r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Brexit: Verenigd Koninkrijk stapt uit Europese Unie

Brexit: vlag naast Big Ben met Vote to Leave © Europese Unie 2016 - Europees Parlement

De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk (VK) onderhandelen over een vertrek van dat land uit de EU: een 'brexit'. Het Verenigd Koninkrijk diende 29 maart 2017 formeel het verzoek tot vertrek in. Dat werd ingediend na de uitslag van het referendum op 23 juni 2016. Hierin stemde een meerderheid van de Britse bevolking (51,9 procent van de stemmen) voor een brexit.

De onderhandelingen verlopen moeizaam. Ondanks een principeakkoord dat begin december 2017 werd bereikt zijn een aantal heikele kwesties nog niet opgelost. De tijd begint te dringen; op 29 maart 2019 om 23.00 uur Britse tijd, twee jaar na indiening van het verzoek tot vertrek, moet de brexit plaatsvinden. Voor die tijd moeten de onderhandelingen zijn afgerond én het eindresultaat door alle lidstaten en het Europees Parlement worden goedgekeurd.

Naast de scheidingsvoorwaarden gaan de onderhandelingen ook over de relatie tussen de EU en het VK na brexit. Op 19 maart 2018 werd een principe-akkoord bereikt over een overgangsperiode. Het Verenigd Koninkrijk blijft tot 1 januari 2021 deel uitmaken van de douane-unie en de interne markt , maar het VK mag niet meer meebeslissen over nieuwe EU-wetgeving. Op 12 juli 2019 maakten de Britten hun plannen bekend voor de toekomstige relatie met de EU. Het Verenigd Koninkrijk wil een associatie-overeenkomst met de EU en een vrijhandelszone voor goederen.

 

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Status onderhandelingen

De eerste Britse onderhandelaar, Brexit-minister David Davis , legde op 9 juli 2018 zijn functie neer. Ook minister van Buitenlandse zaken, Boris Johnson, nam die dag ontslag. Dominic Raab werd gekozen als opvolger van David Davis, hoewel de invulling van deze rol anders zal zijn. Premier Theresa May heeft er namelijk voor gekozen zelf de onderhandelingen over de Brexit te leiden. Raab is daarbij haar adjudant.

Op 19 maart 2018 publiceerden EU-onderhandelaar Michel Barnier en toenmalig onderhandelaar voor het Verenigd Koninkrijk David Davis een voorlopige overeenkomst voor het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Hieruit bleek dat er nog een behoorlijke hoeveelheid punten is waar de partijen het nog niet over eens zijn.

Open grenzen?

Het grootste hoofdpijndossier is de grens tussen Ierland en Noord-Ierland. Beide partijen willen dat deze volledig open blijft. Dat kan alleen als de Britten in de interne markt blijven, wat nog onzeker is. Een regeling die ervoor zorgt dat die grens openblijft zonder douanecontroles én dat het Verenigd Koninkrijk eigen handelsregels heeft, lijkt een onmogelijke opgave. De Ieren is veel gelegen aan een hechte relatie met het VK na brexit; zij willen op dit punt geen concessies doen.

De belangrijkste vraag is hoe de handelsrelatie er uit komt te zien. Er zijn een aantal opties, variërend van vrijwel volledige vrijhandel (zoals met bijvoorbeeld Noorwegen) tot een 'regulier' handelsverdrag (zoals met Japan of Canada). De mate waarin de grenzen open kunnen blijven hangt af van de vraag in hoeverre de EU en het VK bereid zijn elkaars regels over te nemen en/of te accepteren. Zo wil de EU dat de eigen strenge milieu-eisen niet worden ondermijnd door producten uit het VK die niet aan die eisen voldoen.

Andere probleemdossiers

Het VK heeft eind 2017 toegezegd dat het aan de financiële verplichtingen die het als lid van de EU is aangegaan zal voldoen. Het gaat om een bedrag van ongeveer 40 miljard euro.

Ook zijn de partijen het grotendeels eens over de rechten van EU-burgers in Groot-Brittannië en Britse burgers in de EU na de brexit. Bestaande rechten worden zoveel mogelijk gerespecteerd. Toch bestaat er onder de ruim 3 miljoen EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen en werken nog grote onzekerheid of en onder welke voorwaarden ze in het land kunnen blijven.

Op sommige meer 'technische' vraagstukken, zoals wederzijdse toegang tot visgronden, wordt om iedere millimeter onderhandeld. Een mengeling van economische belangen, politieke gevoeligheid, en het hebben of juist ontbreken van een gezamenlijk doel is bepalend voor hoe moeizaam overeenstemming bereikt kan worden. Zo waren de EU en het VK het snel eens dat de samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding moet worden voortgezet. Toch is ook die samenwerking niet meteen geregeld omdat er wel afspraken moeten komen onder welke voorwaarden gegevens worden uitgewisseld en hoe die gegevens gebruikt mogen worden.

Interne Britse verdeeldheid

Naast de onderhandelingen tussen de EU en het VK zijn ondertussen andere onderhandelingen gaande: die tussen de hardline 'brexiteers' en de 'remainers' - Britten die het liefst in de EU blijven - binnen de regering van de Britse premier May . Haar conservatieve partij is tot op het bot verdeeld over hoe ingrijpend de breuk tussen de EU en het VK moet zijn. In haar optredens beweegt May zich voortdurend tussen die twee kampen en dat bemoeilijkt de onderhandelingen.

May heeft de steun van de hardliners nodig om haar regering overeind te houden. Het remain-kamp krijgt wel wat steun van de oppositie maar de grootste oppositiepartij, Labour , bleef lang onduidelijk over wat zij wil. Slechts schoorvoetend lijkt Labour zich definitief uit te spreken voor een zo open mogelijke relatie tussen het VK en de EU na brexit. Dat geeft de 'remainers' binnen de partij en regering van May enige steun.

Het Britse Hogerhuis is voor de regering May een nog groter obstakel gebleken. Het Hogerhuis heeft afgedwongen dat het parlement veel meer te zeggen krijgt over de onderhandelingen dan de regering had gewild. In veel gevallen protesteerde het Hogerhuis met succes tegen de meest radicale voorstellen. Het Hogerhuis was ook de drijvende kracht achter het afdwingen van de noodzaak tot parlementaire goedkeuring voor het uittredingsverdrag.

Opvallend is dat de landsdelen Schotland, Noord-Ierland en Wales, in tegenstelling tot Engeland, bij het referendum in meerderheid tegen brexit stemden.

Na hoog oplopende spanningen in de Britse conservatieve partij en het aftreden van minister Davis (Brexit) en minister Johnson van Buitenlandse Zaken, maakten de Britten op 12 juli 2018 hun plannen (English) bekend voor de toekomstige relatie met de EU. Het Verenigd Koninkrijk wil een associatie-overeenkomst met de EU en een vrijhandelszone voor goederen. Producten hoeven maar één keer te worden goedgekeurd voordat ze op beide markten kunnen worden verkocht. Vrij verkeer van personen wordt beëindigd. Het VK wil op het gebied van veiligheid nauw met de EU blijven samenwerken, en blijven meedoen met een aantal Europese agentschappen: het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart , het Europees Geneesmiddelenbureau en het Europees Agentschap voor chemische stoffen . De Britten accepteren de regels van die agentschappen en blijven meebetalen aan de werkzaamheden daarvan, zonder dat ze hun stemrecht behouden.

Harde of zachte brexit?

Het schrikbeeld van de EU en ook veel Britten is dat er géén akkoord ligt voordat de brexit plaatsvindt, en/of na de overgangtermijn op 1 januari 2021. Dat betekent dat er geen afspraken zijn en de handelsrelatie onder het regime van de Wereldhandelsorganisatie plaatsvindt, het absolute minimum. Dan zijn er ook geen afspraken over zaken als wederzijdse hulp bij de aanpak van terrorisme en mensenhandel, geen programma's voor samenwerking op het gebied van onderzoek, en geen afspraken op andere terreinen waarop nu samen wordt opgetrokken. Dit is de 'harde brexit'.

Is het voorkomen van dat scenario reden genoeg om hoe dan ook tot een vergelijk te komen? De hardliners aan Britse zijde draaien het om: liever geen akkoord dan een akkoord waar het VK te veel moet toegeven. Dat is meer dan alleen politiek sentiment: wanneer de Britten uit de interne markt stappen zijn ze ook niet langer gebonden aan het vrije verkeer van personen . De Britten krijgen dan weer volledige controle over de eigen grenzen en kunnen zelf bepalen wie er wel en niet het Verenigd Koninkrijk in mag.

Wat verandert er na de brexit?

Voor de EU

Voor de Europese Unie verandert er formeel heel weinig. Er is één lidstaat minder, en dat heeft gevolgen voor stemverhoudingen en de begroting maar qua wetgeving blijft alles hetzelfde. Er is een land bijgekomen waar de EU een verdrag mee zal sluiten. Voor Europese bedrijven die veel handelen met het VK of vestigingen hebben in het VK zijn de gevolgen ingrijpend - mogelijk krijgen die te maken met allerlei barrières die er al heel lang niet meer zijn geweest.

Politiek gezien is de impact veel groter. De politieke verhoudingen binnen de Unie zijn aan het verschuiven; de grote drie zijn weer de grote twee (Duitsland en Frankrijk) en het noordelijke blok wordt verzwakt. Op het wereldtoneel boet de EU aan gewicht in. Tegelijkertijd vertrekt ook de lidstaat die het vaakst op de rem trapte bij het ontwikkelen van nieuw beleid en nieuwe bevoegdheden.

De Europese Commissie brengt de gevolgen van de brexit per beleidsonderwerp in kaart in zogeheten 'preparedness notices'. Voor belangrijke stukken regelgeving staat daarin nauwkeurig omschreven wat er verandert na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. Veel Europese agentschappen hebben soortgelijke documentatie opgesteld.

Voor het Verenigd Koninkrijk

Op 29 maart 2019 zijn alle Europese regels die directe werking hebben - regels die op Europees niveau zijn vastgesteld en zonder tussenkomst van nationale wetgeving voor iedereen gelden - niet meer geldig. De Britse regering moet duizenden en duizenden regels opstellen om allerlei zaken zelf te regelen. Bijvoorbeeld eisen op het gebied van productveiligheid, of lijsten van verboden middelen. De Britten zullen ook regels die zijn opgesteld om Europese richtlijnen te implementeren tegen het licht willen houden en in veel gevallen aanpassen. Nigel Farage , boegbeeld in de strijd voor een brexit, zegt niet voor niets dat dit de dag is waarop het Verenigd Koninkrijk weer baas in eigen huis is. Het is een wetgevende operatie die zijn weerga in de Britse geschiedenis niet kent.

Afhankelijk van hoe 'hard' de brexit is komen er grenscontroles tussen de EU en het VK. Het VK moet handelsakkoorden gaan sluiten met de rest van de wereld wanneer het niet langer onderdeel uitmaakt van de douane-unie. Nog meer dan de EU zal ook het VK aan invloed inboeten op het wereldtoneel.

2.

Mijlpalen in de brexit-onderhandelingen

  • juni 2016: op een informele top laten de Europese regeringsleiders weten via welke spelregels de onderhandelingen over het terugtreden van het VK uit de EU moeten plaatsvinden
  • 8 februari 2017: het Britse Lagerhuis stemt met 494 tegen 122 stemmen definitief voor het aanroepen van artikel 50, het artikel uit het EU-verdrag waarin staat beschreven hoe een lidstaat uit de EU kan stappen. Op 13 maart 2017 stemt ook het Hogerhuis in, ondanks bezwaren dat de rechten EG-ingezetenen in het VK niet goed beschermd werden
  • 29 maart 2017: overhandiging van de zogeheten 'artikel 50'-brief van premier May (English) door de Britse EU-ambassadeur aan de Europese instellingen. De artikel 50-procedure treedt in werking
  • 5 april 2017: het Europees Parlement stelt richtlijnen voor de onderhandelingen op. Het EP laat weinig ruimte aan speciale deals of andere uitzonderingsposities, en eist dat verplichtingen volledig zullen worden nagekomen
  • 29 april 2017: de Europese Raad stelt een onderhandelingsmandaat op. In mei 2017 wordt het formeel goedgekeurd door de Raad van Ministers
  • 19 juni 2017: start onderhandelingen
  • 8 december 2017: voorlopig politiek akkoord over de scheidingsvoorwaarden. Hiermee is de weg vrij voor de start voor de onderhandelingen over de relatie tussen de EU en het VK na brexit
  • maart 2018: akkoord over de transitieperiode na brexit. Deze zal duren tot 1 januari 2021 en tot die tijd blijft het VK lid van de interne markt en de douane-unie
  • juli 2018: het Verenigd Koninkrijk maakt de voorstellen bekend (English) voor de toekomstige relatie met de EU

3.

De onderhandelingen over de brexit: wie is wie?

In het nieuws over de brexit-onderhandelingen vallen veel verschillende namen. Een overzicht van de hoofdrolspelers:

'Team UK'

David Davis was tot 9 juli 2018 de hoofdonderhandelaar aan de kant van de Britten. Na oplopende spanningen en grote meningsverschillen binnen het kabinet legde Davis zijn functie neer. Dominic Raab volgde hem op. Op 24 juli 2018 nam premier May zelf de leiding over de onderhandelingen, Raab zal haar als adjudant terzijde staan.

De nummer twee van het Britse onderhandelingsteam is Oliver Robbins. Hij is in feite de vaste man in Brussel. Wanneer de Secretary of State for Exiting the European Union, oftewel de brexitminister, terug moet naar Londen voor overleg, bewaakt Robbins het fort. Hij is veiligheidsdeskundige van origine en had tot voor kort weinig Europese ervaring. Hij wordt geroemd om zijn scherpe politieke inzicht.

Tim Barrow is de Britse permanente vertegenwoordiger in Brussel en steun en toeverlaat van Oliver Robbins. Hij bezorgde de officiële brief van May aan Juncker die de artikel 50-procedure in werking zette.

Verder is Philip Hammond, de Britse minister van Financiën, een invloedrijke speler. In de eerste instantie voerde hij, net als Theresa May, campagne voor het 'remain-kamp'. Nu staat hij de hoofdonderhandelaar bij.

'Team EU'

Michel Barnier is de hoofdonderhandelaar van de EU. Hij was eerder minister van Europese Zaken in Frankrijk en twee keer eurocommissaris. Hij staat bekend als een rustige onderhandelaar. Zijn motto is: "We are ready, keep calm and negotiate."

De nummer twee aan de kant van de EU is Sabine Weyand. Ze werkt al meer dan twintig jaar in Brussel en wordt geprezen om haar denkkracht en vermogen complexe onderhandelingen te stroomlijnen.

De Belg Didier Seeuws leidt een team van tien in Brussel dat ervoor moet zorgen dat de belangen van de lidstaten behartigd worden. Twee maal per week schuift van elke lidstaat een eigen brexit-afgevaardigde aan bij de vergaderingen.

Een opvallende raadgever aan de EU kant is Georg Riekeles. Deze Noor is een kenner van de bijzondere relatie die de Noren, als niet-EU-lidstaat, met de Unie hebben.

Daarnaast heeft het Europees Parlement ook een hoofdonderhandelaar. De voormalig Belgische premier Guy Verhofstadt , nu leider van de ALDE -fractie, heeft deze taak op zich genomen.

Nederlandse rapporteurs

Rapporteurs Pieter Omtzigt (CDA) en Marit Maij (PvdA) van de vaste commissie van Europese Zaken van de Tweede Kamer hebben begin 2017 een uitgebreid rapport over de gevolgen van de brexit voor Nederland gepubliceerd. Sinds de verkiezingen van maart 2017 zijn Anne Mulder (VVD) en Kees Verhoeven (D66) naast Omtzigt brexit-rapporteurs.

4.

Gevolgen voor Nederlanders in Verenigd Koninkrijk van brexit

De rechten van Europese burgers in het Verenigd Koninkrijk en die van Britten in de EU hebben prioriteit in de onderhandelingen. Dat was de uitkomst van de eerste onderhandelingen op 19 juni 2017. Op 22 juni zei May dat EU-burgers die vijf jaar of langer in het VK wonen niet uit het land hoeven te vertrekken. De termijn van vijf jaar gaat in na het definitieve vertrek van het VK uit de EU. Voor mensen die de vijf jaar niet halen geldt een 'coulanceperiode' van waarschijnlijk twee jaar.

Er wonen en werken ongeveer 100.000 Nederlanders in het Verenigd Koninkrijk. Voor hen heeft de brexit ook gevolgen. Wat betekent de brexit voor Nederlanders met de Britse nationaliteit? En hoe zit het met hun uitkeringen en pensioenen? De antwoorden op deze en andere vragen zijn te vinden op de website van de Rijksoverheid.

Het Nederlandse bedrijfsleven is zeer ongelukkig met de brexit: veel Nederlandse bedrijven handelen met het Verenigd Koninkrijk of hebben er vestigingen. Als de Britten niet in de interne markt blijven kost dat mogelijk miljarden aan administratieve rompslomp, handelsbelemmeringen en import- en exporttarieven.

5.

Het Verenigd Koninkrijk en de EU: een soms moeizame relatie

Het Verenigd Koninkrijk doet niet mee aan de euro, heeft het verdrag over strenger toezicht op de overheidsfinanciën niet ondertekend en heeft een uitzonderingspositie bedongen op diverse beleidsterreinen, met name op het terrein van immigratie en sociale regelgeving. Ook stemmen de Britten in de Raad van Ministers meer dan enig ander land tegen voorstellen voor Europese wetgeving.

De Britten komen er toch bij

Het Verenigd Koninkrijk hield de boot af toen in de jaren vijftig van de twintigste eeuw de Europese samenwerking begon. Toen ze mee wilden doen blokkeerde de Franse president Charles de Gaulle een Brits lidmaatschap tot twee maal met een veto. Pas in 1973 trad het Verenigd Koninkrijk toe tot de Europese Gemeenschap .

Al snel daarna, in 1978, kwam Margaret Thatcher aan de macht in het Verenigd Koninkrijk. Zij moest niets hebben van diepere integratie of verdere overdracht van bevoegdheden. Europa was van de lidstaten, zo vond Thatcher. Zij wilde dan ook onder geen beding meedoen aan de voorloper van de Europese Monetaire Unie (EMU) . Daarmee zou de ruimte voor het Verenigd Koninkrijk om de koers van het eigen pond te bepalen worden ingeperkt.

Thatcher was wel groot voorstander van de interne markt en het ontmantelen van handelsbelemmeringen. Mede dankzij Britse steun kon de Europese Commissie midden jaren tachtig aan de slag met een ambitieus programma om de interne markt verder open te breken. Met de daar bij behorende bevoegdheden en besluitvormingsprocedures (voor zaken aangaande de interne markt werd het veto van de lidstaten afgeschaft en vervangen door besluiten met gekwalificeerde meerderheid ).

Bevestiging uitzonderingspositie: niet overal aan meedoen

De houding van Thatcher bleek typerend. De Britten deden in eerste instantie niet mee met de eerste stappen naar sociaal beleid in de jaren negentig, en wilden ook niet meedoen met samenwerking op het terrein van immigratie onder het Schengen-verdrag .

Het Verenigd Koninkrijk ondertekende het Verdrag van Maastricht alleen nadat het een opt-out clausule had bedongen waarin werd vastgelegd dat het niet aan de EMU hoefde mee te doen. Veel later zijn mede dankzij Britse druk de afspraken over strengere begrotingsregels en Europees toezicht op de nationale overheidsfinanciën buiten de Europese verdragen om in een eigen, apart verdrag vastgelegd.

Heronderhandelingen

De opkomst van de UK Independence Party, UKIP, gaf aan dat het een deel van Britten menens was over de vraag of ze uit de EU wilden stappen. Belangrijker nog was dat de Conservatieve Partij zelf al langere tijd verdeeld was over de kwestie van het EU-lidmaatschap. Partijleider en premier David Cameron stelde in een speech in 2013 dat het Britse vertrouwen in de Europese Unie flinterdun was. Hij gaf aan dat het VK wilde heronderhandelen over de Europese verdragen.

Kernpunten uit de zogenaamde Bloomberg-speech van Cameron waren minder overdracht van bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid en justitie, betere mogelijkheden voor nationale parlementen om meer controle te kunnen uitoefenen, en minder regelgeving. Daarnaast mochten Europese regels de toegang tot de interne markt van niet-eurolanden zeker niet in de weg zitten. De interne markt, de strijd tegen klimaatverandering, het handelsbeleid en de aanpak van terrorisme en georganiseerde misdaad waren voorbeelden van waar de EU juist meerwaarde had. Cameron wilde niet uit de EU, maar wilde wel het ongenoegen over een aantal zaken, zoals de immigratie van Oost-Europeanen, aanpakken.

In een uitvoerige en veelomvattender serie rapporten van alle departementen uit 2014 werd gekeken naar de impact van de EU op de Britse samenleving. De conclusie was opmerkelijk: het EU-lidmaatschap is goed voor het Verenigd Koninkrijk. Ook de balans tussen Europese en nationale regels en bevoegdheden was goed, een enkele uitzondering daargelaten. Deze meest 'uitvoerige analyse ooit' past niet in het verhaal dat de Britse regering uitdroeg. Uitgesproken tegenstanders van het Britse lidmaatschap van de EU en snel opkomende politieke partij UKIP kraakten de uitkomst van de rapporten.

Ondertussen: belofte voor een referendum

In de campagne voor de Britse verkiezingen op 7 mei 2015 was de vraag of er een referendum over het Britse EU-lidmaatschap moest komen een belangrijk thema. Premier David Cameron beloofde zo'n referendum als hij herkozen zou worden. Hij won de verkiezingen en hield woord. Op 9 juni 2015 stemde het Lagerhuis in met het voorstel van Cameron om een referendum te houden over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk.

Het zette extra druk op de onderhandelingen: Cameron moest een resultaat behalen om de Britse kiezer tevreden te stellen. Zonder akkoord bestond de reële kans dat de Britten tegen lidmaatschap van de EU zouden stemmen.

In 2015 en 2016 onderhandelden de regering Cameron en de andere lidstaten over het hervormen van de Europese Unie. Tijdens de Europese Raad op 18 en 19 februari 2016 werd een akkoord bereikt over 'een nieuwe regeling voor het Verenigd Koninkrijk binnen de Europese Unie'. Er werden een aantal afspraken gemaakt:

  • Het moest voor nationale parlementen eenvoudiger worden om wetgeving te vertragen. Als 55 procent van de nationale parlementen oordeelt dat nieuwe wetten niet stroken met het subsidiariteitsbeginsel, wordt het wetsontwerp op de agenda van de Raad geplaatst voor nadere bespreking.
  • Groot-Brittannië wordt uitgesloten van de zinsnede 'an ever closer union', waarmee bevestigd wordt dat het Verenigd Koninkrijk niet mee hoeft te doen aan verdere politieke integratie.
  • Als het systeem van sociale zekerheid te zwaar onder druk staat, omdat EU-burgers uit andere lidstaten er een beroep op doen, kan een 'noodremsysteem' worden geactiveerd. Landen kunnen werknemers in dat geval de eerste vier jaar dat ze in het land werken bepaalde sociale voorzieningen ontzeggen. Deze noodrem mag zeven jaar van kracht zijn, zonder verlengingsmogelijkheid.
  • De kinderbijslag voor kinderen die niet in het land wonen waar de ouder werkt zal worden aangepast. De levensstandaard van het land waar het kind woont is hierin leidend. Alle EU-landen mogen deze maatregel toepassen voor nieuwe gevallen en vanaf 2020 ook voor bestaande gevallen.
  • Landen met de euro als munteenheid zullen rekening houden met het effect van beslissingen op landen die de euro niet hebben. Groot-Brittannië mag, op haar beurt, geen maatregelen treffen die de eurozone kunnen schaden.

Het referendum vond plaats op 23 juni 2016. De Britse kiezers spraken zich in meerderheid uit tegen het EU-lidmaatschap. In totaal stemde 51,9 procent van de kiezers voor een Brits vertrek. Cameron verbond meteen politieke consequenties aan de stap: hij kondigde zijn aftreden aan. Theresa May verving Cameron als premier van het Verenigd Koninkrijk. Haar belangrijkste taak: het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie leiden.

6.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven