r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Voorstel Afschaffing Zomertijd / Wintertijd

klok
Bron: wikicommons/Phrontis

De Europese Commissie wilde vanaf 2019 de halfjaarlijkse wisseling tussen zomertijd en wintertijd afschaffen. Dit zal echter niet eerder gebeuren dan per april 2021 omdat het voorstel geen instemming kreeg van de lidstaten.

De lidstaten mogen volgens het Commissievoorstel zelf bepalen of zij voor permanente zomer- of wintertijd kiezen. Het zou dan geen Europese regel meer zijn. Dit is ook de mening van het Europees Parlement, dat voor afschaffing per 2021 is.

Sommige lidstaten willen er eigenlijk helemaal niet van af en die optie staat ook nog steeds open. Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) is kritisch over de onderbouwing van het voorstel van de Europese Commissie. Zij vindt dat nog onvoldoende duidelijk is wat nu de voor- en nadelen zijn. In december 2018 besloot de Raad van Europese transportministers dat het afschaffen van de zomer- of wintertijd zeker niet voor 2021 gaat gebeuren, en dat het ook nog steeds mogelijk is om helemaal van deze afschaffing af te zien.

Inhoud

1.

Achtergrond

De EU-wetgeving op het gebied van zomer- en wintertijd stamt uit 1980. Daarvoor bestonden er nationale regelingen op dit gebied. Sinds 2001 bestaat de klokwisseling zoals we die nu kennen. Vanaf toen verzette de hele Europese Unie de klok op de laatste zondag van maart en oktober.

Aan het verzetten van de klok liggen verschillende argumenten ten grondslag. De belangrijkste daarvan is de energiebesparing. Het was aantrekkelijk als de lampen 's avonds pas laat aan hoefden. Verschillende wetenschappers twijfelen aan het effect van de maatregel voor de besparing van energie.

Aan de andere kant worden de argumenten die pleiten voor afschaffing van de regeling ook betwist. Tegenstanders zeggen bijvoorbeeld dat de klokverzetting gezondheidsrisico's meebrengt. Boeren zijn bang dat koeien door de wisseling minder melk geven.

2.

De zomertijdenquête

In de zomer van 2018 konden EU-burgers raad geven over de kwestie in een digitale enquête. De enquête was onderdeel van onderzoek door de Europese Commissie. Tussen 5 juli en 16 augustus konden alle Europeanen hun mening geven. Hier deden 4,6 miljoen EU-burgers aan mee. 84 procent van hen wilde van de klokverzetting af. De meerderheid van hen wenste altijd zomertijd en wilde af van de wintertijd.

Het grootste deel van de respondenten kwam uit Scandinavië en Duitsland. Er zijn grote twijfels bij de representativiteit van het onderzoek, maar de Europese Commissie na de uitslag wel serieus. Op basis van de enquête besloot de Commissie vervolgstappen te nemen.

3.

Het Commissievoorstel

Volgens het Commissievoorstel mogen landen zelf invulling geven aan de keuze voor zomer- of wintertijd, waardoor er verschillende tijdzones in de EU zouden kunnen ontstaan. Bij de State of the Union van 2018 vroeg Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker de lidstaten wel hun keuze voor een tijdzone met elkaar af te stemmen. Lidstaten moesten voor 31 maart 2019 aan de Europese Commissie laten weten welke tijd zij aan willen houden, maar de situatie bleek hopeloos verdeeld. De meeste landen, waaronder Nederland, willen uitstel. Een meerderheid van de lidstaten vindt daarnaast dat zoveel mogelijk landen dezelfde standaardtijd moeten kiezen als de huidige regeling verdwijnt.

Het Europees Parlement is ook voor uitstel van de maatregel en wil dat in 2021 de klok voor het laatst verzet wordt. De EU-lidstaten hebben dan tot die tijd om gezamenlijk overeen te komen wat voor tijd zij willen aanhouden. Het Europees Parlement heeft een zogenoemde uitstelclausule bij de stemming aangenomen. Dit houdt in dat de datum van 2021 verzet kan worden naar een later moment als er op dat moment nog geen overeenstemming is tussen de landen. Europa zou dan een lappendeken van tijden worden en dat ziet het Europees Parlement niet zitten.

4.

Nederland en het voorstel

In Nederland was weinig animo voor deelname aan de zomertijdenquête. Slechts 30.000 Nederlanders deden mee. Van hen was 79 procent voor afschaffing. Over de vraag of het altijd zomer- of altijd wintertijd moest zijn, waren zij wel verdeeld. 45 procent was voor permanente wintertijd, terwijl 40 procent altijd zomertijd wenst. 15 procent had geen voorkeur. Een zogenaamde 'flitsenquête' van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in december 2018 liet een vergelijkbaar beeld zien. In die enquête zei 41 procent voorstander te zijn van permanente wintertijd. Slechts 24 procent van de respondenten gaf aan door te willen gaan met het klokverzetten, 27 procent was voor permanente zomertijd.

Premier Rutte kwam met zijn collega's uit België en Luxemburg wel overéén deze drie landen dezelfde tijdzone zullen houden. Minister Ollongren gaf aan dat het kabinet meer tijd nodig heeft om de effecten van alle opties goed te onderzoeken. Minister Cora van Nieuwenhuizen is zeer kritisch over het voorstel en de gang van zaken. Zij ziet vooral haken en ogen aan de onderbouwing van de Europese Commissie, gezien het feit dat de zomertijdenenquête zo'n slechte respons had.

5.

Meer over het voorstel

Het wetgevingsdossier:

Terug naar boven