r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Op meer terreinen stemmen met gekwalificeerde meerderheid

Raad van de Europese Unie
Bron: The Council of the European Union

De Raad van de Europese Unie besluit op de meeste beleidsterreinen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen (in het Engels "qualified majority voting", of QMV). Deze methode wordt gebruikt bij de gewone wetgevingsprocedure. Een aantal beleidsterreinen vallen onder de bijzondere wetgevingsprocedures, zoals het buitenlands en veiligheidsbeleid en EU-lidmaatschap. Hierbij geldt dat er eenparigheid van stemmen (unanimiteit ) nodig is om een voorstel aan te nemen. Als één land tegenstemt, strandt daarmee het voorstel. Bovendien beslist het Europees Parlement bij de bijzondere wetgevingsprocedures niet mee.

Over het stemmen met eenparigheid van stemmen (unanimiteit) heerst een brede ontevredenheid bij verschillende instellingen, waaronder de Europese Commissie. Volgens de Commissie kunnen de grote vraagstukken waar de EU mee te maken heeft niet worden opgelost, aangezien voorstellen door vereiste unanimiteit gemakkelijk kunnen worden geblokkeerd. De Commissie is daarom voorstander van een bredere inzetbaarheid van stemmen met QMV. Niet alle lidstaten zijn echter enthousiast.

Momenteel liggen er een aantal voorstellen om de stemwijze op een aantal beleidsgebieden aan te passen, zoals het stemmen bij fiscaal- en sociaal beleid. Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen heeft ook de wens uitgesproken om QMV toe te gaan passen op het gebied van buitenlands beleid.

Inhoud

1.

QMV als discussiepunt

Stemmen met unanimiteit gebeurt bij voor lidstaten gevoelige onderwerpen. Bij deze onderwerpen willen landen graag hun soevereiniteit behouden. Door te stemmen met QMV in plaats van unanimiteit, geven lidstaten een deel van hun bevoegdheden op deze terreinen op: ze kunnen voorstellen niet langer zelfstandig blokkeren. Bij besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid moet de lidstaat bondgenoten vinden om het voorstel tegen te houden. De vraag in de QMV-discussie is dus hoeveel soevereiniteit EU-lidstaten bereid zijn af te staan.

Daarnaast verkleint stemmen met QMV de rol van de nationale parlementen. Bij unanimiteit kan een minister van één land namelijk een voorstel blokkeren en zich beroepen op een bezwaar van het nationale parlement. Bij besluitvorming met QMV kan een nationaal parlement voorstellen via de eigen minister niet blokkeren. Bij QMV wordt de rol van het Europees Parlement daarentegen belangrijker, omdat deze stemmethode instemming van het EP vereist.

Standpunt Europese Commissie

De Commissie is voorstander van een bredere inzetbaarheid van stemmen met QMV. De Commissie heeft laten weten het democratischer te vinden wanneer het Europees Parlement ook een stem heeft. Wanneer de bijzondere wetgevingsprocedures gevolgd worden en lidstaten met unanimiteit stemmen, heeft het Europees Parlement namelijk enkel een adviserende rol. Bij stemmen met gekwalificeerde meerderheid geldt de gewone wetgevingsprocedure, waarbij het Europees Parlement volwaardig meebeslist.

De manier waarop beslissingen worden genomen is vastgelegd in Europese verdragen. De Commissie wil bij het ombuigen van unanimiteit naar QMV gebruik maken van de passerelle-clausule. Via die weg is het niet nodig om de Europese verdragen aan te passen (hetgeen erg ingrijpend is), maar volstaat een eenvoudige procedure.

Voor een aantal beleidsterrein liggen er concrete plannen en voorstellen klaar om de besluitvormingsprocedure te veranderen van unanimiteit (eenparigheid) naar QMV.

2.

Buitenlands en veiligheidsbeleid

Migratie, technologische ontwikkelingen, geopolitieke instabiliteit, wereldwijde concurrentie en klimaatverandering zijn volgens de Europese Commissie de grote uitdagingen van deze tijd. De Commissie betoogt dat deze uitdagingen vragen om een slagvaardige aanpak op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) Het voorkomen dat één land een voorstel kan vetoën wordt dus gezien als een goede stap daartoe. Op dit moment worden de meeste beslissingen op dit gebied namelijk nog met unanimiteit genomen.

Specifiek is er de wens om te stemmen met QMV op de volgende gebieden:

  • 1. 
    mensenrechtenkwesties in internationale organisaties
  • 2. 
    het opleggen van sancties
  • 3. 
    civiele missies in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Het Nederlandse standpunt

Het Nederlandse kabinet is het met de Commissie eens dat besluitvorming op basis van unanimiteit snel en effectief optreden van de Unie soms in de weg heeft gezeten. Tegelijkertijd wil Nederland dat lidstaten hun sterke positie in de besluitvorming over het buitenlands en veiligheidsbeleid behouden.

Alleen voor zaken die passen binnen bestaand beleid wil Nederland overwegen om met gekwalificeerde meerderheid te stemmen. Dat zal per terrein afzonderlijk moeten worden besloten. Een voorbeeld is het inzetten van civiele missies: Nederland wil dat de goedkeuring van missies met unanimiteit wordt besloten, waarna besluiten die gaan over de uitvoering ervan met gekwalificeerde meerderheid kunnen worden besloten.

