r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI)

Het investeringsfonds van de Commissie-Juncker (vandaar de bijnaam 'het Junckerfonds') moet door middel van gerichte investeringen de structurele economische groei in de Europese Unie bevorderen. Officieel heet het fonds het European Fund for Strategic Investments (EFSI). De ruim 300 miljard euro die in het fonds wordt gestopt zal deels publiek worden gefinancierd, maar het overgrote deel zal aangetrokken privaat kapitaal beslaan. In het fonds is een centrale rol weggelegd voor de Europese Investeringsbank.

Het fonds wordt aangewend voor investeringen op het terrein van infrastructuur, onderzoek, duurzaamheid en het midden- en kleinbedrijf; sectoren die de economische groei verder moeten aanjagen. Tijdens een overleg in de Tweede Kamer halverwege april 2015 gaf eurocommissaris Jyrki Katainen aan dat er vooral veel kansen en uitdagingen liggen op het gebied van energie en digitalisering.

Het fonds was nog voor het aantreden van de Europese Commissie al door Commissievoorzitter Juncker aangekondigd. Op 1 juni 2016 is het Europees investeringsprojectenportaal (EIPP) van start gegaan. Dit online platform is een onderdeel van het EFSI en moet Europese projectontwikkelaars en investeerders uit de EU en daarbuiten samen brengen. Op 8 november 2017 keurde de Raad een ontwerpverordening goed die de looptijd van het EFSI verlengt tot 2020 en daarnaast de financiële capaciteit van het fonds uitbreidt. De Europese Commissie heeft voorgesteld dit fonds vanaf 2021 onder te brengen bij InvestEU. In een mededeling van november 2018 gaf de Commissie aan extra aandacht te willen besteden aan het opheffen van knelpunten in regelgeving en het voortzetten van bedrijfsvriendelijke structurele hervormingen.

Delen

Inhoud

1.

Opbouw investeringsfonds

De Europese Commissie stelt zich garant voor 16 miljard euro. Om de garantie hard te maken wordt de helft daarvan, 8 miljard, meteen als reserve aangehouden. Dat is geld dat uit de Europese begroting wordt gehaald. Het Europees Parlement stelde in april 2015 als voorwaarde dat er hiervoor niet gekort mag worden op geld uit de begroting dat is bestemd voor innovatie en onderzoek.

De Europese Investeringsbank (EIB) maakt een eigen reservering van 5 miljard euro voor het fonds. Opgeteld bij de garantie van de Commissie is er 21 miljard euro aan garanties. Hiermee mag de EIB 63 miljard euro aan leningen uitschrijven.

De leningen van de EIB mogen een hoger risicoprofiel hebben dan gebruikelijk. De EIB zal met zogeheten 'first loss guarantees' een aanzienlijk deel van mogelijke verliezen bij investeringen op zich nemen. Door deze vorm van risicodekkende leningen wordt voor private partijen aantrekkelijker gemaakt om in het fonds te investeren.

Op basis van eerdere ervaringen van de Commissie en de EIB gaat de Commissie ervan uit dat nog eens 252 miljard euro aan privaat kapitaal kan worden aangetrokken. Uiteindelijk moet iedere euro waar de Commissie garant voor staat, het 15-voudige aan kapitaal opleveren.

Op 15 december 2016 hebben de EU-leiders afgesproken het fonds te verdubbelen tot 630 miljard euro. Daarnaast wordt het fonds met drie jaar verlengd tot 2022. Verder worden subsectoren als landbouw, visserij, bosbouw, bio-economie en e-infrastructuur toegevoegd. Ook moet het 'ambitieniveau' voor de interne markt voor diensten en de digitale markt omhoog.

Nationale Contributie

Aanvankelijk was het de bedoeling dat het fonds vooral gevuld zou worden met privaat geld. Tijdens de presentatie van het EFSI in het Europees Parlement vertelde Commissievoorzitter Juncker echter dat het fonds ook openstond voor investeringen van lidstaten. Op deze manier zou het fonds een veel grotere impact kunnen krijgen.

Lidstaten die investeringen in het fonds doen, zouden zich echter geen zorgen hoeven te maken over hun begrotingstekort. Juncker verklaarde dat investeringen in het fonds niet mee zullen tellen en er dus geen sancties op basis van het Stabiliteits- en groeipact volgen.

