r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Europese bankenunie

Bankenunie
Bron: ?

De Europese Centrale Bank (ECB) nam op 4 november 2014 het toezicht op de grote banken over van de nationale toezichthouders. Hiermee werd de ECB dé toezichthouder op grote banken in de EU. Na de financiële crisis was het vertrouwen in het Europese bankenstelsel gedaald. Moeilijkheden in de Europese beheersing van economische problemen werden zichtbaar. Hierdoor ontstond de wens om toezicht op banken Europees te regelen.

Dit Europese toezicht op grote banken heeft gezorgd voor een Europese bankenunie, één van de bouwstenen voor de voltooiing van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Om aan informatie te komen om dit toezicht te kunnen uitoefenen, worden onder meer stresstests uitgevoerd door de Europese Bankenautoriteit. De meest recente resultaten zijn in november 2018 gepubliceerd.

Met de bankenunie wil de EU grofweg drie doelen bewerkstelligen. De unie wil zorgen voor verdere financiële stabiliteit door een depositogarantiestelsel, gelijke regels voor banken in Europa, en sneller ingrijpen dan voorheen bij problemen. Banken in eurolanden vallen sowieso onder het toezicht van de ECB, landen zonder de euro kunnen kiezen voor dit toezicht. In totaal gaat het om zo'n 4000 banken.

Delen

Inhoud

1.

Wat houdt de bankenunie in?

De bankenunie bestaat uit drie onderdelen:

  • 1. 
    Een Europese toezichthouder voor de Europese banken.
  • 2. 
    Zorgen voor stabiliteit, onder andere via een gezamenlijk steunfonds.
  • 3. 
    Een gezamenlijk Europees garantiestelsel voor spaarders; Het depositogarantiestelsel.

Toezichthouder

In het toezichtstelsel van de bankenunie werkt de ECB samen met de nationale toezichthouders om banken te controleren. De samenwerkingsvorm verschilt per bank en wordt bepaald door de 'significantie' van een bank. Significante banken zijn systeembanken die meer dan 30 miljard euro waard zijn, van groot belang zijn voor de economie en grensoverschrijdende activiteiten hebben. In dat geval staan zij onder direct toezicht van de ECB. Het toezicht op de overige banken, die dus minder significant zijn, blijft de eerste verantwoordelijkheid van de nationale toezichthouders. De ECB kan echter altijd beslissen dat toezicht over te nemen.

De Europese Bankenautoriteit voert regelmatig 'stresstests' uit om te onderzoeken of systeembanken bestand zijn tegen financiële tegenvallers. De meest recente resultaten zijn in november 2018 gepubliceerd. De Britse bank Barclays kwam het slechtste uit de bus. Ook de Italiaanse Banco BPM en de Britse Lloyds scoorden slecht. Deze drie banken kwamen echter niet onder de ondergrens uit. De grote Nederlandse banken scoorden bovengemiddeld.

De toezichtstaken op banken worden uitgevoerd door het 'Single Supervisory Mechanism' (SSM) van de ECB. Hiermee staat het bankentoezicht los van de monetaire taken van de ECB. De ECB kreeg de bevoegdheid om hoge boetes op te leggen aan banken die weigeren aanwijzingen van de ECB op te volgen of maatregelen naast zich neerleggen. De boete kan oplopen tot 10 procent van de omzet van een bank. Naast strenger toezicht op de bankensector behelst de bankenunie ook een verscherping van het toezicht op de hele financiële sector, waaronder verzekeraars, beleggingsinstellingen en pensioenfondsen. Hiervoor zijn de Europese Toezichthoudende Autoriteiten in het leven geroepen.

Stabiliteit

Het tweede onderdeel van de bankenunie is het zorgen voor stabiliteit in de Europese financiële sector. Om dat te bereiken, is er een afwikkelings- of resolutiemechanisme voor banken die in de problemen zijn geraakt. Dat is gebeurd via het Single Resolution Mechanism. Daarin is de procedure afgesproken waarmee probleembanken gered of ontmanteld worden. Dit is zo ingericht, dat het mogelijk moet zijn om binnen 48 uur een besluit te hebben over een bank in de problemen, zodat de financiële markten er zo weinig mogelijk negatieve gevolgen van ondervinden.

In deze procedure is er een afwikkelingsraad, bestaande uit de Europese Commissie, de ECB en de regering waarin de betreffende bank gevestigd is. Deze raad besluit al dan niet maatregelen te nemen. Er wordt dan eerst een beroep gedaan op aandeelhouders en grote spaarders. Wanneer dat niet toereikend is, kan de bank gered worden met het noodfonds. Dat noodfonds moet in 2025 beschikken over 55 miljard euro, gefinancierd door de banken zelf. De gedachte achter deze procedure is, dat de risico's via het noodfonds beter verspreid zijn. In combinatie met een snelle besluitvorming in de afwikkelingsraad, zorgt dat voor stabiliteit in de financiële sector.

Sinds 2012 is er een Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) operationeel. Dit is een permanent financieel noodfonds dat leningen uit EU-lidstaten verstrekt. Het ESM heeft een leencapaciteit van 500 miljard euro. Noodlijdende eurolanden kunnen hier een beroep op doen na onderhandeling over de voorwaarden. Dit mechanisme moet voor een stabiele economie in de eurozone zorgen. Het ESM kan ook kredieten verstrekken aan noodlijdende banken, maar aan die steun worden dan wel voorwaarden verbonden. Op die manier is het ESM onderdeel van de stabiliteitsfunctie van de bankenunie.

Depositogarantiestelsel

In het depositogarantiestelsel staat de overheid garant voor spaartegoeden. Tot een bepaald maximum, in 2010 vastgesteld op 100.000 euro, krijgen spaarders het geld van de overheid terug als hun bank failliet gaat. Het doel van deze garantie is te voorkomen dat mensen massaal geld opnemen als een bank onder druk staat. Om het vastgelopen financiële verkeer tussen banken te stimuleren, besloten de landen van de eurozone na de crisis ook om garant te staan voor leningen tussen banken. Daarnaast wilden zij 'gezonde' banken desgewenst financieel ondersteunen met leningen, om de Europese burger zo meer vertrouwen in de economie te geven.

Europees Commissaris Jonathan Hill presenteerde eind november 2015 een nieuw voorstel voor een Europees verzekeringsstelsel voor spaartegoeden. Dit stelsel zou in drie fasen moeten worden opgebouwd. Daar wordt op dit moment nog over onderhandeld. Op dit moment is het fonds van het garantiestelsel nog nationaal geregeld, maar het commissievoorstel houdt in dat er een Europees fonds komt om spaartegoeden zeker te stellen.

De Europese Commissie heeft in 2017 voorgesteld deelname aan het gezamenlijke depositogarantiestelsel af te laten hangen van de risicobestendigheid van een bank.

2.

Nederland en de bankenunie

Net als andere noordelijke EU-landen stond Nederland ietwat huiverig tegenover de invoering van een Europees depositogarantiestelsel en een steunfonds voor Europese banken, aangezien de Nederlandse banken redelijk stabiel zijn. Wel moesten onder meer de ING, ABN Amro en SNS Reaal met belastinggeld gered worden. De Nederlandse banken ABN Amro, ING, Rabobank en SNS Reaal hebben een balanstotaal van meer dan 30 miljard. Hiermee vallen ze onder het Europese toezicht.

Het Nederlandse kabinet-Rutte II was positief over de oprichting van de Europese bankenunie. Het kabinet vond wel dat er ook andere maatregelen moesten komen om de banken gezond te houden. Sinds 2016 heeft Nederland zich daarom ingespannen voor hardere kapitaaleisen voor banken. Deze lijn is voortgezet in het nieuwe Kabinet-Rutte III. In mei 2018 is over de harde kapitaaleisen een akkoord met de ministers van Financiën van andere EU-lidstaten bereikt. In het pakket maatregelen worden banken onder andere verplicht voor elke lening die ze verstrekken minstens 3 procent aan eigen vermogen aan te houden.

3.

Besluitvorming

Op 14 december 2012 heeft de Europese Raad overeenstemming bereikt over een proces dat moest leiden tot de voltooiing van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Hier valt ook de oprichting van een bankenunie onder. Ondanks uiteenlopende standpunten werd er in maart 2014 een akkoord gesloten tussen het Europees Parlement, de EU-lidstaten en de Europese Commissie. In april 2014 ging ook het Europees Parlement akkoord. Op 21 mei 2014 hebben 26 lidstaten (Zweden en het Verenigd Koninkrijk doen niet mee) de intergouvernementele overeenkomst over het resolutiefonds ondertekend. Met dit akkoord was de Europese Bankenunie een feit. Met de goedkeuring door de Eerste Kamer op 8 september 2015 is het verdrag voor de bankenunie door Nederland geratificeerd.

Anno 2018 zijn er enkele zaken die spelen bij de voltooiing van de bankenunie. Een voorstel uit 2015 van een Europees verzekeringsstelsel voor spaartegoeden is nog in onderhandeling. Daarnaast was er in 2018 een voorstel van de Europese Commissie die inhoudt dat Europese overheidsobligaties het nieuwe verzekeringsstelsel moeten dekken. Dat gebeurt nu nog nationaal.

Voortgangsrapport 2018

In het voortgangsrapport 2018 staan de volgende hoofdpunten:

  • 1. 
    Het aantal niet-renderende leningen in de Europese bankensector is afgenomen als resultaat van economische groei en pro-actieve maatregelen zoals verkoop van niet-renderende leningen.
  • 2. 
    Er moet een EU-handelsplatform komen waar niet-renderende leningen verkocht kunnen worden.

In 2018 zijn twee voorstellen in behandeling genomen die ervoor moeten zorgen dat het aantal niet-renderende leningen bij banken laag wordt gehouden, ter bestrijding van het risico op een bankencrisis. In december 2018 kwamen het Parlement en de Raad tot een informeel akkoord over de voorstellen COM(2018)134 en 135. Dit akkoord moet nog formeel worden bekrachtigd.

Ook kwamen de Raad en het Parlement in december 2018 tot een akkoord over een aantal voorstellen die financiële risico's binnen de bankenunie moeten verkleinen. Over de voorstellen moet nog wel formeel worden gestemd.

4.

Meer informatie

5.

Andere websites

Delen

Terug naar boven