r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Subsidies van de Europese Unie 2014-2020

Een aanzienlijk deel van de uitgaven van de Europese Unie is bestemd voor subsidieregelingen, fondsen en andere financieringsmogelijkheden voor onder meer bedrijven, overheden en onderzoekers. Deze zijn bedoeld om de doelstellingen te realiseren die zijn vastgesteld voor de verschillende beleidsterreinen van de EU.

Inhoud

1.

Veranderingen

In 2014 is een nieuwe meerjarenbegroting ingegaan, die zal lopen tot en met 2020. Over de meeste financieringsmogelijkheden is in de loop van 2013 overeenstemming bereikt, maar door de langslepende onderhandelingen over de meerjarenbegroting 2014-2020 zijn sommige programma's pas in 2014 vastgesteld en zijn sommige onderdelen pas in 2015 volledig van start gegaan. Sommige fondsen, subsidieprogramma's en financiële instrumenten uit de periode 2007-2013 zijn verdwenen, samengevoegd, of worden op een andere manier gefinancierd. Ook zijn er financieringsmogelijkheden bij gekomen, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.

Hieronder vindt u een overzicht van financieringsmogelijkheden voor de periode 2014-2020.

2.

Financiering van de subsidies

De subsidies die de Europese Unie verleent zijn meestal bedoeld als co-financiering. Dit wil zeggen dat de EU-lidstaten in de meeste gevallen minimaal 50 procent van de kosten zelf voor hun rekening moeten nemen, het overige deel wordt door de EU betaald.

Financiering van projecten kan via twee wegen lopen:

3.

Aanvragen van subsidies

Subsidies kunnen op verschillende manieren worden aangevraagd, afhankelijk van de regeling. De aanvraag kan bij de nationale overheid, het nationale bureau van de Europese Commissie, of direct bij de Europese Commissie worden ingediend. De Commissie brengt jaarlijks verslag uit over de toewijzing van Europese gelden aan de verschillende lidstaten.

In de meeste gevallen vindt u beknopte informatie over het verkrijgen van subsidies en leningen bij de regelingen in onderstaand overzicht.

4.

Structuurfondsen

Met geld uit de structuurfondsen verkleint de Europese Unie de welvaartsverschillen tussen de regio's en tussen de lidstaten onderling. Dit gebeurt in het kader van het regionaal beleid. De structuurfondsen vormen ongeveer een derde van de EU-begroting.

EFRO

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) heeft tot doel om de belangrijkste economische onevenwichtigheden tussen de Europese regio's terug te dringen. Hiermee sluit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) aan bij de doelstellingen van het Europese regionale beleid.

ESF

Het Europees Sociaal Fonds (ESF) heeft als taak om de economische en sociale samenhang in Europa te versterken door het vinden van werk en het overstappen naar een nieuwe baan makkelijker te maken. Het ESF stelt met name geld ter beschikking om werklozen en gehandicapten aan betere of nieuwe banen te helpen. Het ESF is een van de Europese structuurfondsen. De activiteiten van het fonds sluiten aan bij de doelstellingen van verschillende Europese beleidsterreinen: het regionale beleid, het werkgelegenheidsbeleid en de inspanningen op het gebied van gelijke kansen voor alle EU-burgers.

Cohesiefonds

Het Cohesiefonds is een Europees Structuurfonds dat als doel heeft om EU-lidstaten te ondersteunen waar het bruto nationaal inkomen (BNI) per inwoner onder de 90 procent van het EU-gemiddelde ligt. Het fonds tracht in de betreffende lidstaten de economische en sociale achterstanden weg te werken, de economische situatie te stabiliseren en een duurzame ontwikkeling te ondersteunen. Het fonds is onderdeel van het Europese regionaal beleid.

5.

Landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij

De twee landbouwfondsen uit de meerjarenbegroting 2007-2013 blijven operationeel. Het Europees Visserijfonds zal plaatsmaken voor het nieuwe Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij.

Europees Garantiefonds voor de Landbouw

Het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) is een Europees fonds dat tot doel heeft om de marktmaatregelen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), zoals het verlenen van inkomenssteun aan boeren, te financieren. Samen met het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) financieert het fonds het GLB. Het ELFPO is bestemd voor de financiering van programma's voor plattelandsontwikkeling.

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling

Het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) is een Europees fonds dat tot doel heeft het concurrentievermogen van de Europese land- en bosbouw te vergroten, het milieubeheer te verbeteren en de sociale sociale en economische leefomstandigheden in plattelandsgebieden te verbeteren. Daarnaast wordt het fonds ingezet voor de financiële ondersteuning van plannen voor de ontwikkeling van specifieke plattelandsgebieden en de daarbij benodigde technische bijstand.

LEADER

CLLD ('community-led local development' of 'door de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling') is een onderdeel van het het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Het is de bedoeling met CLLD duurzame ontwikkeling aan te moedigen. Daarnaast wordt de uitwisseling van ervaringen gestimuleerd.

Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij

Het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) heeft tot doel de uitvoering van het Europees Geïntegreerd Maritiem Beleid financieel mogelijk te maken. Het is een van de Europese structuur- en investeringsfondsen die samen een sterkere en duurzamere Europese economie moeten bewerkstelligen.

Afzetbevordering Landbouwproducten (AGRIP)

Dit subsidieprogramma is gericht op de promotie van Europese agrarische producten.

6.

Onderzoek en technologie

De op EU-niveau ondernomen onderzoeksactiviteiten en de financiering ervan worden sinds 1984 georganiseerd in het kader van meerjarenprogramma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie. In de loop van de tijd zijn de begrotingen voor die programma's aanzienlijk toegenomen: van 3,3 miljard euro voor het eerste kaderprogramma (1984-1987) tot 50,5 miljard voor het zevende kaderprogramma (2007-2013). Voor het Achtste Kaderprogramma (Horizon 2020) hebben de Raad en het Europees Parlement een akkoord bereikt dat voorziet in een budget van ongeveer 70 miljard euro.

In 2014 is het Achtste Kaderprogramma voor Onderzoek (Horizon 2020) van start gegaan. Binnen Horizon 2020 bestaan meerdere programma's, zoals de Marie Skłodowska-Curie-acties en COSME. Om het aanvragen van subsidies te stroomlijnen is in juli 2011 een website opgezet. Op het Research & Innovation Participant Portal zijn sinds december 2013 de eerste oproepen voor projectvoorstellen op het gebied van onderzoek en technologie voor Horizon 2020 in te zien.

Horizon 2020

Het Achtste Kaderprogramma voor onderzoek (KP8), dat loopt van 2014-2020, heeft als doel het Europese beleid op het gebied van onderzoek en innovatie beter af te stemmen op de economische en sociale ambities van de Europese Unie zoals geformuleerd in de EU 2020-strategie. Omdat KP8 de EU 2020-doelstelling van de 'Innovatie-Unie' dient te verwezenlijken, is besloten om het achtste kaderprogramma voor onderzoek te hernoemen tot 'Horizon 2020'.

Een selectie van subsidieprogramma's, instrumenten en initiatieven onder Horizon 2020:

Programma voor onderzoek en opleiding van Euratom

Het Programma voor onderzoek en opleiding van Euratom is een onderzoeks- en trainingsprogramma dat beoogt de nucleaire veiligheid te bevorderen en op een veilige manier onderzoek te doen naar alternatieve energiebronnen. Het programma is in 2014 ingesteld als aanvulling op Horizon 2020, het achtste kaderprogramma voor onderzoek van de Europese Unie. Het programma loopt in 2020 af.

Marie Skłodowska-Curie-acties

Het Marie Skłodowska-Curie programma kent beurzen toe aan onderzoeksorganisaties die onderzoekers ontvangen om een project uit te voeren. De onderzoeker moet afkomstig zijn uit een land dat deelneemt aan het MSCA-programma. De beurzen staan bekend als de 'Marie Curie-beurzen'.

De onderzoeken in kwestie zijn (post-)doctorale onderzoeksprojecten, meestal op technologisch gebied. Een onderdeel van het MSCA richt zich echter ook op de verdieping van de fundamentele kennis op sociaal-economisch gebied.

Het programma stond tot 2014 bekend als het Programma training en mobiliteit van onderzoekers - TMR. Sinds 2014 vallen de Marie Skłodowska-Curie-acties onder het kader van Horizon 2020.

Erasmus voor jonge ondernemers

Dit uitwisselingsprogramma voor jonge ondernemers biedt nieuwe en aspirant-ondernemers de kans te leren van ervaren collega's in het buitenland. De ontvangende ondernemer profiteert op zijn beurt van nieuwe ideeën en perspectieven op zijn bedrijf en legt contacten in nieuwe markten.

MKB-instrument

Dit is een nieuw financieringsinstrument onder Horizon 2020, speciaal gericht op het MKB. Het verwachte budget over de periode 2014-2020 bedraagt ten minste 3 miljard euro. Het nieuwe instrument is geïnspireerd op het Amerikaanse SBIR-model (Small Business Innovation Research), ingesteld in de jaren '80 om technologische innovatie in het MKB te stimuleren.

COSME

Het programma voor het Concurrentievermogen van ondernemingen en MKB-bedrijven (COSME) beoogt initiatief van ondernemers te stimuleren en daardoor het concurrentievermogen van de Europese markt te vergroten. Dit programma bouwt voort op het Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP). Het budget voor de periode 2014-2020 bedraagt 2,3 miljard euro.

Fit for Health 2.0

Dit onderzoeksprogramma is ingesteld tijdens het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek (FP7) en maakt vanaf 2014 als 'Fit for Health 2.0' onderdeel uit van Horizon 2020, onder de pijler maatschappelijke uitdagingen. Het programma is bedoeld voor mkb-bedrijven die in internationaal verband werken aan onderzoek op het gebied van volksgezondheid.

Financieringsfaciliteit met risicodeling

Deze financieringsfaciliteit van de Europese Investeringsbank(EIB) en de Europese Commissie is bedoeld om onderzoek, ontwikkeling en innovatie te steunen. De financieringsfaciliteit moet garanties bieden aan financiers van kredieten en privaat vermogen en verzorgt daarnaast directe leningen van de Europese Investeringsbank of het Europese Investeringsfonds aan onder meer (middel)grote bedrijven en kennisinstellingen. Doordat de financiële risico's worden gedeeld kunnen publieke en private partijen de onderzoek- en innovatieactiviteiten goedkoper financieren.

Gezamenlijke technologie-initatieven

Om de onderzoeksagenda van de Europese Unie beter af te stemmen op de wensen van het bedrijfsleven, kan de industrie het initiatief nemen voor een gezamenlijk technologie-initiatief (Joint Technology Initiative), een samenwerkingsverband van publieke en private partijen die samen een onderzoeksprogramma uitvoeren.

Gezamenlijke programma's met lidstaten

Deze programma's, ook wel 'Artikel 185-initiatieven' komen voort uit artikel 185 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VwEU). Dit artikel luidt als volgt:

COST

Dit Europese intergouvernementele raamwerk heeft als doel de vorming van internationale netwerken tussen onderzoekers te bevorderen. European Cooperation in Science and Technology (COST) draagt bij aan de doelstellingen van het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020 en de voorloper daarvan, het zevende kaderprogramma voor onderzoek.

EUREKA

EUREKA is een intergouvernementele organisatie voor het stimuleren, financieren en coördineren van onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Ondernemers die willen participeren in internationaal onderzoek kunnen bij EUREKA terecht voor advies over regelingen en het vinden van partners en promotie van het project. Namens Nederland voert RVO.nl de doelstellingen van EUREKA uit.

Europees Fonds voor strategische investeringen

Het investeringsfonds van de Commissie-Juncker (bijnaam 'het Junckerfonds') moet door middel van gerichte investeringen de structurele economische groei in de Europese Unie bevorderen. Het fonds werd in 2015 opgericht en heet officieel het European Fund for Strategic Investments (EFSI). De ruim 300 miljard euro die in het fonds wordt gestopt wordt deels publiek gefinancierd, maar het overgrote deel moet komen uit privaat kapitaal. In het fonds is een centrale rol weggelegd voor de Europese Investeringsbank.

7.

Onderwijs en beroepsopleiding

In de meerjarenbegroting 2014-2020 is een aantal oude onderwijsprogramma's samengevoegd. Het programma Een Leven Lang Leren, Erasmus Mundus, Jeugd in Actie, de 6 deelprogramma's Comenius, Erasmus, Leonardo da Vinci, Grundtvig, Transversaal programma en Jean Monnet en de acties op het gebied van sport zijn samengevoegd onder de noemer Erasmus+. Erasmus+ is de nieuwe naam voor alle onderwijsacties van de Europese Commissie. Alleen het Jean Monnet-programma wordt onder die naam gehandhaafd, maar valt organisatorisch onder Erasmus+.

Erasmus+

Erasmus+ is een Europees subsidieprogramma voor onderwijs, opleiding, jongeren en sport. Het programma heeft onder meer als doel om de werkloosheid (vooral onder jongeren) te bestrijden, innovatie te ondersteunen en de samenwerking en mobiliteit met EU-partnerlanden te bevorderen.

Jean Monnet

Dit programma van de Europese Unie heeft tot doel de kennis over de Europese integratie te verbeteren. Met Europese integratie wordt bedoeld de totstandkoming van de Europese samenwerking en de institutionele, juridische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen die daarbij komen kijken.

Europees Jeugdfonds

Het Europees Jeugdfonds heeft tot doel om Europese jongerenactiviteiten financieel te steunen. Het gaat om activiteiten ter bevordering van vrede, begrip en samenwerking, waarbij respect voor mensenrechten, democratie, tolerantie en solidariteit centraal staat.

Europees Fonds voor strategische investeringen

Het investeringsfonds van de Commissie-Juncker (bijnaam 'het Junckerfonds') moet door middel van gerichte investeringen de structurele economische groei in de Europese Unie bevorderen. Het fonds werd in 2015 opgericht en heet officieel het European Fund for Strategic Investments (EFSI). De ruim 300 miljard euro die in het fonds wordt gestopt wordt deels publiek gefinancierd, maar het overgrote deel moet komen uit privaat kapitaal. In het fonds is een centrale rol weggelegd voor de Europese Investeringsbank.

8.

Handel

EU Business Avenues

Dit programma is bedoeld om de aanwezigheid van Europese bedrijven in Zuidoost-Azië te versterken. Daartoe worden handelsmissies georganiseerd naar Singapore, Maleisië en Viëtnam. EU Business Avenues voorziet in strategische, logistieke en financiële ondersteuning aan het Europese MKB zodat ondernemers kennis kunnen maken met lokale markten en handelscontacten kunnen opdoen.

9.

Milieu

Het belangrijkste programma van de Europese Unie op het gebied van milieu is LIFE. Dit is de opvolger van het programma LIFE+ (2007-2013).

LIFE

Life is een financieringsinstrument van de Europese Unie voor de bescherming van het milieu. Het huidige programma (2014-2020) heeft als doel een bijdrage te leveren aan een beter Europees natuur-, milieu- en klimaatbeleid. Zo worden er innovatieve projecten gesubsidieerd die bijdragen aan milieu- en grondstoffenbesparing, aan het behoud van natuur- en biodiversiteit en aan bewustwording en verspreiding van informatie. Het huidige Life programma is opgedeeld in de subprogramma’s klimaat en milieu.

EU-mechanisme voor civiele bescherming

RescEU is een financieringsmechanisme van de Europese Unie dat betrekking heeft op ‘civiele rampen.’ Dit betreft onder andere natuurrampen, rampen door menselijk toedoen of acute noodsituaties. Het mechanisme moet het reactievermogen van lidstaten verbeteren, maar ook moet het initiatieven van de EU-lidstaten in het geval van civiele rampen coördineren, aanvullen en ondersteunen.

Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (RFCS)

Dit Europese fonds ondersteunt onderzoeksprojecten in de sectoren kolen en staal. Het gaat hierbij onder meer om ondersteuning voor productieprocessen, toepassing, gebruik en omzetting van hulpbronnen, veiligheid op het werk, milieubescherming en het terugdringen van CO2-emissies.

10.

Energie, vervoer en telecommunicatie

Op het gebied van energie en infrastructuur (o.a. Trans-Europese Netwerken) kent de Europese Unie onder meer de volgende financieringsfaciliteiten:

Financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen ('Connecting Europe Facility')

Connecting Europe Facility (CEF) is een subsidieprogramma om het Europese vervoers-, energie- en digitale netwerk te verbeteren. Het programma moet zorgen voor een betere aansluiting tussen de lidstaten van de Europese Unie. Zo met het CEF Transport zorgen voor een beter en uitgebreider Europees vervoersnetwerk, het CEF Energie voor een veiligere en kostenefficiëntere energievoorziening, en het CEF telecoom voor de aanleg en verbetering van breedbandnetwerken.

NER300-programma

Dit programma is bedoeld voor innovatieve demonstratieprojecten met koolstofarme energie en is wereldwijd gezien een van de omvangrijkste financieringsprogramma's in zijn soort. Het programma is bedoeld als katalysator voor milieuvriendelijke technologieën en moet commerciële exploitatie van onder meer CO2-afvang en -opslag en hernieuwbare energiebronnen in de Europese Unie dichterbij brengen.

ELENA

Dit is een subsidie waarmee regionale en lokale overheden een projectplan kunnen uitwerken en uitvoeren voor een grote investering (boven de 50 miljoen euro) op het gebied van klimaat en duurzame energie. 90 procent van de kosten voor uitwerking en uitvoering worden vergoed. Hiermee worden lagere overheden ondersteund in hun aandeel in het behalen van de Europese '20-20-20 doelstellingen' (20% minder CO2-uitstoot, 20% minder energieverbruik en 20% van totale energieverbruik moet voortkomen uit hernieuwbare bronnen).

Europees Energie Efficiëntie Fonds

Dit fonds is gelanceerd door de Europese Commissie op 1 juli 2011 als onderdeel van het Europees Energieprogramma voor Herstel (EEPR). Het EEEF is opgericht als ondersteuning bij het verwezenlijken van de klimaat- en energiedoelstellingen. Dit wordt gedaan door middel van investeringen in energiebesparende, energie-efficiënte en hernieuwbare energieprojecten. Deze projecten zijn met name gericht op stedelijke gebieden waar ten minste 20 procent energie bespaard kan worden of waar de CO2-uitstoot kan worden verminderd.

NAIADES II

Dit actieprogramma voor de binnenscheepvaart is de opvolger van NAIADES (2006-2013) en van start gegaan op 1 januari 2014. Doel van het programma is versterking van de binnenvaartsector in Europa. De Nederlandse Europarlementariër Corien Wortmann-Kool (CDA) was rapporteur voor het programma. Zij werd opgevolgd door de Roemeense Marian-Jean Marinescu.

Copernicusprogramma

Het Copernicusprogramma is een Europees systeem voor het in beeld brengen van de aarde. Het programma bestaat uit verschillende complexe systemen die data verzamelen. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van satellieten en meetstations op de grond en in de zee.

Europees Fonds voor strategische investeringen

Het investeringsfonds van de Commissie-Juncker (bijnaam 'het Junckerfonds') moet door middel van gerichte investeringen de structurele economische groei in de Europese Unie bevorderen. Het fonds werd in 2015 opgericht en heet officieel het European Fund for Strategic Investments (EFSI). De ruim 300 miljard euro die in het fonds wordt gestopt wordt deels publiek gefinancierd, maar het overgrote deel moet komen uit privaat kapitaal. In het fonds is een centrale rol weggelegd voor de Europese Investeringsbank.

11.

Cultuur

Vanaf 2014 zijn de afzonderlijke programma's CULTUUR (t/m 2013), MEDIA (t/m 2013) en MEDIA Mundus (t/m 2013) samengevoegd in het nieuwe programma Creatief Europa. Het programma Europa voor de Burger blijft bestaan.

Creatief Europa

Creatief Europa is een subsidieprogramma van de Europese Unie ter ondersteuning en bevordering van de internationale samenwerking in de culturele, creatieve en audiovisuele sector. Met het Creatief Europa-programma wil de Europese Commissie de Europese cultuur sector promoten en beschermen. Het programma is ontwikkeld uit de overtuiging dat cultuur een meerwaarde biedt aan de ontwikkeling van de Europese samenleving. Zo wil de Commissie bijvoorbeeld een impuls geven aan de Europese muziek- en filmindustrie.

Creatief Europa is in 2014 opgericht als opvolger van CULTUUR 2007, MEDIA 2007 en MEDIA Mundus. Het huidige subsidieprogramma bestaat uit drie onderdelen: 'Cultuur' voor de ondersteuning van de culturele en creatieve sectoren, 'Media' voor de audiovisuele sector, en 'Cross-sectoraal' voor sectoroverschrijdende projecten. In 2016 is onder deze laatste tak een Financiële Garantiefaciliteit opgezet, waarmee het voor kleine actoren in de culturele en creatieve industrie gemakkelijker moet worden om toegang te krijgen tot bankkredieten.

EU-lidstaten, maar ook landen waarmee toetredingsonderhandelingen lopen, kunnen in aanmerking komen voor subsidies uit dit programma. De subsidies worden op basis van oproepen van de Commissie verstrekt. Elke oproep heeft zijn eigen deadline. De aanvraag wordt beoordeeld door het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA).

Europa voor de burger

Dit programma is een initiatief waarmee de Europese Unie burgers actief wil maken voor de Europese samenleving. Burgers die actief bezig zijn met de Europese integratie zorgen ervoor dat meer kennis is van, en meer begrip voor de samenwerking van de Europese landen.

12.

Consumentenbescherming en volksgezondheid

Derde Actieprogramma Volksgezondheid

Dit derde actieprogramma volksgezondheid (Engelse titel: 'Health for Growth') heeft als doel de burger te helpen langer gezond te blijven en de zorgstelsels binnen de EU-lidstaten beter af te stemmen op de economische en demografische ontwikkelingen. Het programma loopt van 2014 tot en met 2020 en sluit aan op de Europa 2020-strategie.

Consumentenprogramma

Dit programma ondersteunt het consumentenrechtenbeleid van de EU en heeft als doel consumenten een centrale positie te geven in de interne markt en ze in staat te stellen daar ook actief aan deel te nemen. Het programma loopt van 2014 tot 2020 en heeft een budget van 188 miljoen euro.

Betere opleiding voor veiliger voedsel

Dit programma (EN: Better Training for Safer Food) is ingesteld door de Europese Commissie om ambtenaren in (kandidaat-)lidstaten te trainen in voedsel- en levensmiddelenrecht en regelgeving rond diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid. Het doel is om deelnemers op de hoogte te houden over de actuele wet- en regelgeving op deze gebieden en te zorgen voor efficiënte en geharmoniseerde controles.

13.

Sociaal beleid

Het huidige Progress-programma voor werkgelegenheid en sociale zaken, de Progress-microfinancieringsfaciliteit voor kleine ondernemingen en het EURES-samenwerkingsverband voor vrij verkeer van werknemers worden voortgezet binnen het nieuwe Europees Programma voor Werkgelegenheid en Sociale Innovatie. Daarnaast bestaan op dit terrein het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, het Fonds voor Europese hulp aan minstbedeelden en het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief.

Europees Programma voor Werkgelegenheid en Sociale Innovatie (EaSI)

Dit EU-programma dient ter ondersteuning van het sociaal en werkgelegenheidsbeleid van de EU. Het EaSI heeft als doel het coördineren en testen van innovatief beleid en het uitwisselen van 'best practices', zodat de maatregelen die het meest succesvol blijken in een breder verband kunnen worden toegepast met steun vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG)

Het Europees Fonds voor Aanpassing aan de Globalisering (EFG) is een Europees Fonds dat als doel heeft om werklozen te helpen herintegreren in de arbeidsmarkt nadat ze werkloos zijn geworden als gevolg van een veranderende markt door globalisering. Het fonds moet een bijdrage leveren aan het stimuleren van de economie en de banengroei in de EU. Het budget van het fonds wordt vastgesteld door de Europese Commissie, en in het bijzonder door de Eurocommissaris Werkgelegenheid. Het EFG is onderdeel van het Werkgelegenheids- en sociaal beleid van de Europese Unie.

Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigden

Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen

Dit fonds heeft als doel om, via partnerorganisaties, voedsel, kleding en andere essentiële goederen aan de minstbedeelden te verstrekken. Vanaf 1 januari 2014 vervangt dit fonds het Europees steunprogramma voor de armen. Voor de periode 2014-2020 zit een bedrag van 3,8 miljard euro in het fonds. De Europese Commissie en de lidstaten wilden dit echter terugbrengen tot 2,5 miljard, maar in november 2013 kwamen Raad en het Europees Parlement toch overeen het budget te handhaven op 3,8 miljard euro. De officiële instemming volgde op 25 februari 2014 door het Parlement en op 10 maart 2014 door de Raad van Ministers. De verordening is op 12 maart gepubliceerd, op dezelfde dag in werking getreden en sinds 1 januari 2014 van toepassing.

Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief

Dit programma (Engelse titel: 'Youth Employment Initiative' - YEI) van de Europese Unie heeft als doel de jeugdwerkloosheid in de EU-lidstaten aan te pakken.

14.

Justitie en asiel

Het Europees vluchtelingenfonds II en het Programma veiligheid en waarborging van vrijheden zijn beëindigd. In plaats daarvan zijn het Asiel- en Migratiefonds en het Fonds voor Interne Veiligheid opgezet. Daarnaast is in 2014 een nieuw Justitieprogramma gestart ter versterking van de Europese samenwerking op dit gebied. Daarnaast is er het Programma Rechten en Burgerschap, dat EU-burgers bewust moet maken van de rechten die zij kunnen ontlenen aan het EU-burgerschap.

Asiel- en Migratiefonds (AMF)

Het Asiel-, Migratie-, en Integratie fonds heeft samen met het Fonds voor Interne Veiligheid (ISF) het doel om de efficiënte omgang met migranteninstromingen te bevorderen en om een Europese aanpak voor asiel en migratie verder te ontwikkelen. Het fonds is de opvolger van vier oude migratiefondsen (Integratiefonds, Terugkeerfonds, Vluchtelingenfonds en Buitengrenzenfonds). De activiteiten van het fonds vallen binnen het kader van het Europese asiel- en migratiebeleid.

Fonds voor Interne Veiligheid (ISF)

Het Fonds voor Interne Veiligheid (ISF) heeft tot doel de veiligheid in de EU te vergroten door het verbeteren van grenscontroles en de infrastructuur bij de grenzen. Het Fonds is opgesplitst in twee programma's:

Programma Justitie

Justitie is een financieringsprogramma van de Europese Commissie dat eraan moet bijdragen dat het recht in de Unie efficiënt, consistent en consequent wordt toegepast. Het programma bevordert justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken en een effectieve toegang tot justitie in Europa. Daarnaast helpt het rechters en andere beoefenaars van juridische beroepen op te leiden door middel van trainingen. Verder vallen initiatieven voor de ontwikkeling van het drugspreventiebeleid ook onder dit programma. Alle acties die door het programma worden gefinancierd moeten grensoverschrijdende voordelen hebben.

Meer informatie

Programma Rechten en Burgerschap

Het programma Rechten, Gelijkheid en Burgerschap is een Europees subsidieprogramma met als doel om bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van een Europa waarin de gelijkheid en mensenrechten worden bevorderd en beschermd.

15.

Fraudebestrijding

Pericles 2020

Pericles IV is een programma dat tot doel heeft om fraude door het vervalsen van geld tegen te gaan. Specifiek betekent dit dat het programma zich richt op het beschermen tegen vervalsing van eurobankbiljetten en ‑munten in Europa en de rest van de wereld. Tot aan 2020 heette het programma Pericles 2020. Voor de periode 2021-2027 gaat dit programma overanderd over in Pericles IV.

Pericles 2020 werd in 2014 gestart om de economie en de interne markt te beschermen tegen fraude en om het vertrouwen in de Euro als munt te verbeteren. Er wordt gebruik gemaakt van drie typen maatregelen om de doelen van het programma te behalen. Ten eerste wordt ondersteuning gegeven aan de bevoegde nationale instanties door de organisatie van workshops, gerichte stages en de uitwisseling van personeel. Bovendien wordt technische, wetenschappelijke en en operationele ondersteuning geboden, bijvoorbeeld door handboeken over de Europese wetgeving te verstrekken.

Ten slotte verstrekt het programma geld voor de aankoop van de apparatuur die wordt gebruikt door de gespecialiseerde anti-namaak autoriteiten.

Informatie over het aanvragen van financiering in het kader van Pericles 2020 en Pericles IV is te vinden op de website van de Europese Commissie.

Hercules III

Hercules III is het antifraudeprogramma van de Europese Unie. Het programma ondersteunt de Commissie, de EU-lidstaten en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) bij de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die de financiële belangen van de EU schaden. Ook stimuleert het programma transnationale samenwerking en coördinatie. Het Hercules III-programma zorgt voor gespecialiseerde technische bijstand en organiseert gespecialiseerde opleidingen, workshops, analyses en conferenties.

Het Hercules-programma begon in 2004 als Hercules I, en werd opgevolgd door het Hercules II (2007-2013) en het Hercules III-programma (2014-2020). In 2021 zal het programma opgaan in een nieuw antifraudeprogramma, dat geïmplementeerd en aangestuurd zal worden door OLAF. Het nieuwe antifraudeprogramma zal ook ondersteuning bieden voor operationele en onderzoeksactiviteiten.

Het programma werkt op basis van zogenoemde oproepen van aanvragen, waar nationale en regionale overheidsdiensten als ook onderzoeks- en onderwijsinstellingen en non-profitorganisaties een voorstel voor kunnen indien. Het programma staat open voor lidstaten en voor verschillende landen waar de Europese Unie een partnerschap mee heeft. De oproepen zijn te vinden op de website van OLAF.

Douane 2020

Dit Europese subsidieprogramma moet de samenwerking tussen de douanediensten van de deelnemende landen helpen bevorderen. Dit gebeurt vooral door de handel te bevorderen en douaneprocedures te vereenvoudigen en versnellen en daarmee blokkades voor de interne markt weg te nemen. Door investeringen in douanediensten moeten EU-lidstaten meer inkomsten kunnen vergaren en fraude beter bestrijden.

Taken

Het programma, dat onder de Eurocommissaris voor economische en financiële zaken, belastingen en douane valt, heeft de volgende taken:

  • de samenwerking tussen douanediensten vergroten en daarmee efficiëntie bevorderen;
  • de economie van deelnemende landen competitiever maken;
  • netwerken en gemeenschappelijke acties van douaneautoriteiten bevorderen en IT-systemen moderniseren.

Van Douane 2020 naar Programma Douane

Het Douane 2020 programma startte op 1 januari 2014 en loopt tot 2020. Douane 2020 hangt sterk samen met Fiscalis 2020, een programma dat is opgezet om de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen op het gebied van belasting. Ook Fiscalis 2020 moet het functioneren van de interne markt bevorderen.

Fiscalis 2020

Fiscalis 2020 is een subsidieprogramma dat tot doel heeft de samenwerking tussen de belastingdiensten van EU-lidstaten en van andere deelnemende landen te verbeteren. Daarbij is het belangrijkste oogmerk om de verschillende belastingsystemen goed naast elkaar te laten functioneren om belastingfraude te voorkomen en de interne markt te versterken. Naast de EU-lidstaten doen ook Albanië, Bosnië en Herzegovina, Macedonië, Montenegro, Servië en Turkije mee aan het Fiscalis 2020-programma.

Het programma tracht de doelstellingen te behalen door belastingdiensten onderling te laten netwerken, trainingen te verschaffen aan het personeel en IT-systemen voor de uitwisseling van informatie aan te bieden.

In 2018 stelde de Commissie voor om Fiscalis 2020 voort te zetten onder de naam Fiscalis. Het programma voor 2021-2027 moet de strijd tegen belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking opvoeren. Daarvoor wil de Commissie meer geld beschikbaar maken.

Europees Statistisch Programma

Het Europees Statistisch Programma is het financieringsprogramma voor activiteiten op het gebied van Europese statistieken. Het ESP vervangt sinds 2013 het Gemeenschappelijk Statistisch Programma en zou aanvankelijk tot 2018 doorlopen. In 2017 keurden de Raad en het Europees Parlement een wet goed om het ESP tot 2020 te behouden. Statistieken moeten de uitleg van het EU-beleid ondersteunen.

16.

Stedelijke en regionale ontwikkeling

Het programma URBACT II voor de ontwikkeling van stedelijke netwerken wordt opgevolgd door URBACT III. Speciale vormen van steun door de faciliteiten JASPERS, JEREMIE, JESSICA en JASMINE blijven bestaan. Het programma voor Europese Territoriale Samenwerking (INTERREG), ondersteund door INTERACT, wordt met een sterk verhoogd budget voortgezet.

URBACT III

Logo URBACT

Dit programma van de Europese Unie loopt van 2014 tot en met 2020 en heeft als doel het ontwikkelen van stedelijke netwerken.

JESSICA

Het programma JESSICA, Joint European Support for Sustainable Investment in City Areas, heeft als doel het stimuleren van duurzaam investeren en het vergroten van de werkgelegenheid in stedelijke gebieden in de EU. Het is een initiatief van de Europese Commissie in samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB) en de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (CEB).

JEREMIE

Dit instrument van de Europese Commissie heeft als doel de kennis van de Europese Unie op het gebied van financiering beschikbaar te stellen aan het midden- en kleinbedrijf (MKB) en via microkredieten.

JASPERS

JASPERS is een samenwerkingsverband van de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank, en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Het ondersteunt landen bij het ontwikkelen van grote infrastructurele projecten die worden gefinancierd door de structuurfondsen en het cohesiefonds.

Jaspers biedt expertise vanaf het voorbereidende werk tot aan het besluit om EU-steun te verlenen. Dat kan bijvoorbeeld bij het opzetten van een publiek-private samenwerking, of bij het in kaart brengen van de impact van het project op het milieu (wat een verplicht onderdeel is).

Het initiatief is in 2005 opgezet om de twaalf lidstaten die tussen 2004 en 2007 lid werden van de Europese Unie te helpen effectief gebruik te maken van de Europese structuurfondsen. In de loop der jaren werd JASPERS uitgebreid naar andere lidstaten. Inmiddels staan de activiteiten van JASPERS open voor alle lidstaten en landen waarmee toetredingsonderhandelingen lopen.

Meer informatie

JASMINE

Dit gezamenlijk initiatief van de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds (kortweg: JASMINE) had als doel startende ondernemers makkelijker geld te laten lenen via microkredieten. Daardoor moesten nieuwe ondernemingen sneller van de grond komen. Het programma liep van 2007-2013.

Europese Territoriale Samenwerking (INTERREG V)

In oktober 2011 heeft de Europese Commissie een nieuwe verordening geformuleerd voor de Europese Territoriale Samenwerking. Dit programma maakt deel uit van een pakket wetgevende maatregelen dat gekoppeld is aan het Cohesiebeleid 2014-2020 en zal vanaf 2014 gaan gelden. De samenwerking is een voortzetting van INTERREG IV. Voor de periode 2014-2020 is het bedrag voor INTERREG V vastgesteld op 8,9 miljard euro.

Europees Observatienewerk voor Territoriale Cohesie (ESPON)

logo ESPON

Deze organisatie heeft als missie om beleidsvorming die regionale gelijkheid stimuleert, te ondersteunen. Dit doet ESPON door middel van onderzoek waarmee zij vergelijkbare informatie verstrekt over de verschillende regio's in Europa.

17.

Grensoverschrijdende samenwerking met derde landen

Op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking met niet-EU-landen bestaan talloze fondsen, programma's en financieringsinstrumenten. Deze richten zich onder meer op pretoetredingssteun, nabuurschapsbeleid, ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp.

Instrument voor Pretoetredingssteun II

Dit financiële instrument ondersteunt kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten. Zij kunnen die steun gebruiken om politieke, institutionele, juridische, administratieve, sociale en economische hervormingen door te voeren die nodig zijn om te voldoen aan de EU-criteria voor toetreding. IPA II trad in januari 2014 in werking en heeft een budget van 11,7 miljard tot 2020. In 2018 stelde de Europese Commissie IPA III voor als opvolger van IPA II. IPA III moet met een budget van 14,5 miljard de EU-strategie omtrent uitbreiding in de Westelijke Balkan verwezenlijken.

Europees Nabuurschapsinstrument

Dit instrument is de opvolger van het Europees Nabuurschaps- en Partnerschapsinstrument (ENPI). Het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI) draagt bij aan het versterken van de relaties van de Europese Unie (EU) met buurlanden. Het instrument verstrekt nog steeds subsidies aan de buurlanden door bilaterale, regionale en grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's. Het nieuwe instrument beoogt effectiever te zijn dan het oude ENPI.

Partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen

Het Partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen is erop gericht de band tussen de Europese Unie en landen in haar directe omgeving te bevorderen. Als onderdeel van de Europa 2020-strategie heeft de Europese Commissie voorgesteld om in de periode 2014-2020 70 miljard euro voor externe samenwerking uit te trekken. Daarvan wordt 954,8 miljoen euro vrijgemaakt voor het Partnerschapsinstrument. Hiermee kunnen activiteiten in allerlei niet-EU landen gefinancierd worden, maar er wordt wel nadruk gelegd op landen die strategisch interessant zijn voor de EU.

Werd voor 2014-2020 nog 94,5 miljard begroot voor extern optreden, in het Meerjarig Financieel Kader 2021-2017 wordt een bedrag van 123 miljard hiervoor uitgetrokken.

EU-mechanisme voor civiele bescherming

RescEU is een financieringsmechanisme van de Europese Unie dat betrekking heeft op ‘civiele rampen.’ Dit betreft onder andere natuurrampen, rampen door menselijk toedoen of acute noodsituaties. Het mechanisme moet het reactievermogen van lidstaten verbeteren, maar ook moet het initiatieven van de EU-lidstaten in het geval van civiele rampen coördineren, aanvullen en ondersteunen.

Stabiliteitsinstrument

Dit instrument is een voortzetting van het Stabiliteitsinstrument 2007-2013 dat gericht is op rampenbestrijding en hulp aan buurlanden. Wanneer een ramp in de omgeving van de Europese Unie plaatsvindt, kan dit ook schadelijke gevolgen hebben voor de Unie zelf. Een vernieuwd Stabiliteitsinstrument (2014-2020) moet het externe beleid van de Europese Unie op dit gebied hervormen. Het voorstel is op 16 maart 2014 in werking getreden. Het budget voor het nieuwe Instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede is vastgesteld op 2.828,9 miljoen euro voor de periode 2014-2020.

Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid

Dit instrument is gericht op bevordering en verbetering van veiligheidsmaatregelen tegen de gevolgen van nucleair afval en straling in de EU en niet-EU landen. De kernrampen van Tsjernobyl en Fukushima hebben beide aangetoond dat schade door nucleaire straling grensoverschrijdend is en niet nationaal kan worden aangepakt.

Macrofinanciële bijstand aan derde landen

De Europese Unie kan macrofinanciële steun verlenen aan derde landen die geografisch, economisch en politiek verbonden zijn aan de Europese Unie en in acute economische problemen verkeren. Landen moeten de status hebben van kandidaat- of potentiële kandidaat-lidstaat of het land moet onder het Europese nabuurschapsbeleid vallen. In hele uitzonderlijke gevallen kunnen ook landen zonder deze status hulp aanvragen. De Europese steun gaat gepaard met strenge voorwaarden.

Sinds het instellen van het programma voor het verlenen macrofinanciële steun in 1990 is er enkele tientallen keren gebruik van gemaakt. Zo kreeg bijvoorbeeld Moldavië steun om het economisch beleid in het land te versterken en ontving Tunesië steun na de revolutie in 2011. In 2014 is de EU begonnen met het financieel ondersteunen van Oekraïne. Deze steun is in juli 2018 nogmaals verlengd met maximaal 1 miljard.

Garantiefonds voor operaties ten behoeve van derde landen

Dit fonds, dat in juni 1994 is ingesteld, is bedoeld om financieringsrisico's voor projecten in derde landen of operaties ten gunste van een derde land weg te nemen. Crediteuren kunnen een beroep doen op het fonds indien de leningnemer van een door de EU toegekende of goedgekeurde lening in gebreke blijft. Ook houders van EIB-leninggaranties kunnen onder voorwaarden van dit fonds gebruikmaken. Het fonds wordt veelal simpelweg aangeduid als 'the Fund' ('het Fonds').

Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten

Met dit financiële instrument wil de Europese Unie wereldwijd het naleven van de mensenrechten en democratie bevorderen en ondersteunen. De EU heeft de overtuiging dat democratie en mensenrechten universele waarden zijn die sterk moeten worden gestimuleerd.

Europees Ontwikkelingsfonds

Het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) financiert projecten en programma's gericht op de economische en sociale ontwikkeling in de ACS-landen en de overzeese gebieden. Het EOF is voor de Europese Unie een belangrijk instrument voor de uitvoering van de ontwikkelingssamenwerking zoals bepaald in het EU-ontwikkelingsbeleid. Het fonds is in maart 2015 in werking getreden.

Financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

De Europese Unie helpt met het Financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (FIS) ontwikkelingslanden met het terugdringen van armoede. Het is de bedoeling dat armoede uiteindelijk zelfs helemaal wordt uitgebannen. Hiermee draagt het FIS bij aan het verwezenlijken van de Millenniumdoelstellingen voor Ontwikkeling.

In de huidige verordening wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen de begunstigde landen, wordt EU-hulp verbeterd door deze te vereenvoudigen en flexibeler te maken en wordt EU-hulp gekoppeld aan het respecteren van mensenrechten, de rechtsstaat, goed bestuur en democratie.

Instrument voor Humanitaire Hulp

Het Instrument voor Humanitaite Hulp is één van de Europese subsidies voor niet-lidstaten. De subsidie is gericht op zowel kortetermijnhulp als langetermijnhulp bij natuurrampen, rampen veroorzaakt door mensen en soortgelijke crises. Naast noodmaatregelen op de korte termijn, moet bij de lange termijn gedacht worden aan preventie van toekomstige rampen en aan hersteloperaties om getroffen gebieden weer op te bouwen.

18.

Meer informatie

Terug naar boven