r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Opkopen staatsobligaties door ECB

De Europese Centrale Bank (ECB) startte begin 2015 met het opkopen van staatsobligaties om de economie te stimuleren en de inflatie aan te jagen. In oktober 2017 kondigde de ECB aan het programma af te zullen gaan bouwen, waar het in maart 2016 nog was uitgebreid. De verbeterde economische omstandigheden en aangetrokken inflatie waren voor de ECB reden dat de steun kon worden verlaagd, maar het herstel was nog niet goed genoeg dat de ECB al helemaal wil stoppen met het opkoopprogramma. Afhankelijk van hoe de economie zich ontwikkelt kan de ECB het programma helemaal stoppen of weer uitbreiden.

 
Het gebouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt
Bron: Epizentrum - Wikimedia

De ECB heeft sinds 2015 tot 60 miljard euro per maand aan obligaties opgekocht. In maart 2016 werd de limiet tijdelijk opgerekt naar 80 miljard en mochten ook bedrijfsobligaties worden opgekocht. Met het besluit van eind oktober is de limiet vanaf 1 januari 2018 30 miljard euro per maand. Inmiddels heeft de ECB voor ruim 2.100 miljard euro aan obligaties op haar balans staan. De ECB wil op termijn dat geld voorzichtig herinvesteren.

Het programma is omstreden; sommige lidstaten en ook een aantal economen vrezen dat de maatregel nauwelijks effect zal hebben. Bovendien zou de operatie vooral goed uitpakken voor landen met grote tekorten en hoge staatsschulden, wat er mogelijk toe zou leiden dat ze niet de benodigde maatregelen nemen om hun tekorten terug te dringen en hervormingen doorvoeren. De president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, heeft sinds 2015 zijn bedenkingen geuit tegen het opkoopprogramma.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Staatsobligaties

Veel Europese landen hebben een flink tekort op hun begroting. Omdat ze geen geld 'in kas' hebben, moeten ze geld lenen om uitgaven te kunnen doen. Zulke leningen heten staatsobligaties. Als regeringen veel lenen, wordt het voor particulieren en bedrijven moeilijker om geld te lenen: daar is in feite te weinig geld voor beschikbaar. De ECB vermindert de hoeveelheid leningen bij de banken door het opkopen van staatsobligaties; de banken kunnen daardoor weer makkelijker geld uitlenen aan burgers en bedrijven. Die kunnen met dat geleende geld producten kopen of investeren, en dat is goed voor de economie. Daarnaast daalt ook de rente op de staatsobligaties doordat de ECB als grote geldschieter op de markt komt. De regeringen in geldnood kunnen daardoor goedkoper lenen.

2.

Het opkoopprogramma

De Europese Centrale Bank én de nationale centrale banken van de landen uit de eurozone kopen maandelijks voor miljarden euro's aan leningen van financiële instellingen op. Dit geeft financiële instellingen de ruimte om nieuwe leningen aan te gaan. De opgekochte leningen bestaan voor het overgrote deel uit staatsobligaties. Andere leningen die worden opgekocht zijn bijvoorbeeld obligaties van de Europese Investeringsbank (EIB) of soortgelijke instellingen.

Het opkoopprogramma van staatsobligaties komt bovenop het bestaande opkoopprogramma van gebundelde en 'herverpakte' leningen van banken aan bedrijven dat kan oplopen tot enkele miljarden per maand. Dit programma wordt meegerekend in het totaal van de maximaal toegestane steunaankopen per maand.

Beperken risico

De ECB wil voorkomen dat zij en de nationale centrale banken met slechte leningen komen te zitten en dat zij veel risico op verliezen binnenhalen. Daarom moeten de leningen een minimale kredietwaardigheid hebben om te mogen worden aangekocht.

Om te voorkomen dat landen elkaars mogelijke verliezen moeten dekken, wordt het opkopen van staatsleningen voor het grootste deel door de nationale centrale banken uitgevoerd. Iedere lidstaat koopt staatsleningen uit het eigen land. De ECB koopt een klein deel van de staatsleningen van alle landen op, en de leningen van de EIB. In totaal is de ECB goed voor zo'n 20 procent van alle steunaankopen, en het risico op die leningen worden gedeeld door alle lidstaten.

Iedere lidstaat koopt staatsobligaties op naar verhouding van de aandeel dat die lidstaat in de ECB heeft. Nederland heeft 5,6 procent van de aandelen in de ECB. Voor elke 100 miljard euro aan staatsobligaties zou de ECB - via De Nederlandse Bank - voor 5,6 miljard euro Nederlandse obligaties opkopen.

Verlenging & uitbreiding programma

Het programma zou in eerste instantie anderhalf jaar duren, en de ECB zou een maximum van 1140 miljard euro aan steunaankopen doen. In december 2015 werd het programma verlengd, en in maart 2016 uitgebreid. Met ingang van 2018 is het programma beperkt tot 30 miljard euro per maand, een halvering van het originele programma. Het programma loopt in ieder geval door tot september 2018.

In eerste instantie kwamen alleen staatsobligaties in aanmerking voor het opkoopprogramma, omdat het heel veilige beleggingen betreft. Vanaf maart 2016 komen ook bedrijfsobligaties voor het programma in aanmerking. Voorwaarde hiervoor is wel dat een bedrijf financieel solide is. Banken blijven uitgesloten van het programma.

Het totaal aan aankopen op de balans van de ECB staat op ruim 2.100 miljard euro, en dat kan oplopen tot 2.400 miljard. De ECB heeft laten weten geld te willen herinvesteren. De regel die daar voor gehanteerd wordt is dat geld uit een bepaalde lidstaat wel wordt geïnvesteerd in die lidstaat.

Opkopen

Op 9 maart 2015 begon de ECB met het opkopen van staatsobligaties. Dit leidde tot een daling in de waarde van de euro. Het vooruitzicht van de stimuleringsmaatregelen van de ECB zorgde in de maanden daarvoor al voor een run op Europese staatsobligaties, waardoor de rente op de leningen daalde tot ongekend lage niveaus. In maart 2016 had het nieuwe stimuleringspakket van de ECB wederom een groot effect op de obligatiemarkt: de rentes op Europese staatsleningen gingen omlaag en de beurzen omhoog.

De lagere rente op de staatsleningen is voor de lidstaten voordelig - zij hoeven miljarden minder uit te geven om hun schulden af te betalen.

3.

Kritiek

Het besluit om tot een grootschalig opkoopprogramma, de zogeheten 'monetaire verruiming', over te gaan, is niet unaniem genomen. Nederland, Duitsland, Estland, Oostenrijk en het Duitse lid van het dagelijks bestuur van de bank zouden tegen de maatregel hebben gestemd. Met name de centrale banken van Nederland en Duitsland hebben zich gedurende het programma herhaaldelijk kritisch uitgelaten over het opkoopprogramma.

Wenselijk en toegestaan?

Het opkopen van staatsobligaties is een omstreden beleidsoptie. Vooral Duitsland toonde zich tegenstander van deze manier van investeren. De Bundesbank heeft altijd gewezen op het belang van begrotingsdiscipline van de lidstaten zelf. Jens Weidmann, president van de Bundesbank stelt bovendien dat deze vorm van kwantitatieve verruiming, een maatregel waarbij de overheid of centrale bank fors investeert in de nationale economie, geen garantie is op economisch herstel.

Het Duitse constitutionele hof verzocht het Europese Hof van Justitie om na te gaan of het opkopen van obligaties en monetaire verruiming (OMT) is toegestaan volgens de Europese verdragen. Deze oordeelde in juni 2015 dat dit mag en dat de ECB hierbij niet buiten zijn mandaat is getreden.

Draghi wees eerder al de Duitse kritiek af: niets doen zou nog veel gevaarlijker zijn. Hij was bereid, indien nodig, de maatregel zonder instemming van de Duitsers door te voeren. Het hoofddoel van de ECB was prijsstabiliteit: een stijging van de prijzen van net onder de twee procent per jaar. Als er niets gedaan zou worden zou er mogelijk zelfs prijsdalingen (deflatie) plaatsvinden. Door de gekozen vorm (de risico's komen vooral te liggen bij de landen waar de leningen worden opgekocht) is deels aan de Duitse bezwaren tegemoetgekomen, al zijn die niet helemaal weggenomen.

Aannames verkeerd

Naast de Duitse weerstand bestaat er veel twijfel over deze maatregel. Verschillende economen stellen dat het opkopen van obligaties door de ECB vooral gunstig zal zijn voor banken en ministeries van financiën in landen met een grote staatsschuld. Dat zou een 'beloning van slecht gedrag' zijn. De aangekondigde maatregel is volgens hen geen wondermiddel en zowel de inflatie als de economische groei zullen in 2015, ondanks deze maatregel, hoe dan ook laag blijven.

Het huidige lage prijspeil komt volgens velen ook door de lage energieprijzen en daar heeft monetair beleid geen invloed op.

4.

Houding Nederland

In de Tweede Kamer was op 20 januari 2015 nog een meerderheid tegen het opkopen van staatsobligaties door de ECB, maar na het besluit van de ECB werd door sommige partijen milder gereageerd. De Kamer was kritisch over de uitbreiding van het programma, maar wijst er voorts op dat de ECB onafhankelijk is.

In maart 2016 deed CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma forse uitspraken over het net ingevoerde stimuleringspakket van de ECB. Volgens Buma gaat de ECB hiermee buiten zijn mandaat, mede door de grote politieke consequenties van dit pakket.

President van De Nederlandsche Bank Klaas Knot herhaalde zijn bezwaren tegen het programma in diverse media. Naar verluidt stemde hij dan ook tegen de uitbreiding van het programma in 2016.

5.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven