r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Begroting Europese Unie

Handen met eurobiljetten © Europese Unie 2008, Europees Parlement

De Europese Commissie presenteert elk jaar een ontwerpbegroting van de EU voor het volgende jaar aan de Raad van Ministers en het Europees Parlement (EP). Zowel de Raad als het EP moeten instemmen met de begroting. De omvang van de ontwerpbegroting bedroeg voor 2018 aanvankelijk 159,5 miljard euro. Dit is later bijgesteld naar 160,1 miljard euro.

In reactie op de ontwerpbegroting van het jaar 2017 gaf de Raad aan ruim een miljard euro minder uit te willen geven dan de Commissie. Het Europees Parlement drong aan op meer geld voor de aanpak van jeugdwerkloosheid, het stimuleren van economische groei en hulp aan niet-EU-landen die kampen met grote migratiestromen.

De begroting van het jaar 2018 is in november 2017 goedgekeurd na tussenkomst van een bemiddelingscomité.

Delen

Inhoud

1.

De begrotingsprocedure

De begroting bevat de maximale bedragen die de EU reserveert voor uitgaven. Nog voor een nieuw begrotingsjaar begint weet de Commissie ook al waar veel van het geld naar toe gaat, omdat veel steun- en beleidsprogramma's of subsidies van de EU over meerdere jaren lopen. Veel uitgaven liggen dus al vast, omdat ze voortkomen uit verplichtingen die de Commissie eerder al is aangegaan. Er is in de EU begroting dus een onderscheid tussen gereserveerde en vastgestelde uitgaven.

De Europese Commissie stelt de ontwerpbegroting op en stuurt deze naar de Raad Economische en Financiële Zaken en het Europees Parlement. Dat brengt desgewenst wijzigingen aan, die de Raad kan overnemen. Zo niet, dan volgen er onderhandelingen over de begroting.

2.

Begroting 2018

De omvang van de begroting bedroeg aanvankelijk 159,5 miljard euro maar dit is bijgesteld naar 160,1 miljard euro. De omvang van de begroting is het maximum van mogelijke en reeds geplande uitgaven. De werkelijke uitgaven liggen in de praktijk lager.

Voorstel Europese Commissie

De belangrijkste punten van de ontwerpbegroting voor 2018 waren:

Ter stimulering van de Europese economie wordt er 77,2 miljard euro beschikbaar gesteld, waarvan:

  • 50,8 miljard euro ter stimulering van de groei en werkgelegenheid in EU-lidstaten. Hiervan ontvangen minder ontwikkelde landen 27 miljard, transitielanden (landen die een middenpositie innemen als het gaat om ontwikkeling) 5,7 miljard en meer ontwikkelde landen 8,4 miljard
  • 11,5 miljard euro voor onderzoek en innovatieprogramma's
  • 2,8 miljard euro voor de implementatie van infrastructuurprojecten op het gebied van transport, energie en telecommunicatie.
  • 2,3 miljard euro voor onderwijs (Erasmus+)

Er wordt 59,6 miljard euro beschikbaar gemaakt voor de landbouw, visserij, plattelandsontwikkeling en milieu, waarvan:

In het kader van het buitenlands beleid wordt er 9,6 miljard beschikbaar gemaakt, waarvan:

  • 3 miljard voor ontwikkelingshulp
  • 2,3 miljard ter ondersteuning van het buitenlands beleid dat zich richt op de landen die aan de EU-grenzen
  • 1,7 miljard ter ondersteuning van de implementatie van voorwaarden voor EU lidmaatschap in kandidaat-lidstaten

Onderhandelingen over begroting

Standpunt Raad

De Raad wilde zeven ton minder uitgeven aan het stimuleren van de Europese economie en werkgelegenheid, maar gaf wel aan dat dit speerpunten moeten zijn van de EU begroting voor 2018. Andere speerpunten zouden veiligheid en migratie moeten zijn. Het Parlement was het daarmee eens. Daarnaast wilde de Raad 200 miljoen reserveren waarmee lidstaten die getroffen worden door rampen zouden kunnen worden ondersteund.

Standpunt Parlement

Het Parlement wilde meer geld voor de aanpak van de vluchtelingencrisis, terwijl de Commissie van plan was om hier minder geld aan uit te geven dan in 2017. Daarnaast zou het extra geld dat naar defensie-onderzoek gaat niet ten koste moeten gaan van bestaande programma's. Om de Europese economie te stimuleren wilde het Parlement vooral investeren in onderzoek, innovatie, infrastructuur en onderwijs. Daarnaast zouden de Europese agentschappen die zich bezighouden met veiligheid, meer geld moeten krijgen.

Op 25 oktober 2017 liet de Raad het Parlement formeel weten dat zij de aanpassingen van het Parlement niet accepteerde. Als gevolg hiervan werd er een bemiddelingsperiode afgekondigd van drie weken. Onder leiding van het bemiddelingscomité kwam dit op 18 november 2018 tot een akkoord tussen de Raad en het Parlement. Op 30 november 2017 werd de begroting voor 2018 door zowel de Raad als het Parlement officieel goedgekeurd. De hoogte van de goedgekeurde begroting bedraagt 160,1 miljard euro.

De belangrijkste punten van de overeengekomen begroting voor 2018:

Ter stimulering van de Europese economie wordt er 77,5 miljard euro beschikbaar gesteld, waarvan:

  • 50,8 miljard euro ter stimulering van de groei en werkgelegenheid in EU-lidstaten. Hiervan is er 350 miljoen euro begroot voor het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief om de jeugdwerkloosheid terug te dringen.
  • 1,8 miljard euro naar grote infrastructuur-projecten
  • 11,2 miljard euro voor Horizon 2020
  • 2,3 miljard euro naar Erasmus +
  • 2 miljard euro naar het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)
  • 2,5 miljard euro naar COSME, het programma voor midden- en kleinbedrijven

Er wordt 59,3 miljard euro beschikbaar gemaakt voor de landbouw, visserij, plattelandsontwikkeling en milieu, waarvan:

  • 43,2 miljard euro voor het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF)
  • 14,4 miljard euro voor het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)

In het kader van het buitenlands beleid wordt er 9,6 miljard beschikbaar gemaakt, waarvan:

  • 3 miljard voor ontwikkelingshulp
  • 2,3 miljard ter ondersteuning van het buitenlands beleid dat zich richt op de landen die aan de EU-grenzen
  • 1,6 miljard ter ondersteuning van de implementatie van voorwaarden voor EU lidmaatschap in kandidaat-lidstaten

3.

Begroting 2017

De omvang van de begroting bedroeg 157,7 miljard euro. Voor 2017 werden de werkelijke uitgaven geschat op 134,5 miljard euro.

Voorstel Europese Commissie

De belangrijkste punten van de ontwerpbegroting voor 2017 waren:

  • Er zou 74,7 miljard euro beschikbaar gemaakt worden om het voortgaande herstel van de Europese economie te ondersteunen. Dat is 5 miljard euro meer dan in 2016 was begroot. Daarvan is 70,4 miljard euro voor directe en indirecte investeringen in groei en banen. Dit geld zou voornamelijk moeten gaan naar achtergestelde regio's, soms via de zogenaamde structuurfondsen. Het geld zou ook worden besteed aan onderwijs (Erasmus+) en aan grote infrastructuurprojecten.
  • Er zou direct en indirect 58,9 miljard euro worden uitgegeven aan landbouw, visserij, plattelandsontwikkeling en milieu. Dat is 3,5 miljard euro minder dan in 2016. Deze 58,9 miljard euro bestaat o.a. uit:
    • 42,9 miljard euro bestemd voor het Europees Landbouwgarantiefonds.
    • 14,4 miljard euro bestemd voor het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.
  • Er zou 5,2 miljard beschikbaar zijn voor de Europese aanpak van de migrantenstromen. Dit bedrag zou binnen de Unie worden gebruikt voor opvang en integratie van migranten, hervorming van Europese regels en organisaties en versterking van de Europese buitengrenzen. Buiten de EU zou dit geld worden gebruikt om migranten elders op te vangen en de oorzaken van de migrantenstroom aan te pakken.
  • Er zou bijna 1,5 miljard euro worden uitgetrokken voor interne veiligheid, een stijging van meer dan veertig procent ten opzichte van 2016.

Onderhandelingen over begroting

Standpunt Raad

De Raad Economische en Financiële Zaken vroeg de Commissie om een realistische begroting op te stellen die het juiste evenwicht biedt tussen matiging van de uitgaven en op groei gerichte investeringen. Daarnaast vroegen de ministers om een EU-begroting voor 2017 die voldoende flexibel blijft om berekend te zijn op bestaande en eventuele nieuwe uitdagingen.

De Raad kon zich in grote lijnen vinden in de voorgestelde begroting van de Commissie. Zo keurde de Raad de voorgestelde verhogingen om de migratiecrisis aan te pakken en economische groei te stimuleren goed. De Raad spoorde de Europese instellingen aan om hun personeel met 5 procent te verminderen, zoals afgesproken in 2013. Daarnaast wilden de lidstaten € 1,28 miljard minder uitgeven aan vastleggingskredieten dan de Commissie en € 1,1 miljard minder aan betalingskredieten.

Standpunt Parlement

Het Europees Parlement wilde meer geld. Het vond de begroting niet toereikend en de lidstaten zouden de afspraken in het meerjarig financieel kader moeten herzien. Het extra geld moest gebruikt worden om verdere economische groei te stimuleren en om de vluchtelingencrisis het hoofd te bieden.

Het Europees Parlement wilde een verhoging van het totale budget met € 4,1 miljard aan vastleggingskredieten en een verhoging van € 2,5 miljard aan betalingskredieten.

Het Parlement wilde € 1,5 miljard extra aan vastleggingskredieten voor het Werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren. Daarnaast moest er € 1,24 miljard extra naar infrastructuur (Connecting Europe faciliteit) en onderzoek (Horizon 2020). De extra middelen moesten mogelijk worden gemaakt door een aanpassing van het meerjarig financieel kader.

Daarnaast wilde het EP meer geld voor hulp aan niet-EU-landen die kampen met grote migratiestromen. Tot slot moest er € 600 miljoen extra naar landbouw om de gevolgen van de melkcrisis en de effecten van het exportverbod naar Rusland voor boeren op te vangen.

4.

Begrotingen eerdere jaren

Opgenomen zijn de eerdere jaren van het huidige Meerjarig financieel kader 2014-2020.

 

Jaar

Budget (in miljard euro)

2016

155,0

2015

162,3

2014

142,7

5.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven