r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens

1.

Stand van zaken

De richtlijn is op 5 mei 2016 in werking getreden en moest uiterlijk op 6 mei 2018 zijn omgezet in nationale regelgeving.

2.

Kerngegevens

Officiële titel Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad
Origineel voorstel COM(2012)10 NLEN
interinstitutioneel nummer 2012/0010(COD)
EURlex-code 32016L0680
Rechtsinstrument Richtlijn
Gericht aan Lidstaten Europese Unie
Datum besluit 27-04-2016
Datum inwerkingtreding 05-05-2016; in werking datum publicatie +1 zie art 64
Datum uiterste omzetting 06-05-2018
Datum einde geldigheid 31-12-9999

3.

Wettekst

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens is een grondrecht. Krachtens artikel 8, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie („het Handvest”) en artikel 16, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) heeft eenieder recht op bescherming van de hem betreffende persoonsgegevens.

(2) De beginselen en regels betreffende de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van hun persoonsgegevens dienen, ongeacht hun nationaliteit of verblijfplaats, in overeenstemming te zijn met hun grondrechten en fundamentele vrijheden, met name met hun recht op bescherming van persoonsgegevens. Deze richtlijn is bedoeld om bij te dragen aan de totstandkoming van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht.

(3) Snelle technologische ontwikkelingen en de mondialisering brachten nieuwe uitdagingen voor de bescherming van persoonsgegevens. De mate waarin persoonsgegevens worden verzameld en gedeeld, is aanzienlijk gestegen. Dankzij de technologie kunnen bij activiteiten zoals de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen meer dan ooit tevoren persoonsgegevens worden verwerkt.

(4) Het vrije verkeer van persoonsgegevens tussen bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid binnen de Unie en de doorgifte van dergelijke persoonsgegevens aan derde landen en internationale organisaties, moet worden vergemakkelijkt, en tegelijk moet een hoge mate van bescherming van persoonsgegevens worden gewaarborgd. Die ontwikkelingen vereisen dat een solide en coherenter kader voor de bescherming van persoonsgegevens in de Unie wordt ontwikkeld, gestoeld op een strakke handhaving.

(5) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) is van toepassing op elke verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten, zowel in de publieke als in de particuliere sector. Die richtlijn is echter niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens die met het oog op de uitoefening van niet binnen de werkingssfeer van het Gemeenschapsrecht vallende activiteiten geschiedt, zoals in het kader van activiteiten op het gebied van justitiële samenwerking in strafzaken en politiële samenwerking.

(6) Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (4) is van toepassing op justitiële samenwerking in strafzaken en politiële samenwerking. Het toepassingsgebied van dat kaderbesluit is beperkt tot de verwerking van persoonsgegevens die worden doorgegeven of beschikbaar gesteld tussen lidstaten.


Lees meer
Deze wettekst is overgenomen van EUR-Lex.

4.

Origineel voorstel

 

5.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen:

Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.

 

6.

Uitgebreide versie

Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de samenvatting van wetgeving, de juridische context, de Europese rechtsgrond, een overzicht van verwante dossiers en tot slot de betrokken zaken van het Europees Hof van Justitie.

De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van ANP en PDC Informatie Architectuur.

7.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.

Als u meer wilt weten over de EU Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@eumonitor.eu.

Terug naar boven