r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Laatste nieuws: 

Europees financieel kader 2021-2027

De meerjarenbegroting van de EU voor 2021-2017

Het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 (MFK) is het akkoord waarin de begroting van de EU voor een periode van zeven jaar op hoofdlijnen wordt vastgesteld. De lidstaten van de EU leggen in deze meerjarenbegroting vast wat de hoogte van het budget van de EU is, waar het geld aan uitgegeven wordt en hoeveel iedere lidstaat moet bijdragen. Verder komt ook de democratisering van de besluitvorming rond het MFK aan de orde.

In mei 2018 presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor de meerjarenbegroting voor de periode 2021-2027. Dit voorstel is gebaseerd op de politieke prioriteiten die Commissievoorzitter Juncker in zijn State of the Union van 2016 uiteenzette. In dit voorstel komt de meerjarenbegroting in totaal uit op een bedrag van 1.135 miljard euro. Dat is 1,11 procent van het BNP van 27 EU-lidstaten. Voor de periode 2014-2020 was het budget 1 procent van het BNP. Dat betekent dat het budget met 0,11 procent stijgt.

De presentatie van het voorstel van de Commissie was het startschot voor de onderhandelingen over het MFK. Zowel de Raad als het Europees Parlement zullen nu over de ontwerpbegroting gaan debatteren. De meeste lidstaten reageerden kritisch op het voorstel, terwijl vanuit het Parlement de reacties overwegend positief waren. Op dit moment zijn de onderhandelingen over het MFK nog in volle gang. De EU-leiders besloten in december 2019 de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, de onderhandelingen te laten leiden. Hij streeft ernaar in het voorjaar van 2020 een eindakkoord te bereiken. Vanwege alle spannende dossiers is het echter zeer te betwijfelen of dat gaat lukken.

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Ontwerpbegroting van de Commissie

Investeringen en bezuinigingen in de meerjarenbegroting

In de ontwerpbegroting stelt de Europese Commissie voor om te investeren in innovatie, onderzoek, jongeren, de digitale economie, grensbewaking, veiligheid en defensie. Zo wil de Commissie bijvoorbeeld de subsidie voor het Europees Solidariteitscorps en Erasmus + verdubbelen. Aan de andere kant geeft de Commissie aan ongeveer vijf procent te willen bezuinigen op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Regionaal beleid. Beide beleidsterreinen slokken nu een groot deel van het EU geld op en een kleine bezuiniging kan al een behoorlijke hoeveelheid geld vrijmaken voor andere doeleinden. Als onderdeel van de bezuinigingen stelt de Commissie voor het aantal programma's en instrumenten van de Unie terug te schroeven van 58 naar 37, door programma's te integreren.

Voorstellen voor de Economische en Monetaire Unie

De Commissie geeft aan dat een stabiele Economische en Monetaire Unie een voorwaarde is van banen, groei en sociale gelijkheid en stelt daarom twee nieuwe mechanismes voor om de Economische en Monetaire Unie verder te ontwikkelen. Het eerste plan is een Reform Support Programme dat er met een budget van 25 miljard voor moet zorgen dat er financiële en technische ondersteuning verleend wordt voor hervormingen in het kader van het Europees Semester. Ook moet het programma ervoor zorgen dat er ondersteuning komt voor lidstaten buiten de eurozone die wel lid willen worden van de eurozone. Het tweede plan is een Europeaan Investment Stabilisation Function, die met 30 miljard ervoor moet zorgen dat investeringen op peil gehouden worden, ondanks economische fluctuaties.

Kortingen en subsidies

De Commissie stelt voor om de zogenaamde kortingen die nettobetalers aan de Europese Unie krijgen te schrappen. Verder wil de Commissie dat lidstaten voortaan tien in plaats van twintig procent van de douane-inkomsten houden.

De Europese Commissie wil dat subsidies die landen krijgen afhankelijk worden gemaakt van de mate waarin een lidstaat zich houdt aan de EU-wetgeving. De Europese Unie moet in staat zijn om toegang tot subsidies tijdelijk op te schorten, te reduceren of te weigeren als een lidstaat zich schuldig maakt aan inbreuk van EU-regels.

