r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Begrotingstekort en staatsschuld Italië

eurobiljetten

De Europese Commissie heeft de begroting van Italië afgekeurd. In het najaar van 2018 kwam het Italiaanse kabinet met plannen, die de Europese begrotingsnormen ernstig schenden. Het gaat om hogere uitgaven en lagere inkomsten voor de staat. De staatsschuld van boven de 130 procent van het bbp zal hiermee verder oplopen, waardoor Italië één van de 'slechtste kinderen van de klas' wordt.

De Italiaanse begroting voor 2019 gaat uit van een tekort van 2,4 procent. Vanwege zorgen kreeg Italië tot medio november 2018 de tijd om een nieuwe begroting in te leveren. De nieuwe begroting was echter nagenoeg hetzelfde en werd ook afgekeurd door de Commissie. Het standpunt van de Commissie is dat de bal nog steeds bij Italië ligt: het land moet een nieuwe ontwerpbegroting inleveren om onder een strafprocedure uit te komen. Inmiddels heeft de Italiaanse premier in Brussel voorgesteld het begrotingstekort terug te brengen naar 2,04 procent.

De Commissie maakt zich vooral druk over de 35 miljard extra uitgaven aan bijstandsuitkeringen, het verlagen van de pensioenleeftijd en de belastingverlaging voor burgers. Zij wil nu de strafprocedure inzetten. Dat kan leiden tot een miljardenboete voor Italië. Het gebruik van de strafprocedure is goedgekeurd door de lidstaten. Op 19 december komt de kwestie opnieuw in de Europese Commissie aan de ordde.

Delen

Inhoud

1.

De actuele situatie

Gevolgen voor beleggers en banken

De Europese Commissie controleert begrotingen van alle EU-landen en heeft voor het eerst sinds de inwerkingtreding van het begrotingspact een begroting, namelijk de Italiaanse, afgewezen. Alleen Griekenland heeft een grotere staatsschuld, namelijk meer dan 180 procent. De Italiaanse staatsschuld van boven de 130 procent van het bbp lijkt nog verder op te lopen. Die staatsschuld betekent dat het land jaarlijks 65 miljard euro betaalt aan aflossing en rente. Ter vergelijking: dat is net zoveel als het jaarlijkse Italiaanse onderwijsbudget, één van de grootste begrotingsposten.

Extra problematisch is het feit dat een groot deel van die staatsschuld in handen is van banken en particulieren beleggers via staatsobligaties. De hogere schuld kan zorgen voor een waardedaling van hun belegging. Dit kan banken en particulieren in de problemen brengen. Kredietbeoordelaar Moody's verlaagde de rating van twaalf Italiaanse banken al.

De spanning loopt op

Het verschil tussen de populistische regering en Italië en de technocratisch getypeerde Eurocommissaris Dombrovskis is groot. Het gaat dan ook hard tegen hard: De Europese Commissie eist een nieuwe begroting en Italië weigert deze aan te passen. Nadat de Commissie de begrotingsplannen in oktober 2018 afwees gaf minister Matteo Salvini aan dat Italië geen plannen had de begroting te wijzigen. Hij noemde de Europese begrotingsregels 'dwaas' en benadrukt de soevereiniteit van het land. Eurocommissaris Dombrovskis bracht daar tegen in dat het onzin is om vrijheid te kopen met meer schulden.

De Italiaanse regering stelt dat het expansieve begrotingsbeleid nodig is om armoede te bestrijden en, na de hangbrugramp in Genua, voor investeringen in infrastructuur. De Commissie vindt dat de voorgenomen maatregelen niet de juiste zijn om meer groei en welvaart te creëren. En ze wijst op de begrotingsregels die de lidstaten met elkaar afspraken, die stellen dat Italië eigenlijk een staatsschuld zou moeten hebben van onder de 60 procent van het bbp. Hogere schulden kosten Italië alleen maar meer geld.

2.

De crisis van 2008

Italië was één van de eurolanden die in serieuze financiële problemen kwam na het uitbreken van de economische crisis in 2008. In november 2008 werden er een aantal maatregelen genomen om een recessie tegen te gaan, maar de hoge staatsschuld bemoeilijkte het economisch beleid. De rente op Italiaanse staatsobligaties steeg, waardoor het voor de Italiaanse regering steeds moeilijker werd om geld te lenen. Opeenvolgende regeringen in het land moesten alle zeilen bijzetten om het vertrouwen te herstellen. Dat gebeurde met bezuinigingsprogramma's. In tegenstelling tot landen als Griekenland, Ierland en Cyprus, had Italië geen Europees steunpakket nodig. Wel moest het land instemmen met toezicht door het Internationaal Monetair Fonds.

Structurele problemen

Het Mediterrane land ging de crisis in met structurele zwakheden in verschillende sectoren, en die zijn niet afdoende aangepakt. In maart 2014 werd Italië op een lijst gezet van veertien landen die de EU in de gaten hield vanwege macro-economische instabiliteit. De Europese Commissie stelde dat vooral de hoge overheidsschuld een groot probleem vormt. Ook bleef de productiviteit achter, wat niet goed was voor de concurrentiepositie van de Italianen. Het land kreeg nog enkele maanden de tijd om meer duidelijkheid te scheppen over hun begrotingsplannen en zo een boete te ontlopen.

In februari 2015 besloot de Commissie echter het land geen sancties op te leggen omdat het al voldoende inspanningen had geleverd om de uitgaven te beheersen en economische hervormingen door te voeren. De staatsschuld groeide naar ruim 131 procent van het bbp in 2015, en zou in 2016 en 2017 op dat niveau blijven.

Begin 2016 rapporteerde de Europese Commissie dat deze structurele tekortkomingen de mogelijkheden voor economische groei van Italië aanzienlijk beperkten. Het aantal investeringen en het aandeel in de export van de EU daalden, en langdurige werkloosheid is aanzienlijk toegenomen. Italië kreeg het advies om door te gaan met hervormingen, onder andere wat betreft het belastingsysteem en de publieke sector. Daarnaast stond versterking van het concurrentievermogen van het land hoog op de agenda. Italië werd hard geraakt door de crisis en is er eigenlijk nog steeds niet bovenop.

Het begrotingstekort van Italië bleef beperkt: na het begin van de economische crisis in 2008 lag dat tekort weliswaar enkele jaren boven de grens van 3 procent van het bbp, maar zeker in vergelijking met andere 'probleemlanden' was de overschrijding bescheiden. In 2012 lag het begrotingstekort weer rond de 3 procent om daarna verder te dalen naar ongeveer 2 procent in 2017. In 2019 zou het tekort weer oplopen naar 2,4 procent.

3.

Bankencrisis 2016

Door de extreme schommelingen op de aandelenmarkten in de zomer van 2016, mede als gevolg van de Brexit, zijn zwakke banken onder het vergrootglas komen te liggen. Onder andere de Italiaanse Monte dei Paschi di Siena, de oudste bank ter wereld, ging op de beurs onderuit. Bij elkaar hadden de Italiaanse banken in 2016 voor miljarden aan onbetaalde leningen uitstaan.

Bij de eerste stresstest van de Europese Centrale Bank kwamen Italiaanse banken naar voren als de slechtste in de Eurozone; ook de stresstest van juli 2016, uitgevoerd door de Europese bankentoezichthouder EBA, bevestigde dit beeld. Ook in 2018 was de Italiaanse bankensector nog één van de zwakste van de Eurozone.

Er zijn enkele factoren die de Europese Commissie zorgen baarden. Onder andere de zwakke concurrentiepositie van Italiaanse bedrijven op de internationale markten, de lage productiviteit en de werkeloosheidscijfers. Daarnaast was er het complexe belastingstelsel; er was nog altijd sprake van omvangrijke belastingontduiking. Het functioneren van de bankensector was ook in 2016 nog een punt van grote zorg. Zo werd ervan uitgegaan dat relatief veel leningen nooit zullen worden terugbetaald.

4.

Economische indicatoren

Indicator

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Begrotingstekort/-overschot overheid

-4,2%

-3,6%

-1,5%

-2,7%

-5,3%

-4,2%

-3,7%

-2,9%

-2,9%

-3,0%

-2,6%

-2,5%

-2,4%

Hoogte staatsschuld als % van bbp

101,9%

102,6%

99,8%

102,4%

112,5%

115,4%

116,5%

123,4%

129,0%

131,8%

131,6%

131,4%

131,2%

Gemiddelde werkloosheid

7,7%

6,8%

6,1%

6,7%

7,7%

8,4%

8,4%

10,7%

12,1%

12,7%

11,9%

11,7%

11,2%

Bron: Eurostat

5.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven