r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Wederzijdse erkenning in strafzaken - Conclusies - Aanneming

1.

Tekst

Raad van de Europese Unie Brussel, 23 november 2018 (OR. en)

14540/18

LIMITE

JAI 1171 COPEN 404 DROIPEN 182 GENVAL 40 CATS 87 EUROJUST 152 EJN 46 EJUSTICE 157

NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers/de Raad nr. vorig doc.: 14194/18 Betreft: Wederzijdse erkenning in strafzaken - Conclusies

  • Aanneming

Tijdens de vergadering van het CATS van 21 november waren de delegaties over het algemeen ingenomen met de door het voorzitterschap voorgelegde ontwerpconclusies over wederzijdse erkenning (14194/18).

In het licht van de opmerkingen van verschillende lidstaten en de Commissie heeft het voorzitterschap een nieuwe tekst opgesteld (zie bijlage). Wijzigingen zijn vetgedrukt en aangegeven met (...).

De Raad wordt verzocht deze conclusies aan te nemen en te besluiten tot bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de EU.

_________________________ BIJLAGE

(ontwerp)

Conclusies van de Raad "Bevorderen van wederzijdse erkenning door vergroten van het wederzijds vertrouwen"

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Memorerend dat, overeenkomstig artikel 82, lid 1, VWEU, de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie berust op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen;

Erop wijzend dat, met toepassing van dit beginsel, een bevoegde autoriteit in één lidstaat een rechterlijke uitspraak of beslissing toezendt aan een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat, die vervolgens die uitspraak of beslissing ten uitvoer legt alsof het een eigen uitspraak of beslissing

betrof (afhankelijk van de toepasselijke regels) (...) 1 ;

Bevestigend dat het beginsel van wederzijdse erkenning berust op wederzijds vertrouwen dat tot stand wordt gebracht dankzij de gedeelde waarden van de lidstaten met betrekking tot eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, zodat elke autoriteit erop kan vertrouwen dat de overige autoriteiten gelijkwaardige normen inzake bescherming van rechten hanteren in hun strafrechtstelsels;

Benadrukkend dat het recht op een eerlijk proces, inclusief, onder meer, het vereiste van onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, van cruciaal belang is voor de daadwerkelijke bescherming van de grondrechten, omdat dit de bescherming waarborgt van alle individuele rechten die voortvloeien uit het EU-recht en het nationale recht, en de vrijwaring van de in artikel 2 VEU vermelde gemeenschappelijke waarden van de lidstaten, met name de rechtsstaat;

1 COM/2018/225 final - 2018/0108 (COD) (verordening) en COM/2018/226 final -

2018/0107 (COD) (richtlijn).

Er nota van nemend dat verschillende kwesties – met name van praktische (...) of beleidsmatige aard – afbreuk kunnen doen aan het wederzijds vertrouwen, en dat bijgevolg voortdurend werk moet worden gemaakt van het bevorderen en versterken van dit vertrouwen;

Overwegende dat dergelijke kwesties onder meer verband houden met verschillen in de uitvoering en toepassing van het Unierecht, de rechtsstaat en bijzonder gevoelige gebieden wat de grondrechten betreft, zoals detentieomstandigheden en de duur van de voorlopige hechtenis;

Memorerend dat de ministers tijdens hun informele bijeenkomst van 12 en 13 juli 2018 hebben gesproken over recente ontwikkelingen die uitdagingen inhouden voor het beginsel van wederzijdse erkenning, alsmede over de toepasselijke jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU;

Voorts memorerend dat de delegaties tijdens de vergadering van het CATS van 18 september 2018 zich hebben gebogen over een nota van het voorzitterschap met een beschrijving van de problemen en obstakels die zich in verband met de toepassing van instrumenten voor wederzijdse erkenning aandienen en met voorstellen voor maatregelen die kunnen worden getroffen (11956/18);

Memorerend, ten slotte, dat de ministers tijdens de zitting van de Raad (Justitie en Binnenlandse

Zaken) van 11 oktober 2018 bijdragen hebben geleverd in verband met beste praktijken en acties die zijn ondernomen om de wederzijdse erkenning en het wederzijdse vertrouwen te versterken, en met praktische en juridische maatregelen die zijn genomen in reactie op de recente ontwikkelingen, met name de ontwikkelingen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (12492/18);

HEEFT DE VOLGENDE CONCLUSIES AANGENOMEN:

  • 1. 
    De lidstaten worden eraan herinnerd dat de efficiëntie en effectiviteit van EU-instrumenten voor wederzijdse erkenning, met name die in de rechtsvorm van kaderbesluiten of richtlijnen, grotendeels afhangt van de relevante nationale wetgeving die in overeenstemming met deze instrumenten wordt opgesteld en aangenomen;
  • 2. 
    De lidstaten wordt met aandrang gevraagd er nota van te nemen dat de richtlijnen betreffende procedurele rechten 2 tijdig en correct moeten worden uitgevoerd om het recht op een eerlijk proces te waarborgen;
  • 3. 
    De lidstaten moeten blijven toezien op de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechtbanken en rechters, aangezien dit tot de essentie behoort van het grondrecht op een eerlijk proces, dat in artikel 47, tweede alinea, van het Handvest wordt gewaarborgd;
  • 4. 
    De lidstaten worden eraan herinnerd dat, overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, een weigering om een rechterlijke beslissing of uitspraak ten uitvoer te leggen die op basis van een instrument voor wederzijdse erkenning is gegeven, alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan worden gerechtvaardigd, en rekening houdend met het feit dat de lidstaten krachtens het beginsel van voorrang van het EU-recht van een andere lidstaat geen hoger niveau van nationale bescherming van de grondrechten kunnen verlangen dan het niveau waarin in het EU-recht is voorzien. Bijgevolg moet elk motief voor niet-uitvoering op basis van een inbreuk op de grondrechten restrictief worden aangewend, in aansluiting op de aanpak die het Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft ontwikkeld;
  • 5. 
    De lidstaten worden ertoe aangespoord wetgeving op te stellen om in voorkomend geval alternatieve maatregelen voor detentie te kunnen treffen teneinde de bevolking in hun detentiecentra te verminderen, en daarbij werk te maken van het doel van sociale rehabilitatie en tevens iets te doen aan het feit dat povere detentieomstandigheden en het probleem van overbevolkte gevangenissen het wederzijds vertrouwen vaak in de weg staan;
  • 6. 
    De lidstaten en de Europese Commissie worden aangemoedigd om permanente bijscholing van rechters, aanklagers en andere rechtsbeoefenaars te bevorderen, ook op het gebied van de grondrechten in strafprocedures, aangezien dit bevorderlijk kan zijn voor de toepassing van de op wederzijdse erkenning gebaseerde EU-instrumenten, het wederzijds vertrouwen op het Europees justitieel terrein te versterken door het organiseren van justitiële opleidingsseminars en uitwisselingen, en terdege aandacht te besteden aan de adequate financiering van opleidingsactiviteiten ter zake op nationaal en Europees niveau, vooral die welke door het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO) worden georganiseerd;

2 Richtlijnen 2010/64, 2012/13, 2013/48, 2016/343, 2016/800 en 2016/1919 voor de lidstaten die erdoor gebonden zijn.

  • 7. 
    De lidstaten worden aangespoord om in hun rechtsgebied rechtsbeoefenaars – die als nationale contactpunten voor het Europees justitieel netwerk (EJN) kunnen fungeren – als specialisten in justitiële samenwerking in strafzaken aan te wijzen, zodat zij (...) andere rechtsbeoefenaars kunnen bijstaan bij de toepassing van alle relevante instrumenten, waaronder op het beginsel van wederzijdse erkenning gebaseerde EU-instrumenten;
  • 8. 
    De lidstaten worden aangespoord om, waar mogelijk met de steun van EU-financiering, uitwisselingen tussen rechtsbeoefenaars van verschillende lidstaten evenals andere contacten tussen die rechtsbeoefenaars te stimuleren, omdat dit tot meer wederzijds vertrouwen en een efficiëntere toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning kan leiden;
  • 9. 
    De lidstaten worden aangemoedigd beste praktijken te delen om de wederzijdse erkenning en het wederzijdse vertrouwen te bevorderen, ook in de Groep samenwerking in strafzaken of het CATS;
  • 10. 
    De lidstaten worden aangemoedigd om (niet-bindende) richtsnoeren betreffende de toepassing van de EU-instrumenten voor wederzijdse erkenning op te stellen teneinde rechtsbeoefenaars te helpen begrijpen hoe de nationale wetgeving tot uitvoering van de EU- instrumenten moet worden uitgelegd en toegepast;
  • 11. 
    De lidstaten wordt verzocht rechtsbeoefenaars aan te moedigen ten volle gebruik te maken van de mogelijkheden van het EJN en Eurojust, overeenkomstig hun respectieve mandaat, teneinde rechtsbeoefenaars bij te staan bij het aangaan van justitiële samenwerking in strafzaken;
  • 12. 
    De lidstaten worden er in het bijzonder toe uitgenodigd rechtsbeoefenaars aan te sporen gebruik te maken van de praktische instrumenten voor justitiële samenwerking en de (elektronische) formulieren en certificaten van instrumenten voor wederzijdse erkenning die beschikbaar zijn op de website van het EJN, aangezien dit de toepassing van die instrumenten kan vergemakkelijken; 12a. De lidstaten wordt verzocht rechtsbeoefenaars die in procedures van wederzijdse erkenning als uitvoerende autoriteiten optreden, aan te sporen in dialoog en rechtstreeks overleg te treden met de uitvaardigende autoriteiten in andere lidstaten, en wel telkens als dit wenselijk is, in het bijzonder voordat zij overwegen een in het kader van dergelijke procedures toegezonden beslissing of uitspraak niet te erkennen of uit te voeren;
  • 13. 
    De lidstaten word verzocht ervoor te zorgen dat de EJN-contactpunten over de nodige capaciteit beschikken om hun taken als EJN-contactpunt te verrichten naast hun gewone verplichtingen en taken, zoals is opgemerkt in het Eindrapport over de zesde ronde van wederzijdse evaluaties (aanbeveling nr. 7), zodat het EJN zijn taak doeltreffend kan blijven uitoefenen, ook op het gebied van wederzijdse erkenning;

13a. De lidstaten die een verklaring hebben afgelegd (een voorbehoud hebben gemaakt) met betrekking tot een instrument voor wederzijdse erkenning, wordt verzocht na te gaan of die verklaring kan worden ingetrokken, teneinde een uniforme toepassing van het instrument in kwestie te bevorderen;

  • 14. 
    De lidstaten wordt verzocht de actieve deelname te bevorderen van bevoegde vertegenwoordigers aan de conferentie over overbevolking in de gevangenissen, die de Raad van Europa met de steun van de Europese Commissie op 24 en 25 april 2019 organiseert, en aan de conferentie over de actuele uitdagingen voor het Europese gevangeniswezen, die onder het Roemeense voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie zal worden gehouden;
  • 15. 
    De lidstaten en de Commissie wordt verzocht om bij voorrang het digitale systeem voor de uitwisseling van elektronisch bewijsmateriaal op te zetten als beveiligd kanaal voor het verzenden van Europese onderzoeksbevelen en verzoeken en antwoorden in verband met wederzijdse rechtshulp;

15a. De Commissie wordt verzocht waar passend haar bevoegdheden aan te wenden om ervoor te zorgen dat de EU-instrumenten inzake justitiële samenwerking in strafzaken en procedurele rechten tijdig en correct worden uitgevoerd;

  • 16. 
    De Commissie wordt verzocht praktische richtsnoeren te verstrekken over (...) de recente jurisprudentie van het Hof van Justitie, met name in de zaak-Aranyosi, en over het vinden van relevante bronnen voor rechtsbeoefenaars die objectieve, betrouwbare en terdege geactualiseerde informatie bevatten over gevangenissen en de omstandigheden in de gevangenissen in de lidstaten;
  • 17. 
    De Raad verzoekt de lidstaten te overwegen het factsheet van de Raad van Europa over detentieomstandigheden en de behandeling van gevangenen in hun officiële taal te laten vertalen en die vertalingen aan de Raad van Europa aan te bieden voor publicatie op zijn website 3 ;
  • 18. 
    De Commissie wordt verzocht om, in overleg met de lidstaten, haar handboek over het

Europees arrestatiebevel verder te ontwikkelen en regelmatig te actualiseren, mede door recente jurisprudentie van het Hof van Justitie en beste praktijken voor de correcte toepassing ervan in aanmerking te nemen, en handboeken op te stellen over de andere instrumenten voor wederzijdse erkenning zodra deze volledig zijn omgezet door de lidstaten, bv. de kaderbesluiten over vrijheidsstraffen 4 en proeftijd 5 , evenals, in de toekomst, de richtlijn betreffende het EOB 6 en de verordening inzake bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen 7 , teneinde de correcte uitvoering en toepassing van die instrumenten te bevorderen;

  • 19. 
    De Commissie wordt verzocht de kennisgevingen van de lidstaten over de EU-instrumenten voor wederzijdse erkenning en andere instrumenten die relevant zijn voor de justitiële samenwerking in strafzaken, in ten minste één algemeen begrijpelijke taal van de EU mee te delen aan het EJN, zodat het EJN deze kennisgevingen op zijn website kan publiceren;

3 AT zal een vertaling van het factsheet van de Raad van Europa over detentieomstandigheden en de behandeling van gevangenen in het Duits maken en deze vertaling - na overleg met de overige Duitstalige landen - aan de Raad van Europa aanbieden voor publicatie op diens website. Het voorzitterschap verzoekt de andere lidstaten dit voorbeeld te volgen.

4 Kaderbesluit 2008/909.

5 Kaderbesluit 2008/947.

6 Richtlijn 2014/41.

7 Verordening ondertekend op 14 november 2018 en op 28 november 2018 bekend te maken in het Publicatieblad van de Europese Unie.

  • 20. 
    De Commissie wordt aangemoedigd vergaderingen met deskundigen en rechtsbeoefenaars te blijven organiseren om problemen in verband met wederzijdse erkenning te bespreken, de frequentie en de intensiteit van die vergaderingen te verhogen, indien zulks nodig wordt geacht, en het resultaat van die vergaderingen ter beschikking te stellen van rechtsbeoefenaars;
  • 21. 
    De Commissie wordt verzocht een optimale benutting van de middelen (...) uit de financiële programma's van de EU, indien deze beschikbaar zijn gesteld, te promoten teneinde de justitiële samenwerking tussen de lidstaten te versterken en te bevorderen, mede om de detentiecentra in de lidstaten te moderniseren en de lidstaten te steunen bij het aanpakken van het probleem van gebrekkige detentieomstandigheden, aangezien dit nadelig kan zijn voor de toepassing van de instrumenten voor wederzijdse erkenning;
  • 22. 
    De Commissie, de Raad en het Europees Parlement worden aangespoord instrumenten inzake wederzijdse erkenning, met inbegrip van de formulieren en certificaten, op een duidelijkere, preciezere en gebruiksvriendelijkere wijze op te stellen, en daarbij naar meer samenhang te streven, teneinde de toepassing van die instrumenten door rechtsbeoefenaars te vergemakkelijken. In voorkomend geval moet daartoe ondersteuning van Eurojust en het EJN worden gevraagd;
  • 23. 
    Eurojust wordt aangespoord zijn operationele en strategische werkzaamheden met betrekking tot instrumenten voor wederzijdse erkenning voort te zetten, teneinde de toepassing van die instrumenten te vergemakkelijken;
  • 24. 
    Eurojust en het EJN wordt verzocht een actieve rol te blijven spelen bij het aanpakken van belemmeringen voor, en het in kaart brengen van beste praktijken op het gebied van, wederzijdse erkenning, en in hun vergaderingen met rechtsbeoefenaars regelmatig aandacht te blijven besteden aan instrumenten voor wederzijdse erkenning;
  • 25. 
    Het EJN wordt aangespoord zijn website met praktische informatie over, onder andere, instrumenten voor wederzijdse erkenning te blijven verbeteren, aangezien dit een zeer nuttig instrument voor rechtsbeoefenaars is gebleken;
  • 26. 
    Het ENJO wordt aangespoord opleidingen over het Unierecht, inclusief over het belang van het Handvest van de grondrechten voor de werking van instrumenten voor wederzijdse erkenning in strafzaken, en uitwisselingen tussen rechtsbeoefenaars te blijven organiseren;
  • 27. 
    De Raad wordt verzocht de praktische werking van bepaalde instrumenten voor wederzijdse erkenning aan te wijzen als het thema voor de negende ronde van wederzijdse evaluaties;
  • 28. 
    Het voorzitterschap wordt verzocht passende aandacht, ook op politiek niveau, te blijven besteden aan de kwestie van wederzijdse erkenning en wederzijds vertrouwen, met name door te zorgen voor een regelmatige gedachtewisseling hierover, teneinde de toepassing van de op het beginsel van wederzijdse erkenning gebaseerde instrumenten te bevorderen.

2.

Herziene versies, correcties en addenda

27 nov
'18
Mutual recognition in criminal matters - Conclusions - Adoption
NOTE
Presidency
14540/18 COR 1
 
 
 

3.

Meer informatie

17 apr
'18
COM(2018)225 - Europees bevel tot verstrekking en het Europees bevel tot bewaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken
17 apr
'18
COM(2018)226 - Geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de bewijsgaring in strafprocedures

Terug naar boven