De Commissie wil ook dat de structuurfondsen (geld voor achterblijvende regio's) op een andere manier wordt verdeeld. Naast het criterium van het inkomen per hoofd van de bevolking van een regio ten opzichte van het Europees gemiddelde wil men rekening houden met bijvoorbeeld werkloosheidscijfers, het aantal nieuwe migranten en het onderwijsniveau. In de praktijk zou dat betekenen dat een flink deel van het geld dat nu naar Oost-Europa gaat naar de zuidelijke lidstaten zou gaan.

Eigen middelen

De Commissie wil dat de EU naast bijdragen uit de lidstaten ook eigen inkomsten kan genereren. Het zou gaan om het houden van de inkomsten uit het emissiehandelssysteem, een nieuwe regeling voor de vennootschapsbelasting en om een belasting op plastic.

2.

De Commissie en de meerjarenbegroting

Na de presentatie van de ontwerpbegroting begint het echte werk. Dan wordt er namelijk gedebatteerd over het voorstel in de Raad en het Parlement. Omdat de ontwerpbegroting gepresenteerd is in mei, hebben de Raad en het Europees Parlement een jaar de tijd voor de behandeling.

3.

Het Parlement en de meerjarenbegroting

Het Europees Parlement boog zich als eerste over het voorstel van de Commissie over de meerjarenbegroting. In tegenstelling tot de Raad, mag het Europees Parlement daarover bij meerderheid besluiten.

De reacties uit het Europees Parlement op de eerste voorstellen van de Commissie waren overwegend positief, maar het EP is wel erg kritisch op de cijfers van de Commissie. Volgens het EP zouden de bezuinigen op de landbouw en de structuurfondsen veel ingrijpender zijn dan de Commissie doet voorkomen. Ook wil het EP voor een aantal programma's extra middelen. Alle wensen opgeteld wil het EP een hogere begroting dan is voorgesteld.

In november 2018 maakte het Europees Parlement officieel zijn standpunt bekend. Ook hier pleit het EP voor een hogere begroting dan de Commissie heeft voorgesteld.

4.

De Raad en de meerjarenbegroting

Ook de Raad van Ministers stemt over de meerjarenbegroting, maar hij doet dat met eenparigheid van stemmen. In de vorige jaren zorgde het meerjarig financieel kader voor een verhit debat tussen de lidstaten van de EU. Vooral over de hoogte van het budget van de EU is vaak onenigheid in de Raad. Traditioneel gezien zijn de lidstaten die veel ontvangen vanuit het EU-budget voor een hogere begroting en lidstaten die minder ontvangen voor een lagere begroting.

De eerste voorstellen van de Commissie zijn vanuit de lidstaten bekritiseerd. Aan de ene kant zijn er landen die het niet eens zijn met de bezuinigingen op landbouw en regionaal beleid, aan de andere kant staan de lidstaten die iedere verhoging van de EU begroting resoluut afwijzen en juist willen bezuinigen. Een bevriezing van de bijdrage van de lidstaten betekent dat er - vanwege het wegvallen van de Britse bijdrage aan de EU - hoe dan ook geld af moet van de Europese begroting.

Nederland behoort tot de groep die tegen verhoging van de begroting is. Nederland is bovendien verbolgen over de plannen om landenkortingen te schrappen (waaronder die van 1 miljard voor Nederland) en om meer douanegelden naar de EU-kas te laten vloeien (wat gezien de Rotterdamse haven ook negatieve consequenties heeft voor Nederland).

5.

De procedure

Het meerjarig financieel kader wordt formeel vastgesteld door de Raad van Ministers én het Europees Parlement volgens de instemmingsprocedure. In de praktijk komt er alleen een meerjarenbegroting als de Europese regeringsleiders het eens zijn.

Technische aanpassing

Ieder jaar voert de Commissie een technische aanpassing van de meerjarenbegroting door. Dit proces omvat twee werkzaamheden:

  • Het doorberekenen van zaken als inflatie en economische groei of krimp binnen de Europese economie.
  • Het herberekenen van de beschikbare financiële ruimte voor de resterende jaren binnen het financiële kader.

Jaarbegroting binnen de meerjarenbegroting

6.

Meer informatie

Terug naar boven