r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter
Niet/beperkt geactualiseerd na 20 oktober 2014.

Two Pack

Het 'two pack' vormt een aanvulling op het in december 2011 in werking getreden 'six pack' en voorziet in een versterking van het toezicht door de Europese Commissie op de nationale begrotingen van de eurolanden. Het 'two pack' is een van de pakketten maatregelen om de eurocrisis te beteugelen en bouwt voort op het Stabiliteits- en Groeipact.

Het 'two pack' bestaat uit twee verordeningen. De eerste verordening betreft een uitbreiding van de controlemogelijkheden van de Europese Commissie op nationale begrotingen en het bevorderen van begrotingsdiscipline. De tweede verordening bevat bepalingen over verdergaand toezicht op nationale begrotingen in die gevallen waarin een euroland reeds in financiële moeilijkheden verkeert. Deze verordeningen moeten samen met het ESM-verdrag de basis vormen voor versterking van het economische en nationale begrotingsbeleid binnen de EU. Deze regels zijn sinds 30 mei 2013 van kracht.

Delen

Inhoud

1.

Scherper toezicht op begrotingen

De voorstellen die in de verordening over scherper toezicht op de nationale begrotingen genoemd werden, zijn:

  • Gemeenschappelijke budgettaire regelgeving op nationaal niveau moet worden gecontroleerd door onafhankelijke instellingen.
  • Lidstaten leggen een ontwerpbegroting voor aan de Europese Commissie en de eurogroep; deze moet jaarlijks voor 15 oktober ingediend zijn.
  • Wanneer de Commissie de ontwerpbegroting niet in lijn acht met het Stabiliteits- en Groeipact, kan de Commissie de lidstaat vragen om wijzigingen aan te brengen.
  • Het 'two pack' zorgt ervoor dat de afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact niet worden genegeerd bij het opstellen van de ontwerpbegroting.
  • De nationale parlementen blijven soeverein op het gebied van de nationale begroting, maar de Commissie kan wel advies uitbrengen.
  • De Commissie kan met deze verordening eerder signaleren of een lidstaat een buitensporig tekort heeft en zo ja, of er passende maatregelen worden genomen.

2.

Toezicht op landen met financiele problemen

De voorstellen die genoemd worden in de verordening voor eurolanden in financiële moeilijkheden, waren:

  • De Commissie kan besluiten dat eurolanden met ernstige financiële problemen onder verscherpt toezicht worden gesteld.
  • Automatisch verscherpt toezicht voor lidstaten van de eurozone die financiële steun ontvangen (uit het ESM).
  • Toezicht bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste moeten lidstaten maatregelen nemen om de oorzaken van de financiële stabiliteit tegen te gaan. Daarnaast kan er gevraagd worden om inzage in de gegevens van de financiële sector. Tot slot rapporteert de Europese Commissie elk kwartaal aan de eurogroep.
  • Besluitvorming en bewaking van het macro-economische aanpassingsprogramma bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste kunnen lidstaten technische bijstand krijgen van de Europese Commissie bij onvoldoende bestuurlijke capaciteit. Ten tweede kan de Raad, indien nodig, besluiten dat een lidstaat zich niet houdt aan de afspraken uit het aanpassingsprogramma. Dit kan voor de desbetreffende lidstaat financiële consequenties hebben.
  • Zolang 75 procent van de schuld nog niet is terugbetaald, blijft de Commissie toezicht houden.

3.

Het Europees Parlement

Op 13 juni 2012 heeft het Europees Parlement gestemd over het 'two pack' en nog een aantal aanvullende eisen gesteld. Het Europees Parlement was een voorstander van de oprichting van een Europees schuldaflossingsfonds. Binnen dit fonds zouden alle schulden van de eurolanden boven de 60 procent van het bbp moeten worden samengebracht. Dit geeft landen de ruimte om structurele hervormingen door te voeren.

Ook wilde het Parlement dat de Europese Commissie met een stappenplan komt voor de invoering van euro-obligaties. Omdat de Europese Commissie meer bevoegdheden krijgt, wilde het Parlement hier extra op toezien. Op deze manier moet de democratische legitimiteit gewaarborgd worden.

Tot slot wilde het Parlement meer aandacht besteden aan economische groei. Gedurende tien jaar zou er jaarlijks 1 procent van het bbp moeten worden geïnvesteerd in maatregelen die de groei bevorderen.

Volgens het Parlement moet de begrotingsdiscipline de economische groei niet in de weg zitten. Ook wilde het Parlement de Commissie de bevoegdheid geven om een land onder rechtsbescherming te plaatsen wanneer het op de rand van faillissement staat. Op deze manier kan een land niet failliet worden verklaard en heeft het de tijd om de economische situatie te stabiliseren en zijn schulden af te lossen.

4.

Aanpassingen en goedkeuring voorstellen

Onderhandelaars van het Europees Parlement en de lidstaten bereikten in februari 2013 een akkoord over het pakket aan maatregelen. Daar zijn een paar belangrijke wijzigingen in aangebracht, die vooral gericht zijn op het laten meewegen van economische groei bij Europees adviezen over nationale begrotingen en op versterking van de democratische controle:

  • De Commissie moet in voorstellen voor verdere bezuinigingen in de lidstaten rekening houden met de gevolgen van de bezuinigingen voor de economische groei van het land. In uitzonderlijke gevallen moet er flexibel omgegaan worden met de begrotingscriteria om de groei niet te verstikken.
  • Investeringen in zorg en onderwijs mogen niet geraakt worden door (extra) bezuinigsmaatregelen.
  • De Commissie moet scherper kijken naar de gevolgen van maatregelen in een land voor de andere landen.
  • Sociale partners en het maatschappelijk middenveld moeten in staat gesteld worden om hun oordeel te geven over de plannen van de Commissie.
  • Iedere drie jaar moeten de extra bevoegdheden van de Commissie opnieuw bevestigd worden (en zouden dus door Raad of Parlement kunnen worden ingetrokken).
  • De steun aan landen vanuit het ESM valt onder de 'communautaire methode'. Dat houdt in dat de Europese instellingen op dit onderdeel betrokken worden bij besluiten over het ESM waar normaliter alleen de lidstaten onderling besluiten over nemen.

Ook is afgesproken dat een groep experts uitgebreid onderzoek zal gaan doen naar de voor- en nadelen van zogenaamde euro-obligaties, en de eventuele noodzakelijke stappen voor het invoeren daarvan. In maart 2014 kwam deze expertgroep met een rapport.

Euro-obligaties dragen bij aan de financiële integratie en stabiliteit binnen de eurozone. Indien de EU euro-obligaties zou instellen, zal het gaan om kortlopende overheidsschulden van lidstaten uit de eurozone met een vooraf ingesteld uitgifte limiet.

Wanneer de looptijd twee jaar betreft, zal het uitgifte limiet op 30 procent van de totale schuld per land bedragen wat een maximale grootte van 1,9 biljoen euro betekend.

De doelen van de euro-obligaties zouden het beste bereikt worden door een regeling van gezamenlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid. Hiervoor zou echter een verdragswijziging nodig zijn. Dit lijkt onwaarschijnlijk.

De expertgroep heeft de mogelijkheden voor een tijdelijke opkoop van euro-obligaties onderzocht, maar concludeert dat dit tot te veel marktonzekerheid zou leiden.

Met oog op de beperkte ervaring met het nieuwe economische bestuurskader dat hervormd is in verband met de eurocrisis, is het verstandig om eerst te kijken of dit bestuur wel efficiënt werkt. Pas daarna kan er een echt besluit genomen worden over de uitgifte van gezamenlijke obligaties.

5.

Verloop procedure Two Pack

Procedure

Datum

Juridische grondslag

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

artikel 136 en 121 lid 6

Voorstel Commissie

23 november 2011

Aangenomen door Europees Parlement

13 juni 2012

Aangenomen door Raad van Ministers

13 mei 2013

In werking getreden op

30 mei 2013

6.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven