r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Voltooiing van de EMU

Wopke Hoekstra, on the left, and Jean-Claude Juncker
Bron: European Commission

De eurocrisis die de Europese Unie (EU) in 2008 trof, maakte duidelijk dat de Economische en Monetaire Unie (EMU) nog niet 'af' was. De EU-lidstaten en instellingen hebben sindsdien diverse stappen ondernomen ter verbetering en voltooiing hiervan.

De Economische en Monetaire Unie (EMU) is een onderdeel in het proces van de nauwere economische samenwerking van de lidstaten van de EU. Dit proces begon in 1957 toen een gemeenschappelijke markt werd opgericht . In 1991 werd besloten een Economische en Monetaire Unie tot stand te brengen. Hierbinnen zou een gemeenschappelijk monetair beleid worden gevoerd en zou het economische beleid tussen de lidstaten worden gecoördineerd. Hiervoor werd een driefasenplan opgesteld. In de derde en laatste fase van dat plan werd de euro als gemeenschappelijke munt ingevoerd, waarmee de monetaire unie tot stand kwam. Dit bleek echter niet het eindpunt van de EMU te zijn. Tijdens de economische en financiële crisis die de EU in 2008 trof bleek namelijk dat de EMU nog niet goed functioneerde. De afspraken over begrotingstekorten en staatschulden uit het driefasenplan bleken niet voldoende om een crisis te voorkomen.

De lidstaten en de instellingen van de EU hebben sinds de eurocrisis diverse voorstellen gedaan om de EMU beter te laten functioneren en te voltooien. Zo zijn er noodfondsen opgezet, zijn er strengere begrotingsregels ingevoerd en is er een Europese bankenunie opgericht. Waar voorheen de uitbreiding en intensivering van de EMU een belangrijk doel was, gaat het tegenwoordig dus om de stabiele toekomst ervan. Daarnaast is er een nieuw driefasenplan opgesteld om een ware EMU te bereiken. De bedoeling is dat dit uiterlijk in 2025 gerealiseerd wordt.

1.

Afspraken bij het ontstaan van de EMU

Stabiliteits- en Groeipact

Momenteel gebruiken 19 van de 28 EU-lidstaten de euro als betaalmiddel. Deze landen vormen de eurozone. Om deel te nemen aan de eurozone moet aan zogenoemde convergentiecriteria worden voldaan. Deze zijn opgenomen in het Stabiliteits- en Groeipact. Volgens deze financiële en economische afspraken mogen de EU-landen:

2.

Afspraken sinds de eurocrisis

Oprichting van noodfondsen

EFSF

Om de financiële crisis af te wenden en de financiële stabiliteit te bewaren werd besloten een noodfonds op te richten. In 2010, het dieptepunt van de crisis, werd tijdelijk het Europees Faciliteit voor Financiële Stabiliteit (EFSF) opgericht. Eurolanden die in financiële problemen verkeerden en waarvan de kredietwaardigheid zover was afgenomen dat ze niet meer op financiële markten konden lenen, konden hier een lening aanvragen. Onder strikte voorwaarden van de Europese Commissie , de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd deze lening verstrekt. Deze voorwaarden betroffen vooral het doorvoeren van hervormingen en het invoeren van strenge bezuinigingen.

ESM

In 2012 werd vervolgens een permanent financieel noodfonds opgericht. Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) volgde het tijdelijke EFSF op. In juli 2013 nam het ESM de resterende gelden van het EFSF over. Het EFSF verstrekt sindsdien geen leningen meer, maar handelt alleen de reeds gestarte programma's af.

EMF

Sinds 2017 ligt er een voorstel van de Commissie om het ESM te hervormen naar een Europees Monetair Fonds (EMF). Het ESM valt namelijk buiten het kader van de EU. Dit betekent dat het gereguleerd wordt op intergouvernementele basis. Landen beslissen er gezamenlijk over. Het voorstel van de Commissie voor het omzetten van het ESM naar het EMF komt voornamelijk voort uit de behoefte om een dergelijk stabiliteitsmechanisme door middel van EU-wetgeving te regelen. Het EMF moet dan onderdeel gaan uitmaken van de Europese begroting als het aan de Commissie ligt. Volgens de Commissie zal dit leiden tot meer transparantie, voornamelijk omdat het Europees Parlement (EP) een raadgevende functie krijgt. De efficiëntie neemt toe omdat noodlijdende banken vanuit het gemeenschappelijke afwikkelingsfonds (GAF) rechtstreeks een beroep kunnen doen op het EMF. Op dit moment verlopen dergelijke verzoeken via de lidstaat waar de bank gevestigd is. Die machtsuitbreiding van de Europese Commissie is tevens een belangrijk obstakel, omdat de zeggenschap van afzonderlijke lidstaten dan afneemt. Tijdens de Eurogroep in december 2018 hebben de ministers van Financiën een akkoord bereikt over hervormingen van het ESM en in juli 2019 werd aangegeven dat het volledige pakket eind december 2019 voltooid moet zijn.

Strengere begrotingsregels

Sinds het uitbreken van de eurocrisis heeft de Europese Unie verschillende maatregelen genomen om het begrotingstekort en de staatsschuld van de eurolanden te beperken. Zo zijn in 2011 het ‘Six pack’ en in 2013 het ‘Two pack’ in werking getreden Deze regels moeten het Stabiliteits- en Groeipact versterken. Een belangrijk onderdeel hiervan is het strengere Europese toezicht op de begroting van de EU-lidstaten.

Ook trad in januari 2013 het Verdrag voor Stabiliteit, Coördinatie en Bestuur (VSCB) in werking. Dit verdrag wordt ook wel het begrotingspact genoemd. Hierin zijn de regels uitgebreid en uitgewerkt waar nationale begrotingen aan moeten voldoen. Zo staan er regels over de snelheid waarmee de overheidsschuld van landen met een schuld boven de 60% van het BBP moet afnemen;

Net als het ESM valt dit verdrag buiten het wettelijk kader van de EU. De eurolanden en enkele andere lidstaten tekenden het VSCB. Met name het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren gepleit om het VCSB binnen EU-kaders te plaatsen, om onder andere meer toezicht te krijgen op de uitvoering van de middellangetermijnvisie. Daarnaast is de verwachting dat op die manier het verantwoordelijkheidsgevoel van de lidstaten ten opzichte van het begrotingsbeleid wordt versterkt.

De Europese begrotingsafspraken zijn desalniettemin vaak onderwerp van discussie. De commissie heeft in januari 2015 besloten om flexibeler om te gaan met de Europese begrotingsregels

Meer toezicht op het economisch beleid

Ook zijn er afspraken gemaakt over het economische beleid van de lidstaten. Sinds 2011 coördineren de EU-landen middels het Europees Semester hun economisch beleid, naast hun begrotingsbeleid, met de doelstellingen en regels van de EU. In het Europees Semester analyseert de Europese Commissie de economie van elke lidstaat, om zodoende problemen tijdig te kunnen signaleren. Vervolgens presenteert de Europese Commissie haar resultaten en aanbevelingen. Daarnaast monitort de Commissie de vooruitgang van het behalen van de Europese doelstellingen.

Een bankenunie & strengere regels voor banken

Tijdens de eurocrisis bleken ook banken in financiële problemen te zitten. Hierdoor ontstond de wens om toezicht op banken Europees te regelen. In november 2014 werd de Europese Centrale Bank de toezichthouder op de grote banken in de EU. Dit Europese toezicht zorgde zo voor het ontstaan van een Europese bankenunie. Naast strenger toezicht op de bankensector behelst de bankenunie ook een verscherping van het toezicht op de hele financiële sector, waaronder verzekeraars, beleggingsinstellingen en pensioenfondsen. Hiervoor zijn de Europese Toezichthoudende Autoriteiten in het leven geroepen.

Om te zorgen voor meer stabiliteit in de financiële sector is verder een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme in het leven geroepen voor banken die in de problemen zijn geraakt. Daarbinnen is een afwikkelingsfonds (GAF) opgericht waar een beroep op kan worden gedaan. Dit is nog niet operationeel. Sinds 2015 is de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (GAR) belast met de uitvoering van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme binnen de Europese bankenunie.

Voltooien van de EMU

Rapport van de vijf voorzitters

In juni 2015 publiceerden de toenmalige 'vijf voorzitters' van Europese instellingen een ambitieus plan om de Economische en Monetaire Unie (EMU) uiterlijk tegen 2025 te voltooien. Hoewel de EMU in 2015 robuuster was dan vóór de crisis, was deze EMU ondanks alle vooruitgang in 2015 nog onvoltooid. De economische prestaties van de verschillende eurozonelanden liepen flink uiteen. Om de Unie stabieler en veerkrachtiger te maken werden drie verschillende fases voorgesteld.

De eerste fase liep van 1 juli 2015 tot 30 juni 2017; op korte termijn moesten bestaande instrumenten en verdragen worden gebruikt om het beleid van de EMU te versterken. In de huidige tweede fase is het de bedoeling dat er verdergaande maatregelen worden genomen. Inmiddels hebben er vergaande besprekingen plaatsgevonden over de hervormingen van het ESM, de introductie van een eurozonebudget, en de versterking van de bankenunie. Uiterlijk in 2025 moet een ware EMU gerealiseerd zijn.

Hervorming van het ESM & oprichting EMF

Sinds 2017 ligt er een voorstel van de Commissie om het Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM) te hervormen naar een Europees Monetair Fonds (EMF). Tijdens de Eurogroep in december 2018 hebben de ministers van Financiën een akkoord bereikt over hervormingen van het ESM. Tijdens de Eurogroep van juli 2019 werd aangegeven dat het volledige pakket eind december 2019 voltooid zou moeten zijn.

Introductie Eurozonebegroting (BICC)

Sinds 2018 ligt er een Frans-Duits voorstel waarin gepleit wordt dat lidstaten van de eurozone een eigen begroting krijgen. Deze eurobegroting zou er op gericht zijn lidstaten te ondersteunen in hun economische ontwikkelingen. Het plan om deze eurozonebegroting op te richten kreeg veel kritiek te verduren omdat het een extra afdracht van lidstaten aan de EU zou betekenen. Vooral Nederland was aanvankelijk fel tegen, en stelde strenge voorwaarde aan het plan. Nederland dreigde vervolgens met een opt-out wanneer het plan hier niet aan zou voldoen. Nederland kreeg van Ierland, Letland, Litouwen, Denemarken, Zweden en Finland bijval voor dit standpunt.

Tijdens de Eurogroep van juni 2019 gingen deze landen alsnog overstag en stemden zij in met een uitgeklede, sobere variant van de eurozonebegroting: officieel het Begrotingsinstrument voor Convergentie en Concurrentievermogen (BICC) genoemd. In oktober 2019 werd er een akkoord bereikt over de invulling van deze eurozonebegroting. Over de omvang van het budget wordt nog onderhandeld.

Versterken Bankenunie

Om de banken financieel gezonder te maken begon in 2016 een onderhandelingsproces over hervormingen ter versterking van de bankenunie. Ook deze was namelijk nog niet voltooid. Risico’s bij banken moesten worden verminderd. In 2016 publiceerde de Europese Commissie een Routekaart voor de voltooiing van de bankenunie, waarnaar de Europese landen met elkaar in gesprek gingen. In mei 2019 nam de raad een pakket maatregelen aan die de kapitaal- en liquiditeitsposities van banken moet versterken. De meeste van de nieuwe regels zullen vanaf 2021 gelden.

Daarnaast zijn de prioriteiten van de Raad voor de komende jaren het ontwikkelen van een Europees depositogarantiestelsel en het in praktijk brengen van het GAF. Een Europees voorstel voor een verzekeringsstelsel voor spaartegoeden is nog in onderhandeling, maar zit in een impasse. Dit stelsel is echter cruciaal voor het voltooien van de bankenunie.

Sterkere internationale rol van de euro

In het rapport van de vijf voorzitters werd de rol van de euro bij deze economische en politieke integratie benadrukt. Sinds de crisis heeft de Europese Unie stappen ondernomen om de euro een bron van economische bescherming en vertrouwen te laten zijn. Noodzakelijk voor een sterkere internationale rol is echter de voltooiing van de EMU, de bankenunie en de kapitaalmarktunie. In december 2018 publiceerde de Commissie haar visie en enkele maatregelen om de euro te versterken. Zo zouden lidstaten en relevante EU-instellingen samen met partners wereldwijd ervoor moeten zorgen dat de euro vaker wordt gebruikt.

3.

Té supranationaal?

Door de voorstellen voor de voltooiing van de EMU in te dienen, probeert de Europese Commissie meer zeggenschap naar zichzelf toe te trekken. Ook het Europees Parlement zal een belangrijkere rol krijgen wanneer de voorstellen worden aangenomen. Hoewel deze voorstellen vanuit het perspectief van de Commissie een vooruitgang lijken, zijn de lidstaten minder enthousiast over de initiatieven.

Zo heeft de Roemeense regering kenbaar gemaakt dat zij bang is voor een opmars van eurosceptici, doordat het proces ondemocratischer zou worden. In Italië klinken vooral veel geluiden tegen het begrotingspact, de richtlijnen voor begrotingen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in april 2018 laten weten dat zij achter het Commissievoorstel staat om het stabiliteitsmechanisme binnen de kaders van de EU te plaatsen. Wel merkt de ECB op dat zij graag ziet dat de verantwoordelijkheden die haar toekomen, duidelijker worden gespecificeerd.

Het Frans-Duitse voorstel voor de eurobegroting (BICC) kan op kritiek rekenen van lidstaten die vrezen dat er nog meer geld gaat naar lidstaten die te gemakkelijk geld uitgeven. Nederland is het meest uitgesproken in zijn kritiek en ziet alleen maar dubbel werk. Nederland wijst erop dat er al Europese fondsen zijn die zwakkere lidstaten ondersteunen. Landen moeten zich houden aan de regels van het begrotingspact en krijgen in dat kader van de Commissie al advies over welke hervormingen zij kunnen doorvoeren. Nieuwe miljarden kostende programma's zouden niet nodig zijn.

Terug naar boven