r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Herziening detacheringsrichtlijn

Eurocommissaris Thyssen, verantwoordelijk voor de detacheringsrichtlijn
Bron: The Council of the European Union

Werknemers uit Oost-Europese lidstaten kunnen nu tijdelijk tegen een lager loon in West-Europese EU-landen werken. Volgens de bestaande Europese detacheringsrichtlijn, die sinds 1997 van kracht is, is dat mogelijk. Dat leidt volgens verschillende ministers uit voornamelijk West-Europese EU-landen tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt.

In maart 2016 kwam eurocommissaris Thyssen met een voorstel tot aanpassing van de detacheringsrichtlijn. Elf nationale parlementen, voornamelijk uit Oost-Europese landen, trokken een gele kaart tegen de herziening van de richtlijn. De parlementen oordeelden dat het voorstel niet voldeed aan de subsidiariteitseisen en vinden het een zaak voor nationale regeringen. De Europese Commissie besloot het voorstel, ondanks die gele kaart, toch te handhaven. Volgens de Commissie heeft de Europese Unie wel degelijk de bevoegdheid om over dit onderwerp wetgeving te maken.

In oktober 2017 werden de lidstaten het in de Raad Sociale Zaken onderling eens over hun uitgangspunten voor de nieuwe detacheringsrichtlijn. Het principe 'gelijke beloning voor hetzelfde werk' is leidend; een EU-burger die tijdelijk in een ander EU-land werkt, moet dat tegen de arbeidsvoorwaarden (en beloning) doen die in het gastland gelden. Uitzonderingen op dit principe zijn mogelijk. Het Europees Parlement (EP) bepaalde in dezelfde maand haar positie: gelijke voorwaarden voor gelijk werk. Het lijkt erop dat Raad en EP hetzelfde uitgangspunt hebben, maar het EP verwacht dat er over de details nog het nodige valt te onderhandelen.

Delen

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Een gedetacheerde werknemer is een werknemer die door zijn werkgever wordt gestuurd om tijdelijk een dienst in een andere EU-lidstaat uit te voeren. Gedetacheerde werknemers vertegenwoordigen maar ongeveer 1 procent van het totale aantal werknemers in de EU. Ze zijn echter sterk geconcentreerd in bepaalde sectoren en lidstaten: de bouwsector alleen neemt 41,5 % van alle detacheringen voor zijn rekening maar detachering is ook belangrijk in de verwerkende industrie, onderwijs, gezondheidszorg, sociale diensten en zakelijke dienstverlening.

De welvaart in West-Europa trekt arbeidsmigranten uit het oosten aan. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland, die na de toetreding van de tien nieuwe lidstaten in 2004 een grote toestroom van Polen hebben verwerkt, waren al snel met het aankondigen van beperkingen. Ook Nederland en de zuidelijke Europese lidstaten Italië, Griekenland en Spanje beperkten de toestroom.

De beperkingen die de andere lidstaten hadden opgelegd waren in de loop van de tijd al grotendeels versoepeld. In Nederland moesten Roemenen en Bulgaren tot eind 2013 een werkvergunning aanvragen. Die werd alleen verstrekt als de werkgever geen andere werknemers kon vinden, en aan de Roemeense en Bulgaarse arbeiders goede arbeidsomstandigheden en degelijke accommodatie geboden werd. De voorwaarden voor Roemenen en Bulgaren zijn per 1 januari 2014 vervallen. Voor Kroatische arbeiders houdt Nederland voorlopig de grenzen gesloten. In eerste instantie zouden de beperkingen voor Kroaten in 2015 worden opgeheven, maar toenmalig minister Asscher besloot om de termijn te verlengen.

De vrijheid van personen en diensten levert veel profijt op voor lidstaten, bedrijven en individuen, maar brengt ook nadelen met zich mee. Zo behoudt de werknemer in veel gevallen de arbeidsvoorwaarden uit zijn land van oorsprong, waardoor hij mogelijk onder het minimumloon van het 'gastland' werkt en dus soms goedkoper is dan een oorspronkelijke bewoner. Daarbij komt dat uitbuiting van de arbeidsmigranten door werkgevers en uitzendbureaus veel voorkomt, ondanks de Europese regelgeving die alle Europese arbeiders dezelfde rechten geeft. Door middel van schijnconstructies weten uitzendbureaus en werkgevers deze rechten soms te omzeilen.

Volgens onderzoek blijkt tussen 2001 en 2011 het aandeel buitenlandse werknemers (vooral uit Midden- en Oost-Europa) op de Nederlandse arbeidsmarkt toegenomen van 4,9 tot 7,7 procent. Voornamelijk laagopgeleiden, jongeren en allochtonen vormen de risicogroep voor verdringing. De SER constateerde in een rapport in december 2014 dat er te vaak misbruik wordt gemaakt van de regels. Buitenlandse werknemers vormen daardoor oneerlijke concurrentie. Het adviesorgaan pleit in het rapport voor een Europees actieplan voor eerlijke arbeidsmobiliteit.

2.

Huidige detacheringsrichtlijn

In 1997 werd de Europese detacheringsrichtlijn (96/71/EG) ingevoerd, in Nederland geïmplementeerd als de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid. Volgens de voorschriften in deze richtlijn geldt voor een werknemer die in dienst is bij een bedrijf uit lidstaat A (het thuisland) en gedetacheerd is in lidstaat B (het gastland) nog steeds het recht van lidstaat A. Daarnaast gelden een aantal basisrechten van lidstaat B. In een aantal sectoren, waaronder de bouw, gelden ook de cao's van lidstaat B.

De basisrechten die gelden, omvatten:

  • het minimumloon van de gastlidstaat
  • maximale werk- en minimale rustperioden
  • minimumaantal betaalde vakantiedagen
  • voorwaarden voor het ter beschikking stellen van werknemers door uitzendkantoren
  • gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk
  • gelijke behandeling van mannen en vrouwen

3.

Tekortkomingen detacheringsrichtlijn

Sinds de invoering van de detacheringsrichtlijn, en met name na de EU-uitbreidingen van 2004 en 2007, zijn de loonverschillen tussen EU-lidstaten echter toegenomen. Daardoor is detachering ongewild een aantrekkelijk middel geworden om te bezuinigen op loonkosten. Buitenlandse bedrijven detacheren werknemers tegen het minimumloon van de gastlidstaat, terwijl werknemers uit die lidstaat die gelijksoortig werk doen vaak tot twee keer zoveel verdienen. Hierdoor ontstaat in lidstaten met relatief goede arbeidsvoorwaarden de prikkel om deze te versoberen, om maar te kunnen blijven concurreren met andere lidstaten. Dit verschijnsel wordt ook wel sociale dumping genoemd.

Naast het tegengaan van sociale dumping, wil de Europese Commissie de nieuwe detacheringsrichtlijn ook meer in lijn brengen met andere EU-wetgeving die door de jaren heen is ingevoerd, zoals de Verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en de Uitzendrichtlijn.

4.

Aanpakken sociale dumping

Hoewel het tot het sluiten van de grenzen voor arbeidsmigranten uit andere EU-lidstaten nog niet is gekomen, hebben de EU-lidstaten zich in december 2013 wel geschaard achter een voorstel om schijnconstructies en uitbuiting van werknemers beter aan te kunnen pakken. Zo moet het loon van werknemers voortaan voor gelijk werk hetzelfde zijn in een EU-lidstaat. Concreet betekent dit dat werknemers in Nederland, of ze nu Pools of Nederlands zijn, dezelfde sociale rechten moeten hebben en voor hen hetzelfde minimumloon moet gelden.

Dit principe zorgt soms voor enige wrijving tussen Europese leiders. Een plan van de Britse ex-premier Cameron om EU-migranten geen toegang te geven tot de kinderbijslag werd door de toenmalige Poolse premier Tusk direct naar de prullenbak verwezen. De discussie over de kinderbijslag vormde ook een belangrijk onderdeel van het akkoord over een nieuwe regeling voor de relatie tussen Groot-Brittannië en Europa. De nieuwe afspraken waren inzet van het Brits referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie in juni 2016. Met de deal werden afspraken gemaakt om de kinderbijslag en sociale rechten te beperken als er een grote druk zou komen op de sociale voorzieningen. Nu de Britten zich hebben uitgesproken tegen het lidmaatschap van de EU, is deze deal van tafel.

Ook moeten werknemers door de voorstellen voortaan stappen kunnen ondernemen tegen de opdrachtgever waarvoor ze werken, als zich misstanden voordoen, en moet de informatie-uitwisseling tussen lidstaten worden verbeterd. Het voorstel geldt vooralsnog alleen voor werknemers in de bouw, waar veruit de meeste arbeidsmigratie plaatsvindt.

Op 13 mei 2014 stemden de EU-lidstaten in met de handhavingsrichtlijn bij het detacheren van werknemers. Opdrachtgevers in de bouw mogen niet langer werknemers uit andere Europese landen onderbetalen. De opdrachtgever wordt verantwoordelijk voor het loon, en kan zich niet langer verschuilen achter onderaannemers. Ook moet een buitenlands bedrijf, waarvan de werknemers tijdelijk in Nederland werken, de activiteiten melden bij de Nederlandse autoriteiten. De richtlijn zal ook voor een betere bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers zorgen door fraude tegen te gaan. Sinds 18 juni 2016 controleert de Inspectie SZW of werknemers uit andere EU-landen het loon ontvangen waar de werknemers recht op hebben.

EU-arbeidsmigranten moeten ondersteuning en juridische bijstand krijgen in het land waar ze werken. Daarnaast moet elke lidstaat arbeidsmigranten op een toegankelijke en duidelijke wijze voorzien van informatie over hun arbeids- en sociale rechten. De richtlijn moet o.a. discriminatie op basis van nationaliteit, verschillen in loon en carrièremogelijkheden, en onthouding van sociale rechten (zoals uitkeringen) voorkomen.

5.

Beoogde aanpassingen detacheringsrichtlijn

De belangrijkste aanpassing op de huidige richtlijn betreft het loon van de gedetacheerde werknemer. De Commissie stelt voor niet langer alleen naar het minimumloon van de gastlidstaat te kijken, maar ook naar de regels inzake bezoldiging. Daaronder vallen vaak ook andere vergoedingen, zoals bonussen, mobiliteitsvergoedingen en loonsverhoging op basis van arbeidsjaren. Het is aan de gastlidstaten zelf om te omschrijven wat in elk land onder bezoldiging wordt verstaan. Ook stelt de Commissie voor om cao's niet alleen in de bouwsector verplicht te laten meetellen, maar in alle economische sectoren.

Overige aanpassingen:

  • Wanneer sprake is van een hoofdcontractant die delen van een opdracht laat uitvoeren door onderaannemers, mogen lidstaten deze onderaannemers verplichten dezelfde bezoldigingsregels te hanteren als de hoofdcontractant, ook als deze niet in een algemeen verbindende cao zijn vastgelegd. Zo kan een bedrijf niet langer aan de bezoldigingsregels ontsnappen door mensen uit andere lidstaten in te huren.
  • In EU-wetgeving is al vastgelegd dat voor lokale uitzendkrachten dezelfde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheiden moeten gelden als voor collega's in vaste dienst. Dat gaat nu ook gelden voor uitzendkrachten die gedetacheerd worden vanuit een andere EU-lidstaat.
  • Wanneer werknemers langer dan 24 maanden gedetacheerd worden in een andere EU-lidstaat, gaat ook de wetgeving inzake arbeidsrecht van de gastlidstaat gelden. Werknemers worden dan bijvoorbeeld beschermd tegen onrechtmatig ontslag als de wetgeving van het gastland daarin voorziet, ook al bestaan dergelijke beschermende maatregelen niet in het thuisland.

6.

Stand van zaken

De Europese Commissie heeft het wijzigingsvoorstel voor het eerst op 8 maart 2016 naar het Europees Parlement gestuurd. Op dat voorstel kwam veel kritiek van diverse lidstaten. In mei 2016 trokken de parlementen van Bulgarije, Kroatië, Tsjechië, Denemarken, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië en Slowakije een gele kaart tegen het voorstel. Nationale parlementen kunnen een gele kaart trekken als zij oordelen dat de principes van subsidiariteit in het geding zijn. De nationale parlementen zijn van oordeel dat de betaling van werknemers niet moet zijn vastgelegd in Europese regelgeving, maar dat dat geregeld dient te worden in nationale wet- en regelgeving. Ook zou de Europese Commissie de toegevoegde waarde van het voorstel niet genoeg duidelijk hebben gemaakt.

De Europese Commissie heeft vervolgens het voorstel opnieuw bestudeerd, maar stelde in juli dat de Europese Unie wel de bevoegdheid heeft om de regelgeving rond grensoverschrijdende detachering aan te passen en uit te bouwen. De detacheringsrichtlijn gaat over gelijke werkomstandigheden (zoals loon) voor werknemers binnen een land, of ze nu burger zijn van dat land of van een ander EU-land. Het voorstel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van lidstaten om loonbeleid te voeren, of andere maatregelen te nemen die van invloed zijn op de werkomstandigheden.

De Commissie stuurde ieder parlement dat een bezwaar heeft ingediend een antwoord, om te proberen een deel van de zorgen weg te nemen.

Namens de parlementaire commissie Werkgelegenheid en sociale zaken zijn de Europarlementariërs Agnes Jongerius (NL, PvdA) en Elisabeth Morin-Chantier (FR, EVP) aangesteld als rapporteurs voor de nieuwe detacheringsrichtlijn. Zij moeten het parlement op één lijn krijgen en zullen vervolgens onderhandelingen voeren met de Europese Commissie en de 28 EU-lidstaten.

Dinsdag 28 februari 2017 sloot het indienen van amendementen in het Europees Parlement. 'Eind maart zullen de amendementen in behandeling worden genomen en wordt er gekeken of er compromissen gesloten kunnen worden', aldus Jongerius. Eind oktober 2017 keurde het EP als geheel het onderhandelingsmandaat goed: ervoor zorgen het principe voor gelijke arbeidsvoorwaarden voor 'normale' en gedetacheerde werknemers zoveel mogelijk intact blijft. Bijzondere aandacht gaat uit naar de transportsector waar ondanks het grensoverschrijdende karakter van het werk de chauffeur moet worden beschermd.

Maandag 23 oktober bereikte de Raad Sociale Zaken overeenstemming over het principe 'gelijk loon voor hetzelfde werk'. Verder omvat het akkoord een maximale detacheringperiode van 12 maanden, met een eventuele verlenging van 6 maanden. Sociale premies kunnen nog wel 24 maanden in het thuisland betaald worden en zijn pensioenen uitgezonderd. De nieuwe regels gelden niet voor de transportsector, daar moet aparte wetgeving voor komen.

7.

Nederlandse inzet

Nederland is in Europa een van de drijvende krachten achter de herziening van de detacheringsrichtlijn. De Nederlandse regering oordeelt in een zogeheten BNC-fiche dan ook positief over het voorstel. In december 2014 adviseerde de SER het kabinet om "te komen tot een actieplan ‘Bevordering eerlijke arbeidsmobiliteit in de EU’ en dit nationaal en in de EU te agenderen."

De SER maakte in zijn rapport een onderscheid tussen het vrij verkeer van werknemers en het vrij verkeer van diensten. Om misstanden rond het vrij verkeer van werknemers tegen te gaan kwam het kabinet eind 2014 met de Wet aanpak schijnconstructies. Deze wet werd in 2015 van kracht. Om ook iets te doen aan de negatieve kanten van het vrij verkeer van diensten, adviseerde de SER het kabinet te pleiten voor herziening van de detacheringsrichtlijn. Minister Asscher schreef daarop samen met een zestal collega's uit lidstaten met relatief hoge lonen een brief aan eurocommissaris Thyssen, waarin zij wordt opgeroepen met nieuwe voorstellen te komen.

Asscher sprak in een eerste reactie op de voorstellen van 'een belangrijke stap'.

Eind maart 2016 gaf het kabinet in het BNC-fiche aan het voorstel als 'gewenste aanvulling' te beschouwen. De aanpassing bevordert een gelijk speelveld, omdat de verschillen tussen Nederlandse werknemers en gedetacheerde buitenlandse werknemers worden verkleind. Tijdens de informele Raad Werkgelegenheid en Sociale Beleid van 19-20 april 2016, die onder Nederlands voorzitterschap plaatsvond in Amsterdam, heeft Asscher geïnventariseerd hoe zijn Europese collega's tegen de voorstellen aankijken. Het merendeel van de lidstaten sprak zich in meer of mindere mate positief uit over het voorliggende voorstel. Zij onderschreven het standpunt dat concurrentie op basis van kwaliteit moest plaatsvinden, en niet op basis van loonsverschillen. Een aantal andere lidstaten, veelal Oost-Europese lidstaten, waren expliciet tegen aanpassing van de Detacheringsrichtlijn te zijn: de aanpassingen zouden de interne markt ondermijnen en loonverschillen hoeven niet per se tot oneerlijke concurrentie te leiden, stelden zij.

8.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven