r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

RescEU: Mechanisme voor civiele bescherming van de Unie (rescEU)

Europa wordt steeds vaker geconfronteerd met ernstige rampen die deels het gevolg zijn van van extreme weersomstandigheden. Denk daarbij aan overstromingen, bosbranden en aardbevingen. Om deze rampen te bestrijden en waar mogelijk te voorkomen hebben Europese landen onderling afspraken gemaakt. Dit heeft geleid tot het Uniemechanisme voor civiele bescherming. Het voornaamste doel van het mechanisme is het verbeteren van het reactievermogen van lidstaten in het geval van zogenaamde 'civiele rampen'. Denk daarbij aan natuurrampen, rampen door menselijk toedoen of acute noodsituaties. Ook moet het mechanisme initiatieven van de EU-lidstaten in het geval van civiele rampen coördineren, aanvullen en ondersteunen.

In totaal zijn 33 Europese landen lid van het Uniemechanisme; naast de 28 EU-lidstaten, nemen ook Macedonië, Montenegro, Noorwegen, Servië, IJsland en Turkije deel aan het mechanisme. Europese samenwerking op het gebied van civiele bescherming gebeurt tot nu toe voornamelijk op vrijwillige basis. Ieder land ter wereld kan een beroep doen op het civiele beschermingsmechanisme.

Op 12 december 2018 sloten Het Europees Parlement en de lidstaten een politiek akkoord over het rescEU-programma. Voor RescEU is ruim 200 miljoen euro beschikbaar en de commissie beslist over de inzet van deze middelen. Kosten die lidstaten maken om materieel te moderniseren of repareren worden voor driekwart vergoed. Het akkoord is 7 maart 2019 formeel goedgekeurd en treedt medio maart in werking.

1.

Uitdagingen voor Europese civiele beschermingsmissies

Naar aanleiding van een aantal rampen binnen en buiten de EU stelt de Europese Commissie dat zowel de EU als de lidstaten meer moeten doen om rampen te bestrijden en hier adequaat op te reageren. Mede door klimaatverandering lijken de rampen in Europa groter te worden. Daarmee zal de capaciteit om deze problemen aan te pakken moeten worden vergroot. Landen moeten aan rampenpreventie doen en zich hier praktisch en beleidsmatig op voorbereiden. De EU wil hiervoor geld én hulpmiddelen beschikbaar stellen.

Het Mechanisme voor civiele bescherming van de Unie vloeit voort uit een mededeling van de Europese Commissie uit 2010, getiteld 'Naar een krachtigere Europese respons bij rampen: de rol van civiele bescherming en humanitaire hulp' (COM(2010)600). De Commissie toont zich hierin tevreden over de responscapaciteit van de EU bij humanitaire rampen wereldwijd, waarbij de aardbeving in Haïti en de overstromingen in Pakistan in 2010 als voorbeelden worden genoemd. Tegelijkertijd voorziet de Commissie dat rampen in omvang en frequentie zullen toenemen en wordt er betere samenwerking tussen landen verwacht. Het Verdrag van Lissabon - en in het bijzonder artikel 196 - biedt de kans om de Europese responscapaciteit sterker en coherenter te maken.

Onder het Uniemechanisme worden alleen de transportkosten van middelen en mankracht naar het rampengebied vergoed. Vele andere kosten komen daarbij op het bord van de deelnemende lidstaat. Daarnaast komt het vaak voor dat landen te laat reageren, of er is een tekort aan middelen zoals blusvliegtuigen. De EU ziet daarnaast in dat ze ook meer kan doen aan rampenpreventie. Naar aanleiding van deze conclusies is de Europese Commissie in 2017 met een hernieuwd voorstel gekomen om de lidstaten te ondersteunen wanneer zij willen ingrijpen bij een ramp.

2.

Nieuw voorstel Europese Commissie: rescEU

Het besluit voor een EU-mechanisme voor Civiele Bescherming is afkomstig uit 2001 (2001/792/EC,Euratom) en werd verschillende keren herzien. Sinds de oprichting zijn er honderden civiele missies onder de vlag van het Mechanisme voor Civiele Bescherming uitgevoerd. Herziening van het besluit uit 2001 leidde tot een nieuw voorstel uit 2011; het EU-mechanisme voor civiele bescherming (1313/2013/EU) dat eind 2013 in werking trad. Dit voorstel deelde het EU-mechanisme op in de onderdelen: 1. preventie 2. paraatheid 3. respons en 4. de externe dimensie van civiele missies. Dit besluit legde ook vast dat het Financieringsinstrument voor civiele bescherming vanaf 2014 onderdeel uitmaakt van het Uniemechanisme Het vastgestelde budget bedraagt voor de periode 2014-2020 368 miljoen euro. De Europese Commissie heeft voorgesteld om het budget bij de langetermijnbegroting van 2021-2027 te verhogen naar ruim 900 miljoen euro.

Een voorstel uit 2017 wijzigt het besluit 1313/2013/EU uit 2013 over een Uniemechanisme voor Civiele Bescherming. De wijzigingen komen naar aanleiding van een evaluatie over de uitvoering van het mechanisme. In de praktijk bleek dat het Uniemechanisme een nuttig instrument is, maar dat de uitvoering beter kan. Met name door het vrijwillige karakter is de respons en de capaciteit die geboden wordt bij rampen vaak onvoldoende. Met dit voorstel uit 2017 wil de Europese Commissie de doeltreffendheid en preventie van rampenbeheersing verbeteren, speciale reserves in capaciteit opbouwen en de administratieve regelingen van het mechanisme aanscherpen.

Daarnaast stelt de commissie voor om rescEU op te richten. Dit programma is opgezet ter aanvulling van het hernieuwde Uniemechanisme voor civiele bescherming en ter versterking van het rampenbeheer. RescEU omvat het plan om speciale reserves van EU-responsmiddelen aan te leggen. Denk daarbij aan pompen, reddingsteams, medische noodteams en blusvliegtuigen. Deze extra capaciteit is een aanvulling op de civiele middelen van de lidstaten en zal door de EU worden gefinancierd. Ook zal de EU civiele missies van de lidstaten gaan co-financieren.

3.

Reacties op rescEU-voorstel in Nederland

Het kabinet ziet het belang van de versterking van EU-rampenrespons, maar hecht wel waarde aan nationale soevereiniteit op dit gebied. Voor rampen op EU-grondgebied zou Nederland in een pool van landen willen werken, maar voor rampenbestrijding buiten de EU moet deelname vrijwillig blijven. Ook wil het kabinet dat er kritisch wordt gekeken welke middelen echt nodig zijn om de capaciteit die wordt gefinancierd door EU-gelden aan te vullen. De Europese Commissie wil het EU-budget voor civiele missies verdriedubbelen. Nederland is daar kritisch over en denkt dat de EU ook met een kleiner budget kan werken.

De Eerste Kamer heeft het voorstel uit 2017 voor herziening van het Uniemechanisme prioritair verklaard. De Tweede Kamer heeft het voorstel voor rescEU besproken tijdens een Algemeen Overleg op 15 februari. Minister Grapperhaus stelde tijdens het overleg dat het kabinet positief is over actie op het gebied van civiele bescherming, maar dat lidstaten primair verantwoordelijk moeten blijven.

Het kabinet is niet zeker of rescEU de geijkte doelen zal kunnen behalen. Liever zou Nederland zien dat er een focus is op preventie in plaats van de uitbreiding van capaciteit. Nationale veiligheid en crisisbeheersing zijn verantwoordelijkheden die bij de lidstaten zelf liggen vindt het kabinet. Daarom moeten EU-landen ervoor zorgen dat ze zelf genoeg capaciteit bezitten, en hiervoor idealiter niet te afhankelijk zijn van de EU.

In februari 2019 sprak een meerderheid van de Tweede Kamer zich uit tegen het instemmen met het rescEU-voorstel.

4.

Besluitvorming

Het besluit voor het EU-mechanisme voor bescherming 1313/2013/EU is op 21 december 2013 in werking getreden. Het voorstel werd tijdens de eerste lezing goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement.

Voorstel COM(2017)772 voor de hervorming van het Uniemechanisme voor civiele bescherming wordt in Brussel behandeld volgens de gewone wetgevingsprocedure. Het Europees Parlement heeft op 31 mei 2018 over het voorstel gestemd. Op 25 juli hebben EU-ambassadeurs namens de Raad een mandaat goedgekeurd voor onderhandelingen over het voorstel. Het Europees Parlement en de lidstaten sloten op 12 december 2018 een politiek akkoord over het rescEU-programma.

5.

Meer informatie

Terug naar boven