r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Factsheet energie-unie

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op woensdag 25 februari 2015.

1.

Factsheet energie-unie

Brussel, 25 februari 2015

Waarom stelt de Commissie nu een energie-unie voor? Waarom hebben wij een energie-unie nodig?

Het is een steeds dringender opdracht voor het Europese energiesysteem om een zekere, duurzame, betaalbare en concurrerende energievoorziening voor alle burgers te waarborgen. Een al te grote afhankelijkheid van een beperkt aantal voorzieningsbronnen, met name wat aardgas betreft, maakt landen kwetsbaar voor verstoringen van de voorziening. Wij moeten onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen blijven verminderen en de broeikasgasemissies blijven terugdringen. Bovendien baart de betaalbaarheid van energie en de competitiviteit van onze energieprijzen de gezinnen en ondernemingen steeds meer zorgen.

Hardnekkige belemmeringen voor een daadwerkelijke marktintegratie, ongecoördineerde nationale beleidskeuzes en de afwezigheid van een gemeenschappelijk standpunt tegenover niet-EU-landen bemoeilijken de vooruitgang. Een effectief antwoord op deze uitdagingen bestaat in een meer samenhangend geheel van maatregelen over de verschillende beleidsgebieden heen, zowel op EU- als op nationaal niveau. De in 2014 bereikte overeenkomst betreffende het kader voor het klimaat‑ en energiebeleid voor 2030 en met betrekking tot de Europese strategie voor energiezekerheid betekende een belangrijke stap voorwaarts waarop de energie-unie voortbouwt, maar er zijn ook nieuwe, krachtigere maatregelen nodig om het hoofd te bieden aan toekomstige uitdagingen.

In de kaderstrategie voor de energie-unie wordt de visie op de toekomst geschetst en worden een hele reeks beleidsgebieden geïntegreerd tot een samenhangende strategie. De strategie omvat ook elkaar onderling versterkende specifieke initiatieven die - wanneer zij volledig worden uitgevoerd -de EU beter zullen wapenen tegen de uitdagingen, op basis van solidariteit en vertrouwen tussen de lidstaten.

Wat houdt de energie-unie in? Waarom zijn deze prioritaire gebieden gekozen?

De energie-unie is gebaseerd op de drie reeds geruime tijd vastgelegde doelstellingen van het energiebeleid van de EU: voorzieningszekerheid, duurzaamheid en concurrentievermogen. Om deze doelstellingen te bereiken, concentreert de energie-unie zich op vijf dimensies die elkaar wederzijds versterken: energiezekerheid; solidariteit en vertrouwen; de interne energiemarkt; energie-efficiëntie als bijdrage tot de matiging van de energievraag; koolstofarm maken van de economie; onderzoek, innovatie en concurrentievermogen.

Op al deze terreinen is meer integratie en coördinatie nodig. Het actieplan dat als bijlage bij de kaderstrategie is gevoegd, bevat voor elk van die dimensies specifieke maatregelen die in de loop van de komende jaren verder zullen worden uitgewerkt en uitgevoerd. Lopende de uitvoering zal dit actieplan worden gemonitord en geëvalueerd teneinde erover te waken dat het een antwoord blijft bieden op de veranderende uitdagingen en nieuwe ontwikkelingen.

Energiezekerheid

Wat stelt de energie-unie voor om bronnen en leveranciers te diversifiëren?

De EU voert 53% van de door haar verbruikte energie in. Bepaalde landen hangen voor hun gasinvoer af van één hoofdleverancier. Een cruciaal instrument om onze energiezekerheid te vergroten is dan ook een diversificatie van de energiebronnen en ‑leveranciers. Elementen die zullen bijdragen tot meer diversificatie en zekerheid in de Europese energiesector zijn: het exploreren van nieuwe leveranciersregio's voor brandstoffen, het exploreren van nieuwe technologieën, het verder ontwikkelen van inheemse bronnen en het verbeteren van de infrastructuur om toegang te krijgen tot nieuwe voorzieningsbronnen. In dit verband zal de Commissie wat aardgas betreft een pakket schokbestendigheids- en diversificatiemaatregelen uitwerken, dat met name een herziening van de verordening inzake de veiligstelling van de aardgasvoorziening inhoudt. Met het oog op diversificatie wordt er voortgewerkt aan de aanleg van de zuidelijke gascorridor, de ontwikkeling van een strategie om het potentieel van vloeibaar aardgas (LNG) en aardgasopslag beter te benutten en de bouw van hubs voor vloeibaar aardgas met meerdere leveranciers uit Midden‑ en Oost-Europa en uit het Middellandse-Zeebekken.

Zal de energie-unie de gemeenschappelijke aankoop van gas bevorderen/vergemakkelijken?

Voortbouwend op de in mei 2014 vastgelegde Europese strategie voor energiezekerheid zal de Commissie de opties bekijken voor het vrijwillig groeperen van de vraag met het oog op de collectieve aankoop van aardgas gedurende een crisis en in gevallen waarin lidstaten sterk van één leverancier afhankelijk zijn. Dergelijke maatregelen zouden volledig in overeenstemming moeten zijn met de WHO-regels en de mededingingsregels van de EU.

De mededeling vermeldt de transparantie van contracten. Welke contracten worden hierbij bedoeld? Intergouvernementele overeenkomsten, ook commerciële contracten?

De overeenstemmingsbeoordeling van intergouvernementele overeenkomsten, gebaseerd op het desbetreffende besluit, wordt momenteel uitgevoerd nadat een lidstaat en een derde land een overeenkomst hebben gesloten. In de toekomst moet de Commissie in een vroegtijdig stadium worden geïnformeerd over onderhandelingen met het oog op de sluiting van intergouvernementele overeenkomsten. Dan kan zij voorafgaandelijk nagaan in hoeverre die overeenkomsten in overeenstemming zijn met, met name, de regels van de interne markt en de criteria inzake voorzieningszekerheid. De deelname van de Commissie aan dergelijke onderhandelingen met derde landen en de geleidelijke invoering van standaardcontractclausules zullen eveneens bijdragen tot een vermindering van de politieke druk en een betere inachtneming van de Europese regels. De Commissie zal daarom het besluit betreffende intergouvernementele overeenkomsten evalueren en opties voorstellen om te waarborgen dat de EU tijdens onderhandelingen met derde landen met één stem spreekt.

Commerciële gasleveringscontracten moeten transparanter worden gemaakt. De Commissie zal hierover een voorstel indienen in het kader van de herziening van de verordening betreffende de veiligstelling van de gaslevering.

Wat stelt de Commissie voor om de elektriciteitsvoorziening te diversifiëren, want de aandacht is tot dusverre vooral naar diversificatie op het gebied van gas gegaan?

Elektriciteit wordt voornamelijk binnen de EU geproduceerd, waarbij vele en diverse bronnen en technologieën worden gebruikt. De lidstaten hebben verschillende keuzes in verband met hun energiemix gemaakt, afhankelijk van de voor hen beschikbare hulpbronnen en hun nationale voorkeuren. Aangezien de energiemix van de onderscheiden lidstaten vaak complementair is, is het cruciaal dat zij over goede elektriciteitsinterconnecties beschikken zodat zij elektriciteit over de grenzen heen kunnen uitwisselen. De veranderende situatie op de elektriciteitsmarkt, met name het steeds grotere aandeel van hernieuwbare energie, vergt nieuwe maatregelen om de marktintegratie te bevorderen.

Interne energiemarkt

Wat bedoelt de Commissie met een nieuwe marktordening? Waarom is die noodzakelijk?

Om de huidige uitdagingen van de elektriciteitsmarkt, met name de integratie van variabele hernieuwbare energiebronnen en het waarborgen van de voorzieningszekerheid, te kunnen aanpakken, is een nieuwe marktordening nodig die voorziet in onderlinge afstemming van de capaciteiten op regionaal niveau, meer opslagcapaciteit en grotere flexibiliteit inzake vraagrespons, een versoepeling van de deelname van de consumenten aan de marktwerking en een vlottere uitwisseling van energie over de grenzen heen. Daartoe zal de Commissie de regelgeving voor grensoverschrijdende handel versterken en passende maatregelen voorstellen om producenten van hernieuwbare energie ertoe aan te sporen zich verder te integreren in de bredere elektriciteitsmarkt.

Zal de Commissie de aanwijzing van een Europese energieregulator voorstellen?

De Commissie zal nagaan hoe zij het Europese regelgevingskader voor energie kan versterken met het oog op een beter beheer van een steeds verder geïntegreerd Europees energiesysteem. De Commissie is van mening dat de EU-brede regulering van de interne markt moet worden versterkt via een aanzienlijke uitbreiding van de bevoegdheden en de onafhankelijkheid van ACER. Dit is noodzakelijk om het voor ACER mogelijk te maken daadwerkelijk toe te zien op de ontwikkeling van de interne energiemarkt en de desbetreffende marktregels, alsmede om alle grensoverschrijdende kwesties te kunnen aanpakken en een naadloze interne markt tot stand te brengen.

Hoe wil de Commissie grotere investeringen in energie-infrastructuur stimuleren?

Energie-infrastructuur wordt doorgaans gefinancierd via de markt en via de door de netgebruikers betaalde tarieven. Slechts een beperkt aantal infrastructuurprojecten in Europa zal in de opstartfase subsidies nodig hebben, verleend door het financieringsinstrument Connecting Europe (Connecting Europe Facility - CEF). Dit zijn projecten die commercieel niet levensvatbaar, maar wel noodzakelijk zijn omwille van de externe baten: voorzieningszekerheid, solidariteit en technologische innovatie.

Talrijke andere projecten kunnen gebruikmaken van andere financieringsmethoden die een grotere hefboomwerking hebben dan subsidies/directe financiële steun. Dit is het geval voor de financieringsinstrumenten die een onderdeel vormen van de CEF, maar nog meer voor het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) dat ter aanvulling van de 'Connecting Europe'-faciliteit een zeer belangrijk instrument wordt voor de financiering van energie-infrastructuurprojecten in Europa. Het fonds zal bijspringen waar financiering voor projecten uit andere bronnen en tegen redelijke voorwaarden niet beschikbaar is, meer bepaald door een hoger risicoprofiel te aanvaarden.

Zal de Commissie energiebelastingen voorstellen?

De kaderstrategie voor de energie-unie omvat geen nieuwe initiatieven met betrekking tot energiebelastingen op EU-niveau. De Commissie spoort de lidstaten ertoe aan met een onbevangen blik naar energieheffingen te kijken, zowel op nationaal als op EU-niveau. Het nationale belastingbeleid moet een evenwicht nastreven tussen enerzijds het verstrekken van stimulansen voor een duurzamer energieverbruik en anderzijds het waarborgen van een concurrerend geprijsde en betaalbare energievoorziening voor alle consumenten. Om tot een grotere transparantie van energiekosten en ‑prijzen te komen, zal de Commissie om de twee jaar een verslag over de energieprijzen publiceren, met een diepgaande analyse van de rol daarin van belastingen, heffingen en subsidies.

Energie-efficiëntie

Welke concrete maatregelen stelt de Commissie voor om de energie-efficiëntie in de bouwsector te verbeteren?

Het tempo van de gebouwenrenovatie ligt te laag, in het bijzonder wat efficiëntie-investeringen in gebouwen voor huurders of eigenaars met laag inkomen betreft. Verwarming en koeling blijven de grootste afzonderlijke bron van energievraag in Europa. De Commissie zal daarom een evaluatie/herziening van de richtlijnen inzake energie-efficiëntie en inzake de energieprestatie van gebouwen uitvoeren om een correct kader tot stand te brengen voor verdere vooruitgang op het stuk van de energie-efficiëntie van gebouwen. Op basis van in de praktijk opgedane ervaring in de lidstaten zal de Commissie manieren ondersteunen om de toegang tot bestaande financieringsinstrumenten te vergemakkelijken teneinde het gebouwenbestand energie-efficiënter te maken. Investeringen in de energie-efficiëntie van gebouwen behoren vandaag tot de meest winstgevende voor de burgers en het bedrijfsleven.

Welke maatregelen stelt de Commissie voor om energiearmoede te bestrijden en kwetsbare afnemers te ondersteunen?

Energiearmoede is doorgaans het gevolg van een combinatie van laag inkomen en algemene armoedeomstandigheden, inefficiënte woningen en een verhuursysteem dat weinig aanspoort tot energie-efficiëntie. Het probleem kan dus het best worden aangepakt door een combinatie van maatregelen, waarbij een verbetering van de energie-efficiëntie de beste langetermijnoplossing is. Waar het noodzakelijk is om kwetsbare afnemers te beschermen via het sociaal beleid, waarvoor hetzij het nationale, hetzij het regionale of lokale niveau bevoegd is, moet die bescherming bij voorkeur worden verleend via het algemene bijstandssysteem. Als die bescherming via de energiemarkt wordt verstrekt, bijvoorbeeld door middel van sociale tarieven of een korting op de energiefactuur, is het belangrijk dat een dergelijk systeem heel doelgericht is zodat de totale kostprijs en de resulterende extra-kosten voor niet in aanmerking komende afnemers beperkt blijven.

Koolstofarm maken van de economie:

Welke plannen heeft de Commissie om van Europa wereldleider op het gebied van hernieuwbare energiebronnen te maken?

De energie-unie zal ervoor zorgen dat hernieuwbare energie centraal komt te staan en volledig wordt geïntegreerd in een duurzaam, veilig en kostenefficiënt energiesysteem. Dit zal het voor de EU mogelijk maken wereldleider te blijven op het gebied van concurrerende hernieuwbare-energietechnologie en ‑innovatie, en slimme en flexibele energiesystemen en ‑diensten.

Om dit mogelijk te maken zal de Commissie:

  • de bestaande wetgeving volledig ten uitvoer leggen en nieuwe marktregels invoeren om de hernieuwbare productie op efficiënte wijze te integreren in de markt, onder meer door nieuwe infrastructuur, met name interconnecties, te ontwikkelen;
  • de samenwerking en de convergentie van de nationale beleidsmaatregelen op het gebied van hernieuwbare energie en de desbetreffende steunregelingen vergemakkelijken, in lijn met de ontwikkeling van de interne markt en met name de nieuwe ordening van de elektriciteitsmarkt, die een eerlijke concurrentie tussen alle opwekkingsbronnen zal waarborgen en zal resulteren in meer grensoverschrijdende maatregelen voor steun aan hernieuwbare energie;
  • meer gericht onderzoek en demonstratie op het vlak van hernieuwbare energie bevorderen, onder meer via gespecialiseerde EU-fondsen;
  • ervoor zorgen dat de op hernieuwbare energie steunende verwarmings‑ en koelingssector aanzienlijk zal bijdragen tot de voorzieningszekerheid van de EU;
  • het koolstofarm maken van de vervoersector versnellen, onder meer door de bevordering van de elektrificatie van de vervoersector en investeringen in de geavanceerde productie van biobrandstoffen, en de energie‑ en vervoersystemen verder integreren.

Dit zal de totale financieringskosten van de projecten voor hernieuwbare energie verlagen en het bereiken van de streefcijfers voor 2020 en 2030 vergemakkelijken.

Waarom hebben de EU-leiders gekozen voor een binnenlands emissiereductiestreefcijfer van minimaal 40% tegen 2030?

Een hoofddoelstelling van het in oktober 2014 door de EU-leiders bekrachtigde klimaatbeleid is een vermindering van de binnenlandse broeikasgasemissies in vergelijking met de uitstoot in 1990 met minimaal 40% tegen 2030.

Op EU-niveau is dit een kosteneffectieve doelstelling die ons op koers houdt naar een koolstofarme economie in 2050. Op internationaal niveau zal het emissiereductiestreefcijfer van minimaal 40% als basis dienen voor de insteek van de EU bij de internationale onderhandelingen in Parijs in december 2015 over een nieuwe klimaatovereenkomst en zal dit bijdragen tot de vereiste acties om de mondiale gemiddelde temperatuurstijging beneden 2ºC te houden in vergelijking met de pre-industriële niveaus.

De doelstelling om minimaal 40% minder broeikasgassen uit te stoten, zal door de EU op de meest kosteneffectieve wijze worden bereikt. Dit vereist een uitstootvermindering voor de sectoren binnen de koolstofmarkt (d.w.z. vallend onder het emissiehandelssysteem (ETS) van de EU), alsmede voor de sectoren die daarbuiten vallen (niet-ETS-sectoren): met 43% voor de ETS-sectoren en met 30% voor de niet-ETS-sectoren in vergelijking met de niveaus van 2005, te bereiken tegen 2030. Daar het om een intern emissiereductiestreefcijfer gaat, zal deze vermindering binnen de EU moeten worden bereikt.

Wat zijn de kosten en baten van het emissiereductiestreefcijfer van minimaal 40% voor de EU en voor de burgers en ondernemingen daarvan?

Het emissiereductiestreefcijfer van minimaal 40% draagt bij tot de prioriteiten van de Commissie Juncker: namelijk het aanzwengelen van de groei, het versterken van het concurrentievermogen en het creëren van banen voor EU-burgers. Het streefcijfer is realistisch en zal naar verwachting onze energiezekerheid en grondstoffenefficiëntie verbeteren, en tegelijk groene groei en concurrentiekracht versterken, investeringen in koolstofarme technologieën bevorderen, de vraag naar producten en de inkomsten van industrietakken die koolstofarme technologieën produceren, doen toenemen en groene banen tot stand brengen in nieuwe groeisectoren, zoals engineering, basisproductie, transportuitrusting, bouw en diensten voor bedrijven.

Afgezien van het cruciale belang ervan voor het klimaatbeleid van de EU, zijn er met het bereiken van het streefcijfer veel baten op energie‑, milieu‑ en economisch gebied verbonden. Wat het energieaspect betreft, zal het behalen van het emissiereductie­streefcijfer resulteren in een lager verbruik van fossiele brandstoffen. Dit zal op zijn beurt de kwetsbaarheid van onze economie voor brandstofonzekerheid en de kosten van ingevoerde brandstoffen verminderen. Naar raming zal de besparing van het verbruik in de komende twee decennia een kostenbesparing van ten minste 18 miljard EUR opleveren [1]. Voorts verschillen de kosten van een omvorming tot een koolstofarme economie niet fundamenteel van de kosten die hoe dan ook zullen moeten worden gemaakt om ons verouderend energiesysteem te moderniseren. Wat het milieuaspect betreft, zal het behalen van het streefcijfer ook de luchtverontreiniging verminderen.

Welke stappen zal de Commissie hierna zetten om het streefcijfer voor de vermindering van de binnenlandse broeikasgasemissie met minimaal 40% te bereiken?

Het klimaat‑ en energiekader voor 2030 vormt een integrerend onderdeel van de energie-unie en draagt bij tot de transitie naar een koolstofarme economie.

Na bekrachtiging door de Europese Raad van het klimaat‑ en energiekader voor 2030 zal de EU uitvoeringswetgeving inzake talrijke aspecten van dit kader moeten vaststellen.

De eerste prioriteit is de goedkeuring van het Commissievoorstel voor een marktstabiliteitsreserve om de werking van het emissiehandelssysteem (ETS) van de EU, als voornaamste instrument van het klimaatbeleid, te verbeteren. Daarna zal de Commissie wetgeving ontwikkelen voor de herziening van de EU-ETS-richtlijn voor de periode na 2020,inclusief met betrekking tot koolstoflekkage .

In 2015 zal de Commissie ook een begin maken met de analyse en effectbeoordeling inzake de nationale streefcijfers voor uitstootvermindering in de niet-ETS-sectoren, betreffende onder andere verbeterde flexibiliteitsmechanismen in de niet-ETS-sectoren en inaanmerkingneming van landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (LULUCF) in het kader voor 2030, met het oog op indiening van wetgevingsvoorstellen in het voorjaar van 2016.

De Commissie plant wijzigingen aan het ETS. Welke wijzigingen houdt dit in en waarom zijn die nu vereist?

Op basis van het voorstel van de Europese Commissie van 2014 bespreken het Europees Parlement en de Raad momenteel wetgeving om het EU-ETS te hervormen door de invoering van een marktstabiliteitsreserve (MSR). Die MSR is ontworpen om de schokbestendigheid van het EU-ETS in de toekomst te vergroten. Tegelijkertijd maakt die reserve het mogelijk de negatieve effecten van het huidige aanzienlijke marktsurplus op stimulansen voor investeringen in CO2-besparende technologieën te neutraliseren. De medewetgevers bespreken momenteel MSR-ontwerpelementen die het tempo van absorptie van toewijzingsoverschotten in de MSR zullen bepalen.

Afgezien van dit hervormingsproces zal de Commissie kort na het bereiken van overeenstemming over de MSR-wetgeving verdere wijzigingen van de wetgeving voorstellen. Deze verdere wijzigingen zijn vereist voor de tenuitvoerlegging van de strategische richtsnoeren die de EU-leiders hebben gegeven m.b.t. de wijze waarop het EU-ETS moet functioneren in het decennium tot 2030. Hieronder valt een verhoging vanaf 2021 van de lineaire reductiefactor (het tempo waarmee het uitstootmaximum van jaar tot jaar wordt verlaagd) van 1,74% tot 2,2%.

Voorts zal de wetgeving worden gewijzigd om het voor de industrie mogelijk maken te profiteren van koolstoflekkagemaatregelen en van de gratis toewijzing van uitstootrechten in het tijdvak na 2020, overeenkomstig de door de EU-leiders overeengekomen beginselen.

Tot slot zal de ETS-richtlijn worden gewijzigd om een rechtsgrond te creëren voor de oprichting van een innovatiefonds en een moderniseringsfonds. Deze twee financiële instrumenten worden gefinancierd uit de opbrengsten van de uitstootrechten in de periode 2021-2030. Het innovatiefonds zal demonstratieactiviteiten op het gebied van koolstofarme technologieën in de gehele EU ondersteunen, terwijl het moderniseringsfonds de modernisering van de energiesystemen in lidstaten met lage inkomens zal ondersteunen.

Welke actie zal worden ondernomen voor het wegvervoer in het algemeen en personenwagens in het bijzonder?

Het vervoer is de grootste broeikasgasuitstotende sector na de energiesector. Het vervoer is verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van alle emissies en daarvan wordt ongeveer 80% veroorzaakt door het wegvervoer. De EU heeft reeds een uitgebreid pakket beleidslijnen en wetgevingshandelingen vastgesteld met het oog op een vermindering van die emissies en een matiging van het effect ervan op het klimaat, waaronder:

  • verplichte CO 2-streefcijfer voor auto's en bestelwagens;
  • een strategie om het brandstofverbruik en de CO 2-emissies van vrachtwagens en autobussen te verminderen;
  • streefcijfers voor het verhogen van het aandeel van hernieuwbare brandstoffen in het vervoer teneinde de broeikasgasemissies ten gevolge van het gebruik van brandstoffen in het wegvervoer te verminderen;
  • een verplichting voor overheidsinstanties om bij de aankoop van voertuigen rekening te houden met het energieverbruik en de CO 2-emissies;
  • wetgeving die de lidstaten ertoe verplicht nationale beleidskaders op te zetten voor de marktontwikkeling van alternatieve brandstoffen en de infrastructuur daarvoor.

De EU-leiders hebben opgeroepen tot een veelomvattende en technologieneutrale aanpak voor de bevordering van de uitstootvermindering en energie-efficiëntie in het vervoer, elektrisch vervoer en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in het vervoer, ook na 2020. De Commissie zal zich nu buigen over de instrumenten en maatregelen om, voortbouwend op successen uit het verleden, het vervoer koolstofarmer te maken.

In juni 2015 zal de Commissie een conferentie organiseren van de partijen die betrokken zijn bij de verdere ontwikkeling van een koolstofarmer wegvervoer.

Governance

Over welke instrumenten beschikt de Commissie om erover te waken dat de voorstellen van de energie-unie naar behoren worden uitgevoerd en gemonitord door de lidstaten en de andere partijen?

Om er zeker van te zijn dat energiegerelateerde acties op Europees, regionaal, nationaal en lokaal niveau telkens op een samenhangende wijze bijdragen tot de doelstellingen van de EU zal er een betrouwbaar, transparant en geïntegreerd governancesysteem voor de Europese Unie worden opgezet. Dat systeem moet ervoor zorgen dat de beleidsdoelstellingen van de Europese Unie daadwerkelijk worden bereikt, met name de totstandbrenging van de interne energiemarkt en van het klimaat‑ en energiekader voor 2030. Het governancesysteem moet investeerders ook langetermijnzekerheid bieden. Om dat te doen, moet het governanceproces de bestaande plannings‑ en rapporteringsmechanismen voor het energie- en klimaatbeleid stroomlijnen en onnodige administratieve lasten elimineren en tegelijkertijd waken over de uitvoering van het acquis communautairen. Het governancesysteem moet bovendien de samenwerking tussen de lidstaten en met de Commissie verdiepen. De Commissie zal jaarlijks verslag uitbrengen over de staat van de energie-unie teneinde de centrale kwesties te bespreken, de verwachte resultaten bekend te maken en het beleidsdebat aan te sturen.

Hoe zal onderzoek en innovatie bijdragen tot de agenda van de Europese Unie ?

Onderzoek en innovatie op energiegebied is een cruciale bouwsteen voor de opkomende energie-unie. In toenemende mate gecoördineerd, zowel door de Europese Unie als door de lidstaten ervan the European Union and by its Member States, bieden de huidige ontdekkingen op het gebied van energieonderzoek nieuwe kansen om een zekerder, duurzaam en concurrerend energiesysteem voor de toekomst tot stand te brengen.

Gezien het transversale karakter ervan dragen onderzoek en innovatie bij tot alle dimensies van de energie-unie en zullen zij Europa helpen zijn ambitieuze klimaat‑ en energiedoelstellingen te bereiken.

Een cruciale bijdrage tot de doelstellingen van de energie-unie zal worden geleverd door de uitvoering van Horizon 2020 Horizon 2020, het EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie waarvoor bijna 80 miljard EUR is uitgetrokken. Deze financiële steun zal een belangrijke rol als katalysator en hefboom spelen bij de ontwikkeling van de veilige, schone en efficiënte energietechnologieën van de toekomst. Het energiethema Energy theme, één van de grote maatschappelijke uitdagingen waarop dit programma een antwoord wil bieden, is breed en verstrekkend en zal bijdragen tot een verbetering van de levenskwaliteit van de burger en de bescherming van het milieu en zal de Europese industrie duurzamer en concurrerender maken.

Hoe zal het Europese cohesiebeleid bijdragen tot de strategie van de energie-unie?

Het cohesiebeleid zal een belangrijke rol spelen bij de daadwerkelijke totstandbrenging van de energie-unie, met projecten die op energiegebied reële baten opleveren voor de burger. Het cohesiebeleid, dat over een aanzienlijke financieringsenveloppe beschikt voor investeringen ten behoeve van de overgang naar een koolstofarme economie, namelijk ongeveer 38 miljard EUR voor het tijdvak 2014-2020, zal de lidstaten, de regio's, lokale overheden en steden helpen om zeer noodzakelijke investeringen in energie-efficiëntie in gebouwen, hernieuwbare energie, slimme netwerken of duurzaam stedelijk vervoer ten uitvoer te leggen. In overeenstemming met een aantal essentiële doelstellingen van de energie-unie, zullen onze investeringen ertoe bijdragen de dure invoer van energieproducten te verminderen, onze energiebronnen te diversifiëren, energiearmoede aan te pakken, emissies te verminderen, banen te creëren en kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen.

De Commissie buigt zich momenteel over het verstrekken van extra steun aan de lidstaten in de vorm van technische bijstand, met name inzake financieringsinstrumenten, wat ook van wezenlijk belang zal zijn voor het aanpakken van de uitdagingen op het vlak van energie-efficiëntie.

[1]Effectbeoordeling betreffende het klimaat‑ en energiekader voor 2030, blz. 78, tabel 14.

MEMO/15/4485

 

Voor het publiek:


Delen

Terug naar boven