Lidstaten die daadwerkelijk een bijdrage willen leveren aan het fonds zouden daarvoor een proportioneel aantal zetels in de het bestuur van het EFSI krijgen. Hiermee krijgen ze inspraak in het definiëren van de investeringsrichtlijnen van het fonds. De Commissie benadrukte echter wel dat lidstaten geen invloed zullen krijgen op individuele investeringsbeslissingen.

Hoewel de regeringsleiders tijdens de Europese Raad van 18 december 2014 instemden met het plan, kwam er tijdens de Ecofin van 26 januari 2015 toch kritiek op eventuele extra nationale bijdragen aan het fonds. Duitsland en Portugal hekelden het idee dat landen inspraak konden krijgen op het fonds door extra geld te investeren.

Nederland vroeg zich af of het fonds wel een extra bestuurslaag nodig had, aangezien de Europese Investeringsbank genoeg ervaring en expertise heeft met het uitvoeren van instrumenten als het EFSI. Polen ondersteunde de oproep van de Commissie echter omdat het twijfelde aan de effectiviteit van het fonds zonder de extra bijdragen van lidstaten.

Om de Nederlandse economie en bedrijven optimaal te laten profiteren van het EFSI besloot het kabinet begin juni 2015 om het Nederlands Investerings Agentschap voor EFSI (NIA) op te richten. Het NIA biedt Nederlandse investeerders en financiële instellingen ondersteuning bij aanvragen voor EFSI.

Beheer fonds

De Europese Investeringsbank beheert het fonds. Het bestuur bepaalt de algemene strategie, het investeringsbeleid en het risicoprofiel. Er zitten alleen vertegenwoordigers van de Commissie en de EIB in dit bestuur, om de onpartijdigheid te bewaren. Dit moet er voor zorgen dat leningen alleen op economische criteria beoordeeld worden. De besluiten worden bij consensus genomen.

Daarnaast is er een onafhankelijk investeringscomité, bestaande uit acht onafhankelijke deskundigen en een directeur. Zij besluiten in welke projecten geïnvesteerd wordt, en stemmen hierover met een eenvoudige meerderheid van de stemmen. Vervolgens moet elk nieuw project ook nog toestemming van de EIB verkrijgen.

Voor de uitvoering werkt de EIB samen met de Europese Commissie en de lidstaten.

Keuze voor investeringsfonds

Eén van de grote problemen bij het economisch herstel in de Europese Unie zijn achterblijvende investeringen. Met name geld in de private sector zit 'vast'. Overheden zijn door de crisis al meer geld gaan uitgaven waardoor de totale overheidsschuld sterk is toegenomen. Met deze constructie moet een relatief klein bedrag aan publieke middelen veel geld losmaken dat kan worden geïnvesteerd in de economie.

Vicevoorzitter van de Commissie Katainen vatte de keuze als volgt samen: of we gaan op de gebruikelijke wijze door met gebruikelijke subsidies en leningen - en dan hebben we alleen dat bedrag beschikbaar. Of we gebruiken ons budget op de meest efficiënte manier - om riskantere leningen mogelijk te maken en een grotere leencapaciteit te creëren.

2.

Gerichte investeringen

Het merendeel van de investeringen, zo'n 240 miljard euro, wordt geïnvesteerd in projecten die de Europese economie structureel versterken. Het gaat dan om investeringen in infrastructuur in brede zin, zoals slimme energienetwerken, digitale netwerken en transport. Sterke nadruk hierbij ligt op projecten die duurzaamheid bevorderen. Ook onderwijs, onderzoek en innovatie zijn sectoren waar het fonds voor aangewend zal worden.

De projecten die worden ondersteund, moeten wel aantoonbare resultaten opleveren. Projecten die de groei het meest weten te stimuleren krijgen voorrang. Ook wordt er gekeken naar de kans dat een project financiering kan weten te genereren uit andere bronnen.

Er is 75 miljard euro gereserveerd voor het midden- en kleinbedrijf en middelgrote bedrijven. Eén van de belangrijkste redenen is dat de extra investeringen veel extra banen zouden moeten creëren. Dit deel van het fonds heeft veel overeenkomsten met het al bestaande Europese investeringsfonds.

De lidstaten hebben in december 2014 zo'n 2000 projecten aangeleverd voor de investeringen van de Commissie Juncker, ter waarde van 1.300 miljard euro.

In augustus 2016 bleek dat tot dan toe 116 miljard euro beschikbaar is gekomen voor het fonds. Dat is 37 procent van het totale beoogde bedrag van 315 miljard.

3.

