r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter
Niet/beperkt geactualiseerd na 12 januari 2016.

Staat van de Europese Unie 2015

Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders
Bron: Rijksoverheid.nl

Het kabinet wilde in 2015 een democratische en concurrerende Europese Unie die zich inzet voor alle burgers. Dit kwam naar voren in de Staat van de Europese Unie 2015 die minister Koenders op 24 februari naar de Tweede Kamer heeft verzonden.

Het kabinet hanteerde daarbij drie uitgangspunten voor het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2016:

  • beperken tot hoofdzaken
  • innovatieve groei en banen
  • draagvlak en verbinding

Volgens het kabinet heeft Nederland belang bij een goed functionerende Europese Unie die dicht bij de burger staat en zich richt op hoofdzaken: werkgelegenheid, interne en externe veiligheid, en een goed energie- en klimaatbeleid.

Op 14 april 2015 werd tijdens de Algemene Europese Beschouwingen in de Eerste Kamer gesproken over de Staat van de Europese Unie 2015. De situatie in Oekraïne, het Midden-Oosten en het TTIP-verdrag stonden onder meer centraal tijdens dit debat.

Delen

Inhoud

1.

Uitdagingen

De EU moest zich volgens het kabinet sterker richten op zaken waar ze een meerwaarde heeft en aan lidstaten overlaten wat die zelf kunnen doen. Voor een aantal problemen was een Europese oplossing nodig.

Economie

De economie begon zich te herstellen, maar is nog steeds kwetsbaar. Het kabinet vindt de Europese Unie van groot belang voor de welvaart en het groeivermogen van Nederland. Daarom is het stimuleren van economische groei en versterking van de concurrentiepositie van Europa belangrijk om ook in de toekomst te zorgen voor welvaart, welzijn en banen.

Sociaal beleid

De hervorming van de economie en de versterkte samenwerking in de EMU moesten duidelijkere resultaten opleveren voor de burgers. Het bevorderen van de interne markt, duurzame groei, betere concurrentiekracht en het tegengaan van uitbuiting moeten leiden tot meer werkgelegenheid.

Energie

Mede door de verslechterde relatie met Rusland werd het veiligstellen van de energievoorziening belangrijker. Het kabinet wilde daarom inzetten op meer energiebesparing en meer hernieuwbare energie. Dat beperkt ook de klimaatverandering. Nederland loopt echter achter, vergeleken met andere lidstaten, bij de gezamenlijke Europese doelstellingen.

Veiligheid, vrijheid en recht

Terrorisme, cybercriminaliteit en georganiseerde misdaad zijn vaak grensoverschrijdend en kunnen in die gevallen beter bestreden worden door samenwerking binnen de EU. Daarbij streefde het kabinet naar een goede balans tussen veiligheid en bescherming van de privacy.

Europa in de wereld

Ten oosten en zuiden van Europa nam de instabiliteit toe. Dat raakt ook de veiligheid van Europa. De EU moet eensgezind en vastberaden optreden.

2.

Inzet van het kabinet

Ook voor het EU-voorzitterschap in 2016, werden drie uitgangspunten gekozen:

  • 1. 
    Een Europa dat zich richt op hoofdzaken

De EU moet zich richten op zaken die belangrijk zijn voor burgers en bedrijven. Doelstellingen daarbij zijn:

  • een Unie van banen, groei en concurrentievermogen. Hierbij wordt onder meer aangestuurd op voltooiing van de interne markt met name wat betreft diensten, energie en online aankopen; investeringen; internationale handelsovereenkomsten; stabilisatie en groei door een solide en veerkrachtige Economische en Monetaire Unie
  • samenlevingen die kunnen activeren en beschermen, onder andere door bestrijding van jeugdwerkloosheid, belastingontwijking en schijnconstructies
  • betaalbare energie voor bedrijven en burgers, energiezekerheid en duurzame energie
  • een Unie van vrijheid, veiligheid en recht. Van belang daarbij zijn het beheersbaar maken van migratie, het voorkomen en bestrijden van misdaad en terrorisme en verbeterde justitiële samenwerking tussen lidstaten
  • een doeltreffend gemeenschappelijk optreden in de wereld. De EU richt zich daarbij onder meer op het stimuleren van stabiliteit, welvaart en democratie in de naaste omgeving van de Unie
  • 2. 
    Innovatieve groei en banen

De beste vorm van Europees sociaal beleid is volgens het kabinet het creëren van omstandigheden voor groei, zodat mensen aan het werk kunnen. Investeren in onderwijs, onderzoek en innovatie is daarbij van belang.

  • 3. 
    Draagvlak en verbinding: een Europa van en voor de burgers

De Unie kan alleen succesvol zijn als burgers inzicht hebben in wat de Europese Unie doet, daarbij betrokken zijn en er invloed op kunnen uitoefenen. Alleen dan kan draagvlak worden versterkt voor wat in Brussel wordt besloten en wordt Europees bestuur als legitiem ervaren.

Een sterkere rol van nationale parlementen in Europa is daarbij noodzakelijk. Ook betere regelgeving kan leiden tot meer steun voor de EU. De EMU moet meer democratisch gaan functioneren.

3.

Belangrijke thema's

Het kabinet wilde in 2015 aan een aantal onderwerpen extra aandacht besteden:

Hervormingen van de Europese instellingen

De EU moest het vertrouwen van de burgers terugwinnen. Voor maatregelen die daarin kunnen voorzien is geen verdragswijziging nodig.

Versterking van de Europese economie

Nederland had in de visie van het kabinet nog veel te winnen bij verdere economische integratie, het terugdringen van administratieve lasten en het creëren van open markten. Vervolmaking van de Europese interne markt blijft een van de belangrijkste Nederlandse prioriteiten. De bankenunie vormt een belangrijke bijdrage aan de financiële stabiliteit binnen de EMU en het functioneren van de interne markt voor financiële diensten. Verdere verdieping van de interne markt, met name op het terrein van de digitale economie, dienstensector en energie, was wenselijk. Ook moeten lidstaten de aanbevelingen in het kader van het toezicht op hun begrotingen beter uitvoeren.

Slagvaardig internationaal optreden

Het kabinet wilde inzetten op een Europees buitenlands beleid dat Nederland en zijn omgeving veiliger maakt, rechtvaardigheid centraal stelt (bevordering van mensenrechten, democratie en rechtsstaat) en rekening houdt met de toekomst (inspringen op uitdagingen zoals energie, milieu, water, klimaat, grondstoffen, en cybersecurity). Defensiesamenwerking in de EU moest worden versterkt. Het kabinet wilde het nabuurschapsbeleid herzien; samenwerking betekent niet toekomstig lidmaatschap van de EU. Verder moest de EU blijven werken aan handelsovereenkomsten met andere partners, ook met de VS in de vorm van een vrijhandelsverdrag (TTIP).

4.

Debat in de Tweede Kamer

Het debat in het Nederlandse parlement over de Staat van de Europese Unie vond plaats op 2 april. Er werd veel gesproken over het vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten en de EU en de Europese defensiesamenwerking.

Volgens de VVD moet Europa afmaken waar het aan was begonnen, namelijk de interne markt. Bas van 't Wout, woordvoerder Europese Zaken (VVD): "Of het nu gaat om transport en logistiek, dienstverlening, de digitale markt of de energiemarkt; we zijn er nog lang niet. Zeker voor een open handelsland als Nederland laten wij daarmee enorme kansen liggen op meer welvaart en meer banen."

Andere partijen staan kritisch tegenover het vrijhandelsverdrag TTIP en vragen zich af hoe ver het precies mag gaan. Esther Ouwehand (PvdD): "De Europese markt gaat samen met de Amerikaanse, waar de standaarden anders zijn dan hier. De zorgen — onder andere ingegeven door het Landbouw Economisch Instituut — zijn dat de Europese boeren, de Nederlandse boeren daar het slachtoffer van zullen zijn."

Namens de SP plaatste Dennis de Jong vraagtekens bij de democratische geldigheid van TTIP: "De grote bedrijven mogen deelnemen aan overleg met Amerikaanse en Europese ambtenaren, maar mogen het Europees Parlement en de nationale regeringen nog iets veranderen aan de uitkomst van dat overleg, of mogen zij alleen ja of nee zeggen?"

PvdA-minister Ploumen begrijpt het wantrouwen tegen het vrijhandelsverdrag. Volgens haar heeft het kabinet duidelijke eisen gesteld. Ploumen: "Als dat verdrag de rode lijnen overschrijdt, dan tekent Nederland het niet."

5.

Stemmingen

Op 7 april stemde de Tweede Kamer over een aantal moties die tijdens het debat over de Staat van de Europese Unie werden ingediend.

aangenomen

De Kamer nam een motie aan om een 'begrotingstop' te organiseren tijdens het Nederlands voorzitterschap. "Nu worden jaarlijks miljarden aan Europese uitgaven niet verantwoord en wordt de begroting in achterkamertjes voor zeven jaar dicht getikt", aldus D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma.

Daarnaast stemde een meerderheid van het parlement in met het verzoek inzichtelijk te maken hoe de reguleringsagenda van de Europese Commissie gemeten moet worden. Eurocommissaris Frans Timmermans wil namelijk de 'regeldruk' voor lidstaten vanuit Brussel verminderen.

De Tweede Kamer stemde eveneens in met moties om van de bestrijding van antisemitisme, een vernieuwde detacheringsrichtlijn en de strijd tegen belastingontduiking speerpunten te maken tijdens het Nederlands voorzitterschap volgend jaar. Een voorstel dat de Europese Raad zich moet inzetten voor de beoordeling van Europese normen in lidstaten, werd ook aangenomen.

De Kamer stemde ook in met een motie waarin de regering wordt gevraagd zich samen met andere Europese lidstaten solidair te verklaren met Zweden in de ruzie met Saoedi-Arabië over mensenrechten.

verworpen

Het voorstel van GroenLinks, PvdA en D66 om van de Europese Commissie vervanging te eisen van het eerder afgewezen 'afvalpakket', werd afgewezen. Het oude pakket zou naar verwachting 580.000 banen opleveren en bevatte bindende maatregelen voor Europese lidstaten om afval te recyclen. Er ligt op dit moment geen nieuw voorstel.

Ook moties van Esther Ouwehand (PvdD) voor het beëindigen van de TTIP-onderhandelingen en van Geert Wilders (PVV) voor een Nederlands vertrek uit de EU werden afgewezen.

6.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven