r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI)

Het investeringsfonds van de Commissie-Juncker (bijnaam 'het Junckerfonds') moet door middel van gerichte investeringen de structurele economische groei in de Europese Unie bevorderen. Het fonds werd in 2015 opgericht en heet officieel het European Fund for Strategic Investments (EFSI). De ruim 300 miljard euro die in het fonds wordt gestopt wordt deels publiek gefinancierd, maar het overgrote deel moet komen uit privaat kapitaal. In het fonds is een centrale rol weggelegd voor de Europese Investeringsbank.

Het fonds wordt aangewend voor investeringen op het terrein van infrastructuur, onderzoek, duurzaamheid , landbouw en het midden- en kleinbedrijf; sectoren die de economische groei verder moeten aanjagen. Hierbij liggen er volgens eurocommissaris Jyrki Katainen vooral veel uitdagingen op het gebied van energie en digitalisering. Naast het stimuleren van investeringen wil de Commissie ook regelgeving rondom investeringen stroomlijnen en beperkingen wegnemen.

Het fonds was nog voor het aantreden van de Europese Commissie al door Commissievoorzitter Juncker aangekondigd. In 2017 werd de looptijd van het EFSI verlengd tot en met 2020. Vanaf 2021 wordt het programma voortgezet onder de naam InvestEU. In een mededeling van november 2018 gaf de Commissie aan dat de aanvankelijke investeringsdoelstelling van ruim 300 miljard reeds bereikt is. Ook wil de Commissie meer aandacht besteden aan het opheffen van knelpunten in regelgeving en het voortzetten van bedrijfsvriendelijke structurele hervormingen. De Europese Rekenkamer plaatste begin 2019 echter haar vraagtekens bij dit bedrag.

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Opbouw investeringsfonds

De Europese Commissie staat garant voor 16 miljard euro. Om de garantie hard te maken werd de helft daarvan, 8 miljard, meteen als reserve aangehouden. Dat is geld dat uit de Europese begroting wordt gehaald. De Europese Investeringsbank (EIB) maakt een eigen reservering van 5 miljard euro voor het fonds. Opgeteld bij de garantie van de Commissie is er 21 miljard euro aan garanties. Hiermee mag de EIB 63 miljard euro aan leningen uitschrijven.

Op basis van eerdere ervaringen van de Commissie en de EIB is de Commissie er vanuit gegaan dat nog eens 252 miljard euro aan privaat kapitaal wordt aangetrokken. Uiteindelijk moet iedere euro waar de Commissie garant voor staat, het 15-voudige aan kapitaal opleveren. De leningen van de EIB mogen een hoger risicoprofiel hebben dan gebruikelijk. De EIB zal met zogeheten 'first loss guarantees' een aanzienlijk deel van mogelijke verliezen bij investeringen op zich nemen. Door deze vorm van risicodekkende leningen wordt voor private partijen aantrekkelijker gemaakt om in het fonds te investeren.

Nationale Contributie

Aanvankelijk was het de bedoeling dat het fonds vooral gevuld zou worden met privaat geld. Tijdens de presentatie van het EFSI in het Europees Parlement vertelde Commissievoorzitter Juncker echter dat het fonds ook openstond voor investeringen van lidstaten. Op deze manier zou het fonds een veel grotere impact kunnen krijgen.

Lidstaten die daadwerkelijk een bijdrage willen leveren aan het fonds zouden daarvoor een proportioneel aantal zetels in de het bestuur van het EFSI krijgen. Hiermee krijgen ze inspraak in het definiëren van de investeringsrichtlijnen van het fonds. De Commissie benadrukte echter wel dat lidstaten geen invloed zullen krijgen op individuele investeringsbeslissingen. Hoewel de regeringsleiders in 2014 al instemden met dit plan waren niet alle landen enthousiast over het idee dat landen inspraak konden krijgen op het fonds door extra geld te investeren.

Om de Nederlandse economie en bedrijven optimaal te laten profiteren van het EFSI besloot het kabinet begin juni 2015 om het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) op te richten. Dit biedt Nederlandse investeerders en financiële instellingen ondersteuning bij aanvragen voor EFSI.

2.

Gerichte investeringen

Het merendeel van de investeringen, zo'n 240 miljard euro, wordt geïnvesteerd in projecten die de Europese economie structureel versterken. Het gaat dan om investeringen in infrastructuur in brede zin, zoals slimme energienetwerken, digitale netwerken en transport. Sterke nadruk hierbij ligt op projecten die duurzaamheid bevorderen. Ook onderwijs, onderzoek en innovatie zijn sectoren waar het fonds voor aangewend zal worden.

De projecten die worden ondersteund, moeten wel aantoonbare resultaten opleveren. Projecten die de groei het meest weten te stimuleren krijgen voorrang. Ook wordt er gekeken naar de kans dat een project financiering kan weten te genereren uit andere bronnen.