Randvoorwaarden

Openheid

Alle betrokken partners kunnen projecten en plannen indienen, en die worden publiekelijk bekend gemaakt. De beoordelingscriteria zullen eveneens openbaar worden gemaakt.

Ondersteuning

Er is één online portaal gemaakt waar alle vragen over investeringen en het fonds worden samengebracht, en waar ook hulp kan worden gevraagd bij het structureren van projecten en de financiering van projecten. Dit moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van projecten gewaarborgd wordt, en dat investeren aantrekkelijk en eenvoudig wordt gemaakt. Dit portaal is in juni 2016 van start gegaan.

Betere regelgeving

De Commissie wil tegelijkertijd zoveel mogelijk regels die investeringen en projecten kunnen hinderen, aanpakken. Dit is niet per se deregulering, maar kan ook uniformering van regels op Europees niveau behelzen. Het voornaamste doel bij deze operatie lijkt het opheffen van barrières in de interne markt. In een mededeling van november 2018 gaf de Commissie aan dat er wat dit betreft al veel werk verzet is maar dat er nog steeds aandacht moet zijn voor belemmeringen die weggenomen moeten worden.

4.

Subsidie aanvragen

Meer informatie over het aanvragen van subsidie uit het EFSI wordt gepubliceerd op de website van het Nederlands Investerings Agentschap.

5.

InvestEU-programma (vanaf 2021)

Na 2020 kan het EFSI geen nieuwe investeringen meer doen aangezien dan een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) geldt. De Europese Commissie heeft voorgesteld alle bestaande EU-programma's voor leningen en garanties, waaronder het EFSI, vanaf 2021 verder te laten gaan onder de naam InvestEU.

Het voorgestelde InvestEU-programma heeft als doel de investeringskloof in Europa te verkleinen. Het wil dit doen door publieke en private investeringen in de EU te stimuleren. Door het geven van garanties en leningen worden de risico's voor investeerders verkleind. InvestEU zal bestaan uit drie onderdelen.

  • InvestEU-fonds

Het InvestEU-fonds moet vier beleidsterreinen ondersteunen, met in totaal een EU-begrotingsgarantie van 38 miljard euro:

  • duurzame infrastructuur
  • onderzoek, innovatie en digitalisering
  • kleine en middelgrote ondernemingen
  • sociale investeringen en vaardigheden

De belangrijkste partner wordt, net zoals bij het EFSI, de Europese Investeringsbank.

  • InvestEU-investeringsadvieshub

Deze hub moet dienen als een centraal adviespunt voor projectontwikkeling. De hub zal technische steun en bijstand verlenen om te helpen bij de voorbereiding, ontwikkeling, structurering en uitvoering van projecten.

  • Europees investeringsprojectenportaal

Dit portaal moet projecten meer zichtbaarheid geven en het mogelijk maken voor investeerders om nieuwe investeringsmogelijkheden te ontdekken. Dit door te zorgen voor een toegankelijke databank.

Nederland en het InvestEU-voorstel

Het Nederlandse uitgangspunt bij de meerjarige begroting van de EU is dat er een modern en financieel houdbaar kader nodig is. Speerpunten als duurzame innovatie, klimaat en migratie zijn daarbij belangrijk, maar Nederland vindt ook dat de begroting naar beneden bijgesteld moet worden in verband met de Brexit. InvestEU richt zich op duurzaamheid, innovatie en private investeringen. Het voorstel van de Europese Commissie is zodoende in lijn met de richting van het Nederlandse standpunt. De Nederlandse regering vindt echter wel dat de Europese Unie een voorzichtigere koers moet varen ten aanzien van de omvang van InvestEU. Bovendien is er volgens Nederland meer afstemming nodig tussen de Europese Unie en de nationale investeringsfondsen, zodat budgetten elkaar zo weinig mogelijk overlappen.

6.

Evaluatie

In 2018 constateerde de Europese Commissie in een mededeling dat het investeringsplan zijn oorspronkelijke doelstelling ruimschoots heeft bereikt. Het Junckerplan heeft volgens de Commissie het bbp van de EU met 0,6% doen toenemen. Verwacht wordt dat dit cijfer tegen 2020 op 1,3% uitkomt. De Commissie stelt nadrukkelijk dat er wel nog steeds gecoördineerde inspanningen nodig zijn om knelpunten in de regelgeving op te heffen, en bedrijfsvriendelijke structurele hervormingen voort te zetten.

7.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven