r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Politieke situatie Nederland

Op 15 maart 2017 vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De VVD werd de grootste partij met 33 zetels, gevolgd door de PVV met 20 zetels. De grote verliezer was de PvdA, die van 48 zetels zakte naar 9 zetels. Na een zeer lange formatie trad op 26 oktober 2017 het kabinet-Rutte III aan.

Na 1945 regeerden tot 1959 coalities die de PvdA en de katholieke KVP als basis hadden. Daarna wisselden kabinetten van christendemocraten met liberalen en van christendemocraten en sociaaldemocraten elkaar af. Soms namen daaraan ook andere partijen deel. In de periode 1994-2002 regeerden 'paarse' kabinetten van PvdA, VVD en D66 onder leiding van de PvdA'er Wim Kok.

Sinds 2002 is de Nederlandse politiek instabieler geworden. Bij verkiezingen doen zich meestal grote verschuivingen voor. In 2002 won de populistische LPF, de partij van de kort voor de verkiezingen van dat jaar vermoorde Pim Fortuyn. Er werd toen een kabinet gevormd van CDA, LPF en VVD, dat echter al na enkele maanden viel. In 2003 mislukte een formatiepoging van CDA en PvdA, waarna CDA en VVD samen met D66 een kabinet vormden. Dat kabinet overleefde in 2005 een crisis, maar kwam in 2006 ten val. Na de vervroegde verkiezingen van november 2006 kwam het vierde kabinet-Balkenende van CDA, PvdA en ChristenUnie tot stand, dat eveneens na een moeizaam bestaan voortijdig ten val kwam. Sinds 2010 leidt Mark Rutte kabinetten van wisselende samenstelling.

Nederland is één van de zes oprichters van de Europese Economische Gemeenschap, de voorloper van de huidige Europese Unie. Het land was dertien keer voorzitter van de Raad van de Europese Unie, voor het laatst van januari tot en met juni 2016. De Nederlandse politicus Frans Timmermans is Eurocommissaris voor de Europese Green Deal en tevens vicevoorzitter van de Europese Commissie.

1.

Staatsvorm, partijen en kiesstelsel

Nederland is een parlementaire constitutionele monarchie, waarin de koning(in) staatshoofd is, maar regeert onder verantwoordelijkheid van de ministers. Kabinetten worden als regel door meerdere partijen gevormd; een kabinet kan alleen aanblijven zolang het niet het vertrouwen verliest van de Tweede Kamer.

Het parlement bestaat uit twee Kamers, die formeel gelijkwaardig zijn en beide (mede)wetgevende en controlerende taken hebben. De Tweede Kamer wordt rechtstreeks en de Eerste Kamer indirect gekozen; beide minstens iedere vier jaar, maar niet gelijktijdig.

Het kabinet heeft als regel het initiatief bij wetgeving, maar ook Tweede Kamerleden kunnen wetsvoorstellen indienen. Verder kan de Tweede Kamer wetsvoorstellen wijzigen via het recht van amendement. De Eerste Kamer mist het recht van amendement en het recht van initiatief, maar heeft een absoluut vetorecht.

Kiesstelsel

De verkiezingen voor de 150 leden van de Tweede Kamer vinden plaats op basis van evenredige vertegenwoordiging, waarbij een lage kiesdrempel geldt. De 75 leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van de twaalf Provinciale Staten (en de Eilandsraden van drie Antilliaanse eilanden) die gezamenlijk als kiescollege optreden. Zetelverdeling gebeurt eveneens op basis van evenredige vertegenwoordiging.

Partijen

Tot 2002 domineerden drie middenpartijen de politieke verhoudingen: het christendemocratische CDA, de liberale VVD en de sociaaldemocratische PvdA. In 2002 kwamen populistische stromingen op, eerst (tot 2006) de LPF en (vanaf 2006) de PVV. Een nieuwkomer in de Tweede Kamer is de rechts-populistische partij Forum voor Democratie.

Ter linkerzijde staan verder de links-socialistische SP, het sociaal-liberale D66 en GroenLinks; alle drie met een overigens nogal wisselende omvang. Ter rechterzijde staan de kleinere protestants-christelijke partijen ChristenUnie (die overigens een sociaal programma heeft) en SGP. Laatstgenoemde is orthodox-protestants.

Terug naar boven