r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Laatste nieuws: 

Digitale interne markt

Site met vliegreizen op scherm laptop
Bron: Europees parlement

De Europese Unie wil een digitale interne markt realiseren waardoor het makkelijker moet worden om in een ander EU-land online producten of diensten te kopen. In een digitale interne markt hebben consumenten meer keuze voor lagere prijzen en hebben producenten een groter afzetgebied. De Europese Commissie presenteerde in 2015 een strategie om de Digitale interne markt te verbeteren.

De totstandkoming van een digitale interne markt kan de economische groei stimuleren. Om dat te bereiken zijn er verschillende problemen die overwonnen moeten worden. Zo zijn de verschillen in internettoegang tussen Europese landen groot, de EU wil een Europese lijn in ICT-wetgeving en er moet meer gedaan worden aan internetveiligheid. Een belangrijke stap, die al is bewerkstelligd, is de gelijke prijs voor roaming en bellen binnen de Europese Unie.

De strategie uit 2015 is in 2017 tussentijds geëvalueerd. De EU constateerde goed op weg te zijn, maar tussen 2018 en 2020 zullen er nog enkele maatregelen nodig zijn om de strategie te voltooien. Die maatregelen hebben te maken met de data-economie, internetveiligheid en eerlijke concurrentie voor online platforms.

1.

Stand van zaken

De Europese economie heeft baat bij Europese elektronische handel om te kunnen concurreren met landen als China en de VS. In deze landen draagt een sterke digitale interne markt bij aan economische groei. In Europa zijn er nog veel belemmeringen, omdat veel regelgeving op nationaal niveau geregeld is. Tegenstrijdige wetten en voorschriften maken het moeilijk om grensoverschrijdende transacties tot een succesvol einde te brengen.

Een van de doelstellingen van de Europese Commissie is om Europa digitaal te verbinden. Het realiseren van de digitale interne markt is onderdeel van het in 2010 geïntroduceerde beleidsterrein digitale agenda. In oktober 2013 deden de regeringsleiders in de Europese Raad enkele beloftes voor de verbetering van de digitale markt, zonder concrete deadline. Uit het scorebord Digitale Agenda 2015 bleek dat de deadline voor voltooiing van de Digitale Interne Markt in 2015 niet gehaald was. Daarom stelde de Europese Commissie in mei 2015 een aantal voornemens op in een nieuwe strategie:

Deze voorstellen zijn gebaseerd op drie pijlers van de Europese Commissie:

  • 1. 
    Betere toegang voor consumenten en bedrijven tot digitale goederen en diensten in heel Europa.
  • 2. 
    Het creëren van de juiste condities en het juiste platform waarin digitale netwerken en innovatieve diensten zich kunnen ontplooien.
  • 3. 
    De potentiële groei van de digitale economie vergroten.

Deze strategie kan volgens de Commissie zorgen voor een opbrengst van 415 miljoen euro per jaar en voor het creëren van honderdduizenden banen. In 2020 zal volgens de Commissie het bbp met 4,1 procent gestegen zijn als gevolg van een sterkere digitale interne markt. Met deze strategie wil de Commissie de volgende doelen bereiken:

  • 1. 
    Nationale ICT-wetten moeten op één Europese lijn komen.
  • 2. 
    Het gemakkelijker verhuisbaar maken van data naar een andere provider.
  • 3. 
    De macht van internetplatforms zoals ‘Google en Facebook beperken.
  • 4. 
    Geoblocking, waarbij sites maar in één land toegankelijk zijn, moet worden tegengegaan.
  • 5. 
    Het opstellen van duidelijke regels voor breedband.
  • 6. 
    Het verbeteren van de digitale diensten van de overheid.
  • 7. 
    Het verbeteren van de digitale kennis van de bevolking. Hiermee kan er aan de hoge vraag van ICT-vacatures worden voldaan.
  • 8. 
    Verbetering van internetveiligheid.
  • 9. 
    Algemene copyrightwetten zodat producenten niet bij iedere lidstaat overeenstemming hoeven te bereiken.
  • 10. 
    Voorstellen voor ‘cloud computing’ (het gebruik van internet voor documenten)
  • 11. 
    Een strategie voor de elektronica-industrie.
  • 12. 
    Pakketbezorging in Europa efficiënter en betaalbaarder maken.

De voortang op deze doelstellingen is in 2017 geëvalueerd in een tussentijds rapport. Hierin riep de Commissie de lidstaten op om de Commissievoorstellen zo spoedig mogelijk goed te keuren. Vooral cybersecurity, de data-economie en onlineplatforms verdienen aandacht. Tussen 2018 en 2020 moet de digitale interne markt aan de bovenstaande 12 doelstellingen gaan voldoen.

Naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie, kwam de Europese Commissie in april 2018 met aanvullende voorstellen om de digitale interne markt te versterken. Het gaat daarbij om richtlijnen voor het verantwoord gebruik van publieke data (zogenaamde Public Sector Information) te stimuleren. Ook stelt de Commissie voor om standaard digitale (overheids)procedures op te zetten. Door de online-procedure hoeven bedrijven bij verhuizingen of fusies niet steeds informatie te sturen naar verschillende autoriteiten, of zich persoonlijk aan een loket te melden in een ander land.

2.

Lidstaten en de digitale interne markt

De lidstaten zien het belang in van een digitale interne markt. Zij hebben aangegeven vooral een verbetering in telecom-infrastructuur belangrijk te vinden. Daarnaast vragen enkele lidstaten aandacht voor privacy en veiligheid. Dit vergroot het vertrouwen van consumenten waardoor de digitale interne markt verder kan groeien.

3.

Een vijfde vrijheid?

Sinds het in werking treden van de Dienstenrichtlijn zijn er de vier vrijheden binnen de EU. Aan de hand van het tussenrapport van de strategie voor de digitale interne markt heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan om ook het vrij verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens op te nemen binnen de EU-wetgeving. Het doel van deze nieuwe verordening is een meer concurrerende en geïntegreerde interne digitale markt creëren.

Belangrijk is hierbij dat het voorstel rechtszekerheid biedt aan gebruikers. Op dit moment gelden andere regels in diverse lidstaten, en dat leidt tot onzekerheid en verwarring. Andere overwegingen zijn dat onderzoeksinstellingen door verschillende regelgeving niet in staat zijn om alle nodige data te delen en bedrijven niet vrij gebruik kunnen maken van de nieuwste technologische ontwikkelingen. Op basis van redenen van openbare veiligheid zal het wel mogelijk zijn om restricties op te leggen aan de vrijheid van niet-persoonsgebonden data. De verordening is ook geldig voor rechtspersonen die niet zijn gevestigd in de Europese Unie, maar wel datanetwerken aanbieden binnen de Unie.

De realisatie van de vijfde vrijheid lijkt steeds dichterbij te komen. Het voorstel van de Commissie is al door het Europees Parlement behandeld en met amendementen aangenomen door een ruime meerderheid. Deze amendementen zijn in overleg met de Raad van de EU opgesteld. De Raad van de Europese Unie gaf op 9 november 2018 zijn goedkeuring aan de hervorming die belemmeringen voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de EU zal wegnemen. De verordening verscheen op 28 november 2018 in het publicatieblad en is in juni 2019 van kracht geworden.

In mei 2019 publiceerde de Commissie nieuwe richtsnoeren over de wisselwerking tussen het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens en de EU-regels over gegevensbescherming (AVG). In deze richtlijnen wordt het doel van deze verordening en de werking ervan nader toegelicht. Met deze richtsnoeren krijgen de gebruikers - vooral het mkb - meer inzicht in de wisselwerking tussen de nieuwe regels van de verordening en de al bestaande AVG. De richtsnoeren geven voorbeelden van hoe de regels moeten worden toegepast wanneer een bedrijf gegevenssets verwerkt die zowel persoonsgegevens als niet-persoonsgebonden gegevens bevatten. Verder geven de richtsnoeren uitleg over de precieze betekenis van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens. Daarnaast geven ze antwoorden op vragen over zelfreguleringswerkzaamheden en over mogelijk conflicterende verplichtingen tussen de AVG en de nieuwe verordening.

