r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Opkopen staatsobligaties door ECB

Het gebouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt
Bron: Wikimedia/Epizentrum

De Europese Centrale Bank (ECB) koopt sinds 1 november 2019 maandelijks staatsobligaties op om de economie te stimuleren en de inflatie aan te jagen. Eerder, van begin 2015 tot 1 januari 2019, voerde de ECB ook een opkoopprogramma. Toen kocht de ECB maandelijks voor 60 miljard aan obligaties op, en tijdelijk zelfs 80 miljard.

Onder het huidige opkoopprogramma koopt de ECB elke maand 20 miljard aan staatsobligaties op. Niet iedereen is het eens met dit beleid. Onder andere Duitsland en Nederland laten zich regelmatig kritisch uit over het opkoopprogramma.

Begin maart 2020 heeft de ECB haar opkoopprogramma voor obligaties verruimd om zo de impact van de financiële crisis door het nieuwe coronavirus te verzachten. Daarnaast kondigde de ECB op 18 maart 2020 ook een extra opkoopprogramma aan van 750 miljard euro. Op 3 juni 2020 breidde de ECB dit opkoopprogramma uit met nog eens 600 miljard euro extra.

Inhoud

1.

Staatsobligaties

Veel Europese landen hebben een flink tekort op hun begroting. Omdat ze geen geld 'in kas' hebben, moeten ze geld lenen om uitgaven te kunnen doen. Zulke leningen heten staatsobligaties. Het zijn vaak banken die in grote hoeveelheden staatsobligaties bezitten. De ECB vermindert de hoeveelheid leningen bij de banken door het opkopen van staatsobligaties; de banken kunnen daardoor weer makkelijker geld uitlenen aan burgers en bedrijven. Die kunnen met dat geleende geld producten kopen of investeren, en dat is volgens de ECB goed voor de economie. Daarnaast daalt ook de rente op de staatsobligaties doordat de ECB als grote geldschieter op de markt komt. De regeringen in geldnood kunnen daardoor goedkoper lenen.

Deze theorie is niet onomstreden. De president van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot, heeft zich bijvoorbeeld verzet tegen de denkwijze van de ECB. Zijn stelling is dat het ook zonder inmenging van de centrale bank mogelijk is om geld aan burgers te lenen en de inflatie op een goed peil te houden.

2.

Het opkoopprogramma

De Europese Centrale Bank én de nationale centrale banken van de landen uit de eurozone kopen maandelijks voor miljarden euro's aan leningen van financiële instellingen op. Dit geeft financiële instellingen de ruimte om nieuwe leningen aan te gaan. De opgekochte leningen bestaan voor het overgrote deel uit staatsobligaties. Andere leningen die worden opgekocht zijn bijvoorbeeld obligaties van de Europese Investeringsbank (EIB) of soortgelijke instellingen

Om te voorkomen dat de ECB en de nationale centrale banken met slechte, risicovolle leningen komen te zitten moeten de leningen een minimale kredietwaardigheid hebben om te mogen worden aangekocht. Het opkopen van staatsleningen wordt voor het grootste deel uitgevoerd door de nationale centrale banken, dit om te voorkomen dat de landen elkaars mogelijke verliezen moeten dekken. De ECB koopt de leningen van de EIB en een klein deel van de staatsleningen van alle landen op. In totaal is de ECB goed voor zo'n 20 procent van alle steunaankopen. Het risico op de leningen worden gedeeld door alle lidstaten.

Start van het opkoopprogramma

In oktober 2014 begon de ECB met het opkoopprogramma, het Asset Purchases Programme. Het programma zou in eerste instantie anderhalf jaar duren met een maximum van 1140 miljard euro. De ECB maakte in december 2015 bekend het programma te verlengen, in maart 2016 werd het programma uitgebreid. In eerste instantie kwamen alleen staatsobligaties in aanmerking voor het opkoopprogramma, omdat het heel veilige beleggingen betreft. Vanaf maart 2016 kwamen ook bedrijfsobligaties voor het programma in aanmerking. Voorwaarde hiervoor is dat een bedrijf financieel solide is. Banken bleven uitgesloten van het programma.

Afbouw & beëindiging van het opkoopprogramma

Met ingang van 2018 werd het programma beperkt tot 30 miljard euro per maand, een halvering van het originele programma. Dit maandbedrag werd per september 2018 opnieuw gehalveerd naar 15 miljard euro per maand. Het programma stopte op 1 januari 2019. Na 1 januari 2019 kocht de ECB alleen nog staatsobligaties op met het geld dat vrijkomt uit de winst die gehaald werd uit de aflossing van oude leningen.

Start nieuw opkoopprogramma

In september 2019 kondigde de ECB een nieuw opkoopprogramma aan. Dit programma had een maandelijkse omvang van 20 miljard en ging per 1 november 2020 van start. Het opkoopprogramma werd in het voorjaar van 2020 verruimd. Lagarde kondigde aan nog 120 miljard euro meer aan obligaties op te kopen.

Extra opkoopprogramma coronacrisis

In mei 2020 kondigde de ECB een extra opkoopprogramma aan van 750 miljard euro, het Pandemic Emergency Purchase Programme. Het doel van het opkoopprogramma is om de financiële schade door het coronavirus af te wenden. Op 3 juni 2020 maakte de ECB bekend het opkoop programma uit te breiden met nog eens 600 miljard extra. Zo kwam het totaal van het opkoopprogramma uit op 1350 miljard euro. Daarnaast maakte de ECB ook bekend het programma met een half jaar de verlengen tot eind juni 2021.

Dit extra opkoopprogramma betekent dat de ECB de eigen regels herziet. De ECB heeft altijd een limiet gehad van wat zij volgens eigen regels kan opkopen, om zo niet de grootste schuldeiser van een land te worden. Het hoofd van de ECB, Christine Lagarde, benadrukte echter dat er bij de ECB geen limiet bestaat als het gaat om de toewijding aan de euro.

3.

Kritiek

Het besluit om in 2014 tot een grootschalig opkoopprogramma, de zogeheten 'monetaire verruiming', over te gaan, is niet unaniem genomen. Nederland, Duitsland, Estland, Oostenrijk en het Duitse lid van het dagelijks bestuur van de bank zouden tegen de maatregel hebben gestemd. Met name de centrale banken van Nederland en Duitsland hebben zich gedurende het programma herhaaldelijk kritisch uitgelaten over het opkoopprogramma.

Het opkopen van staatsobligaties is een omstreden beleidsoptie. Vooral Duitsland toonde zich tegenstander van deze manier van investeren. De Bundesbank heeft altijd gewezen op het belang van begrotingsdiscipline van de lidstaten zelf. Jens Weidmann, president van de Bundesbank stelt bovendien dat deze vorm van kwantitatieve verruiming, een maatregel waarbij de overheid of centrale bank fors investeert in de nationale economie, geen garantie is op economisch herstel.

Het Duitse constitutionele hof verzocht het Europese Hof van Justitie om na te gaan of het opkopen van obligaties en monetaire verruiming (OMT) is toegestaan volgens de Europese verdragen. Deze oordeelde in juni 2015 dat dit mag en dat de ECB hierbij niet buiten zijn mandaat is getreden. Nadat het opkoopprogramma in 2016 werd uitgebreid werd in Duitsland opnieuw een zaak aangespannen. Ook hier oordeelde het Hof dat dit verdragsmatig was toegestaan.

Op 5 mei 2020 oordeelde het Duitse Constitutionele Hof echter dat de grootschalige opkoop van staatsobligaties illegaal is. Het Hof stelde dat de ECB haar mandaat overschrijdt door de staatsschuld op te kopen. De Duitse Centrale Bank mag niet meer deelnemen aan het opkoopprogramma, tenzij de ECB een nieuw besluit neemt waarin ze het programma een betere onderbouwing geeft. Het Europese Hof van Justitie heeft de uitspraak als onrechtmatig verklaard. Volgens het Europese Hof zijn zij als enige bevoegd om te oordelen over Europese instanties zoals de ECB.

4.

Houding Nederland

In september 2019 sprak de president van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot, zich kritisch uit over het beleid van de ECB. Hij gaf aan te twijfelen over de effectiviteit van het opkoopprogramma. Knot sprak zijn zorgen uit in een formele verklaring op de website van de Nederlandsche Bank.

5.

Meer informatie

Terug naar boven