r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Portugal....inside out!

vrijdag 2 oktober 2009, column van dhr Bruno van den Elshout

Fotograaf en journalist Bruno van den Elshout reisde voor zijn project Us Europeans een jaar lang door de EU en stelde aan de hand van deze reis het boek 'Crossroad Europe' samen. In de serie 'Europe inside out' vertelt hij hoe het dagelijks leven in elk van de EU-landen er uit ziet.

Inhoud

1.

Introductie

Portugal staat bij veel Nederlanders bekend als een geschikte vakantiebestemming. De zon schijnt, vooral in het zuiden, volop en dankzij de invloed van de Atlantische Oceaan zijn de temperaturen in grote delen van het land ’s zomers beter te verdragen dan in buurland Spanje.

Het is vreemd te bedenken dat Portugal tot 1974 een dictatuur was. Twaalf jaar later (in 1986) trad Portugal toe tot wat toen nog de EEG heette. Dat is dus nog sneller dan de toetreding van bijvoorbeeld Polen, dat tot 1989 een dictatuur was en in 2004, 15 jaar later, lid werd van de EU.

Er is een tijd geweest dat Portugal een van de rijkste landen ter wereld was. Rond de 15e eeuw heerste Portugal, samen met Spanje, over de wereldzeeën. In alle werelddelen eigende de Portugezen zich hele landen toe. Welke landen dat geweest zijn, is vaak nog makkelijk terug te zien aan de taal die de lokale bevolking spreekt. En er zijn op de wereld heel wat mensen die Portugees als moedertaal hebben: grofweg zo’n 180 miljoen.

Van alle Europese talen worden Engels en Spaans vaker gesproken. Meer dan 300 miljoen mensen hebben deze twee talen als moedertaal. Portugees wordt door twee keer zoveel mensen als moedertaal gesproken dan Frans.

Goed, terug naar de Portugese ex-koloniën die je dus zo makkelijk kunt herkennen aan het feit dat er nog steeds Portugees gesproken wordt. In Zuid-Amerika waren dat Brazilië en Frans Guyana, in Afrika de Azoren (nog steeds een overzees gebiedsdeel), Angola, Mozambique, de Kaapverdische eilanden, Guinee Bissau, de Goudkust (nu een deel van Ghana), het eiland Zanzibar en een lange lijst aan belangrijke havensteden. In Azië had Portugal het lange tijd voor het zeggen op Ceylon (nu Sri Lanka), in Macao (nu China), een aantal eilanden die nu tot Indonesië behoren en een serie belangrijke havensteden aan de kust van India.

De koloniën brachten Portugal rijkdom maar maakten het land uiteindelijk compleet afhankelijk van de grondstoffen uit de koloniën. In de jaren zestig braken in de koloniën massale opstanden en zelfs oorlogen uit. Tot zijn dood in 1968 probeerde dictator Salazar de koloniën binnenboord te houden, maar dat kostte Portugal zoveel geld dat in 1975 werd besloten alle koloniën onafhankelijk te laten worden.

Portugal zelf had zich altijd geconcentreerd op traditionele landbouw en door de onafhankelijkheid van de koloniën veranderde het land van een wereldmacht tot het brekebeentje van Europa. Mede met dank aan het EU-lidmaatschap heeft Portugal inmiddels een flinke inhaalslag kunnen maken. Onder andere omdat Portugal jarenlang netto- ontvanger van EU gelden is geweest. De grote Portugese steden hebben het EK voetbal in 2004 aangegrepen om nieuwe wegen aan te leggen en het openbaar vervoer te moderniseren.

2.

