r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Voltooiing van de EMU

Wopke Hoekstra, on the left, and Jean-Claude Juncker
Bron: European Commission

De eurocrisis maakte volgens velen duidelijk dat de Economische en Monetaire Unie (EMU) nog niet 'af' is. Daarom is er op dit moment een Europese discussie gaande over de verbetering of voltooiing hiervan. De Europese Commissie heeft diverse voorstellen gedaan om dit te bereiken. Het gaat bijvoorbeeld om een Europees Monetair Fonds, waarin het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) moet worden geïntegreerd, zodat het noodfonds beter verankerd is in Europa. Daarnaast wil de Europese Commissie meer begrotingsinstrumenten om de stabiliteit van de eurozone te waarborgen. Waar voorheen de uitbreiding en intensivering van de EMU een belangrijk doel was, gaat het tegenwoordig dus om de stabiele toekomst ervan.

Het lastige van het ESM is, dat het mechanisme buiten het kader van de EU valt. Dit betekent dat het gereguleerd wordt op intergouvernementele basis. Landen beslissen er gezamenlijk over. Door de Europese Commissie meer bevoegdheden te geven wil de EU de processen rondom het ESM transparanter en efficiënter laten verlopen. Die machtsuitbreiding van de Europese Commissie is tevens een belangrijk obstakel, omdat de zeggenschap van afzonderlijke lidstaten dan afneemt.

Beide Commissievoorstellen liggen op dit moment ter goedkeuring bij de Europese instellingen. Frankrijk en Duitsland presenteerden daarnaast een eigen voorstel voor een gezamenlijke begroting voor de eurozone. Die begroting moet voor meer stabiliteit van de euro zorgen. Er was veel kritiek op dit plan, omdat dit naast de bestaande EU-begroting een extra afdracht van de eurolanden zou betekenen. Tijdens de Eurogroep van juni 2019 bereikten de lidstaten alsnog overeenstemming over een uitgeklede variant van deze eurozonebegroting.

1.

Een transparanter en efficiënter stabiliteitsmechanisme

Een nieuw Europees Monetair Fonds

Toen in 2008 de bankencrisis ontstond, was de voltooiing van de EMU nog ver weg. Op dat moment was er namelijk nog geen sprake van een overkoepelend stabiliteitsmechanisme in Europa. In 2010 werd de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) in het leven geroepen door de EU. Pas in 2011 werd door de Europese Raad besloten om een permanent stabiliteitsmechanisme, het ESM, te ontwikkelen. Het ESM trad in 2013 in werking en was de opvolger van het tijdelijke EFSF.

Om de laatste stap te zetten richting het voltooien van de EMU wil de Europese Commissie nu dat ESM hervormen. Daarom is er nu de verordening voor het instellen van het Europees Monetair Fonds. Het EMF gaat onderdeel uitmaken van de Europese begroting als het aan de Commissie ligt.

Het voorstel van de Commissie voor het omzetten van het ESM naar het EMF komt voornamelijk voort uit de behoefte om een dergelijk stabiliteitsmechanisme binnen de EU wetgeving te plaatsen. Volgens de Commissie zal dit leiden tot meer transparantie, voornamelijk omdat het Europees Parlement (EP) een raadgevende functie krijgt. De efficiëntie neemt toe omdat noodlijdende banken vanuit het gemeenschappelijke afwikkelingsfonds (GAF) rechtstreeks een beroep kunnen doen op het EMF. Op dit moment verlopen dergelijke verzoeken via de lidstaat waar de bank gevestigd is.

Nieuwe begrotingsverantwoordelijkheid en begrotingskoers

De Europese Commissie heeft naast het Europees Monetair Fonds een richtlijn voorgesteld inzake begrotingsverantwoordelijkheid en begrotingskoers. Daarnaast heeft de Commissie ook een mededeling gedaan omtrent nieuwe begrotingsinstrumenten voor een stabiele eurozone. Hiermee wil de Europese Commissie zorgen voor meer toezicht op lidstaten en een groter verantwoordelijkheidsgevoel.

Op dit moment zorgt het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) ervoor dat de begrotingen van de lidstaten volgens dezelfde richtlijnen worden opgesteld. Net als het ESM valt deze overeenkomst buiten het wettelijk kader van de EU. Met name het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren gepleit om het VCSB binnen de EU-kaders te plaatsen. Dit om meer toezicht te krijgen op de uitvoering van de middellangetermijnvisie. Dit wordt vormgegeven door een correctiemechanisme wanneer een lidstaat te veel afwijkt van de visie. Daarnaast is de verwachting dat op deze wijze het verantwoordelijkheidsgevoel van de lidstaten ten opzichte van het begrotingsbeleid wordt versterkt.

Sterkere internationale rol van de euro

De Commissie heeft op 5 december 2018 een mededeling gedaan over haar visie op een sterkere internationale rol voor de euro. De Commissie benadrukt hierin een aantal positieve kanten:

  • lagere kosten en risico's voor Europese bedrijven bij internationale handel
  • meer keus voor marktpartijen wereldwijd
  • lagere rentetarieven voor Europese huishoudens, bedrijven en lidstaten
  • betrouwbaardere toegang tot financiering voor Europese bedrijven en overheden
  • sterkere autonomie van Europese consumenten en bedrijven
  • verbeterde veerkracht van het internationale financiële systeem en de economie

Volgens de Commissie moet er een aantal dingen gedaan worden om de internationale rol van de euro daadwerkelijk te versterken:

  • de voltooiing van de EMU
  • extra en meer gerichte maatregelen binnen de bankenunie en de kapitaalmarktunie.
  • Europese organisaties het goede voorbeeld laten geven, door hun uitstaande schulden in euro's uit te drukken
  • EU en mondiale partners moeten het gebruik van de euro in betalingen en als reservevaluta bevorderen.
  • Commissie, lidstaten en relevante EU-instellingen moeten samen met partners wereldwijd zorgen dat de euro vaker wordt gebruikt.

Europese minister van Economische Zaken en Financiën

Commissievoorzitter Juncker heeft in zijn Staat van de Unie 2017 de mogelijke instelling van een Europees minister voor Economische Zaken en Financiën ter sprake gebracht. "De commissaris voor Economische en Financiële zaken – idealiter ook een vicevoorzitter, moet ook de Eurogroep voorzitten " zo verklaarde hij. Volgens de Europese Commissie is dit nodig omdat de economische en monetaire unie nu te complex is. Vooral het economische beleid wordt door afzonderlijke lidstaten beheerd en door veel actoren op Europees niveau gecoördineerd. Dit zorgt voor ingewikkelde besluitvormingsprocedures die onvoldoende begrijpelijk en efficiënt zijn.

De belangrijkste discussiepunten die daarbij overwonnen moeten worden gaan vooral over de mogelijke verantwoordelijkheden van de Europese minister. Dit zijn:

  • het algemeen economisch belang van de EU/de eurozone dienen en behartigen.
  • de beleidscoördinatie versterken en toezicht houden op relevante regelgeving.
  • oordelen over het begrotingsbeleid voor de eurozone.
  • toezicht houden op het gebruik van de begrotingsinstrumenten van de EU/de eurozone.
  • de minister als voorzitter van de Eurogroep.

De functie van de minister als vicevoorzitter van de Commissie kan worden ingesteld bij de aanstelling van de volgende Commissie in november 2019.

De Nederlandse regering staat deels positief en deels negatief tegenover de subsidiariteit van de mededeling. Voornamelijk omdat de Commissie de taken van de nieuwe minister niet nauwkeurig beschrijft en deze taken al worden uitgevoerd op EU-niveau. Ook staat de regering negatief tegenover de proportionaliteit omdat het samenvoegen van vicevoorzitter van de Commissie en de Eurogroep de transparantie en legitimiteit niet vergroot.

2.

Eurozonebegroting

Frankrijk en Duitsland willen dat de lidstaten van de eurozone een eigen begroting krijgen die erop gericht is lidstaten te ondersteunen in hun economische ontwikkeling. Dit moet ervoor zorgen dat ook landen die onder druk staan de middelen hebben om benodigde investeringen te doen en hervormingen door te voeren. Landen die geld ontvangen moeten wel aan een aantal eisen voldoen, waaronder de regels die begrotingsdiscipline moeten afdwingen.

De eurozonebegroting moet onderdeel worden van het meerjarig financieel kader, en de eurogroep zet de kaders uit. De rol van de Europese Commissie beperkt zich tot het goedkeuren van individuele investeringsprogramma's. In tegenstelling tot de Commissievoorstellen voor de voltooiing van de EMU zou dit voorstel de macht van de Commissie dus juist inperken. De Europese Commissie wil 22 miljard euro voor de begroting uittrekken.

Het plan om deze eurozonebegroting op te richten kreeg veel kritiek te verduren, omdat het een extra afdracht van lidstaten aan de EU betekent. Vooral Nederland was aanvankelijk een fel tegenstander, maar ging tijdens de Eurogroep van juni 2019 alsnog overstag. De eurolanden zijn tijdens die eurogroepbijeenkomst akkoord gegaan met een uitgeklede, sobere variant van de eurozonebegroting. Het compromis dat daar bereikt is, moet nu nog worden goedgekeurd door de regeringsleiders.

Het compromis over de Eurozonebegroting

Aan de Eurozonebegroting ging een lange weg van besluitvorming vooraf. Op de Europese Top van december 2018 werd er al overeenstemming bereikt over een begrotingsinstrument dat kan worden gebruikt om de economieën in eurolanden naar elkaar toe te laten groeien. Voor een daadwerkelijke eurozonebegroting bleek toen te weinig animo te zijn. Wel was duidelijk dat het voorgestelde begrotingsinstrument onderdeel moest worden van de meerjarenbegroting van 2021 tot en met 2027.

