r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Relatie EU-Oekraïne

Vlaggen EU en Oekraïne

De verstandhouding tussen de Europese Unie en Oekraïne is sinds 2013 flink verbeterd. De pro-Europese opvolgers van de afgezette president Janoekovitsj haalden de banden met de Europese Unie weer aan. Dit resulteerde in de ondertekening van een associatieverdrag, dat in september 2017 in werking is getreden. De EU verleent daarnaast financiële steun aan Oekraïne ter stimulering van de economie en de rechtsstaat. Vanaf juni 2017 geldt een visumliberalisering voor Oekraïense burgers.

De verbeterde relatie met de Europese Unie leidde tot onvrede bij etnische Russen in Oekraïne. In het oosten van het land, waar een groot deel van de bevolking van Russische oorsprong is, leidde deze onvrede tot geweld en de roep om aansluiting bij Rusland. Het schiereiland de Krim is door Rusland geannexeerd, maar dit wordt niet erkend door Oekraïne en de EU.

Bij de presidentsverkiezingen van 2019 werd Volodomir Zelenski president van Oekraïne. Het is nog niet helemaal duidelijk wat dit gaat betekenen voor de verhoudingen van het land met de EU. Zelenski heeft aangegeven dat Oekraïne zich zal blijven inzetten voor een goede verhouding met de EU. Hij wil, anders dan zijn voorganger Porosjenko, een referendum over aanmelding voor lidmaatschap van de Europese Unie.

1.

Europese steun aan Oekraïne

In 2014 presenteerden de Europese Unie en de Verenigde Staten een gezamenlijk plan voor Oekraïne. Financiële hulp moest Oekraïne door een overgangsperiode helpen, onder leiding van een breed gedragen interim-regering. De Europese Unie steunt Oekraïne op meerdere manieren. Zo is er een 'State Building Contract' getekend, waarbij Oekraïne voor 355 miljoen euro aan steun ontving om de economie op korte termijn vooruit te helpen. Ook kreeg Oekraïne in maart 2015 een extra lening van 1,8 miljard euro voor extra hervormingen; dit kwam bovenop de 1,6 miljard euro aan eerdere leningen. Daarmee kreeg Oekraïne de grootste lening die de EU ooit aan een niet-lidstaat verstrekte.

Naast leningen ontving Oekraïne ook humanitaire hulp vanuit de EU en werden invoertarieven verlaagd of afgeschaft, zodat Oekraïense producten makkelijker de Europese markt op kunnen.

Bovendien stuurde de Europese Unie op 1 december 2014 een commissie naar Oekraïne om het land te adviseren op het gebied van politie en justitie. Het doel van de commissie is om de rechtsstaat in Oekraïne te versterken. De commissie zal erop toezien dat de geadviseerde hervormingen zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Op 20 november verlengde de EU de missie met achttien maanden. De EU zet voor deze periode een budget van 32 miljoen in. De hervormingen moeten mede leiden tot het terugdringen van de corruptie in het land en tot versterking van de rechtsstaat.

2.

Politieke samenwerking

Vanaf het begin van de jaren '90 van de twintigste eeuw streefde de EU naar betere samenwerking met voormalige Sovjetlanden. Na de officiële onafhankelijkheid van Oekraïne in 1991 besloot de EU om prioriteit te geven aan economische integratie en een verdieping van de politieke samenwerking. In 1994 kwam een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tot stand; deze trad in 1998 in werking. De overeenkomst legde de juridische basis voor samenwerking op gebieden als politiek, handel en economie. Later is dit uitgebreid met zaken als energie, justitie en wetenschap.

Politieke dialoog

Met het sluiten van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst kwam de politieke dialoog op gang. De overeenkomst moest een kader scheppen om onderwerpen op het gebied van economie en mensenrechten aan de orde te stellen. De EU wees dan ook regelmatig op het belang van democratie en de noodzaak om de mensenrechten te verbeteren. Het kader voor politieke discussie tussen de beide landen was beperkt: jaarlijkse ontmoetingen tussen de EU-trojka en de Oekraïense leiders leverden weinig op en de sfeer bleef koel. De PSO liep in 2008 af.

Relaties tussen Oekraïne en de EU worden op dit moment gebaseerd op het Europese Nabuurschapsbeleid (ENB), een instrument binnen het beleid buurlanden. Ook maakt Oekraïne deel uit van het Oostelijk Partnerschap.

Visumliberalisering

De Raad heeft op 11 mei 2017 een verordening aangenomen inzake visumliberalisering voor Oekraïense burgers. Oekraïeners met een biometrisch paspoort mogen nu maximaal 90 dagen vrij reizen door de EU, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Deze versoepelingen van de visumregels gelden overigens alleen voor tijdelijk verblijf: werken in de EU is niet toegestaan. De visumliberalisering ging op 11 juni 2017 in.

