r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Europese bankenunie

De bankenunie is een integratieproject van het bankenbeleid in de Europese Unie (EU). Binnen de bankenunie voeren landen een gezamenlijk beleid voor bankentoezicht en –afwikkeling. De belangrijkste banken in de eurozone staan onder toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB). Alle landen die de euro als betaalmiddel hebben doen mee aan de bankenunie.

De bankenunie moet zorgen voor financiële stabiliteit bij banken. Tijdens de eurocrisis bleken ook banken in financiële problemen te zitten. Door de nauwe banden tussen overheidsfinanciën en de bankensector konden financiële problemen zich gemakkelijk van het ene naar het andere land verspreiden. Hierdoor ontstond de wens om toezicht op banken op Europees niveau te regelen. Door de bankenunie te integreren moet het Europese bankwezen transparanter, stabieler en veiliger worden. De totstandkoming van de bankenunie is een essentiële stap in het voltooien van de Economische en Monetaire Unie.

Sinds 2012 is er stapsgewijs gewerkt aan de totstandkoming van de bankenunie. In november 2014 nam de ECB het toezicht op de grote banken over van de nationale toezichthouders. Sinds 2016 is er een gezamenlijke Europese aanpak voor banken in nood. Over een Europees depositogarantiestelsel wordt nog onderhandeld.

Inhoud

1.

De drie pijlers van de Bankenunie

De bankenunie bestaat uit drie onderdelen:

  • Gemeenschappelijk Toezichtmechanisme
  • Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme
  • Een Gemeenschappelijk Depositogarantiestelsel

Gemeenschappelijk Toezichtmechanisme

Het Gemeenschappelijk Toezichtmechanisme (Single Supervisory mechanism, SSM) is een systeem van toezicht op banken in de EU. In het toezichtstelsel werkt de ECB samen met de nationale toezichthouders om banken te controleren. De samenwerkingsvorm verschilt per bank en wordt bepaald door de 'significantie' van een bank. Significante banken zijn systeembanken die meer dan 30 miljard euro waard zijn, van groot belang zijn voor de economie en grensoverschrijdende activiteiten hebben. In november 2014 nam de ECB het toezicht op deze significante banken over van de nationale toezichthouders. Het gaat om meer dan 100 banken in de deelnemende landen. Het toezicht op de overige banken, die dus minder significant zijn, blijft de eerste verantwoordelijkheid van de nationale toezichthouders. De ECB kan echter altijd beslissen dat toezicht over te nemen.

De Europese Bankenautoriteit voert regelmatig 'stresstests' uit om te onderzoeken of systeembanken bestand zijn tegen financiële tegenvallers. De meest recente resultaten zijn in november 2018 gepubliceerd. Hieruit bleek dat de banken uit de steekproef die onder direct toezicht van de ECB vallen, hun bestendigheid tegen financiële schokken ten opzichte van 2016 hebben verbeterd.

Doordat de toezichtstaken op banken worden uitgevoerd door het 'Single Supervisory Mechanism' (SSM) van de ECB, staat het bankentoezicht los van de monetaire taken van de ECB. De ECB heeft binnen het bankentoezicht de bevoegdheid om controles en inspecties te houden, bankvergunningen te verlenen of in te trekken, en hogere kapitaalvereisten vast te stellen. Ook heeft de ECB de bevoegdheid om hoge boetes op te leggen aan banken die weigeren aanwijzingen van de ECB op te volgen. De boete kan oplopen tot 10 procent van de omzet van een bank. Naast strenger toezicht op de bankensector behelst de bankenunie ook een verscherping van het toezicht op de hele financiële sector, waaronder verzekeraars, beleggingsinstellingen en pensioenfondsen. Hiervoor zijn de Europese Toezichthoudende Autoriteiten in het leven geroepen.

Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme

Het tweede onderdeel van de bankenunie is het zorgen voor stabiliteit in de Europese financiële sector. Om dat te bereiken, is er een Afwikkelings- of Resolutiemechanisme voor banken die in de problemen zijn geraakt (Single Resolution Mechanism, SRM). De procedure van het Afwikkelingsmechanisme moet ervoor zorgen dat probleembanken op een ordelijke manier gered of ontmanteld worden. Hiermee moet het mogelijk zijn om binnen 48 uur een besluit te hebben over een bank in de problemen, zodat de financiële markten er zo weinig mogelijk negatieve gevolgen van ondervinden.

De Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad, bestaande uit de Europese Commissie, de ECB en de regering waarin de betreffende bank gevestigd is, neemt de besluiten over de afwikkelingsregelingen. Er wordt dan eerst een beroep gedaan op aandeelhouders en grote spaarders. Wanneer dat niet toereikend is, kan de bank gered worden met het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds. Dat noodfonds moet in 2025 beschikken over 55 miljard euro, gefinancierd door de banken zelf. De gedachte achter deze procedure is, dat de risico's via het noodfonds beter verspreid zijn. In combinatie met een snelle besluitvorming in de afwikkelingsraad, zorgt dat voor stabiliteit in de financiële sector.

Sinds 2012 is het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) operationeel. Dit is een permanent financieel noodfonds dat leningen uit EU-lidstaten verstrekt. Het ESM heeft een leencapaciteit van 500 miljard euro. Noodlijdende eurolanden kunnen hier een beroep op doen na onderhandeling over de voorwaarden. Dit mechanisme moet voor een stabiele economie in de eurozone zorgen. Het ESM kan ook kredieten verstrekken aan noodlijdende banken, maar aan die steun worden dan wel voorwaarden verbonden. Op die manier is het ESM onderdeel van de stabiliteitsfunctie van de bankenunie. Sinds 2017 ligt er een voorstel van de Commissie om het ESM te hervormen naar een Europees Monetair Fonds (EMF).

Een Gemeenschappelijk Depositogarantiestelsel

Het laatste nog ontbrekende deel van de bankenunie is een Gemeenschappelijk Depositogarantiestelsel (European Deposit Insurance Scheme (EDIS). Een depositogarantiestelsel is een soort verzekeringsfonds van spaartegoeden. Wanneer een bank failliet gaat, krijgen rekeninghouders hun spaartegoeden tot een bepaald maximum bedrag terug. Deze garantie voorkomt dat mensen massaal geld opnemen als een bank onder druk staat.

Tot nu toe zijn depositogarantiestelsel per land georganiseerd. De financiële crisis liet echter zien dat problemen met banken voorbij gaan aan landsgrenzen. Eind 2015 presenteerde de commissie een voorstel voor een Europees depositogarantiestelsel zodat elke spaarder in Europa dezelfde bescherming geniet. Naast dat het spaarders beter zou beschermen, zou het banken minder afhankelijk maken van de nationale overheid.

2.

Single Rulebook

Naast de drie bovengenoemde pijlers probeert de Raad ook op andere wijzen de risico’s bij banken te verminderen. Het singlerulebook vormt daarbij de ruggengraat. Het bestaat uit wetgevingsteksten die voor alle financiëlle instellingen in de Unie bindend zijn. Hierin zijn onder andere kapitaalvereisten voor banken en regels om bankfalen te voorkomen opgenomen. Hiermee moeten wetgevingsverschillen tussen lidstaten worden weggenomen, en moet het een gelijk niveau van consumentenbescherming in de Unie verzekerd zijn.

In mei 2019 nam de raad een pakket maatregelen aan die de kapitaal- en liquiditeitsposities van banken moet versterken. De meeste van de nieuwe regels zullen vanaf 2021 gelden.

3.

Nederland en de bankenunie

De Nederlandse banken ABN Amro, ING, Rabobank, BNG Bank, NWB Bank en de Volksbank hebben een balanstotaal van meer dan 30 miljard. Hiermee vallen ze onder het Europese toezicht. Het toezicht op kleinere banken ligt bij de Nederlandse Bank (DNB).

Net als andere noordelijke EU-landen staat Nederland ietwat huiverig tegenover de invoering van een Europees depositogarantiestelsel en een steunfonds voor Europese banken. De Nederlandse banken zijn redelijk stabiel, maar in een Europees depositogarantiestelsel wordt het risico over alle banken verdeeld. Het kabinet wil daarom eerst dat de Europese bankensector gezond is en dat de risico’s van banken zoveel mogelijk zijn verminderd.

Kabinet Rutte-III spant zich in voor hardere kapitaaleisen voor banken.

Terug naar boven