r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Militaire daadkracht Europese Unie

Tijdens de Balkanoorlogen (1990-1995) werd duidelijk dat de Europese Unie niet genoeg militaire capaciteiten had om als vredesmacht op te treden. Volgens veel lidstaten was er daarom een eigen interventiemacht nodig die tijdens dit soort conflicten kon optreden. Naast een capaciteitsprobleem kwamen er ook zorgen over de eensgezindheid binnen de EU, bijvoorbeeld naar aanleiding van de oorlog in Irak in 2003. Om de coördinatie en eensgezindheid van het Europees Defensiebeleid te bevorderen werd daarom in 2009 via het Lissabon-verdrag de functie van Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheid in het leven geroepen. De Hoge Vertegenwoordiger is sindsdien samen met de voorzitter van de Europese Raad het Europese aanspreekpunt op het gebied van veiligheid en defensie.

Na de invoering van het Verdrag van Lissabon vond er een machtsstrijd plaats tussen de lidstaten over wie welke invloed zou krijgen over het buitenlands beleid. Een ander probleem vormt het gezag van de Hoge Vertegenwoordiger. Als er (wellicht buiten zijn of haar schuld) geen overeenstemming over het te voeren defensie- en veiligheidsbeleid is in de Europese Raad, zal de Hoge Vertegenwoordiger hiervoor toch verantwoordelijk worden gehouden. In de praktijk blijkt het voor de EU nog steeds lastig om tot een eenduidige aanpak te komen. In de strijd tegen het terrorisme van Islamitische Staat was er bijvoorbeeld geen Europese coördinatie, wat laat zien dat er nog verbetering mogelijk is aan dit aspect van de Europese samenwerking.

Toch is de EU op 17 december 2017 erin geslaagd om zeventien defensieprojecten te lanceren. De krijgsmachten van de EU-lidstaten werken daarin in groepen met elkaar samen. Met de permanente structurele samenwerking (PESCO) is een nieuwe mogelijkheid voor lidstaten gecreëerd om nauwer samen te werken op veiligheids- en defensiebeleid. In juli 2018 breidde de EU bovendien de samenwerking met de NAVO uit. Op het vlak van militaire mobiliteit, verdediging tegen cyberaanvallen, terrorisme en desinformatie is een gezamenlijke aanpak geformuleerd.

Voor de toekomst schetst de Europese Commissie drie mogelijke scenario's: de EU-lidstaten gaan op vrijwillige basis samenwerken tijdens specifieke situaties, er komt een gedeeld defensie- en veiligheidsbeleid wat zou moeten leiden tot meer financiële mogelijkheden of er komt een gezamenlijk beleid, in de vorm van een defensie- en veiligheidsunie.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven