r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Europees financieel kader 2014-2020

Het Europees financieel kader 2014-2020 is het akkoord waarin de maxima voor de begrotingen van de Europese Unie zijn vastgelegd voor de periode 2014-2020. In het meerjarig financieel kader worden eisen vastgelegd waaraan de Europese begroting moet voldoen, om ervoor te zorgen dat de begroting van de EU op orde blijft. Daarnaast zorgt het vaststellen van deze kaders voor een soepeler verloop van de EU-begrotingsprocedure en sterkere samenwerking tussen EU-instellingen op budgettair gebied. Voor de volledige zeven jaar komt de meerjarenbegroting uit op een bedrag van 960 miljard euro. Dat is 1 procent van het BNP van alle EU-lidstaten bij elkaar. Daar komt nog 10 miljard euro bij vanwege de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie op 1 juli 2013.

Na een lange en soms felle strijd bereikten de Europese Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement (EP) op 27 juni 2013 overeenstemming. In november 2013 stemde het Europees Parlement in met de definitieve teksten van de begroting. Op 2 december ging ook de Raad akkoord, waarmee een einde kwam aan tweeënhalf jaar onderhandelen.

Op 20 juni 2017 is een herziening van het financieel kader aangenomen, die meer flexibiliteit toestaat. Het is hierdoor makkelijker geworden om met gelden te schuiven, zodat adequaat op onvoorziene omstandigheden gereageerd kan worden. Momenteel wordt onderhandeld over het nieuwe Europees financieel kader voor de periode 2021-2027.

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Onderhandelingen over het meerjarig financieel kader

Voorlopig en definitief akkoord

Op 3 juli 2013 stemde het Europees Parlement in met het in de Europese Raad bereikte akkoord over de meerjarenbegroting. De EP-begrotingscommissie stemde op 5 november 2013 in met de definitieve teksten. Het Europees Parlement keurde op 19 november plenair het meerjarig financieel kader goed.

Herziening begroting

In april 2015 stemde het Europees Parlement in met een wijziging van het financieel kader 2014-2020. Dit maakte de financiering van 300 programma's voor EU-lidstaten mogelijk. De programma's startten in eerste instantie te laat om in aanmerking te komen voor Europese steun. Een bedrag van 21,1 miljard euro dat was begroot voor 2014 - maar niet werd gebruikt - kan in de periode 2015-17 worden besteed. Ook de De Raad stemde met de wijziging in.

Waar moet het geld naar toe?

De discussie ging niet alleen om de hoogte van het meerjarig financieel kader. Ook de prioriteiten binnen de begroting en de manier waarop de EU gefinancierd wordt - de eigen middelen - waren onderwerp van debat. Vooral de landbouwuitgaven en de structuurfondsen stonden ter discussie.

De belangrijkste uitgavenposten van het financieel kader 2014-2020 zijn:

  • groei en werkgelegenheid bevorderen
  • het terugdringen van economische verschillen tussen regio's
  • landbouw- en plattelandsontwikkeling
  • extern optreden van de EU
  • administratieve uitgaven

Financiering begroting

De Commissie en het Europees Parlement wilden ook de financiering van de begroting veranderen: de EU moest niet langer afhankelijk zijn van de bijdragen vanuit de lidstaten, en de uitzonderingsposities voor lidstaten moesten worden opgeschort. De Commissie stelde een Europese belasting voor, wat op veel kritiek kon rekenen. Later kwam het Europees Parlement met het idee om een deel van de begroting te bekostigen uit een Europese bankenbelasting.

Voor al deze plannen van de Commissie en het Europees Parlement voor een alternatieve financiering van de Europese begroting was geen brede steun. De Europese begrotingen van 2014-2020 zijn op dezelfde manier gefinancierd als voorgaande jaren. Dat zijn directe betalingen door de lidstaten, een vast percentage van alle btw-opbrengsten van de lidstaten en de heffingen op import van, en export naar, landen buiten de EU.

De brede discussie over eigen middelen duurt nog voort.

2.

Nederland en meerjarenbegroting

Nederland heeft in 2011 duidelijk gemaakt dat het tegen een stijging van de meerjarenbegroting is. Nederland staat bovendien erg argwanend tegenover aanpassingen aan de financiering van de begroting, en dan met name het afschaffen van uitzonderingsposities voor bepaalde nettobetalers. Nederland krijgt namelijk jaarlijks één miljard euro van de EU-bijdrage terug. Verder steunt Nederland plannen om geld van landbouw- en regionaal beleid te verschuiven naar beleid en projecten die de EU concurrerender maken, zoals innovatie en onderzoek.

In maart 2011 kwam Nederland met een eigen voorstel waarin het pleit voor een hervorming van de Europese begroting. Door de plannen van de Commissie voor te zijn, hoopte het kabinet de onderhandelingen te kunnen beïnvloeden.

Een aantal politici en vooraanstaande economen, sommige Nederlandse Europarlementariërs en de Nederlandse eurocommissaris Kroes waren ontevreden over het akkoord tussen de regeringsleiders. Reden voor die onvrede is dat de begroting niet gericht is op het stimuleren van groei en innovatie. Zij hadden liever gezien dat het geld voor landbouw aan andere zaken was besteed. Wel is er tevredenheid over het behoud van de korting voor Nederland.

3.

Jaarbegroting binnen het meerjarig financieel kader

4.

Meer informatie

Terug naar boven