Tijdens een bijeenkomst van de Eurogroep in januari 2019 benadrukte de Nederlandse minister Wopke Hoekstra dat het cruciaal is dat het begrotingsinstrument wordt gebruikt om de concurrentiekracht van de eurozone te versterken. Mocht het plan niet aan zijn voorwaarden voldoen, dreigde Nederland met een opt-out. In dat geval zou Nederland niet meedoen aan de eurozonebegroting.

In april 2019 kreeg Nederland bijval voor dit standpunt van Ierland, Letland, Litouwen, Denemarken, Zweden en Finland, ook wel bekend als de Hanzegroep. Samen kwamen zij met een nieuw voorstel met toelichting op deze voorwaarden. De Hanzegroep wilde dat eurolanden zeggenschap zouden houden over de besteding van het eurozonebudget. Ook wilden zij dat lidstaten alleen in uitzonderlijke gevallen op het fonds aanspraak kunnen maken.

In juni 2019 gingen deze landen tijdens de Eurogroep alsnog overstag. Na lange nachtelijke onderhandelingen werd er een compromis bereikt over een sobere versie. De onderhandelingen zijn hiermee echter nog niet helemaal afgerond, omdat de regeringsleiders ook nog hun fiat moeten geven.

3.

Té supranationaal?

Door de voorstellen voor de voltooiing van de EMU in te dienen, probeert de Europese Commissie meer zeggenschap naar zichzelf toe te trekken. Ook het Europees Parlement zal een belangrijkere rol krijgen wanneer de voorstellen worden aangenomen. Ondanks dat deze voorstellen vanuit het perspectief van de Commissie een vooruitgang lijken, zijn de lidstaten in mindere mate enthousiast over de initiatieven van de Commissie.

Zo heeft de Roemeense regering kenbaar gemaakt dat zij bang is voor een opmars van eurosceptici, doordat het proces ondemocratischer zou worden. In Italië klinken vooral veel geluiden tegen het begrotingspact, de richtlijnen voor begrotingen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in april 2018 laten weten dat zij achter het Commissievoorstel staat om het stabiliteitsmechanisme binnen de kaders van de EU te plaatsen. Wel merkt de ECB op dat zij graag ziet dat de verantwoordelijkheden die haar toekomen, duidelijker worden gespecificeerd.

Het Frans-Duitse voorstel voor de eurobegroting kan op kritiek rekenen van lidstaten die vrezen dat er nog meer geld gaat naar lidstaten die te gemakkelijk geld uitgeven. Nederland is het meest uitgesproken in zijn kritiek en ziet alleen maar dubbel werk. Nederland wijst erop dat er al Europese fondsen zijn die zwakkere lidstaten ondersteunen. Landen moeten zich houden aan de regels van het begrotingspact en krijgen in dat kader van de Commissie al advies over welke hervormingen zij kunnen doorvoeren. Nieuwe miljarden kostende programma's zouden niet nodig zijn.

4.

Nederland & Europa

De Nederlandse regering heeft meermaals te kennen gegeven dat zij enthousiast is over de werking van het ESM en zij is dan ook positief over het voortzetten van mechanisme. Minder enthousiast is zij echter over de plannen om het binnen de kaders van EU-wetgeving te plaatsen, en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) niet langer deel uit te laten maken van het ESM. Minister van Financiën Wopke Hoekstra gaf aan dat de regering bang is dat politieke afwegingen een grotere rol gaan spelen bij het toekennen van leningen, en dat er eerder en makkelijker leningen kunnen worden uitgegeven. De kans daarop neemt verder toe wanneer het EMF beleidsbeslissingen zou gaan nemen op basis een meerderheid van 85 procent van de stemmen. Op dit moment gebeurt dat nog op basis van unanimiteit.

De Tweede Kamer wil nauw betrokken zijn bij de behandeling van dit onderwerp en heeft voor beide voorstellen een parlementair behandelvoorbehoud ingesteld.

Eigen voorstel hervorming ESM

Nederland presenteerde op 2 november 2018 samen met negen andere lidstaten een voorstel voor het hervormen van het ESM, of zoals de landen het noemden: het instrument voor crisismanagement in de EMU. Het ESM zou, als geldverstrekker, een veel grotere rol moeten krijgen bij het opstellen van hervormingsprogramma's voor landen die steun ontvangen. Het ESM krijgt de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de voorwaarden waaronder geld uitgeleend wordt, en zal ook mede toezien op het terugbetalen van de leningen en het doorvoeren van hervormingen door de lenende lidstaat. Nu ligt die rol voornamelijk bij de Commissie en de ECB.

De tien landen stellen dat landen die geld lenen het geld ook daadwerkelijk zullen moeten kunnen terugbetalen. Mocht dat niet lukken, dan zullen eerst bestaande schuldeisers hun verlies moeten nemen voordat steun uit het ESM kan worden verleend.

De groep steunt de lijn dat het ESM ook steun kan geven aan de steunmechanismen voor de bankenunie. In dergelijke gevallen kunnen ook niet-eurolanden worden betrokken, en krijgen zij over die leningen ook zeggenschap naar rato van hun bijdrage.

Terug naar boven