President Porosjenko (2014-2019)

Petro Porosjenko trad na de Majdanrevolutie in 2014 aan als president van Oekraïne. Eén van zijn belangrijkste verkiezingsbeloften was de toenadering tot de EU. Belangrijke mijlpalen in zijn presidentschap waren het associatieakkoord met de EU en de visumliberalisering. Zijn belangrijkste doel was het voorbereiden op lidmaatschap van de Europese Unie, maar of Oekraïne ooit lid zal worden van de EU is zeer de vraag. Het Europese en Nederlandse standpunt is hierover duidelijk: dat zit er (voorlopig) niet in. Het presidentschap van Porosjenko was echter wel een belangrijk keerpunt in de relatie tussen EU en Oekraïne.

President Zelenski (2019-)

Op 21 april 2019 is Volodimir Zelenski verkozen tot president van Oekraïne. Hij versloeg Porosjenko door zich te profileren als de anti-corruptiepoliticus. Corruptie is een groot probleem in Oekraïne en Porosjenko heeft daar weinig aan gedaan. Verschillende analytici zien de overwinning van Zelenski, die in het dagelijks leven tot nu toe als komiek actief was, als een protest tegen het establishment. De beloofde hervormingen in het kader van de pro-Europese revolutie van 2014 zijn nauwelijks van de grond gekomen, ondanks beloftes en toenadering tot de EU.

Het Europese beleid van Zelenski is echter nog onduidelijk. De koers die hij wil gaan varen is dubbelzinnig. Enerzijds wil hij de banden met de EU warm houden, anderzijds wil hij Rusland niet tegen de schenen trappen. Het zal in de komende maanden duidelijk moeten worden wat daadwerkelijk de koers van deze onbekende, onervaren politicus zal zijn. Zijn belangrijkste standpunt wat betreft de EU is dat hij een referendum wil over eventuele aanmelding voor lidmaatschap.

3.

Het associatieverdrag

In 2008 besloot de EU om een associatieverdrag met Oekraïne te sluiten. Na lang onderhandelen lag er in 2012 een handelsakkoord. In dat jaar vonden er ook parlementsverkiezingen plaats in Oekraïne, die niet goed verliepen. Omdat het vermoeden bestond dat er gesjoemeld was met de verkiezingsuitslag, stelde de ministers van Buitenlandse Zaken strengere eisen aan het akkoord. Alleen wanneer Oekraïne de rechtsstaat zou waarborgen, werd het verdrag geratificeerd. Bovendien gebruikte de EU het associatieverdrag om politieke invloed te verkrijgen bij mensenrechtenschendingen, bijvoorbeeld bij de gevangenzetting van Joelia Timosjenko, voormalig premier van Oekraïne. De pro-Russische president Janoekovitsj was het niet met de Europese 'bemoeienis' eens en ondertekende het verdrag niet.

Dit leidde tot grote woede onder de pro-Europese Oekraïeners. Velen verzamelden zich op een plein in Kiev, dat werd omgedoopt tot 'Euromaidan' (Europlein). Maandenlang bezetten zij dit plein, en het lukte de oproerpolitie niet om hen uit elkaar te drijven. Toen president Janoekovitsj geweld liet gebruiken tegen de demonstranten, groeide het verzet. Janoekovitsj week uit naar Rusland en het Oekraïense parlement zette hem af. De nieuwe regering zette een pro-Europese koers in, en uiteindelijk werd het associatieverdrag alsnog ondertekend door de nieuwe president Porosjenko. Het verdrag per september 2017 in werking getreden.

In Nederland werd op 6 april 2016 een referendum gehouden over de associatie-overeenkomst tussen de EU en Oekraïne. Bij dit referendum bracht ruim 30 procent van de kiesgerechtigden een stem uit, hiervan stemde 61 procent tegen het associatieverdrag. Op 30 mei 2017 stemde, na de Tweede Kamer, ook een meerderheid van de Eerste Kamer in met ratificatie van het verdrag, nadat premier Rutte toezeggingen had gekregen van andere EU-lidstaten om de zorgen van de Nederlandse kiezer te verminderen. In een aanvullende verklaring bij het verdrag werd vastgelegd dat het verdrag niet leidt tot lidmaatschap van de EU.

4.

De burgeroorlog in Oekraïne

In het oosten van Oekraïne heeft een groot deel van de bevolking een Russische achtergrond. Zij reageerden negatief op de pro-Europese koers en vormden separatistische bewegingen. Op de Krim organiseerden de pro-Russische separatisten een referendum, waarna het schiereiland onderdeel van Rusland werd. De Oekraïense regering en de Europese Unie erkenden deze afscheiding niet.

Andere Oost-Oekraïense regio's zagen hun kans, en gebruikten steeds meer geweld in een poging zich af te scheiden van Oekraïne. Hierdoor vielen vele slachtoffers. Ook het neerschieten van de MH17 betekende een verlies van veel mensenlevens. Begin 2015 sloten de presidenten van Rusland, Frankrijk, Oekraïne en Duitsland het 'Minsk II' akkoord, waardoor er sinds 15 februari van dat jaar een staakt-het-vuren geldt voor de Oekraïense regeringstroepen en de Oost-Oekraïense onafhankelijkheidsstrijders. Sindsdien zoeken de Oekraïense regering en de separatisten naar een oplossing.

5.

Meer informatie

Factsheet Europees Parlement

Terug naar boven