r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Opkopen staatsobligaties door ECB

Het gebouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt
Bron: Wikimedia/Epizentrum

De Europese Centrale Bank (ECB) koopt sinds 1 november 2019 maandelijks voor 20 miljard aan staatsobligaties op om de economie te stimuleren en de inflatie aan te jagen. Eerder, van begin 2015 tot 1 januari 2019, voerde de ECB ook een opkoopprogramma. Toen kocht de ECB maandelijks voor 60 miljard aan obligaties op, en tijdelijk zelfs 80 miljard. Bij beëindiging van het opkoopprogramma op 1 januari 2019 stond er voor 2.600 miljard euro aan obligaties op de balans van de ECB.

De ECB wil op termijn dat geld voorzichtig herinvesteren, maar doet dat momenteel vooral door met dat geld nieuwe staatsobligaties te kopen.

Het programma is omstreden; sommige lidstaten en ook een aantal economen vreesden dat de maatregel nauwelijks effect zou hebben. Bovendien zou de operatie vooral goed uitpakken voor landen met grote tekorten en hoge staatsschulden, wat er mogelijk toe zou leiden dat ze niet de benodigde maatregelen nemen om hun tekorten terug te dringen en hervormingen doorvoeren. De ECB voert anno 2019 aan dat het opkoopprogramma nuttig is, omdat verschillende omstandigheden de Europese economie bedreigen. Daarbij valt te denken aan de brexit en de handelsoorlog tussen de VS en China.

Inhoud

1.

Staatsobligaties

Veel Europese landen hebben een flink tekort op hun begroting. Omdat ze geen geld 'in kas' hebben, moeten ze geld lenen om uitgaven te kunnen doen. Zulke leningen heten staatsobligaties. Het zijn vaak banken die in grote hoeveelheden staatsobligaties bezitten. De ECB vermindert de hoeveelheid leningen bij de banken door het opkopen van staatsobligaties; de banken kunnen daardoor weer makkelijker geld uitlenen aan burgers en bedrijven. Die kunnen met dat geleende geld producten kopen of investeren, en dat is volgens de ECB goed voor de economie. Daarnaast daalt ook de rente op de staatsobligaties doordat de ECB als grote geldschieter op de markt komt. De regeringen in geldnood kunnen daardoor goedkoper lenen.

Deze theorie is niet onomstreden. De president van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot, heeft zich bijvoorbeeld verzet tegen de denkwijze van de ECB. Zijn stelling is dat het ook zonder inmenging van de centrale bank mogelijk is om geld aan burgers te lenen en de inflatie op een goed peil te houden.

2.

Het opkoopprogramma

De Europese Centrale Bank én de nationale centrale banken van de landen uit de eurozone kopen maandelijks voor miljarden euro's aan leningen van financiële instellingen op. Dit geeft financiële instellingen de ruimte om nieuwe leningen aan te gaan. De opgekochte leningen bestaan voor het overgrote deel uit staatsobligaties. Andere leningen die worden opgekocht zijn bijvoorbeeld obligaties van de Europese Investeringsbank (EIB) of soortgelijke instellingen.

Het opkoopprogramma van staatsobligaties komt bovenop het bestaande opkoopprogramma van gebundelde en 'herverpakte' leningen van banken aan bedrijven dat kan oplopen tot enkele miljarden per maand. Dit programma wordt meegerekend in het totaal van de maximaal toegestane steunaankopen per maand.

Beperken risico

De ECB wil voorkomen dat zij en de nationale centrale banken met slechte leningen komen te zitten en dat zij veel risico op verliezen binnenhalen. Daarom moeten de leningen een minimale kredietwaardigheid hebben om te mogen worden aangekocht.

Om te voorkomen dat landen elkaars mogelijke verliezen moeten dekken, wordt het opkopen van staatsleningen voor het grootste deel door de nationale centrale banken uitgevoerd. Iedere lidstaat koopt staatsleningen uit het eigen land. De ECB koopt een klein deel van de staatsleningen van alle landen op, en de leningen van de EIB. In totaal is de ECB goed voor zo'n 20 procent van alle steunaankopen, en het risico op die leningen worden gedeeld door alle lidstaten.

Iedere lidstaat koopt staatsobligaties op naar verhouding van de aandeel dat die lidstaat in de ECB heeft. Nederland heeft 5,6 procent van de aandelen in de ECB. Voor elke 100 miljard euro aan staatsobligaties zou de ECB - via De Nederlandse Bank - voor 5,6 miljard euro Nederlandse obligaties opkopen.

Verlenging & uitbreiding programma

Het programma zou in eerste instantie anderhalf jaar duren, en de ECB zou een maximum van 1140 miljard euro aan steunaankopen doen. In december 2015 werd het programma verlengd, en in maart 2016 uitgebreid.

In eerste instantie kwamen alleen staatsobligaties in aanmerking voor het opkoopprogramma, omdat het heel veilige beleggingen betreft. Vanaf maart 2016 kwamen ook bedrijfsobligaties voor het programma in aanmerking. Voorwaarde hiervoor is wel dat een bedrijf financieel solide is. Banken bleven uitgesloten van het programma.

Afbouw & beëindiging programma

Met ingang van 2018 werd het programma beperkt tot 30 miljard euro per maand, een halvering van het originele programma. Dit maandbedrag werd per september 2018 opnieuw gehalveerd naar 15 miljard euro per maand. Het programma stopte op 1 januari 2019. Sindsdien kocht de ECB alleen nog staatsobligaties op met geld dat vrijkomt uit de winst die gehaald is uit de aflossing van oude leningen.

Start nieuw programma

In september 2019 kondigde de ECB een nieuw opkoopprogramma aan, dat een maandelijkse omvang van 20 miljard heeft en per 1 november van start gaat.

3.

Niet gekozen alternatieven voor het opkoopprogramma

Het opkopen van schulden kan op verschillende manieren. Voor het besluit van 22 januari 2015 werd er gespeculeerd over een aantal opties:

Optie 1: opkopen naar rato

Deze optie richt zich op het vergroten van de hoeveelheid geld (liquiditeit) in het financiële systeem. De ECB koopt dan staatsschulden op naar verhouding van de aandelen die de verschillende landen in de ECB hebben. Nederland heeft 5,6 procent van de aandelen in de ECB.

Optie 2: alleen triple A

Hierbij koopt het ECB alleen solide (triple A) staatsobligaties op. Dit zijn obligaties die het meest veilig zijn beoordeeld en dus weinig risico opleveren. De rente op deze obligaties is al zeer laag en het opkopen van deze obligaties door de ECB zal de rente verder verlagen naar nul of minder (negatief). Op deze manier komt er geld vrij voor investeringen in risicovollere schulden waaronder leningen aan bedrijven en consumenten. Een tweede voordeel is dat het ECB alleen staatspapieren kan kopen bij de sterke landen en dus niet de landen met een slechte begrotingsdiscipline rechtstreeks steunt.

Optie 3: nationale centrale banken

Bij de derde optie kopen de nationale centrale banken de staatsobligaties van hun eigen land op. In Nederland zou dan De Nederlandse Bank staatsobligaties opkopen. Zo ligt het risico bij de landen zelf. De centrale banken van de eurozone steunen elkaar onderling echter wel.

Het uiteindelijke programma is een mix van optie 1 en optie 3.

4.

Kritiek

Het besluit om tot een grootschalig opkoopprogramma, de zogeheten 'monetaire verruiming', over te gaan, is niet unaniem genomen. Nederland, Duitsland, Estland, Oostenrijk en het Duitse lid van het dagelijks bestuur van de bank zouden tegen de maatregel hebben gestemd. Met name de centrale banken van Nederland en Duitsland hebben zich gedurende het programma herhaaldelijk kritisch uitgelaten over het opkoopprogramma.

Wenselijk en toegestaan?

Het opkopen van staatsobligaties is een omstreden beleidsoptie. Vooral Duitsland toonde zich tegenstander van deze manier van investeren. De Bundesbank heeft altijd gewezen op het belang van begrotingsdiscipline van de lidstaten zelf. Jens Weidmann, president van de Bundesbank stelt bovendien dat deze vorm van kwantitatieve verruiming, een maatregel waarbij de overheid of centrale bank fors investeert in de nationale economie, geen garantie is op economisch herstel.

Het Duitse constitutionele hof verzocht het Europese Hof van Justitie om na te gaan of het opkopen van obligaties en monetaire verruiming (OMT) is toegestaan volgens de Europese verdragen. Deze oordeelde in juni 2015 dat dit mag en dat de ECB hierbij niet buiten zijn mandaat is getreden. Nadat het opkoopprogramma in 2016 werd uitgebreid werd in Duitsland opnieuw een zaak aangespannen. Ook hier oordeelde het Hof dat dit verdragswege was toegestaan.

Draghi wees eerder al de Duitse kritiek af: niets doen zou nog veel gevaarlijker zijn. Hij was bereid, indien nodig, de maatregel zonder instemming van de Duitsers door te voeren. Het hoofddoel van de ECB was prijsstabiliteit: een stijging van de prijzen van net onder de twee procent per jaar. Als er niets gedaan zou worden zou er mogelijk zelfs prijsdalingen (deflatie) plaatsvinden. Door de gekozen vorm (de risico's komen vooral te liggen bij de landen waar de leningen worden opgekocht) is deels aan de Duitse bezwaren tegemoetgekomen, al zijn die niet helemaal weggenomen.

Aannames verkeerd

Naast de Duitse weerstand bestaat er veel twijfel over deze maatregel. Verschillende economen stellen dat het opkopen van obligaties door de ECB vooral gunstig zal zijn voor banken en ministeries van financiën in landen met een grote staatsschuld. Dat zou een 'beloning van slecht gedrag' zijn. De aangekondigde maatregel is volgens hen geen wondermiddel en zowel de inflatie als de economische groei zullen in 2015, ondanks deze maatregel, hoe dan ook laag blijven.

Ook het Centraal Planbureau (CPB) uitte kritiek op het opkopen van obligaties door de ECB. Volgens het CPB is het effect van dit beleid niet bewezen. Dit komt doordat de onderzoeksmethode die de effecten meet niet klopt. De ECB zou met opzet een aantal onjuiste aannames hebben gedaan.

Het huidige lage prijspeil komt volgens velen ook door de lage energieprijzen en daar heeft monetair beleid geen invloed op.

5.

Houding Nederland

In Nederland heeft de ECB in totaal voor 115 miljard aan staatsobligaties opgekocht. Dat is 27,4% van de totale Nederlandse staatsschuld (cijfers uit 2017). In de Tweede Kamer was op 20 januari 2015 nog een meerderheid tegen het opkopen van staatsobligaties door de ECB, maar na het besluit van de ECB werd door sommige partijen milder gereageerd. De Kamer was kritisch over de uitbreiding van het programma, maar wijst er voorts op dat de ECB onafhankelijk is.

In maart 2016 deed CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma forse uitspraken over het net ingevoerde stimuleringspakket van de ECB. Volgens Buma ging de ECB hiermee buiten zijn mandaat, mede door de grote politieke consequenties van dit pakket.

President van De Nederlandsche Bank Klaas Knot herhaalde zijn bezwaren tegen het programma in diverse media. Naar verluidt stemde hij dan ook tegen de uitbreiding van het programma in 2016. Hij was blij met het afbouwen en beëindigen van het programma.

6.

Meer informatie

Terug naar boven