r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Europees semester

vlaggen lidstaten Europese Unie

Het Europees semester is het kader voor de afstemming van het economisch beleid van de lidstaten van de Europese Unie. Onevenwichtigheden in de economische ontwikkelingen van landen én problemen met de overheidsfinanciën van landen moeten door gebruik van het semester op tijd worden gesignaleerd. Vervolgens wordt er op Europees niveau gekeken naar hoe een land die problemen het best kan aanpakken. Het semester bestaat uit een aantal stappen die jaarlijks worden doorlopen.

Het semester is in 2011 ingesteld, ingegeven door de eurocrisis en de instelling van een Europees monetair noodfonds. Het idee achter het semester is dat de EU de economische ontwikkelingen in iedere lidstaat scherper in de gaten kan houden om economische en financiële problemen te voorkomen.

Delen

Inhoud

1.

Het semester in detail

De lidstaten van de EU (via de Raad van Ministers en de Europese Raad) en de Europese Commissie zijn bij het semester betrokken. De Europese Commissie wordt daarbij ondersteund door de Structural Reform Support Service (SRSS) van het Secretariaat-generaal. Kern van de cyclus is landen te helpen bij een stabiele economische ontwikkeling.

De Europese instanties kunnen geen economisch beleid aan een land opleggen. Dat blijft voorbehouden aan de lidstaten zelf. Wel kan het niet uitvoeren van een Commissie-aanbeveling leiden tot sancties. Dit kan het geval zijn als de begrotingsregels worden overschreden, of wanneer een land te weinig doet om langdurige werkloosheid aan te pakken.

Indicatoren semester

In het semester wordt de economie van een lidstaat in de volle breedte bekeken, in tegenstelling tot het in 1997 afgesproken Stabiliteits- en groeipact. Dat richt zich specifiek op de overheidsfinanciën.

De belangrijkste elementen van de economie waar naar gekeken wordt zijn:

  • overheidsfinanciën: het begrotingstekort moet onder de 3 procent liggen, en het structurele tekort moet nog verder worden teruggebracht. De overheidsschuld mag niet meer dan 60 procent van het BNP zijn, of, als het boven die grens ligt, snel worden teruggebracht. Daarnaast zouden de overheidsuitgaven niet sneller moeten groeien dan de verwachte economische groei;
  • financiële sector: zowel de schuldenpositie van bedrijven en particulieren als hun toegang tot kredietverlening worden onderzocht. Vanwege de nadruk op schulden en de daar bij behorende risico's wordt de huizenmarkt (hypotheekschulden) meegenomen in de analyse;
  • concurrentievermogen: voor een aantal sectoren wordt in grove lijnen bekeken hoe deze zich ontwikkelen. Per sector en als geheel wordt ook gekeken naar energie (verbruik en netwerken), transport, ICT en verduurzaming (met name efficiënt gebruik van grondstoffen);
  • arbeidsmarkt: gericht op flexibiliteit en mobiliteit van en binnen de arbeidsmarkt, de verhouding tussen werkenden en aantal uitkeringen, de loonkosten en werkloosheidscijfers;
  • onderwijs: er wordt gekeken naar de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het opleidingsniveau;
  • openbaar bestuur: met name gericht op de regeldruk en de kwaliteit van het rechtssysteem;

Toevoeging sociale component

Eind 2013 is besloten om ook te kijken naar ontwikkelingen op sociaal terrein. Hiervoor zijn een aantal sociale indicatoren toegevoegd aan het semester, zijnde:

  • armoede en sociale uitsluiting,
  • inkomensongelijkheid,
  • inkomens per huishouden
  • verbeterde aandacht voor werkgelegenheid en vooral de aanpak van werkloosheid onder jongeren

Aanbevelingen op sociaal terrein zijn niet bindend van karakter.

Procedure semester

De belangrijke stappen binnen het semester zijn:

  • 1. 
    In november publiceert de Europese Commissie de Jaarlijkse Groeiraming (Annual Growth Survey) waarin een overzicht gegeven wordt van de economische situatie in ieder land, alsmede enkele aanbevelingen. Alle landen die onevenwichtigheden* vertonen worden verscherpt in de gaten gehouden. Door een intensieve dialoog te voeren met nationale autoriteiten en voortgangsverslagen te publiceren wil de Europese Commissie adviseren waar het nationale beleid van een lidstaat beter kan.
  • 2. 
    Op een top in maart bespreekt de Europese Raad de grote economische uitdagingen waar de EU voor staat, en wat de langetermijnstrategie moet zijn. De Jaarlijkse Groeiraming is een belangrijke bron voor de besprekingen.
  • 3. 
    In april stellen de lidstaten een plan op voor hun economische ontwikkeling op de middellange termijn. Dit bestaat uit een beleidsmatige hervormingsagenda en een raming van de overheidsbegroting. De richtsnoeren van de Europese Raad en, bij landen met grotere economische problemen ook een in maart gepubliceerde nadere analyse van de Europese Commissie, zijn een belangrijke leidraad bij het opstellen van deze plannen.
  • 4. 
    In mei doet de Raad, op voorstel van Europese Commissie, aanbevelingen aan ieder land.
  • 5. 
    In juni en juli geven de Europese Raad en de Raad van Ministers beleidsadviezen af aan ieder land voor ze hun jaarlijkse begroting vaststellen. Het is dan aan de lidstaten zelf om hun begroting op te stellen. Ze beslissen zelf of zij gebruik maken van de adviezen. Die vrijblijvendheid geldt niet voor landen die onder scherper toezicht staan.
  • 6. 
    Eurolanden moeten hun begroting, voorafgaande aan parlementaire goedkeuring in eigen land, vóór 15 oktober bij de Commissie indienen. De Commissie kan verzoeken de begroting aan te passen. De begroting moet, inclusief mogelijke aanpassingen, vóór het einde van het jaar zijn vastgesteld.
  • Om de toepassing van deze procedure te versoepelen is een indeling gemaakt van vier categorieën: geen onevenwichtigheden, onevenwichtigheden, buitensporige onevenwichtigheden en buitensporige onevenwichtigheden met corrigerende maatregelen.

Veranderende insteek landenspecifieke aanbevelingen

De Commissie had de landspecifieke aanbevelingen in 2016 aangepast ten opzichte van eerdere jaren:

  • meer samenhang tussen de aanbevelingen voor de eurozone (in november van het jaar ervoor) en de aanbevelingen gedaan in het kader van het semester
  • de Commissie richtte zich meer dan voorheen op beleidsaanbevelingen die binnen achttien maanden kunnen worden gerealiseerd
  • meer aandacht voor de aanpak van werkloosheid
  • meer aandacht voor de rol van sociale partners
  • de Commissie keek waar de bestaande steunfondsen van de Europese Unie kunnen worden ingezet om hervormingen te bewerkstelligen en ondersteunen

In aanloop naar de publicatie van de landspecifieke aanbevelingen had de Commissie in maart en april meer contact gezocht met afzonderlijke regeringen, nationale parlementen en sociale partners.

Verdere stappen voor lidstaten uit de eurozone

Voor de eurozone gelden er strengere regels. Lidstaten moeten werk maken van de hervormingsvoorstellen, of anders zelf hervormingen doorvoeren die de economie versterken. Hiervoor is een speciale procedure bij macro-economische onevenwichtigheden in het leven geroepen, die voortbouwt op het semester. Als de lidstaat niet hervormt kan dat leiden tot een boete van 0,1 procent van het BNI.

2.

Europees semester voor 2018

De Europese economie groeit en de werkgelegenheidscijfers hebben een recordhoogte bereikt. De Commissie waarschuwt echter voor handelsprotectionisme en onzekerheid op de financiële markten. In deze economische hoogtijd wil de Commissie daarom dat Europese landen zich wapenen tegen economische zwaktes door fiscale buffers op te bouwen. Ook wil de Commissie dat Europese lidstaten meer doen om hun markten open te stellen om voor nieuwe investeringen en banen te zorgen.

Voor 2018 heeft de Europese Commissie drie doelen gesteld. Deze doelstellingen spelen ook een belangrijke rol voor de Sociale Pijler.

  • investeringen aanjagen
  • structurele hervormingen
  • verantwoord begrotingsbeleid

Nederland

De Commissie is bezorgd over enkele macro-economische onevenwichtigheden in de Nederlandse economie. Het gaat daarbij primair om de toekomstbestendigheid van het pensioenstelsel, de onzekere arbeidsmarkt, de uitblijvende loonstijgingen en de hoge woonlasten en huizenprijzen

De aanbevelingen van vorig jaar zijn niet goed opgevolgd volgens de Commissie. Hierdoor blijft de arbeidsmarkt onzeker en blijven loonstijgingen achter. Ook zijn er geen hervormingen van het pensioenstelsel ondernomen.

3.

Europees semester voor 2017

De economieën van de lidstaten hebben zich verder hersteld in 2017. De Commissie wil dat lidstaten zich blijven inspannen hun begrotingstekort zo veel mogelijk terug te dringen en de staatsschuld af te bouwen. De ruimte die het economisch herstel biedt moest worden aangewend voor investeringen die de groei verder aanjagen, in het eigen land én de rest van Europa. De Commissie ziet in haar investeringsfonds een mooi middel om dat te bereiken.

In dertien landen binnen de eurozone is er sprake van macro-economische onevenwichtigheden. Frankrijk, Spanje en Portugal werden extra gecontroleerd - deze landen zitten nog tegen de drie procent grens aan van het maximaal toegestane begrotingstekort. Zes andere landen lopen het risico weer in de gevarenzone terecht te komen en zijn ook verzocht maatregelen te nemen. De Commissie is tevreden dat de werkeloosheid naar het laagste punt in jaren is gedaald, maar dat deze - en met name in de eurozone - toch aan de hoge kant is.

Nederland

Voor Nederland vormt de huizenmarkt een onzekere factor met risico's van oververhitting en te hoge prijzen. Ook wordt er weinig geïnvesteerd door de overheid, met name op het terrein van duurzame energie. De Commissie stelt dat Nederland nog een aantal eerdere aanbevelingen omtrent de arbeidsmarkt en belastingen op arbeid en op het gebied van pensioenen zou kunnen overnemen, maar ziet dat dat door een volgende regering moet worden opgepakt.

4.

Europees semester voor 2016

In 2016 daalden de overheidstekorten naar 2,5 procent voor de gehele EU, 1,7% voor de eurozone. De staatsschuld lag in de EU gemiddeld op bijna 90% van het BBP. In de evaluatie van de begrotingsplannen van de lidstaten spoorde de Commissie de lidstaten aan de staatsschuld versneld omlaag te brengen. Daarnaast moesten lidstaten volgende de Commissie de belasting op arbeid verlagen, om groei te stimuleren.

In alle landenrapporten van het Europees Semester 2016 lag de focus op de werkgelegenheid en het sociaal beleid van lidstaten. Drie nieuwe indicatoren voor werkgelegenheid waren in de rapporten opgenomen: de activiteitsgraad, langetermijnwerkloosheid en jeugdwerkloosheid.

In de meeste landen bleek er sprake van onevenwichtigheden of zelfs buitensporige onevenwichtigheden. In mei 2016 werd een groep landen met een te hoog begrotingstekort onder verscherpt toezicht gesteld.

Nederland

Nederland ontving drie landspecifieke aanbevelingen van de Commissie en de Raad. Ten eerste moet de afwijking van de budgettaire doelstelling worden beperkt en aangepast. De overheid moest meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ten tweede moet er een oplossing komen voor de lage doorstroming van tijdelijk naar vast werk. Dit brengt namelijk risico's met zich mee, waaronder een te grote druk op het sociale stelsel. Ten derde werden hervormingen voor het pensioenstelsel en de woningmarkt voorgesteld.

5.

Evaluatie implementatie semester

Uit evaluaties van zowel het Europees Parlement als de voorzitterschaptrojka van Nederland, Malta en Slowakije blijkt dat de adviezen en landenspecifieke aanbevelingen van de Commissie en de Raad slechts ten dele worden opgevolgd. In 2016 bleek dat de lidstaten van nog niet de helft van de aanbevelingen voor 2015 werk hadden gemaakt. Slechts een paar procent van de aanbevelingen geheel overgenomen.

6.

Meer informatie

Dossier Clingendael

Europese Commissie

Delen

Terug naar boven