Er is 75 miljard euro gereserveerd voor het midden- en kleinbedrijf en middelgrote bedrijven. Eén van de belangrijkste redenen is dat de extra investeringen veel extra banen zouden moeten creëren. Dit deel van het fonds heeft veel overeenkomsten met het al bestaande Europese investeringsfonds.

In juli 2018 behaalde fonds de oorspronkelijke investeringsdoelstelling van 315 miljard euro. Het doel is om tegen 2020 500 miljard euro aan investeringen losgemaakt te hebben.

3.

Randvoorwaarden

Beoordeling

Alle betrokken partners kunnen projecten en plannen indienen, en die worden publiekelijk bekend gemaakt. Projecten worden beoordeeld op onder meer economische en technische kwaliteit, de bijdrage aan Europese doelstellingen en de verhouding tussen kosten en risico.

Ondersteuning

Er is één online portaal gemaakt waar alle vragen over investeringen en het fonds worden samengebracht, en waar ook hulp kan worden gevraagd bij het structureren van projecten en de financiering van projecten. Dit moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van projecten gewaarborgd wordt, en dat investeren aantrekkelijk en eenvoudig wordt gemaakt.

4.

Subsidie aanvragen

Meer informatie over het aanvragen van subsidie uit het EFSI wordt gepubliceerd op de website van het Nederlands Investerings Agentschap.

5.

InvestEU-programma (vanaf 2021)

Na 2020 kan het EFSI geen nieuwe investeringen meer doen aangezien dan een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) geldt. De Europese Commissie heeft voorgesteld alle bestaande EU-programma's voor leningen en garanties, waaronder het EFSI, vanaf 2021 verder te laten gaan onder de naam InvestEU.

Het voorgestelde InvestEU-programma heeft als doel de investeringskloof in Europa te verkleinen. Het wil dit doen door publieke en private investeringen in de EU te stimuleren. Door het geven van garanties en leningen worden de risico's voor investeerders verkleind. InvestEU zal bestaan uit drie onderdelen.

InvestEU-fonds

Het InvestEU-fonds moet vier beleidsterreinen ondersteunen, met in totaal een EU-begrotingsgarantie van 38 miljard euro:

  • duurzame infrastructuur
  • onderzoek, innovatie en digitalisering
  • kleine en middelgrote ondernemingen
  • sociale investeringen en vaardigheden

De belangrijkste partner wordt, net zoals bij het EFSI, de Europese Investeringsbank.

InvestEU-investeringsadvieshub

Deze hub moet dienen als een centraal adviespunt voor projectontwikkeling. De hub zal technische steun en bijstand verlenen om te helpen bij de voorbereiding, ontwikkeling, structurering en uitvoering van projecten.

Europees investeringsprojectenportaal

Dit portaal moet projecten meer zichtbaarheid geven en het mogelijk maken voor investeerders om nieuwe investeringsmogelijkheden te ontdekken. Dit door te zorgen voor een toegankelijke databank.

Nederland en het InvestEU-voorstel

Het Nederlandse uitgangspunt bij de meerjarige begroting van de EU is dat er een modern en financieel houdbaar kader nodig is. Speerpunten als duurzame innovatie, klimaat en migratie zijn daarbij belangrijk, maar Nederland vindt ook dat de begroting naar beneden bijgesteld moet worden in verband met de brexit. InvestEU richt zich op duurzaamheid, innovatie en private investeringen. Het voorstel van de Europese Commissie is zodoende in lijn met de richting van het Nederlandse standpunt. De Nederlandse regering vindt echter wel dat de Europese Unie een voorzichtigere koers moet varen ten aanzien van de omvang van InvestEU. Bovendien is er volgens Nederland meer afstemming nodig tussen de Europese Unie en de nationale investeringsfondsen, zodat budgetten elkaar zo weinig mogelijk overlappen.

6.

Evaluatie

In 2018 constateerde de Europese Commissie in een mededeling dat het investeringsplan zijn oorspronkelijke doelstelling ruimschoots heeft bereikt. Het Junckerplan heeft volgens de Commissie het bbp van de EU met 0,6% doen toenemen. Verwacht wordt dat dit cijfer tegen 2020 op 1,3% uitkomt. De Commissie stelt nadrukkelijk dat er wel nog steeds gecoördineerde inspanningen nodig zijn om knelpunten in de regelgeving op te heffen, en bedrijfsvriendelijke structurele hervormingen voort te zetten.

De Europese Rekenkamer liet zich begin 2019 minder positief uit over het Junckerplan. Zij sprak van een 'te rooskleurig' berekende opbrengst op basis van onderzoek naar een tiental projecten dat steun ontving vanuit het investeringsfonds. Wel plaatst de Rekenkamer hier een kanttekening bij. Zij kan pas op de lange termijn, na evalutatie van alle projecten, een werkelijke uitspraak doen over de effectiviteit van het EFSI.

7.

Meer informatie

Terug naar boven