r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Relatie EU - Verenigd Koninkrijk

De relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie is in de loop der jaren vaak moeizaam geweest. Het Verenigd Koninkrijk koos er op 23 juni 2016 in een referendum dan ook voor zich terug te trekken uit de EU. Na voortslepende onderhandelingen en meerdere malen uitstel bereikten de EU en het VK op 17 oktober 2019 een brexit-akkoord en verliet het Verenigd Koninkrijk op 31 januari 2020 de EU officieel.

Sinds het begin van de Europese samenwerking wilden de Britten wel samenwerken met de EU en haar voorlopers, maar zelden met volle overtuiging. Zelfs als volwaardig lid (van 1973 t/m 2019) deed het VK niet mee met de euro en diverse beleidsterreinen, met name op het terrein van immigratie en sociale regelgeving. Ook stemden de Britten in de Raad van Ministers meer dan enig ander land tegen voorstellen voor Europese wetgeving.

De onderhandelingen over de relatie tussen de EU en het VK na de brexit zijn op 2 maart 2020 van start gegaan. Tot 31 december 2020 bevindt deze relatie zich nog in een overgangsperiode. Voor het eind van die periode hopen de EU en het VK een akkoord te bereiken. Als zij hierin niet slagen, kan de overgangsperiode een of twee jaar worden verlengd.

Inhoud

1.

Inzet van de Europese Unie

Terugtrekkingsakkoord

Op 17 oktober 2019 sloten de EU en het VK een terugtrekkingsakkoord, dat van kracht werd op 1 februari 2020 toen het VK officieel uit de EU stapte. In het akkoord is vastgelegd onder welke voorwaarden het VK zich terugtrekt uit de EU. De belangrijkste elementen uit dit akkoord zijn:

  • Burgerrechten: dit betreft de sociale zekerheid en de verblijfsrechten van de 3 miljoen EU-burgers in het VK en de meer dan 1 miljoen Britse burgers die in EU-landen werken en wonen. Hun rechten blijven na de brexit vrijwel hetzelfde als voor het uittreden van het VK.
  • Overgangsperiode: tijdens de overgangsperiode, die duurt van 31 januari tot 31 december 2020, zullen de EU en de VK onderhandelen over een toekomstig partnerschap. Tot het einde van de overgangsperiode blijft het EU-recht van toepassing op alle beleidsterreinen in het VK waarop dit voor het akkoord van toepassing was.
  • Financiële regeling: de VK zal alle financiële verplichtingen die het land is aangegaan als EU-lidstaat moeten nakomen.
  • Coördinatie uitvoering van terugtrekkingsakkoord: een comité met vertegenwoordigers van de EU en het VK zal de uitvoering van het akkoord overzien.
  • Ierland: in het protocol over Ierland en Noord-Ierland wordt een harde grens tussen de twee landen voorkomen, waardoor het Goedevrijdagakkoord (1998) wordt beschermd.

Handelsakkoord

Na het uittreden van het VK uit de EU moeten de twee partijen overeenstemming bereiken over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK. De onderhandelingen hierover zijn op 2 maart 2020 begonnen. Een belangrijk onderdeel hiervan is het sluiten van een handelsakkoord. Daarnaast moet een akkoord bereikt worden over onderwerpen als visserij, justitiële en veiligheidssamenwerking, energie en geschillenbeslechting.

Voor een handelsakkoord bestaan een aantal opties, variërend van vrijwel volledige vrijhandel tot een 'regulier' handelsverdrag. De mate waarin de grenzen open kunnen blijven hangt af van de vraag in hoeverre de EU en het VK bereid zijn elkaars regels over te nemen of te accepteren. Zo wil de EU dat productstandaarden in het VK niet afdoen aan Europese standaarden op gebieden als milieu, gezondheid, mededinging en staatssteun, zodat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat.

De Britse inzet is echter om volledige controle over eigen wetten en regels te houden. Ook wil Londen een apart verdrag over visserij, los van een vrijhandelsakkoord, dat zou bepalen dat elk jaar opnieuw onderhandeld moet worden over visquota en over de toegang voor vissers tot elkaars wateren. Door de uiteenliggende standpunten wordt het een uitdaging voor de EU en het VK om binnen de overgangsperiode tot een overeenkomst te komen.

2.

Geschiedenis van de betrekkingen: van de EGKS tot brexit

De Britten komen er toch bij

Het Verenigd Koninkrijk hield de boot af toen in de jaren vijftig van de twintigste eeuw de Europese samenwerking begon. Alleen op defensiebeleid deed het VK graag mee, als lid van de NAVO. Toen het land in de jaren zestig alsnog wilde meedoen, blokkeerde de Franse president Charles de Gaulle een Brits lidmaatschap tot tweemaal toe met een veto. Als gevolg daarvan trad het VK pas in 1973 toe tot de Europese Gemeenschap.

Al snel daarna, in 1978, kwam premier Margaret Thatcher aan de macht in het Verenigd Koninkrijk. Zij moest niets hebben van diepere integratie of verdere overdracht van bevoegdheden. Zij wilde dan ook onder geen beding meedoen aan de voorloper van de Europese Monetaire Unie (EMU). Daarmee zou de ruimte voor het Verenigd Koninkrijk om de koers van het eigen pond te bepalen, worden ingeperkt.

Thatcher was wel groot voorstander van de interne markt en het ontmantelen van handelsbelemmeringen. Mede dankzij Britse steun kon de Europese Commissie midden jaren tachtig aan de slag met een ambitieus programma om de interne markt verder open te breken.

Bevestiging uitzonderingspositie: niet overal aan meedoen

De houding van Thatcher bleek typerend. De Britten deden in eerste instantie niet mee met de eerste stappen naar sociaal beleid in de jaren negentig en wilden ook niet meedoen met samenwerking op het terrein van immigratie onder het Schengen-verdrag.

Het Verenigd Koninkrijk ondertekende het Verdrag van Maastricht (1992) pas nadat het een opt-out clausule had bedongen waarin werd vastgelegd dat het niet aan de EMU hoefde mee te doen. Zelfs met alle uitzonderingen die voor het VK werden gemaakt bleek goedkeuring van het verdrag van Maastricht door het Britse parlement een lastige aangelegenheid. De toenmalige Britse premier Major overleefde maar net een motie van wantrouwen omdat een deel van zijn eigen partij, de Conservatieven, tegen het verdrag was en bleef.

Roep om een brexit: heronderhandelen

De opkomst van de UK Independence Party, UKIP, vanaf het begin van deze eeuw, gaf aan dat het een deel van Britten menens was over de vraag of ze uit de EU wilden stappen. Belangrijker nog was dat de Conservatieve Partij al langere tijd verdeeld was over de kwestie van het EU-lidmaatschap. Partijleider en premier David Cameron stelde in een speech in 2013 dat het Britse vertrouwen in de Europese Unie flinterdun was. Hij gaf aan dat het VK wilde heronderhandelen over de Europese verdragen.

Kernpunten waar het VK naar streefde, waren minder overdracht van bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid en justitie, betere mogelijkheden voor nationale parlementen om meer controle te kunnen uitoefenen, en minder regelgeving. Daarnaast mochten Europese regels de toegang tot de interne markt van niet-eurolanden zeker niet in de weg zitten. Cameron wilde niet uit de EU, maar wilde wel het ongenoegen over een aantal zaken, zoals de immigratie van Oost-Europeanen, aanpakken.

In 2015 en 2016 onderhandelden de regering Cameron en de andere lidstaten over het hervormen van de Europese Unie. Tijdens de Europese Raad op 18 en 19 februari 2016 werd een akkoord bereikt over 'een nieuwe regeling voor het Verenigd Koninkrijk binnen de Europese Unie'. Er werden een aantal afspraken gemaakt, zoals dat het voor nationale parlementen makkelijker moet worden om wetgeving te vertragen. Ook werd Groot-Brittannië uitgesloten van de zinsnede 'an ever closer union', waardoor werd vastgelegd dat het land niet hoefde deel te nemen aan verdere politieke integratie.

Brexitreferendum

In de campagne voor de Britse verkiezingen van 2015 was de vraag of er een referendum over het Britse EU-lidmaatschap moest komen een belangrijk thema. Met name UKIP hamerde op het houden van een referendum. Premier David Cameron beloofde zo'n referendum als hij herkozen zou worden. Hij won de verkiezingen en hield woord. Op 9 juni 2015 stemde het Lagerhuis in met het voorstel van Cameron om een referendum te houden over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk.

Het Brexitreferendum vond plaats op 23 juni 2016, na een felle en harde campagne van voor- en tegenstanders van Brits lidmaatschap van de EU. De Britse kiezers spraken zich met een kleine meerderheid uit tegen het EU-lidmaatschap. In totaal stemde 51,9 procent van de kiezers voor een Brits vertrek. Cameron verbond meteen politieke consequenties aan de stap: hij kondigde zijn aftreden aan. Theresa May verving Cameron als premier van het Verenigd Koninkrijk. Haar belangrijkste taak: het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie leiden. Zij bereikte een akkoord over de brexit met de EU, maar kreeg daarvoor geen steun in haar eigen parlement. May werd in juni 2019 opgevolgd door Boris Johnson. Die bereikte enkele aanpassingen in het brexit-akkoord en slaagde erin zijn brexit-voorstel door het Britse parlement te loodsen in januari 2020.

Relatie EU en VK na brexit

De toekomstige relatie tussen de EU en Vk is nog onduidelijk. Op 1 februari 2020 is een overgangsperiode begonnen. Vanaf die dag hebben de Britten geen zeggenschap meer in EU-organen, maar blijven ze wel nog gewoon onderdeel van de Europese interne markt, de douane-unie, en andere samenwerkingsverbanden. Deze transitieperiode loopt tot en met 31 december 2020.

Hoe de relatie precies vorm krijgt hangt af van verdere onderhandelingen tijdens de overgangsfase. Zowel de Britten als de EU willen op veel beleidsterreinen nauw blijven samenwerken en de handelsrelatie zal voor beide partijen belangrijk zijn.

3.

Meer informatie

Meer over de brexit

Terug naar boven