r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Officiële EU-ontwikkelingshulp bereikt hoogste percentage ooit van bruto nationaal inkomen

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op woensdag 13 april 2016.

Nieuwe cijfers bevestigen dat de EU en haar lidstaten in 2015 ’s werelds grootste donor van ontwikkelingshulp zijn gebleven.

De Europese Unie en haar lidstaten hebben in 2015 opnieuw hun plaats als ’s werelds grootste donor van ontwikkelingshulp gehandhaafd, goed voor meer dan de helft van de totale officiële ontwikkelingshulp (ODA), op basis van de cijfers van vorig jaar die vandaag in het verslag van de leden van de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO/DAC) zijn gepubliceerd.

Uit voorlopige cijfers blijkt dat de collectieve officiële ontwikkelingshulp (EU-instellingen en lidstaten) is gestegen tot 68 miljard euro in 2015 (een stijging met 15% tegenover 59 miljard euro in 2014), een toename voor het derde jaar op rij (en het tot dusver hoogste niveau). De collectieve officiële ontwikkelingshulp van de EU vertegenwoordigde 0,47% van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU in 2015, komende van 0,43% in 2014. Dit ligt aanzienlijk boven het landengemiddelde van 0.21% ODA/bni van de niet-EU-leden van de Commissie voor ontwikkelingsbijstand (Development Assistance Committee - DAC).

In verband met de vrijgave van de gegevens verklaarde EU-Commissaris voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling, Neven Mimica: "Dat de EU de eerste plaats blijft innemen als 's werelds voornaamste donor van officiële ontwikkelingshulp toont duidelijk ons blijvend engagement aan voor de financiering van ontwikkeling en onze steun voor de nieuwe doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling. Geconfronteerd met een ongeziene migratiecrisis, waren de EU en haar lidstaten in 2015 in staat zowel hun steun aan vluchtelingen als hun ontwikkelingshulp aan ontwikkelingslanden te verhogen."

In het licht van de aanhoudende vluchtelingencrisis tonen de OESO-gegevens dit jaar voor het eerst ook het cijfer voor de vluchtelingenkosten per donor die worden opgevoerd als officiële ontwikkelingshulp van DAC-leden. Uit de gegevens van de OESO blijkt ook een aanzienlijke toename van de rapportering van deze kosten in de EU-landen. De algemene stijging van de officiële ontwikkelingshulp van de EU (8.9 miljard euro) lag echter hoger dan de stijging van de vluchtelingenkosten (5,3 miljard euro). Met andere woorden: de EU heeft in 2015 zowel haar steun aan vluchtelingen als haar ontwikkelingshulp aan ontwikkelingslanden opgedreven.

In 2015 hebben vijf lidstaten van de EU de 0,7% ODA/bni-limiet overstegen: Zweden (1,4%), Luxemburg (0,93%), Denemarken (0,85%), Nederland (0,76%) en het Verenigd Koninkrijk (0,71%). De verhouding ODA/bni steeg in 15 EU-lidstaten en daalde in 9 EU-lidstaten; in 4 lidstaten bleef de verhouding constant.In totaal hebben 21 lidstaten hun officiële ontwikkelingshulp nominaal verhoogd met 9,8 miljard euro, terwijl de verlaging in de 6 andere lidstaten tezamen 0,3 miljard euro bedroeg.

ACHTERGROND

In 2005 hebben de EU en haar lidstaten toegezegd hun gezamenlijke ODA tegen 2015 te verhogen tot 0,7% van het bni van de EU. Ondanks een reële groei van bijna 40% van de officiële ontwikkelingshulp van de EU sinds 2002, hadden de economische crisis en ernstige budgettaire druk in de meeste EU-lidstaten tot gevolg dat de EU in 2015 niet aan deze ambitieuze doelstelling voldeed. De Europese Raad bevestigde echter in mei 2015, in het vooruitzicht van de derde VN-conferentie over ontwikkelingsfinanciering in Addis Abeba, een verbintenis tot het verwezenlijken van deze doelstelling binnen het tijdsbestek van de agenda voor de periode na 2015 (d.w.z. vóór 2030).

De ODA-verbintenis is gebaseerd op individuele doelstellingen. De lidstaten die vóór 2002 tot de EU zijn toegetreden, bevestigden opnieuw hun toezegging het streefcijfer van 0,7% ODA/bni te halen, rekening houdend met hun begrotingssituatie, terwijl zij die deze doelstelling al hebben verwezenlijkt, zich ertoe verbinden op of boven die doelstelling te blijven. De lidstaten die na 2002 tot de EU zijn toegetreden, verbonden zich ertoe ernaar te streven hun ODA/bni tot 0,33% te verhogen.

De vandaag gepubliceerde gegevens zijn gebaseerd op voorlopige inlichtingen die de lidstaten van de EU aan de OESO en de Europese Commissie hebben verstrekt. De collectieve officiële ontwikkelingshulp van de EU bestaat uit de totale officiële ontwikkelingshulp van de 28 EU-lidstaten en de officiële ontwikkelingshulp van EU-instellingen die niet aan afzonderlijke lidstaten kan worden toegerekend (d.w.z. de eigen middelen van de Europese Investeringsbank).

De vluchtelingenkosten per donor die worden gedeclareerd door EU-lidstaten zijn gestegen van 3,3 miljard euro (of 5,6% van de collectieve ODA van de EU in 2014) tot 8,6 miljard EUR (of 12,5% van de collectieve ODA van de EU in 2015). De stijging in het afgelopen jaar van de officiële EU-ontwikkelingshulp bestemd voor vluchtelingenkosten per donor is te wijten aan het feit dat in 2015 veel EU-lidstaten, geconfronteerd met een nooit geziene toename van het aantal vluchtelingen, essentiële noodhulp en steun aan grote aantallen vluchtelingen op hun grondgebied hebben verstrekt. Het grootste gedeelte van deze kosten kan alleen voor het eerste jaar van het verblijf van een vluchteling als officiële ontwikkelingshulp worden geregistreerd.

Het DAC telt 29 leden, met inbegrip van de Europese Unie, die optreedt als volwaardig lid van het Comité.

Voor nadere informatie

Over de Eurobarometer:

http://europa.eu/rapid/press-release_IP-16-428_en.htm

MEMO/16/1363: Publicatie van nieuwe cijfers over de officiële ontwikkelingshulp in 2015

http://www.oecd.org/newsroom/development-aid-rises-again-in-2015-spending-on-refugees-doubles.htm

IP/16/1362

 

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Delen

Terug naar boven