r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Europa probeert nepnieuws tegen te gaan

Afbeelding van nepnieuws

Het beïnvloeden van de publieke opinie door de verspreiding van opzettelijk misleidende en onjuiste informatie ('nepnieuws') is verschillende keren voorgekomen in Europa. Zo lijkt het erop dat nepnieuws een aantal verkiezingen, binnen en buiten de Europese Unie, heeft beïnvloed. De Europese Unie werkt daarom aan een EU-strategie tegen nepnieuws.

Vrijheid van meningsuiting en vrije pers zijn essentieel voor een democratie. Toegang tot objectieve informatie is hierbij cruciaal. Behalve dat een EU-strategie moet voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel, zou dit ook deze fundamentele waarden moeten beschermen.

In 2015 is de East StratCom Task Force opgericht als tegengeluid bij de onjuiste informatie die in de Oostelijke buurlanden werd verspreid. Een van de activiteiten was het weerleggen van de onjuiste berichten. Op dit moment worden er voorbereidingen getroffen om een EU-strategie tegen nepnieuws te ontwikkelen. De Europese Commissie heeft een openbare raadpleging gelanceerd en een deskundigengroep op hoog niveau opgericht. Deze deskundigengroep bestaat uit 39 leden en zal de Europese Commissie imput leveren voor een EU-strategie. Deze strategie wordt uiteindelijk in het voorjaar van 2018 verwacht.

Delen

Inhoud

1.

Nepnieuws in Europa

Het doel van nepnieuws is om de lezer te misleiden en op die manier de publieke opinie te beïnvloeden. Er bestaan verschillende vormen van nepnieuws. Zo kan nepnieuws bestaan uit gemanipuleerde berichten over bepaalde maatschappelijke onderwerpen. Ook kan het bestaan uit propaganda van andere staten om verkiezingen te manipuleren of om het vertrouwen in de democratie te verminderen.

In Europa zijn er verschillende voorbeelden te noemen waarbij onjuiste informatie opzettelijk via social media kanalen is verspreid. Zo werd er bijvoorbeeld via Russische kanalen nepnieuws verspreid in de Oost-Europese buurlanden na de ramp met de MH-17 (het vliegtuig van Malaysia Airlines dat in 2014 boven Oekraïne werd neergeschoten). Ook lijkt het erop dat nepnieuws meerdere verkiezingen in Europa heeft beïnvloed. Zo heeft onderzoek uitgewezen dat bij de verkiezingen in Duitsland ongeveer 14% van de Twitterberichten onjuiste informatie bevatte. Tijdens de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk was dit percentage gestegen naar 20%.

Niet alle onjuiste informatie kan worden beschouwd als nepnieuws. Informatie met illegale inhoud (bijvoorbeeld een oproep tot haat of geweld) wordt niet als nepnieuws bestempeld, omdat dit al verboden is op grond van nationale en Europese wet- en regelgeving. Ook fouten van journalisten, het achterwegen laten van bepaalde feiten eenzijdige berichtgeving (zoals rondom de Brexit) of satirische berichten worden niet beschouwd als nepnieuws, omdat het doel hierbij niet het misleiden van de lezer is, aldus de Europese Commissie.

Het tegengaan van nepnieuws wordt gezien als prioriteit om drie redenen:

  • de verspreiding van nepnieuws zorgt ervoor dat nieuwsberichten moeilijk te onderscheiden zijn van propaganda. De toegang tot betrouwbare informatie komt hierdoor onder druk te staan
  • uit onderzoek is gebleken dat jongere generaties het nieuws vooral via social media lezen. Zo wordt gemiddeld 68% van de nieuwsberichten gelezen via sites als Facebook en Twitter, en slechts 32% direct via de desbetreffende nieuwssite
  • nepnieuws-campagnes kunnen gericht plaatsvinden (en dus een specifieke groep beïnvloeden) als gevolg van de vele persoonsgegevens die deze social media sites beheren

2.

Maatregelen tegen nepnieuws

De Europese Raad

In 2015 werd duidelijk dat Rusland in Oost-Europa onjuiste informatie verspreidde over de Europese Unie. De Europese Raad drong daarom, tijdens de vergadering die op 19 en 20 maart 2015 werd gehouden, aan op een tegengeluid. Dit is er gekomen in de vorm van de East StratCom Task Force. Dit team, dat onder de Europese Dienst voor Extern Optreden valt, richt zich op de beeldvorming over de EU en haar beleid in Oost-Europa. Daarnaast rapporteert zij onjuiste informatie en weerlegt zij de onjuiste berichten.

Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie opgeroepen om vooral het juridisch kader grondig te analyseren. In de resolutie die op 15 juni 2017 werd aangenomen, noemde het Parlement duidelijk het belang van het behoud van de fundamentele rechten.

Europese Commissie

De Europese Commissie heeft in november 2017 de aanzet gegeven voor de ontwikkeling van een EU-strategie. De Commissie heeft hierbij in haar intentieverklaring en werkprogramma 2018 de bescherming van democratieën en van de digitale interne markt centraal gesteld.

Een van de initiatieven was het oprichten van een deskundigengroep op hoog niveau over nepnieuws. Deze groep is in januari 2018 opgericht en zal de Commissie adviseren over onder andere de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen en de verschillende standpunten. Deze groep bestaat uit 39 deskundigen uit verschillende vakgebieden. De voorzitter van deze groep is Professor dr. Madeleine de Cock Buning van het Nederlandse Commissariaat voor de Media.

Een ander initiatief is de lancering van een openbare raadpleging. De Commissie roept verschillende partijen, waaronder burgers, nieuwsorganisaties en overheidsinstanties, op om mee te denken. Hiermee hoopt de Commissie een beeld te kunnen krijgen van de omvang van het probleem en de effectiviteit van de getroffen maatregelen. Bovenal is het doel om advies te krijgen over mogelijke toekomstige maatregelen.

3.

Nederland en nepnieuws

De Nederlandse regering heeft aangegeven dat zij zich wil inzetten voor de Europese initiatieven bij het tegengaan van nepnieuws. Het kabinet heeft aangegeven dat er ook in Nederland voorbeelden zijn van nepnieuws, bijvoorbeeld omtrent de MH-17 en het Oekraïne-referendum. De regering noemt hierbij expliciet de rol van Rusland. Buitenlandse beïnvloeding als gevolg van nepnieuws is ook door de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) en het NCSC (Nationaal Cyber Security Centrum) als probleem geïdentificeerd.

De regering wil niet alleen het bewustzijn in de maatschappij over dit probleem verhogen, maar ook in gesprek gaan met partijen in de journalistieke sector en met media- en technologiebedrijven. Daarnaast zal er gewerkt worden aan een Nederlandse aanpak in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen en het referendum van maart 2018 over de vernieuwde Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten ('de sleepwet').

De regering heeft het belang van deze sleepwet voor de werkzaamheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten benadrukt tijdens verschillende plenaire debatten en in kamerbrieven. Het parlement is hier overigens kritisch over. Daarnaast heeft de Tweede Kamer een aantal moties aangenomen over nepnieuws. Zo is de regering bijvoorbeeld verzocht om te onderzoeken of de bestaande juridische instrumenten toereikend zijn, en juridische mogelijkheden te identificeren.

4.

Besluitvorming

De deskundigengroep op hoog niveau over nepnieuws is op 15 januari 2018 voor het eerst bijeengekomen. Een EU-strategie over nepnieuws wordt in het voorjaar van 2018 verwacht. Daarnaast is het tot half februari 2018 mogelijk om input te leveren voor de openbare raadpleging van de Europese Commissie.

5.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven