canada een EU-initiatief op het gebied van KI aangekondigd.

Dit EU-initiatief kwam er in december 2018 in de vorm van de mededeling 'Gecoördineerd plan inzake kunstmatige intelligentie'. Hierin staat dat de EU wereldleider kan worden op het gebied van KI als er aan deze voorwaarden voldaan wordt:

  • meer geld voor start-ups en vernieuwende kleine en middelgrote bedrijven
  • meer samenwerking tussen Europese bedrijven en overheden op het gebied van KI
  • verbeteren en verspreiden van goede KI-technologiën
  • samenleving beter op KI voorbereiden door onderwijs aan te passen
  • Europese data verzamelen om te gebruiken voor KI
  • ethische standaard en rechtskader opstellen
  • veiligheid van KI garanderen

Vooral het opstellen van een ethische standaard voor KI wordt door de Commissie gezien als een van de kansen voor de EU om koploper te worden op dit gebied. Landen die al meer met KI bezig zijn leggen namelijk minder nadruk op de ethiek. Hieraan verbonden is de veiligheid van KI, wat ook een belangrijk punt is voor de Commissie.

Zeven hoofdpunten

In april 2019 presenteerde de Europese Commissie zeven hoofdpunten voor betrouwbare KI:

  • Invloed en toezicht door mensen: KI mag de autonomie van mensen niet beperken of misbruiken
  • Robuustheid en veiligheid: er moeten algoritmen beschikbaar zijn die fouten in KI-systemen kunnen opsporen en aanpakken.
  • Privacy en data-governance: burgers moeten controle hebben over hun eigen gegevens
  • Transparantie: KI-systemen moeten traceerbaar zijn
  • Diversiteit, non-discriminatie en billijkheid: KI moet toegankelijk zijn voor iedereen
  • Maatschappelijk en ecologisch welzijn: KI-systemen moeten zorgen voor positieve maatschappelijke veranderingen en duurzaamheid bevorderen
  • Verantwoordingsplicht: er moet een mechanisme zijn dat vaststelt wie verantwoordelijk is voor een KI-systeem

Naast de concurrentiepositie van de EU zijn de volgende beleidsdoelen ook redenen om KI te ontwikkelen:

  • het bestrijden van klimaatverandering
  • het voorkomen van cyberdreigingen
  • het terugdringen van het aantal verkeersdoden

In februari 2019 heeft de Raad Concurrentievermogen laten weten het gecoördineerde plan voor kunstmatige intelligentie te steunen. De Raad benadrukt dat de ontwikkeling en het gebruik van kunstmatige intelligentie in Europa moet worden bevorderd door het verhogen van de investeringen.

2.

Nederland en Europa

Nederlandse positie

De regering ziet KI als kansrijk in het bieden van antwoorden op economische en maatschappelijke vraagstukken. Vandaar dat het kabinet werkt aan een nationaal strategisch actieplan voor KI. Dit plan zou in de eerste helft van 2019 verschijnen, maar laat tot op heden nog op zich wachten. Het gecoördineerde EU-actieplan van de Europese Commissie, vormt daarvoor de basis.

Het kabinet laat weten dat een intensivering en een meer gecoördineerde aanpak gewenst is om de Europese concurrentiekracht te vergroten, zodat Europa kan concurreren met bijvoorbeeld China of Amerika op dit terrein. Ook biedt KI mogelijkheden op het veiligheidsterrein en volgens het kabinet moeten ook deze aspecten worden meegenomen in een nationaal KI actieplan. Dit zal het kabinet benadrukken richting de Commissie.

Motie Verhoeven

Ook vanuit de Tweede Kamer is er belangstelling voor de ontwikkeling van KI in EU-verband. Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) heeft namelijk de regering in een motie verzocht om in EU-verband te pleiten voor ontwikkeling van KI. Hierin speelde de overweging dat de EU niet te afhankelijk mag worden van China of de Verenigde Staten. De motie is, op de fracties van PVV en FvD na, door alle fracties gesteund.

3.

Besluitvorming

De Commissie wil dat de Europese Raad het plan goedkeurt en dat de lidstaten het uitvoeren. Ook vraagt de Commissie aan de lidstaten om in uiterlijk halverwege 2019 een nationale strategie hierover klaar te hebben. Nog niet alle lidstaten hebben hieraan voldaan.

4.

Meer informatie

Terug naar boven