Hetzelfde maar dan anders

Het verschil tussen Portugezen en Nederlanders is in veel opzichten bijna net zo groot als het verschil tussen Nederlanders en Finnen. Portugezen zijn erg gehecht aan tradities, vooral binnen hun grote families. Veel meer dan Nederland is Portugal een land van ‘bazen’. En dat zijn andere bazen dan we in Nederland gewend zijn. Overleggen met de baas is er in Portugal niet echt bij. De baas beslist, en degene die voor hem werkt, doet precies wat hem gevraagd wordt. Ook op school zijn de lessen ‘ouderwets’. Een leraar vertelt een verhaal, de leerlingen of studenten schrijven op wat hij of zij zegt. Bij proefwerken of examens wordt vooral getest of studenten goed geluisterd hebben en de leerstof kunnen reproduceren.

 

Zondag is in Portugal een heilige dag, die wordt gebruikt om naar de kerk te gaan en uitgebreid met familieleden te lunchen. Grote winkelcentra buiten de stad zijn wel open, maar in kleinere steden zijn de straten op zondag, vooral rond lunchtijd, uitgestorven. Zelfs mensen die voor hun lol aan sport doen, gebruiken daarvoor vaker de zaterdag dan de zondag. Op zondag wordt er uitgerust - of dat nu van de werkweek is of van een feest dat op zaterdagavond heeft plaatsgevonden.

Familiebanden zijn in elk aspect van het dagelijks leven van belang. In Nederland wordt kinderen geleerd onafhankelijk te zijn – in Portugal gebeurt het tegenovergestelde. Wordt je in Portugal geboren, dan bepaalt je afkomst voor een groot gedeelte wat je verderop in het leven zult doen. Zomaar naar een baantje solliciteren heeft in Portugal meestal weinig zin. Je komt alleen in aanmerking als je familie bent van de directeur, of als je ouders met hem/haar bevriend zijn. Of je geschikt bent voor het werk dat je doet, is minder belangrijk. Zonder de juiste contacten kom je nergens. En als je een ander beroep kiest dan je ouders, is het veel moeilijker om carrière te maken.

Vanuit Nederland bekeken lijkt deze ‘vriendjespolitiek’ oneerlijk en ineffectief. In veel gevallen is dat ook zo, maar er zijn ook voordelen. Vertrouwen staat er hoog aangeschreven en wie kun je nou beter vertrouwen dan je eigen familie? In Portugal is het antwoord: op bijna niemand. De familie is in Portugal de uitgelezen sociale structuur die bescherming en voorspelbaarheid biedt. Ouders betalen de studies van hun kinderen, zorgen voor onderdak en – zoals gezegd – voor alle mogelijkheden die zij via hun netwerk aan kunnen bieden. Het is dan ook niet vreemd als jongeren tot hun 30ste bij hun ouders blijven wonen. Nederlanders gaan vaak het huis uit als ze meerderjarig zijn, een baan hebben of gaan studeren. Ouders stimuleren dat vaak en ook vrienden kijken je hier vreemd aan als je op je 25ste nog thuis woont. In Portugal gaat het allemaal wat rustiger en zul je eerder je best moeten doen om uit huis te mogen. Trouwen is daarvoor een goed excuus. Studeren in een andere stad is voor veel ouders geen doorslaggevend argument om hun kinderen op zichzelf te laten wonen.

Waar Nederlanders meestal erg toekomstgericht denken, zijn Portugezen vooral gericht op het verleden. Ook dat zie je terug in de familie, waar opa’s en oma’s veel meer te zeggen hebben dan in Nederland. Zij zijn het die de familietradities in ere houden, kookrecepten doorgeven, opvoedingsadvies leveren – of wat voor soort advies dan ook -, belangrijke beslissingen nemen en bijeenkomsten voorzitten. Oude mensen krijgen in Portugal veel respect voor de ervaringen die ze tijdens hun leven, dus in het verleden, hebben verzameld.

Ook de geschiedenis van Portugal draagt bij aan een sterk historisch besef. De Portugezen hebben volop redenen om te denken dat alles ‘vroeger beter was’. Want vroeger was er rijkdom, handel en overvloed, vooral tijdens tijden dat Portugal over de wereldzeeën heerste. Portugezen zijn een nostalgisch volk, maar het lijkt wel alsof ze daar blij mee zijn. Vandaar het bestaan van het woord ‘saudade’: het feit dat je iets of iemand mist, maar dat je daar tegelijkertijd een bepaald soort schoonheid in ziet.

3.

Do's and don'ts

Klagen is in Portugal bijna tot kunst verheven. Er is zelfs een muziekstroming die het klagen tot kunstvorm heeft verheven: de ‘Fado’. Maar ook in het dagelijks leven wordt veelvuldig geklaagd. Elk mogelijk onderwerp is daarvoor geschikt: het weer, de voetbaluitslagen, een familielid dat zich niet naar de familietraditie voegt, de prijs van voedsel... Een beetje racisme wordt daarbij niet geschuwd, zeker door de ouderen die vooral in het openbaar vervoer van de hoofdstad Lissabon berucht zijn om hun ongepaste kritiek op jongeren die zich in hun ogen misdragen of met een verkeerde huidskleur zijn geboren.

Op een Nederlander kan een willekeurige Portugese straat luidruchtig overkomen. In smalle straten hebben huisvrouwen vaak hele gesprekken vanaf hun balkons, spelen kinderen buiten en blijven veel deuren de hele dag openstaan. Deze smalle straten zijn makkelijk herkenbaar aan de Portugese vlaggen en de rondwaaiende geuren van eten dat in een van de huizen op het vuur staat. Ook de grote boulevards, in Lissabon vaak naar Parijs’ voorbeeld, is het een lawaai van jewelste. Portugezen zijn vaker geneigd hun toeter te gebruiken dan hun richtingaanwijzer, wat op zich alweer een reden is voor nog meer extra getoeter. Groot is het contrast met de stilte die zich op zondag van kleine dorpjes meester maakt.

Veel jonge Portugezen spreken Engels, oudere Portugezen soms Frans. Spaans begrijpen ze allemaal en spreken ze vaak ook – op een manier waarop veel Nederlanders Duits spreken. Liefst zouden ze geen Spaans hoeven spreken. Er bestaat veel frustratie over de vele Spanjaarden die naar Portugal komen en verwachten dat iedereen ze in het Spaans te woord staat. Terwijl de Spanjaarden zelf nog geen woord buiten hun eigen taal spreken. Daarbij wordt over Spanjaarden vaak gesproken als: “Ze kunnen niet koken, ze kunnen alleen frituren”, “Nadat de landoorlogen over zijn, komen ze hier al onze bedrijven opkopen”, “Spanjaarden zijn asociaal, want ze spreken geen vreemde talen”. Toch willen veel Portugezen naar Spanje ontsnappen. Wanneer ze er niet in slagen toegelaten te worden tot de studie van hun keuze of als ze tijdens hun vakantie meer geld willen verdienen dan met hun Portugese vakantiebaantje. Maar waar het gaat om voorliefde voor een land of stad, dan kiezen Portugezen vaak voor Parijs of de Franse taal. Sowieso lijkt het Frans qua klanken veel meer op Portugees, maar daarover later in dit artikel meer.

Net als de Engelsen hebben de Portugezen een rijk aanbod aan soapseries. De meeste van deze “Telenoveles” komen uit Brazilië en hebben hele ‘cheesy’ namen als “Aardbeien met suiker”, “De pagina’s van het leven” of “Wraak”. De reden dat zoveel van deze programma’s uit Zuid-Amerika komen, is verrassend logisch. Ten tijde van de dictatuur werden er op de Portugese TV alleen staatsgoedgekeurde programma’s uitgezonden. Daar zaten wel soaps bij, maar die waren zo degelijk en politiek correct, dat iedereen liever geïmporteerd materiaal uit Brazilië bekeek. Pas de laatste jaren lukt het ook Portugese producenten om met geaccepteerde soaps op de proppen te komen – al komen veel van de scripts nog steeds uit Brazilië.

Op nummer een van de lijst van favoriete Portugese gespreksonderwerpen staat Voetbal, met een hoofdletter. Op veel TV-netten begint het journaal met sportuitslagen en ook de kranten vullen er elke dag een groot deel van hun pagina’s mee. Met een rijkdom aan statistieken die wij in Nederland amper voor mogelijk houden. Voetbal is in Portugal overal en elk deel van de samenleving raakt eraan. De directeuren van de grote voetbalclubs zijn stuk voor stuk ook invloedrijke politici of zakenlui. Belangenverstrengeling komt dan ook regelmatig voor, net als corruptie en allerlei andere schandalen waarbij mensen binnen de hoogste niveaus van de samenleving betrokken zijn.

4.

Gespreksonderwerpen

Portugezen die elkaar kennen, groeten elkaar vaak hartelijk. Mannen omhelzen elkaar kort, vrouwen zoenen elkaar. Een Portugees gesprek lijkt vaak op een stoelendans zonder stoelen. Gesprekspartners ontmoeten elkaar vaak op straat, waar het vooral wemelt van de oude mannetjes die hun afkeer uitspreken over dingen die zich verderop in dezelfde straat afspelen. De gesprekspartners staan meestal tegenover elkaar wanneer ze aan een gesprek beginnen. Daarna draait een van hen zich meestal op zo’n manier, dat hij/zij naast de ander komt te staan, waarna de ander – soms vertraagd – weer een nieuwe positie kiest die bij de inhoud van het gesprek past. Een tweegesprek van een kwartier kan er zomaar toe leiden tot een tweepersoons kringetje dat 10 keer ronddraait. Nadert het afscheid, dan gaat het tempo van de aanrakingen en ronddraaiingen nog eens omhoog, waarna de paden van de gesprekspartners zich op elegante wijze scheiden.

Als je een Portugees treft die al eens in Nederland is geweest, zal hij/zij je vertellen dat wij in Nederland zulke vreselijk grote ramen hebben. Daarop volgt dan een interessant gesprek, want de reden waarom wij zulke grote ramen hebben en zij meestal hele kleine, heeft te maken met hoe we tegen licht aankijken. In Portugal wordt licht vooral gezien als een bron van warmte. In Portugal is warmte in overvloed aanwezig en houden ze het binnenshuis, binnenskantoor of in restaurants liever koel. Dus donker.

Net als in de meeste andere landen is het in Portugal niet zo’n goed idee om je spottend over de lokale bevolking of gebruiken uit te laten. Portugezen begrijpen niet goed hoe iemand in iets anders kan geloven dan in God, en wel via de katholieke leer. Vooral rond de stad Braga, en natuurlijk rond bedevaartsoord Fatima, is de plaatselijke bevolking streng gelovig en worden alle katholieke feestdagen strikt gevierd. Allerheiligen (1 november) is een voorbeeld van een dag die in Nederland bij veel jongeren compleet onbekend is. In Portugal trekt jong en oud op die dag naar de begraafplaatsen om de graven van overleden familieleden te voorzien van verse bloemen.

5.

Eten en drinken

Portugezen vinden goed eten erg belangrijk en ze lezen er veel aan af. Iemand die volgens een Portugees niet van lekker eten kan genieten, valt dus behoorlijk door de mand. Zo bekeken hebben de Portugezen weinig goede woorden over voor het land dat ik voor Portugal bezocht en in het vorige artikel beschreef: het Verenigd Koninkrijk. En inderdaad, na het in plastic verpakte supermarktvoedsel in het Verenigd Koninkrijk is het een verademing om in Portugal opnieuw kennis te maken met verse ingrediënten, met open markten en met allerlei lokale gerechten en specialiteiten die in dorpjes en steden met trots worden bereid.

Sommige van de lokale specialiteiten zijn alleen in het dorp van oorsprong verkrijgbaar. Andere zijn in het hele land populair geworden – of zelfs ver daar buiten. De Pasteis de Belem zijn daarvan een voorbeeld. Het zijn kleine cakejes gevuld met karamelcrème en bestrooid met suiker.

 

Niet alle specialiteiten zijn zoetig. Zo heeft Porto de goedgevulde Francesinha’s (letterlijk ‘kleine France meisjes’). Deze bestaan uit een boterham gevuld met ham en worst, omvat in gesmolten kaas, geserveerd met dikke tomatenbiersaus en meestal geserveerd met patat. De Francesinha schijnt een poging van Portugezen geweest te zijn om een tosti uit België of Frankrijk na te apen, maar het resultaat is nog wel even wat groter, vetter en rijker. Er bestaat overigens geen standaardrecept voor de Francesinha. Net als in Nederlandse snackbars met pindasaus het geval is, kun je dus elke keer opnieuw voor een verassing komen te staan.

Portugezen houden ervan om buiten de deur te eten. Restaurants zijn 's avonds minstens tot middernacht geopend en ook rond lunchtijd is het spitsuur. Twee keer per dag warm eten is in Portugal normaal. Liefst komt er bij die twee gelegenheden ook een compleet nieuwe maaltijd op tafel en dus niet de restjes van de maaltijd ervoor. Lunch wordt vaak in restaurants genuttigd, zodat de twee uur durende lunchpauze voor veel Portugese werknemers erg gelegen komt. In je eentje een driehoekige, supermarktgeprepareerde sandwich eten, zoals in het Verenigd Koninkrijk eerder regel dan uitzondering is, komt in Portugal (voorlopig) gelukkig amper voor.

Ook een kijkje in de gemiddelde supermarkt levert een beeld op dat afwijkt van wat wij in Nederland gewend zijn. Van de ‘afwijkende’ producten springt de ‘Bacalhau’ het meest in het oog: grote gedroogde en gezouten vissen, die je bovendien al bij het betreden van de supermarkt kunt ruiken. Er bestaan in Portugal 1001 gerechten die je ermee kunt bereiden. In Nederland zouden ze niet in supermarkten verkocht worden, omdat ze de klanten wel eens weg zouden kunnen jagen.. Hoewel de meeste gerechten en producten die in Portugal populair zijn van eigen bodem komen (of: oorspronkelijk kwamen), wordt de meeste ‘Bacalhau’ gevangen in de zeeën rond Noorwegen en Nieuwfoundland (Canada). Het zouten van de vis gebeurde oorspronkelijk om de vis houdbaar te kunnen maken, dus dat de vis zelfs in vroeger tijden over lange afstanden vervoerd moest worden, is nooit een probleem geweest. De vis was relatief goedkoop en uitermate geschikt om als vleesvervanger op tafel te komen op vrijdagen of sommige katholieke feestdagen waarop geen vlees gegeten mocht (mag!) worden.

En Bacalhau is niet de enige vis die populair is in Portugal. Ook sardines, paling, kreeft en inktvis. Vroeger werden die in Portugal door plaatselijke vissers gevangen en goedkoop op de markt verkocht. Inmiddels wordt veel vis industrieel gevangen en/of geïmporteerd, waardoor de lage kosten tot het verleden behoren.

Bier en wijn vloeien in Portugal rijkelijk, en niet te vergeten: Port. Daarbij worden veel kleine hapjes genuttigd waarvan sommige gezonder zijn dan andere. Veel cafés serveren olijven of ‘Tremoços’ waar je in Nederland pinda’s of borrelnootjes zou krijgen. ‘Tremoços’ heten in het Nederlands ‘lupinebonen’. Ze lijken op grote, platte maïs en smaken naar een vaste versie van hele jonge kaas zonder zout. Moeilijk te omschrijven dus.

Over bonen gesproken: die worden in Portugal in alle soorten, maten en kleuren verkocht: gedroogd en in blik. En dan is er nog ‘Doce de Tomates’: tomatenjam. Net zo zoet als aardbeienjam, maar dan gemaakt van tomaten. Plakkerig en vloeibaar. En gepofte kastanjes. Als Portugezen die ruiken, weten ze dat de herfst is begonnen.

6.

(On)gehoorzaamheid

Portugezen houden zich graag aan tradities die van generatie op generatie worden doorgegeven. Vooral de kerk en de familie spelen hierin een belangrijke rol. Een Portugees mag de hele wereld teleurstellen, behalve de kerk en de familie.

Portugezen kijken op tegen mensen die ouder zijn, een hogere rang hebben of meer ervaring dan zijzelf. Als ze elkaar niet kennen, lezen ze de status van de persoon tegenover zich vooral af aan de kwaliteit van de kleding. Iemand die net gekleed is, straalt belangrijkheid en autoriteit uit en wordt om die reden gehoorzaamd en gerespecteerd.

Het poldermodel zou in Portugal niet werken. Portugese werknemers verwachten instructies te krijgen die ze moeten uitvoeren. Als een Portugese baas zijn personeel betrekt bij het maken van beslissingen, zal hij dat moeten kopen met gebrek aan respect. Waarom zou hij/zij immers zijn ondergeschikten moeten raadplegen? Dat kan alleen maar als hij/zij (meestal ‘hij’ trouwens) blijkbaar niet de kennis en kunde heeft om zelf een goede keuze te maken. Pas in de laatste jaren begint de afstand tussen managers en hun medewerkers iets kleiner te worden, mede dankzij de invloed van multinationals die een flexibelere manier van samenwerken meenemen uit hun thuisland.

Met regels die door de autoriteiten worden opgelegd, nemen Portugezen het minder nauw. Maximumsnelheden, parkeerverboden en andere verkeersregels worden naar hartenlust overtreden. Als het op tijd aankomt, zul je een Portugees vaak moeten vergeven voor het te laat komen bij een afspraak. Enige lichtpuntje daarbij: ze nemen meestal nog de moeite om zich te verexcuseren. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Italianen en de Grieken, die ‘te laat’ eigenlijk gewoon ‘op tijd’ vinden.

7.

Taalkwesties

De rol van eten zie je bij veel gelegenheden in het dagelijks leven terug. Zo hebben de inwoners van Lissabon en die van Porto leuke bijnamen voor elkaar: de inwoners van Lissabon worden afgeschilderd als ‘alfacinhas’ (kleine slaharten) en die van Porto als ‘tripeiros’: pens-eters. Ook in spreekwoorden komen regelmatig sardines, knoflook en komkommers voor.

 

De Portugese taal zelf heeft veel weg van het Frans. Ook in het Portugees schrijf je klanken op die je niet uitspreekt. Wat dat betreft is Braziliaans makkelijker te begrijpen voor iemand die zich met basaal Portugees moet redden: Brazilianen spreken langzamer, articuleren duidelijker en het verschil tussen geschreven en gesproken tekst is in het Braziliaans-Portugees veel kleiner.

Wil je Portugezen in het buitenland herkennen, maar spreek je zelf geen Portugees? Let dan op de vette ‘l’, in combinatie met nasale klanken als in het Frans. Portugese woorden die lijken op Spaans maar worden uitgesproken als nonchalant Russisch. Geschreven Portugees herken je snel aan het 'til' tekentje (~) en de lettercombinaties 'ão' en 'lh'. Iemand die een van de Romaanse talen (Italiaans, Spaans, Frans, Roemeens) machtig is, kan vrij gemakkelijk een Portugese krant lezen. Voor het volgen of beginnen van een gesprek is iets meer specifieke oefening nodig.

Net als het Frans heeft het Portugees mannelijke en vrouwelijke woorden. Soms passen ook andere woorden zich daaraan aan. Als je iemand bedankt, zeg je als man ‘obrigado’ en als vrouw ‘obrigada’. Letterlijk betekent dat: ik ben (aan jou/u) verschuldigd. Waarbij ‘verschuldigd’ zich voegt naar de persoon die het zegt.

8.

Grappige feitjes

Ten noordwesten van Lissabon vind je het meest westelijke puntje op het Europese vasteland, dat zelfs nog verder naar het westen ligt dan de Ierland. Ook als je de eilanden die tot Europa behoren meetelt, ligt het meest westelijke punt op Portugees grondgebied, namelijk op de Azoren. Als je goed naar de kaart kijkt, is het dus niet vreemd dat Portugal in dezelfde tijdzone ligt als het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Het is in Portugal altijd één uur vroeger dan in Nederland.

Ten tijde van het schrijven van dit artikel werd de Portugees Jose Manuel Barroso voor de tweede keer door het Europees Parlement tot President van de Europese Commissie gekozen. Je zou verwachten dat de Portugezen trots zijn om op zo'n hoog niveau in Europa vertegenwoordigd te zijn. Toch zal het de Portugees-in-de-straat een rotzorg zijn. Hij/zij herinnert zich Barroso als de premier van Portugal tussen 2002 en 2004. Hij heeft in die tijd veel bezuinigingen aangekondigd, maar moest deze door anderen laten uitvoeren toen hij in Brussel werd uitgenodigd Commissievoorzitter te worden. Zowel voor- als tegenstanders verwijten hem daarom dat hij zijn werk niet afgemaakt heeft en dat hij Portugal heeft laten zitten om zijn eigen carrière op te fleuren.

Hoewel Portugezen en Spanjaarden niet altijd de beste vrienden zijn, hebben ze in vroeger tijden veel samen opgetrokken. Door huwelijken binnen de adel in beide landen, waren sommige provincies soms Portugees, dan weer Spaans. In de 15e eeuw sloten Spanje en Portugal samen een dealtje met de Paus. Die gaf zijn goedkeuring voor het Spaans-Portugese plan om de 'Nieuwe Wereld' (= nog te ontdekken landen) in tweeën te verdelen: de ene helft voor Spanje en de ander helft voor Portugal. Uiteindelijk werden hun plannen ingehaald, vooral door de Britten die zich in de Verenigde Staten begonnen te vestigen, maar evengoed door Fransen, Russen en Nederlanders.

Wie de Eiffeltoren gezien heeft en in Porto naar de oude spoorbrug over de Duoro kijkt, zal de overeenkomst snel zien. Al voordat de Eiffeltoren in Parijs

 

gebouwd werd, werkte het ingenieurskantoor van Eiffel al aan deze ' Ponte de D. Maria Pia', die in 1877 door de toenmalige Portugese koningin werd geopend. Korte tijd later werd een tweede brug geopend, net als de Ponte Maria Pia uitgetekend door een leerling van Eiffel.

Zondag is voor Portugezen een belangrijke dag, zoveel werd al eerder in dit artikel duidelijk. Hoe belangrijk kun je onder andere aflezen aan de namen van de andere dagen van de week. Alleen zaterdag en zondag hebben een eigen naam. Maandag wordt simpelweg 'tweede dag' genoemd, tot en met de 'zesde dag' op vrijdag. En dan weer een zaterdag en een zondag. Behalve de zondagen vieren de Portugezen ook in elk dorp en elke stad de naamdag van de plaatselijke heilige, liefst door middel van een processie.

Net als Rio de Janeiro heeft Portugals hoofdstad Lissabon een groot Christusbeeld dat uitkijkt over de stad. Het beeld is gebouwd om te vieren dat het Portugal gelukt is om zichzelf buiten de Tweede Wereldoorlog te houden. Iets wat Nederland destijds overigens ook graag had gewild...

Het is moeilijk voor te stellen dat de Portugezen in de jaren '60 en '70 met dezelfde vooroordelen te kampen hadden als Marokkanen nu. Als gastarbeiders kwamen in die tijd grote groepen Portugezen naar vooral Nederland, Luxemburg en Frankrijk. Veel van hen konden amper lezen of schrijven. De kleinkinderen van deze gastarbeiders zijn inmiddels nagenoeg volledig geïntegreerd. Portugal is in de voorbije jaren zelf een immigratieland geworden. Tot eind jaren '90 kwamen de meeste immigranten uit de koloniën en voormalige overzeese gebiedsdelen. Sinds 1990 zijn daar Oekraïner, Roemenen, Moldaviers en Chinezen bijgekomen. De Portugezen zijn niet blij met deze nieuwe medelanders. Ze worden vaak verdacht van misdaden en werken tegen lagere lonen en ondermijnen daarmee de lokale Portugese handel.

9.

Afkijken toegestaan

Dankzij de calvinistische inslag zijn zelfs de meest katholieke Nederlanders slecht in het genieten. In het genieten van eten, van familie, van dingen die ongemerkt voorbijgaan en niet in efficiëntie uit te drukken zijn. Portugezen hebben de genietvaardigheid een stuk verder ontwikkeld dan Nederlanders. Portugezen zijn veel beter in staat zich neer te leggen bij ontwikkelingen waar ze geen invloed op kunnen uitoefenen. 'Saudade' is een mooie tegenhanger van het Nederlandse maakbaarheidsideaal.

 

Voor liefhebbers van tradities is Portugal een prettig land om te bezoeken. Hoewel grote commerciële ketens ook hier het straatbeeld beginnen te bepalen, is dit proces een stuk minder ver gevorderd dan in Nederland. Daardoor zijn er nog veel meer kleine winkeltjes en wordt er door Portugese families nog van alles met de hand gemaakt: van aardewerk tot maaltijden. In Portugal is minder ruimte voor anonimiteit en sociaal isolement. Opa's en oma's zijn geen nutteloze familieleden, maar vertegenwoordigen een schat aan ervaring die de jonge generaties helpt op te groeien. Ouderen worden daarom niet naar bejaardentehuizen overgeplaatst als ze niet meer op zichzelf kunnen wonen: ze trekken vaak bij hun kinderen in, die dan zelf al rond de 40 zijn. Zo 'betalen' de kinderen terug voor de periode waarin zij zelf klein waren en door hun ouders verzorgd weden. Het komt regelmatig voor dat een Portugees huis, als het groot genoeg is, drie generaties herbergt: kinderen, ouders en grootouders.

Nederlandse restaurants (en hun gasten!) kunnen een voorbeeld nemen aan hun Portugese tegenhangers. Dat geldt niet alleen voor de gerechten die ze op tafel toveren, en voor de prijzen die ze daarvoor rekenen, maar vooral ook voor de openingstijden. In Portugal zal het je niet gauw gebeuren dat je 'te laat' bent om nog in een restaurant te worden binnengelaten: een risico dat je in Nederland al vanaf een uur op 20h30 loopt.

En dan is er nog de zee. Niet dat de Portugezen er zelf iets aan kunnen doen dus of we daar als Nederlanders echt iets van kunnen leren zoals het kopje van dit hoofdstuk suggereert... In elk geval maakt de combinatie van zandstranden, Atlantische Oceaan en goed weer Portugal tot een ideaal surfland. Vooral de stranden ten noorden van Lissabon zijn internationaal beroemd, en voor de surf-fan zeker een bezoekje waard. Onderaan deze bladzijde vind je een linkje naar alle surfstranden in Portugal!

10.

Links

Meer over Portugal lezen op Us Europeans | Naar de Portugese radio luisteren | Het Portugese volkslied beluisteren op Youtube | Het laatste nieuws uit Portugal lezen | Op reis naar Portugal | Portugal op Wikipedia | Surfstranden!

Terug naar boven