4.

Consumentenbelangen

Online winkelen groeit al jaren gestaag. Deze online aankopen gaan ook steeds vaker over de grens heen. De richtlijn "kopen op afstand" die in 2014 in werking trad, moet de rechten van consumenten versterken en minimum standaarden laten gelden in de hele Europese Unie.

De richtlijn regelt een aantal zaken, waaronder:

  • Veertien dagen bedenktijd na een aankoop, en betere regels voor de restitutie van het aankoopbedrag
  • Geen extra kosten bij aankopen met creditcard
  • Verbeterde transparantie over de prijsopbouw
  • Een verbod op vooraf aangevinkte vakjes met extra's
  • Een verbod op "online valkuilen" waar gratis producten uiteindelijk helemaal niet gratis blijken te zijn
  • Betere informatie over de compatibiliteit met hard- en software bij digitale content

Wie door online fraude of 'phishing' geld kwijt is, moet dat binnen 24 uur terugkrijgen van de bank. Voorwaarde is alleen dat de klant niet zelf slordig is geweest. De bank moet in dat laatste geval bewijzen dat de consument iets te verwijten valt.

Sinds 1 april 2018 hebben EU-burgers met een digitaal abonnement recht op het aanbod zoals dit in hun lidstaat geregeld is, ongeacht of zij op dat moment in een andere lidstaat zijn. Wie in Nederland bijvoorbeeld een abonnement heeft op Netflix, HBO, sportzenders of Spotify, moet daar in andere EU-landen ook gebruik van kunnen maken. Door de wijziging hoeven digitale aanbieders geen rekening meer te houden met licentieverschillen tussen lidstaten. Dit zal nu op basis van herkomst van de gebruiker gaan. Hiermee komt grotendeels een einde aan 'geoblocken': het blokkeren van bepaalde diensten op basis van de plaats waar de gebruiker zich bevindt. Sinds december 2018 geldt hetzelfde voor digitaal winkelen: ook hier is geoblocking verboden.

Voor bedrijven die online producten of diensten verkopen kwam de Europese Commissie in december 2018 met een voorstel voor nieuwe regels omtrent de btw binnen deze digitale markt. Deze regels, die in 2021 in werking zouden moeten treden, moeten garanderen dat online-marktplaatsen een rol kunnen spelen in de strijd tegen fiscale fraude, maar moeten ook de administratieve lasten verminderen voor deze bedrijven. Via een op te zetten elektronisch btw-portaal zouden bedrijven op een vlotte en overzichtelijke manier hun btw-verplichtingen in de hele EU kunnen afhandelen. De voorgestelde regels worden ter goedkeuring aan de Raad en ter raadpleging aan het Parlement voorgelegd.

5.

Cybercriminaliteit

Cybercriminaliteit kost de Europese economie miljoenen euro's per jaar en schaadt het consumentenvertrouwen vanwege angst die burgers hebben om online te winkelen of bankzaken te regelen. Cybercriminaliteit wordt onderzocht en bestreden door het in januari 2013 opgerichte Europees Centrum voor Cybercriminaliteit (EC3). EC3 maakt onderdeel uit van Europol.

De Commissie presenteerde in 2017 de cyberbeveiligingsverordening, die er specifiek op gericht is om het mandaat van het EU-agentschap voor cyberbeveiliging ENISA te versterken. Bij de oprichting in 2004 was dit agentschap een mandaat toegekend dat tot 2020 zou duren. De nieuwe verordening moet dit tijdelijke mandaat omzetten naar een permanent mandaat en ENISA meer taken toekennen met betrekking tot capaciteitsopbouw rondom cyberbeveiliging bij de EU en haar lidstaten. Daarnaast schept de cyberbeveiligingsverordening een kader voor Europese cyberbeveiligingscertificaten die overal in de EU geldig zullen zijn. Het Parlement en de Raad bereikten in december 2018 een politieke overeenkomst over de verordening. In maart 2019 heeft het Parlement deze verordening aangenomen. Nu moet de verordening nog formeel door de Raad worden goedgekeurd. Wanneer dit is gebeurd, treedt de wetgeving 20 dagen na publicatie in werking.

