r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Gedragsregels voor Europarlementariërs

Europees Parlement
Bron: European Parliament

Soms komen leden van het Europees Parlement in opspraak wegens corruptie, fraude of ander dubieus gedrag. Het kan hierbij niet alleen gaan om handelingen of een bepaalde betrokkenheid 'in functie' die in strijd zijn met de normen en richtlijnen van Europarlementariërs maar ook om gedrag in de privésfeer.

De in opspraak geraakte Europarlementariërs doen de reputatie van het Europees Parlement geen goed. Europese burgers kunnen zich gaan afvragen hoe betrouwbaar Europarlementariërs zijn. Op welke manier kan het Europees Parlement dit aanpakken?

Delen

Inhoud

1.

Instrumenten

Reglement van Orde

Iedere zittingsperiode publiceert het Europees Parlement een uitgave van het Reglement Europees Parlement (REGL), ook wel het Reglement van Orde genoemd. Dit reglement bevat alle regels voor de interne organisatie en de werking van het Parlement. Ook de algemene plichten en taken van Europarlementariërs staan hier in.

In het Reglement (versie september 2015) is in bijlage I, artikel 3 vastgelegd dat een Europarlementariër geen nevenfuncties mag uitvoeren die kunnen leiden tot een belangenconflict. Daarnaast stelt artikel 11 dat Europarlementariërs verplicht zijn inzage te geven in hun financiële belangen. Hieronder vallen ook onbetaalde bestuursfuncties. Volgens dit artikel mogen de parlementariërs uitsluitend giften tot 150 euro aannemen.

Leden van het Europees Parlement worden beschermd door middel van parlementaire immuniteit of onschendbaarheid. Dit betekent dat de parlementariërs niet strafrechtelijk vervolgd of aangesproken kunnen worden voor wat zij zeggen of schrijven. Volgens artikel 6 kan het Europees Parlement in het geval van bijzondere omstandigheden deze onschendbaarheid opheffen. Dit kan bijvoorbeeld als een lidstaat een rechtszaak wil aanspannen tegen de Europarlementariër.

Het Reglement bevat in bijlage XI, artikel 2 een mededelingsplicht. Dit betekent dat als personeelsleden of ambtenaren een vermoeden hebben van mogelijke fraude of corruptie, ze dit moeten melden. In bijlage I, artikel 8 staat dat als een Europarlementariër de gedragsregels overtreedt, de voorzitter van het Europees Parlement hier melding van moet doen. Dit doet de voorzitter bij het raadgevend comité van het Europees Parlement. Het comité bestaat uit vijf leden die de voorzitter kiest uit de Commissie constitutionele zaken en de Commissie juridische zaken. Het raadgevend comité kan besluiten een sanctie op te leggen aan de Europarlementariër. Als de parlementariër zich niet aan deze sanctie houdt, wordt zijn naam en de opgelegde sanctie op de website van het Europees Parlement gepubliceerd.

Op 13 december 2016 publiceerde het Europees Parlement een grote herziening van het reglement van orde. Hierin werden de gedragsregels voor europarlementariërs aangescherpt. Het overzicht met de financiële belangen van een europarlementariër moet gedetailleerder en vaker geupdate en gecheckt worden. Daarnaast moeten voormalige parlementariërs het EP informeren wanneer zij een baan als lobbyist nemen. Ook worden er sancties getroffen als parlementariërs xenofobe of racistische taal gebruiken. Naast de gedragscode bevat de herziening wijzigingen in de organisatie van plenair en commissie werk en meer transparantie in de wetgevingsprocedure. De veranderingen zijn op 16 januari 2017 in werking getreden.

Transparantieregister

Het transparantieregister geeft een overzicht van de activiteiten van belangenvertegenwoordigers in Brussel. Zo staan er in het register het budget, de contactgegevens, de doelstellingen en interessegebieden van de lobbygroepen. Europarlementariërs kunnen het register er op na slaan of zij met bonafide lobbyisten te maken hebben. Maar ook het publiek kan in het register precies zien welke lobbygroepen toegang hebben tot het Europees Parlement en daarmee eventueel ook invloed hebben op het maken van Europees beleid.

In 2015 lanceerden de Europese Commissie en het Europees Parlement een herziene versie van het transparantieregister, met striktere regels. Zo werden lobbyende organisaties en zelfstandig werkzame lobbyisten verplicht om in het transparantieregister in te schrijven.

Organisaties tegen fraude en corruptie

Naast het Reglement en het Transparantieregister heeft de Europese Unie twee instrumenten om fraude en corruptie tegen te gaan.

  • 1. 
    Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zet zich in tegen fraude en corruptie binnen de Europese instellingen. De belangrijkste werkzaamheden van OLAF zijn het verrichten van onderzoek, het bevorderen van samenwerking tussen autoriteiten in lidstaten en het verstrekken van hulp aan EU-lidstaten bij het bestrijden van fraude. OLAF kan bij het verrichten van zijn onderzoeken volledig onafhankelijk optreden.
  • 2. 
    De Alliance for Lobbying Transparancy and Ethics Regulations (ALTER-EU) zet zich in tegen de corruptie in het lobbyproces. ALTER-EU leidt verschillende campagnes om aandacht te krijgen voor de problemen en om Europese burgers in beweging te brengen.

Ten slotte wordt overheidscorruptie en fraude binnen Europa eveneens opgepakt door de Group of States against Corruption (GRECO). GRECO helpt deelnemende landen bij de verbetering van anticorruptiewet- en regelgeving. Deze organisatie is opgericht door de Raad van Europa en staat dus los van de instrumenten van de Europese Unie.

2.

Mogelijke toekomstige maatregelen

Al enige jaren is er een discussie gaande over het volledig verplicht stellen van het transparantieregister. Nog niet alle belangengroepen hoeven zich in het register in te schrijven. Zo zijn politieke partijen, religieuze gemeenschappen en gemeentelijke autoriteiten nog niet verplicht om zich aan te melden, maar dit wordt wel aangemoedigd. Het verplicht stellen van het transparantieregister voor alle groepen zou mogelijk de corruptie rondom lobbyen inzichtelijk kunnen maken en een betere aanpak mogelijk maken.

Een andere mogelijke oplossing is het verbieden van alle betaalde nevenactiviteiten van Europarlementariërs. Op dit moment zijn alleen die nevenactiviteiten verboden die de taken van de Europarlementariër belemmeren.

In 2014 publiceerde de Europese Commissie een anticorruptie-rapport waarin de Commissie pleitte voor het belangrijker en zichtbaarder maken van het anti-corruptiebeleid. De Raad en het Europees Parlement waren echter niet enthousiast over dit voorstel.

Het Europees Parlement stemde in april 2016 over een paragraaf in een rapport over de geldbesteding van het EP. Daarin werd opgeroepen om nevenfuncties voor Europarlementariërs geheel te verbieden. Met 379 tegen 209 stemmen kozen de parlementariërs ervoor om deze paragraaf uit het rapport te verwijderen.

3.

Europese Europarlementariërs in opspraak

Cash-for-laws: corruptie rondom Lobbyisten

In 2011 bracht de Sunday Times een schandaal met Europarlementariërs aan het licht. Journalisten deden zich voor als lobbyisten en vroegen aan vier Europarlementariërs om voorstellen te wijzigen. Zo wilden zij dat de Europarlementariërs voorstellen aannamen ten gunste van Britse financiële instellingen en zich minder kritisch opstelden ten opzichte van de mensenrechtensituatie in Rusland. In deze ‘undercover-actie’ rees bij de journalisten een vermoeden van corruptie. Hierbij ging het om de Sloveen Zoran Thaler, de Oostenrijker Ernst Strasser, de Roemeen Adrian Severin en de Spanjaard Pablo Zalba Bidegain. Het schandaal kwam bekend te staan als ‘cash-for-laws’.

OLAF vond niet bij al de Europarlementariërs bewijzen voor corruptie, maar het onderzoek werd dan ook belemmerd door de voorzitter van het Europees Parlement Jerzy Buzek. Hij weigerde OLAF toegang tot sommige kamers van het Europees Parlement. Verschillende Europarlementariërs spraken zich in 2011 uit tegen de corrupte gang van zaken van deze collega’s. Zo eiste de Nederlandse Europarlementariër Thijs Berman een ‘onmiddellijk aftreden’.

Er is al een langer aanhoudend debat over de functie van lobbygroepen in Brussel. Paul de Clerck van ALTER-EU stelde dat 'veel van de amendementen die Europarlementariërs indienen, worden geschreven door een lobbyist'.

Nederlandse Europarlementariërs in opspraak

Een van de eerste in opspraak geraakte Nederlandse Europarlementariërs was CDA Europarlementariër Jim Janssen van Raaij in de jaren ’90. Janssen van Raaij liet zijn persoonlijke assistent, de jurist M. Louwes, namens hem opdraven. Louwes stond niet officieel geregistreerd als zijn assistent en kwam elke dag met dagpassen binnen. Van 2004 tot 2013 kwamen Europarlementariërs Hans Blokland (Christen Unie), Joop Post (CDA) en Judith Merkies (PvdA) in de problemen wegens administratieve chaos en zoek geraakt geld.

In 2015 kwamen twee Nederlandse Europarlementariërs in opspraak. Zo was er in september bij Hans van Baalen (VVD) mogelijk sprake van belangenverstrengeling. Van Baalen had nevenactiviteiten in de autobranche die zijn functie als Europarlementariër zouden kunnen belemmeren. In een persverklaring liet Van Baalen weten deze nevenactiviteiten neer te leggen. In oktober 2015 kwamen onregelmatigheden van de Europarlementariër van de PVV Marcel de Graaff aan het licht: hij had in het Europees Parlement namens zichzelf én namens zijn afwezige partijgenoot Marine le Pen gestemd. Le Pen noemde de kwestie ‘ongelukkig’. De Graaff kreeg van het Europees Parlement een boete opgelegd.

Ten slotte kwam in december 2015 oud-Europarlementariër Daniël van der Stoep in opspraak toen hij werd veroordeeld tot vijf maanden cel voor zijn pogingen om minderjarige meisjes tot seks te dwingen. Alhoewel Van der Stoep geen lid meer is van het Europees Parlement, vonden deze pogingen plaats gedurende zijn jaren als Europarlementariër, van 2009 tot 2014.

Niet-Nederlandse Europarlementariërs in opspraak

Ook niet-Nederlandse Europarlementariërs komen soms in opspraak. Zo werd in 2013 de parlementaire onschendbaarheid van Marine le Pen opgeheven. De Franse justitie wilde Le Pen namelijk vervolgen wegens het maken van racistische opmerkingen. Le Pen vergeleek straatgebeden van moslims met de nazi-invasie in de Tweede Wereldoorlog. Met de opheffing van de onschendbaarheid was de weg vrijgemaakt voor justitiële vervolging. In 2015 bracht de rechtse Poolse Europarlementariër Janusz Korwin-Mikke een nazigroet in het Europees Parlement. Ook de Italiaan Gianluca Buonanno bracht de nazigroet. Beiden werden hiervoor beboet door het Europees Parlement.

  • 4. 
    Meer informatie

Delen

Terug naar boven