r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Emissiehandel

Bij veel grote fabrieken en energiebedrijven komen broeikasgassen, zoals CO2, uit de schoorsteen. Die gassen zijn mede oorzaak van de klimaatverandering. De Europese Unie kan bepalen dat bedrijven maximaal een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen mogen uitstoten, of bedrijven laten betalen voor de uitstoot (ook wel 'emissie' genoemd) van CO2. Bedrijven die weinig broeikasgassen uitstoten kunnen hun rechten verkopen aan bedrijven die meer uitstoten dan waar zij recht op hebben. Dit wordt emissiehandel genoemd.

De vraag naar emissierechten is sinds 2011 afgenomen; daardoor daalde de prijs van emissierechten. Het uitstoten van broeikasgassen werd dus goedkoper. Dat vermindert de aanmoediging om schoon te produceren.

De Raad en het Europees Parlement voerden sinds 2015 onderhandelingen over een nieuw marktmechanisme dat ervoor moet zorgen dat emissierechten duurder worden. Op 15 juli 2015 deed de Europese Commissie een aantal voorstellen op energiegebied, waaronder het plan om de CO2-regels aan te scherpen. Vanaf 2020 zullen nieuwe regels gelden voor de emmissiehandel. Deze nieuwe regelgeving moet het kopen van emmissierechten verder ontmoedigen.

Delen

Inhoud

1.

Hoe werkt het?

Het recht om broeikasgassen uit te stoten wordt een emissierecht genoemd. Voor deze rechten moet in principe worden betaald; dit wordt 'het veilen van emissierechten' genoemd. Het is daarnaast voor vervuilers mogelijk emissierechten onderling te verhandelen. Bedrijven die te veel broeikasgassen uitstoten riskeren namelijk een boete. Om deze boete te voorkomen kunnen zij emissierechten kopen van bedrijven die meer rechten hebben dan zij nodig hebben.

Emissiehandel wordt gezien als een belangrijk instrument in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Om de invloed van de mens op de klimaatverandering te beperken, is het nodig de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Om dat te bereiken zullen met name grote energiebedrijven en grote industriële complexen de uitstoot van deze gassen moeten beperken. Door middel van emissiehandel kunnen bedrijven geld besparen door hun uitstoot te beperken.

2.

Emissiehandel in Europa

Op 9 december 2002 heeft de Europese Unie de eerste internationale markt voor emissiehandel (binnen de EU) mogelijk gemaakt. Het doorverkopen van emissierechten gebeurt via het Emissions Trading System (ETS). De Raad van Milieuministers keurde een plan goed waarin maxima voor emissies worden vastgesteld voor energiebedrijven, olieraffinaderijen, hoogovens, en de sectoren staal, ijzer, cement, glas, keramiek, papier en pulp.

Het oorspronkelijke doel was dat alle bedrijven moesten gaan betalen voor hun uitstoot. De zware industrie werd echter ontzien, omdat werd gevreesd dat de maatregelen nadelig zouden zijn voor de concurrentiepositie van de EU.

In de Europese Unie is de handel opgedeeld in verschillende periodes.

Eerste periode (2005-2008)

In de eerste periode, die van januari 2005 tot januari 2008 liep, werd vooral 'al doende geleerd'. De EU-lidstaten mochten zelf de maxima van uit te stoten broeikasgassen vastleggen. Daarnaast werd het grootste deel van de emissierechten gratis aan bedrijven toegewezen, slechts een klein deel van de totale rechten werd geveild.

Tweede periode (2008-2013)

In de tweede periode, die van januari 2008 tot januari 2013 liep, sloten de niet-EU-landen Noorwegen, IJsland en Liechtenstein zich aan bij de emissiehandel. In deze periode werd o.a. besloten dat de CO2-uitstoot van vluchten die vertrekken van of landen op een Europese luchthaven (en luchthavens in Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) onder het emissiehandelssysteem zou vallen.

De milieucommissie van het Europees Parlement gaf op 19 februari 2013 aan dat er eenmalig minder emissierechten op de markt moesten komen. Het Parlement stelt dat de markt voor emissierechten verzadigd is. De prijs voor uitstootrechten is daarmee gedaald waardoor bedrijven niet geprikkeld worden om te investeren in een schone industrie. Een eenmalige verlaging van het aantal uitgegeven emissierechten moest daarom helpen de markt vlot te trekken.

Derde periode (2013-2020)

Tijdens de derde handelsperiode, die loopt van 2013 tot 2020, bepaalt de Europese Commissie zelf hoe emissierechten worden toegewezen. Doordat de Europese Commissie en niet de nationale overheden de emissierechten toewijst, zullen verschillen in kosten en controle kleiner worden en zal toezicht op de naleving op gelijkwaardiger basis plaatsvinden. Per jaar verminderd de Commissie in de periode van 2013 tot 2020 het maximum aantal rechten elk jaar met 1,74 procent, om via schaarste de prijs te laten stijgen.

Daarnaast wordt het aantal gratis toebedeelde emissierechten in deze periode sterk gereduceerd. Alleen als het risico groot is dat bedrijven naar buiten Europa verhuizen, zullen deze nog gratis rechten krijgen. Dit geldt voor sectoren waarbij bedrijven onder druk van internationale concurrentie gedwongen zouden kunnen worden hun productie te verplaatsen naar landen buiten de EU die geen vergelijkbare emissiebeperkingen opleggen. Daar is vervuilen goedkoper. Als deze bedrijven hun productie zouden verplaatsen dan zou de emissie op wereldschaal toenemen. Er wordt dan wel van het CO2-lek of 'koolstoflek' gesproken.

De energiesector krijgt geen gratis emissierechten meer. Alleen energiebedrijven in de minder welvarende EU-landen Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië en Tsjechië kunnen in aanmerking komen voor gratis emissierechten. Wat betreft de luchtvaart was besloten dat het emissiehandelssysteem voor de periode 2013-2016 niet toegepast werd voor intercontinentale vluchten. Later werd deze uitzondering verlengd voor de periode 2017-2020. Het Europees Parlement stemde hier in september 2017 mee in.

Vierde periode (vanaf 2020)

Voor de vierde handelsperiode, die in 2020 begint, worden de lage prijzen van de emissierechten aangepakt. Vanaf 2020 zal de totale hoeveelheid emissierechten met 2,2 procent per jaar afnemen. De hogere prijzen moeten het kopen van emissierechten ontmoedigen en zo bijdragen aan de Europese doelstelling om in 2030 40 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Een deel van de opbrengsten van de emissiehandel mag worden gebruikt om energiecentrales te moderniseren.

In plaats van 20 procent zal 57 procent van de rechten via veilingen worden aangeboden. Hierdoor blijven er minder emissierechten over om gratis toe te bedelen. De Commissie houdt er rekening mee dat kwetsbare industrieën de EU niet verlaten om op een andere plek met minder vervuilingregels hun productie voort zetten. Dit CO2-lek moet via de beperkte gratis emissierechten worden voorkomen. Vanaf 2024 wordt nog eens een groot aantal extra rechten geschrapt, waarmee de prijs van CO2-vervuiling verder zal toenemen.

3.

Meer weten

Delen

Terug naar boven