In 2017 presenteerde de Europese Commissie eveneens een voorstel om de regels ter bestrijding van fraude met niet-contante betaalmiddelen (zoals pinpassen, mobiele betalingen en virtuele munten) aan te scherpen. De huidige regelgeving dateert namelijk nog van 2001 en is als gevolg van technologische ontwikkelingen niet meer adequaat.

De Commissie stelde onder meer voor om op Europees niveau fraude met niet-contante transacties die worden verricht met een betaalinstrument, zoals een pinpas, strafbaar te stellen. Ook moeten er binnen de EU eenduidige regels over straffen komen, met een minimumstraf tussen de 1 en 5 jaar. Ook voorziet de nieuwe regelgeving in betere rapportage van strafbare feiten aan rechtshandhavinginstanties.

In september 2018 presenteerde de Commissie een voorstel om een Europees kenniscentrum op te richten voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en tevens een netwerk van nationale coördinatiecentra. Het doel van dit voorstel is om innovatie op het gebied van cyberbeveiliging te stimuleren door de krachten te bundelen. Er wordt nog onderhandeld over het wetsvoorstel door het Parlement en de Raad.

6.

Digitale interne markt en wetenschap

In april 2016 kwam de Europese Commissie met het voorstel om een Europese 'Open Science Cloud' te creëren om beter gebruik te maken van 'big data'. In die virtuele omgeving kunnen wetenschappers hun onderzoeksresultaten opslaan, delen en hergebruiken. Daarnaast moeten bedrijven en overheidsdiensten profiteren van de wetenschapscloud. In 2018 publiceerde de Commissie de 'Roadmap voor de implementatie hiervan.

7.

Internetpiraterij

Sinds de doorbraak van het internet heeft het illegaal verspreiden van gegevens een vlucht genomen. Zo loopt de muziekindustrie bijvoorbeeld door het illegaal downloaden veel inkomsten mis. Ook de Europese Unie houdt zich met deze problematiek bezig. Het aanpakken van internetpiraterij is echter niet makkelijk, omdat het auteursrecht en de privacy lijnrecht tegenover elkaar staan. De Europese Commissie zoekt daarom de oplossing vooral in bijvoorbeeld de bewustmaking van het feit dat illegaal downloaden een misdrijf is. Sinds 2009 wordt dit in de gaten gehouden door het Observatorium voor Vervalsing en Piraterij. Eind 2013 lanceerde de Commissie een openbare raadpleging over de modernisering van het Europese auteursrechtstelsel.

De terughoudende rol van de internetproviders in de strijd tegen internetpiraterij is ook een discussiepunt. Met de gebruikersgegevens van deze providers zou het immers zeer eenvoudig zijn om te traceren wie er precies bestanden online zet en wie van deze bestanden gebruik maakt. De vrees is niet alleen dat dit gebeurt, maar ook dat deze gegevens met derden worden gedeeld. Met het oog op de privacywetgeving weigeren de providers tot nog toe hun informatie te delen.

Op 27 maart 2014 oordeelde het Europese Hof van Justitie echter dat in de EU gevestigde internetproviders verplicht kunnen worden toegang van hun klanten naar websites die auteursrechten schenden, te blokkeren. Internetproviders moeten ook actief illegaal downloaden proberen te voorkomen. Het blokkeren moet wel met grote zorg worden geregeld; het mag het grondrecht van vrije toegang tot informatie niet belemmeren. Voor het blokkeren van een site is wel een bevel van de rechter nodig.

8.

Meer informatie

 

 

 

Terug naar boven