3.

Fiscaal Beleid

Fiscaal beleid is het laatste terrein waarop nog uitsluitend met unanimiteit wordt gestemd. Het unanimiteitsbeginsel staat volgens de Commissie essentiële fiscale initiatieven in de weg. Hierdoor is deze wijze economisch contraproductief, omdat het leidt tot kostbare vertraging en niet-optimaal beleid. Door over te gaan op de gewone wetgevingsprocedure met QMV zouden er sneller, doeltreffender en democratischer compromissen gesloten kunnen worden, waarbij ook het Europees Parlement haar inbreng kan leveren. De Commissie stelt voor om over de volgende onderwerpen met gekwalificeerde meerderheid te stemmen:

  • 1. 
    maatregelen om belastingfraude en -ontduiking tegen te gaan
  • 2. 
    meer doeltreffende beleidsvoering, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat
  • 3. 
  • 4. 
    een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting en een nieuw stelsel voor de belastingheffing van de digitale economie

Deze maatregelen zouden zorgen voor een sterkere en meer concurrerende eengemaakte markt, omdat dan binnen de EU meer dezelfde regels gelden. Zo hoeven bijvoorbeeld bedrijven minder rekening te houden met verschillende belastingregels, wat de EU aantrekkelijker kan maken voor investeringen.

Het Comité van de Regio's (CoR) liet in juni 2019 weten vóór de inzet van QMV te zijn op het gebied van fiscaal beleid.

Het Nederlandse standpunt

Nederland heeft een kritische houding tegenover het voorstel van de Europese Commissie. Er zijn zorgen over overtredingen door landen als Frankrijk en Italië van de begrotingsregels. Voorlopig wil Nederland dus bij besluiten over fiscaal beleid zijn veto behouden en geen invoering van QMV.

4.

Sociaal Beleid

Voor sociaal beleid geldt het principe dat de EU de lidstaten ondersteunt, en niet ingrijpt in de sociale zekerheidsstelsels van de lidstaten. Op een aantal terreinen wordt al met gekwalificeerde meerderheid van stemmen gewerkt, maar voor met name sociale rechten van werknemers geldt dat unanimiteit de regel is. De Commissie stelt voor om over de volgende onderwerpen met gekwalificeerde meerderheid te stemmen:

  • 1. 
    Non-discriminatie
  • 2. 
    Sociale zekerheid en sociale bescherming van werknemers

Het uitbreiden van QMV moet leiden tot meer begrip tussen lidstaten voor elkaars wensen bij verdere harmonisatie van regels en rechten op het terrein van sociaal beleid. Hiermee doelt de Commissie mede op verschillen tussen de noordelijke lidstaten, die bijvoorbeeld willen dat constructies om Oost-Europese werknemers tegen veel lagere lonen in hun landen in te zetten worden aangepakt, en de Oost-Europese lidstaten, die voor hun werknemers die in het buitenland werken bepaalde rechten verankerd willen zien. QMV zou lidstaten dwingen een compromis te zoeken.

Het Nederlandse standpunt

Het kabinet vindt het positief dat de Commissie lidstaten aanspoort te zorgen voor sterke arbeidsmarkten en een effectief sociaal beleid. Wel vindt Nederland dat sociale bescherming en sociale zekerheid een verantwoordelijkheid moet blijven van de lidstaten, waar hier en daar wat aansturing van de EU voor nodig is. Daarom wordt er betoogd dat er per deelterrein van het beleid gekeken moet worden welk type besluitvorming nodig is. Op het gebied van sociale zekerheid en de sociale bescherming van werknemers acht Nederland besluitvorming d.m.v. unanimiteit noodzakelijk.

5.

Energie- en Klimaatbeleid

De Energie-Unie een een van de topprioriteiten van de Europese Unie. De energie-unie is een pakket aan maatregelen dat raakt aan het energiebeleid, het veiligstellen van de Europese energievoorziening, en is tegelijkertijd ook onderdeel van de Europese aanpak van klimaatverandering. Om de uitdagingen het hoofd te bieden en de doelen van de energie-unie te halen, stelt de Commissie voor om binnen het energie- en Klimaatbeleid op meer thema's met QMV te stemmen. QMV zou het beleidsproces efficiënter en democratischer maken

De Commissie wil beginnen met het overstappen van unanimiteit naar QMV op thema's die dicht tegen de interne markt en het milieubeleid aan liggen en waar QMV de norm is. Dit betreft maatregelen voor het integreren van de markt voor energie en het stimuleren van en eisen stellen aan zuiniger gebruik van energie. De fiscale kanten van dergelijke maatregelen zouden volgens de Commissie ook met gekwalificeerde meerderheid moeten kunnen worden aangenomen.

Het Nederlandse standpunt

Het kabinet ziet de voordelen van samenwerking op het gebied van bijvoorbeeld energiebelasting. Denk daarbij aan een CO2-minimumprijs of vliegbelasting. Toch is Nederland wat betreft besluitvorming omtrent fiscaal beleid erg duidelijk: dit is een nationale bevoegdheid, en dat zou zo moeten blijven.

6.

Meer informatie

Terug naar boven