r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek
Niet/beperkt geactualiseerd na 25 januari 2019.

Financiering Europese politieke partijen

Europese politieke partijen kunnen aanspraak maken op een financiële bijdrage uit de algemene begroting van de Europese Unie. Deze financiering is bedoeld om uitgaven te dekken die rechtstreeks verband houden met de wettelijke doelstelling van deze partijen, zoals vergaderkosten, administratieve en personeelskosten en campagnekosten voor Europese verkiezingen. Om aanspraak te maken op de financiële ondersteuning moeten de partijen wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Europese politieke partijen dragen bij aan de vorming van een Europees politiek bewustzijn en de uitdrukking van de wil van de burgers van de Europese Unie. De EU-financiering ondersteunt partijen bij het verwezenlijken van activiteiten op Europees niveau. Europese politieke partijen moeten dan ook een reële pan-Europese dimensie hebben om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage.

In 2014 en 2018 werden de regels voor de financiering van Europese politieke partijen herzien, mede bedoeld om misbruik tegen te gaan. Daarnaast moest de financiering eerlijker en transparanter. Ondanks deze veranderingen blijft er kritiek op misbruik van de Europese middelen.

Inhoud

1.

Financiële ondersteuning

Een Europese politieke partij is een samenwerkingsverband van verwante politieke partijen uit verschillende EU-lidstaten. Een belangrijke taak voor Europese politieke partijen is burgers bewuster te maken van de EU. Verder kunnen gelijkgezinde partijen uit de lidstaten via een Europese politieke partij hun standpunten en werkwijzen beter afstemmen.

Sinds 2007 is het mogelijk voor Europese partijen en Europese stichtingen om financiering uit de algemene Europese begroting aan te vragen. 10 procent van de totale begroting voor de financiering van Europese politieke partijen wordt gelijkelijk verdeeld tussen de Europese politieke partijen. De rest van het bedrag wordt verdeeld op basis van het aantal zetels in het Europees Parlement. Wanneer een Europese partij in aanmerking komt voor financiële ondersteuning, gelden er nog regels over het gebruik van deze middelen. De Autoriteit controleert daar op.

Verder geldt er een medefinancieringdrempel: partijen moeten minimaal 10%, en stichtingen minimaal 5%, van hun uitgaven zelf bekostigen, de rest kan via financiële ondersteuning vanuit het Europees Parlement worden ingevuld.

Daarnaast moeten partijen alle ontvangsten en uitgaven melden in hun jaarverslag. Hierin moet ook een lijst van donaties, een activiteitenverslag en een geraamde begroting in worden opgenomen. Ook moeten partijen in de EU-lidstaten in het kader van transparantie het logo en het programma van de Europese politieke partij waarbij ze zijn aangesloten tonen op hun website.

In 2011 evalueerden deskundigen en belanghebbende partijen de financiering van Europese politieke partijen in het Giannakou-verslag. Op basis van dit verslag kwam de Commissie in 2012 met een voorstel voor nieuwe regels, die in 2017 in werking traden. Om misbruik van de Europese middelen te beperken, de transparantie van financiering te vergroten en de Europese dimensie van de partijen te versterken diende de Europese Commissie opnieuw een voorstel in. Deze regels zijn sinds 2019 in werking.

2.

Voorwaarden voor financiering

Om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning vanuit de algemene Europese begroting, moet een partij of stichting geregistreerd zijn bij de Autoriteit voor Europese Politieke Partijen en Europese Politieke Stichtingen (de Autoriteit). Hiervoor gelden voorwaarden, zoals een minimum vertegenwoordiging van 1/4 van de lidstaten, het doel om deel te nemen aan de Europese Parlementsverkiezingen, en het ontbreken van een winstoogmerk. De aangesloten partijen mogen tevens geen lid zijn van een andere Europese politieke partij. Ook moet de partijen in hun programma en optreden de Europese waarden van artikel 2 respecteren.

Wanneer een partij succesvol geregistreerd is door de Autoriteit, moet ook nog aan andere voorwaarden worden voldaan om in aanmerking te komen voor Europese financiering. Zo moet de partij in het Europees Parlement door ten minste één lid van het Europees Parlement vertegenwoordigd worden. Ook mogen er geen sancties opgelegd zijn door de Autoriteit en moet de partij gecontroleerd worden door een externe auditor.

3.

Gebruik van financiële middelen

De financiële bijdragen voor Europese politieke partijen is bedoeld om uitgaven te dekken die rechtstreeks verband houden met de wettelijke doelstelling van de partij, zoals:

  • kosten voor bijeenkomsten en representatiekosten;
  • kosten van publicaties;
  • administratieve kosten en personeels- en reiskosten;
  • kosten in verband met campagnes voor Europese verkiezingen.

De bijdragen mogen echter niet gebruikt worden voor de financiering van referendumcampagnes of verkiezingscampagnes anders dan voor Europese verkiezingen. Ook is rechtstreekse of onrechtstreekse financiering van nationale partijen of verkiezingskandidaten niet toegestaan.

4.

Nederland in de onderhandelingen over nieuwe regels

In 2012 kwam de Nederlandse regering tijdens de onderhandeling tussen de Europese Commissie, de Raad en het Parlement met bezwaren. De eis om verplicht de Europese waarden van artikel 2 te accepteren leidde tot kritiek van de regering: dit zou de onafhankelijk rol van politieke partijen namelijk kunnen aantasten. Ook vond Nederland de vermeende rol van het Europees Parlement bij het toekennen van de Europese status en subsidie niet wenselijk.

Het voorstel van de Commissie werd door de kritiek van lidstaten zoals Nederland deels gewijzigd. In plaats van het Europees Parlement kwam er een onafhankelijke Autoriteit die toezicht houdt op de registratie en controle van Europese partijen. De erkenning van de Europese waarden blijft wel een vereiste.

In het voorstel uit 2017 kunnen alleen nationale partijen de registratie van een Europese partij steunen. Dit betekent dat individuele partijleden niet langer een partij kunnen registreren. Dit leidde in de Tweede Kamer tot bezwaren, maar niet tot aanpassingen van het voorstel.

5.

Meer informatie

Terug naar boven